-A +A

Informatieplicht van de rechter - recht van verdediging wanneer rechter overweegt om onverwacht rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen te verklaren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 17/10/2017
A.R.: 
P.17.0897.N

Ook de rechter heeft een informatieplicht, zeker en onder meer wanneer hij vanuit onverwachte hoek een opgeworpen rechtsmiddel overweegt onotntavelijk te verklaren.

Noch artikel 6, 1. EVRM noch het algemene rechtsbeginsel van het recht van verdediging vereisen dat de strafrechter die een rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen verklaart, de partij die dit rechtsmiddel heeft ingesteld daarover voorafgaandelijk moet horen. De partijen in strafzaken worden geacht de vereiste voorwaarden voor het instellen van een rechtsmiddel te kennen en na te leven. Zij moeten bij hun verdediging ermee rekening houden dat de strafrechter een rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen zal verklaren indien aan de in acht te nemen voorwaarden niet is voldaan.

Die regel kent een uitzondering indien, gelet op de concrete omstandigheden van een zaak, de partij die een rechtsmiddel aanwendt onmogelijk kon verwachten dat de rechter het rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen zou verklaren. In dat geval vereist het recht van verdediging dat de rechter de verschenen partij uitnodigt om verweer te voeren.

 

 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2018
Pagina: 
64-66
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.V.D.B., J.C., V.C., M.C. en J.R. / T.J.J.M. en A.B. NV - Rolnr.: P.17.0897.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 15 juni 2017.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer I. Couwenberg heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal M. Timperman heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 6, 1. EVRM, alsook miskenning van het algemene rechtsbeginsel inzake de eerbiediging van het recht van verdediging: het bestreden vonnis verklaart ten onrechte het hoger beroep van de eisers vervallen wegens afwezigheid van een grievenformulier; de eisers hebben over dit ambtshalve opgeworpen middel, gestoeld op de schending van artikel 204 Wetboek van Strafvordering, geen verweer kunnen voeren.

2. Noch artikel 6, 1. EVRM noch het algemene rechtsbeginsel van het recht van verdediging vereisen dat de strafrechter die een rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen verklaart, de partij die dit rechtsmiddel heeft ingesteld daarover voorafgaandelijk moet horen. De partijen in strafzaken worden geacht de vereiste voorwaarden voor het instellen van een rechtsmiddel te kennen en na te leven. Zij moeten bij hun verdediging ermee rekening houden dat de strafrechter een rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen zal verklaren indien aan de in acht te nemen voorwaarden niet is voldaan.

Die regel kent een uitzondering indien, gelet op de concrete omstandigheden van een zaak, de partij die een rechtsmiddel aanwendt onmogelijk kon verwachten dat de rechter het rechtsmiddel onontvankelijk of vervallen zou verklaren. In dat geval vereist het recht van verdediging dat de rechter de verschenen partij uitnodigt om verweer te voeren.

Die situatie doet zich voor wanneer de rechter het hoger beroep van een partij vervallen verklaart wegens afwezigheid van een grievenformulier terwijl deze partij wel tijdig een verklaring van hoger beroep heeft gedaan, op de rechtszitting aanwezig was en aldaar een debat ten gronde werd gevoerd, zonder dat de afwezigheid van enig grievenformulier werd opgeworpen.

3. Het bestreden vonnis stelt vast dat er in het strafdossier geen grievenformulier van de eisers aanwezig is en verklaart hun hoger beroep om deze reden vervallen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eisers tijdig een verklaring van hoger beroep hebben gedaan;

- zij op de rechtszitting van 23 maart 2017 een conclusie hebben neergelegd en toelichting hebben gegeven bij hun verzoek tot afstapping ter plaatse;

- de zaak op deze rechtszitting werd uitgesteld om de verweerders toe te laten schriftelijk te concluderen;

- de eisers op de rechtszitting van 27 april 2017 een nieuwe conclusie hebben neergelegd en opnieuw toelichting hebben gegeven bij hun voormeld verzoek;

- de eisers op geen van deze rechtszittingen in de gelegenheid werden gesteld verweer te voeren over de in het bestreden vonnis vastgestelde afwezigheid van een grievenformulier.

Door aldus te oordelen, schendt het bestreden vonnis artikel 6, 1. EVRM en miskent het het algemene rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het middel is gegrond.

Tweede middel
4. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eisers' hoger beroep vervallen verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de verwijzingsrechter.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Noot: 

Van Volsem, F., « Over de beperkte informatieplicht die rust op de vonnisrechter in strafzaken », R.A.B.G., 2018/1, p. 66-73

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 25/02/2018 - 15:56
Laatst aangepast op: do, 29/03/2018 - 20:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.