-A +A

Inlichtingen ingewonnen door fiscus onder dreiging sancties zijn niet wettig verkregen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/11/2014
A.R.: 
F.14.0065.N

Een vraag tot inlichtingen van de belastingen onder dreiging van sanctie bestaande uit de omkering van de bewijslast en een ambtshalve aanslag, naast administratieve en strafrechtelijke sancties is onrechtmatig.

De belastingplichtige kan in het kader van een vraag om inlichtingen niet worden verplicht om boeken of bescheiden aan de administratie te bezorgen; het staat de administratie vrij om de belastingplichtige te verzoeken om daartoe op vrijwillige basis over te gaan hetgeen evenwel veronderstelt dat dit niet gebeurt onder dreiging van sancties

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. F.13.0159.N
CREATIVE CONSTRUCTION AND RENOVATION nv, met zetel te 9070 Destelbergen (Heusden), Molenweidestraat 24,
eiseres,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd, tweede BBI-inspectie Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/801,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 mei 2013.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 315, eerste lid, WIB92 is de belastingplichtige verplicht de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien er-van, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.

Krachtens artikel 316 WIB92 is de belastingplichtige, onverminderd het recht van de administratie tot het vragen van mondelinge inlichtingen, verplicht de administratie op haar verzoek, binnen een maand na de datum van verzending van de aanvraag, welke termijn wegens wettelijke redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van hem worden gevorderd met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand.

Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de belastingplichtige in het kader van een vraag om inlichtingen niet kan worden verplicht om boeken of bescheiden aan de administratie te bezorgen.

Het staat de administratie vrij om de belastingplichtige te verzoeken om daartoe op vrijwillige basis over te gaan. Dit veronderstelt echter dat dit niet gebeurt onder dreiging van sancties.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de verweerder op 3 maart 2009 een vraag om inlichtingen aan de eiseres heeft verstuurd waarin inlichtingen en bijhorende stukken werden opgevraagd met betrekking tot een aantal specifiek te onderzoeken gegevens;

- de eiseres in deze brief erop werd gewezen dat indien de inlichtingen niet bin-nen de gestelde termijn zouden worden verstrekt, de aanslag ambtshalve zou kunnen worden gevestigd met omkering van bewijslast tot gevolg;

- de eiseres tevens erop werd gewezen dat de bepalingen van de artikelen 445 en 449 WIB92 voorzien in de toepassing van administratieve boetes en van straf-rechtelijke sancties bij overtreding van artikel 316 WIB92.

3. In die omstandigheden vermochten de appelrechters, afgezien van de vraag naar de gevolgen van een gebeurlijke onwettigheid, niet wettig te oordelen dat de middels de vraag om inlichting van 3 maart 2009 opgevraagde stukken wettig werden verkregen.

Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer en in openbare rechtszitting van 21 november 2014 uitgesproken

F.13.0159.N
Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS:

1. Onderhavige betwisting betreft de regelmatigheid van een door de administratie op 3 maart 2009 toegezonden vraag om inlichtingen betreffende de aanslagjaren 2007 en 2008, waarin eiseres werd verzocht om de administratie een afschrift te bezorgen "van de rekening met alle credit- en debetverrichtingen", alsook een afschrift van "alle boekhoudkundige stukken waarop de boekingen zijn gebaseerd".

Eiseres voldeed aan dit verzoek en maakte de gevraagde inlichtingen en stukken over aan de administratie.

Op 22 oktober 2009 verstuurde de administratie, overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92, een aangetekend schrijven naar eiseres waarin werd medegedeeld dat er aanwijzingen van fraude bestaan die de administratie toelaten de onderzoekstermijnen uit te breiden met een aanvullende termijn van vier jaar.

Bij dagvaarding van 17 maart 2011 vorderde eiseres van de rechtbank dat de uitbreiding van de fiscale onderzoekstermijn, in zoverre die steunde op een onwettige vraag tot inlichtingen, onwettig zou worden verklaard.

Eiseres hield voor dat een vraag om inlichtingen overeenkomstig artikel 316 WIB92 niet het voorleggen van boeken en bescheiden tot voorwerp hebben. De vraag om inlichtingen van 3 maart 2009 met mededeling van stukken was volgens eiseres derhalve onwettig, temeer daar werd gedreigd met de toepassing van sancties ingeval van overtreding van artikel 316 WIB92.

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent verklaarde bij vonnis van 6 januari 2012 de vordering ontoelaatbaar bij gebreke aan uitputting van de voorafgaandelijke administratieve procedure.

In graad van beroep werd de vordering toelaatbaar, maar ongegrond verklaard. In het thans bestreden arrest oordeelden de appelrechters dat de vraag om inlichtingen met mededeling van stukken dd. 3 maart 2009 niet als onwettig kan beschouwd worden.

2. In het enig middel tot cassatie voert eiseres aan dat het bestreden arrest deze beslissing "niet wettig verantwoordt nu het verweerder niet vrij staat om vanuit praktische overwegingen de vrijwillige mededeling met verplaatsing van de gewenste afschriften en boekhoudkundige stukken te vragen aan eiseres, maar integendeel het verweerder niet toegelaten is de voorlegging daarvan met verplaatsing te vragen onder het mom van die vraag om inlichtingen, die krachtens artikel 316 WIB/92 immers wettelijk geen vraag tot voorlegging van boeken en bescheiden tot voorwerp kan hebben (Schending van het aangehaald artikel 316 WIB/92), waaraan overigens krachtens artikel 315 WIB/92 enkel zonder verplaatsing voldaan moet worden (Schending van artikel 315 WIB/92) en niet onder de schijnbare dwang van de sancties die het niet respecteren van de concreet verwoorde vraag strekkende tot mededeling van de gewenste stukken tot gevolg kan hebben (Schending van de aangehaalde artikel 315, 316, 445 en 449 WIB/92)."

3. Eenieder die onderworpen is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners is, krachtens artikel 315 WIB92, verplicht de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen.

Uit deze bepaling volgt dat de administratie in principe de boeken en bescheiden bij de belastingplichtige zelf dient te onderzoeken. De administratie kan dus niet eisen dat de boeken en bescheiden naar zijn kantoor zouden worden gebracht.

Het gebruik van de term "zonder verplaatsing" in artikel 315 WIB92 sluit nochtans niet uit dat de administratie aan de belastingplichtige kan voorstellen om de boeken en bescheiden naar de taxatiedienst te brengen met het oog op een controle in de kantoren van de administratie, zij het dat de belastingplichtige niet verplicht is om daarop in te gaan. Beslist de belastingplichtige uit vrije wil er toch op in te gaan, dan is artikel 315 WIB92 niet geschonden (A. TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal Recht 2010-2011, Kluwer, 647; M. WAUMAN, "De grenzen van art. 315, lid 1, WIB 1992 opnieuw verkend", noot bij Rb. Brussel, 19 september 2002, TFR, 2003, afl. 241, 448; Vr. & Antw., Kamer, 1997-98, nr. 115, 15357-19951).

4. Artikel 316 WIB92 bepaalt dat, onverminderd het recht van de administratie tot het vragen van mondelinge inlichtingen, eenieder die onderhevig is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners verplicht is de administratie, op haar verzoek, binnen een maand na de datum van verzending van de aanvraag, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van hem worden gevorderd met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand.

Wanneer de administratie, met toepassing van artikel 316 WIB92, een vraag om inlichtingen verstuurd naar de belastingplichtige met het verzoek, tot staving van die inlichtingen, bepaalde stukken voor te leggen op het kantoor van de administratie, dan is de belastingplichtige, net zoals bij de toepassing van artikel 315 WIB92 niet verplicht om daar gevolg aan te geven.

Beslist hij vrijwillig om de gevraagde stukken naar het kantoor van de administratie te brengen, dan ligt geen schending voor van artikel 316 WIB92, noch van artikel 315 WIB92.

De administratie kan bijgevolg in een schriftelijke vraag om inlichtingen de belastingplichtige verzoeken tot staving van zijn antwoord bepaalde attesten of bewijsstukken mede te delen (Comm. IB 1992, 316/7).

Vanuit die optiek is het logisch dat wanneer, zoals in onderhavige zaak, gevraagd wordt inlichtingen te verschaffen omtrent bepaalde boekingen op bepaalde rekeningen, ook een afschrift wordt gevraagd van alle boekingen tijdens het belastbaar tijdperk en dus van de historiek van deze rekening.

In zoverre het middel aanvoert dat het verzoek tot voorlegging van stukken in de kantoren van de administratie, onder het mom van een vraag van inlichtingen, op zich onwettig is, faalt het middel derhalve naar recht in zoverre de belastingplichtige deze stukken vrijwillig naar het kantoor van de taxatiedienst kan brengen en het verzoek tot het binnenbrengen van stukken steeds kan weigeren.

Het bestreden arrest oordeelde derhalve wettig dat het de administratie vrijstond "uit praktische overwegingen (vrijwillige) mededeling van de vermelde stukken te vragen", terwijl daartegenover de vrijheid stond van de eiseres "om de gevraagde mededeling van stukken te weigeren onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 315 WIB/1992" (bestreden arrest, folio 15420, eerste alinea; cfr. memorie van antwoord, p. 3-6).

In de toelichting erkent eiseres overigens zelf "dat het de administratie vrijstaat aan de belastingplichtige de vrijwillige mededeling met verplaatsing van stukken te vragen (...)" (voorziening, p. 8, toelichting, punt 2).

Waar eiseres de gevraagde stukken per brief naar de administratie had verzonden, kan men overigens bezwaarlijk stellen dat de overlegging van die stukken met een verplaatsing van de belastingplichtige gepaard ging.

5. Zo aanvaard kan worden dat het de administratie vrij staat aan de belastingplichtige de vrijwillige mededeling met verplaatsing van stukken te vragen, mag dat verzoek volgens het middel niet gepaard gaan met het in het vooruitzicht stellen van administratieve en strafrechtelijke sancties indien die stukken niet worden overgelegd. Het verzoek tot vrijwillige mededeling met verplaatsing van stukken, dient openlijk en zonder enige voorstelling van schijnbare verplichting of sanctie daartoe te worden geformuleerd. Volgens het middel zou eiseres te dezen onder dwang van sancties verplicht zijn geweest om die stukken aan de administratie te bezorgen, hetgeen in strijd zou zijn met de artikelen 315 en 316 WIB92.

Het bestreden arrest stelt vast dat eiseres de vrijheid had om niet te reageren op de vraag tot mededeling van stukken en de administratie steeds kon laten weten dat ze geen gevolg zou geven aan dat verzoek, doch dat de controleambtenaar welkom was om de bedoelde documenten bij haar te komen inzien (bestreden arrest, p. 8, tweede alinea).

Het bestreden arrest neemt evenwel niet aan dat het verzoek tot mededeling van de boeken en bescheiden was geformuleerd onder dreiging van sancties indien die stukken niet werden overgelegd.

Uit de vaststellingen van het bestreden arrest blijkt evenmin dat het optreden van de administratie dreigend was of van die aard dat eiseres in werkelijkheid geen keuze werd gelaten (Vgl. Rb. Hasselt, 4 februari 2009, Fisc.Act., 2009, afl. 17, 12).

De appelrechters stellen daarentegen uitdrukkelijk vast dat "de wet geen enkele basis (biedt) voor het opleggen van administratieve sancties wegens het niet binnenbrengen van documenten (originelen en kopieën) ‘met verplaatsing'" (bestreden arrest, p. 8, tweede alinea).

In zoverre het middel het bestaan aanneemt van een schijnbare dwang van sancties die het niet respecteren van de concreet verwoorde vraag strekkende tot mededeling van de gewenste stukken tot gevolg kan hebben, mist het feitelijke grondslag. (cfr. memorie van antwoord, p. 6-7)

6. Verweerder werpt in de memorie van antwoord terecht op dat de uitbreiding van de onderzoeks- en aanslagtermijnen overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92, en de daarop volgende taxatieprocedure, bovendien niet steunde op de vraag om inlichtingen van 3 maart 2009.

De uitbreiding van de onderzoeks- en aanslagtermijnen was het gevolg van vaststellingen die bij eiseres werden gedaan bij onderzoeken ter plaatse op 23 september en 15 oktober 2009, waarbij was vastgesteld dat de facturen van DIRT UNDER CONTROL vals waren.

In de kennisgeving ex artikel 333, derde lid, WIB92, dd. 22 oktober 2009 werd dan ook niet verwezen naar de vraag om inlichtingen dd. 3 maart 2009, die trouwens geen betrekking had op de leveringen van DIRT (zie de synthesebesluiten van verweerder, p.22-23, punt IV.2.2).

De eventuele onregelmatigheid van de vraag om inlichtingen heeft bijgevolg de opening van de buitengewone onderzoeks- en aanslagtermijnen niet beïnvloed zodat het middel, zelfs mocht het gegrond zijn, niet tot cassatie kan leiden.

Eiseres preciseert overigens niet hoe de eventuele onwettigheid van de litigieuze vraag om inlichtingen zou kunnen leiden tot de onregelmatigheid van de gehele taxatieprocedure in zoverre deze procedure steunt op gegevens die niet bekomen werden middels deze vraag om inlichtingen.

In subsidiaire orde lijkt het middel mij dan ook onontvankelijk bij gebrek aan belang.

Besluit: VERWERPING.
 

Noot: 

• Herreman, W., « Vragen staat vrij, maar een afgedwongen toezending van de gevraagde stukken aan de fiscus kan niet », R.A.B.G., 2015/10, p. 683-688
• Malfait, E., « Omtrent de draagwijdte van het vraagrecht van de fiscus », R.A.B.G., 2015/10, p. 691-693
• Le Courrier Fiscal [Cour. fisc.] KELL, Livius; Commentaire sous cassation. 2015, n° 5, p. 653-656.
• De Fiscale Koerier [Fisc. koer.] KELL, Livius; Commentaar onder cassatie. 2015, nr. 5, p. 542-545.
• Fiscale Actualiteit [Fisc. Act.] JANSSENS, Koen; Noot 'Fiscus vraagt stukken op en verwijst naar sancties: ongeoorloofde druk' 2015, nr. 13, p. 10-12.
•M. Maus, “Het onrechtmatig optreden van de belastingadministratie bij de fiscale controle”, RW, 2003-04, 1597.

• M. Maus, “De Antigoon-leer in fiscale zaken. Quo Vadimus?”, Fisc.Act. 2011, afl. 4, p. 4.

• S. Gnedasj, “Wat zijn de gevolgen op fiscaal vlak als de speurders het zwijgrecht miskennen?”, Fisc.Act. 2014, afl. 18, 4-9.
[
• M. De Jonckheere, M. Maus en M. Delanote, De fiscale procedure, Brugge, die Keure, 2010, p. 53.

Rechtspraak:

• Rb. Brussel 19 september 2002, TFR 2003, 445 en Rb. Luik 28 oktober 2002, TFR 2003, 123.
• Gent 19 september 1996, Fisc.Koer. 1996, 555 en M. Maus, De fiscale controle, die Keure, 2005, 182.
• Luik 6 november 1970, Pas. 1971, II, p. 63 en Brussel 4 maart 1964, Rev.fisc. 1965,103.

zie ook:
• Circ. nr. Ci. RH.81/548.628.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 09/07/2017 - 10:59
Laatst aangepast op: zo, 09/07/2017 - 10:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.