-A +A

Huurhernieuwing handelshuur weigering wegens hoger door derde - kennisgeving aan huurder dient mede-ondertekend door derde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 08/12/1994

In handelshuur kan de verhuurder de handelshuurvernieuwing weigeren wegens beter aanbod van een derde. In zijn kennisgeving van zijn weigering op die gronden dient de verhuurder de huurder deze gronden niet alleen te vermelden maar zijn brief dient ook mede-ondertekend te zijn door de derde die het beter bod formuleerde.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
854
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

N.V. P. t/ De W. en C.

Overwegende dat het beroep ertoe strekt door wijziging van het bestreden vonnis te horen zeggen voor recht dat de handelshuurovereenkomst, tussen partijen gesloten betreffende het pand, gelegen (...) van 1 december 1984 en 11 januari 1972, op 1 januari 1982 hernieuwd door het vonnis van 3 maart 1983, hernieuwd wordt op dezelfde voorwaarden en clausules als die bepaald in dat vonnis, en dit voor een periode van 1 januari 1992 tot en met 31 december 2000.

Overwegende dat appellante sinds 1 december 1964 een pand, thans eigendom van geïntimeerden, gelegen te (...) in huur heeft;

dat de handelshuurovereenkomst steeds hernieuwd is;

dat bij aangetekend schrijven van 30 juni 1990 appellante de huurhernieuwing heeft aangevraagd voor een periode van 9 opeenvolgende jaren;

dat geïntimeerden bij aangetekend schrijven van 24 september 1990 gewag maken van het aanbod van een derde, die volgens hen een jaarlijkse huurprijs van 1.200.000 frank aangeboden heeft;

dat appellante bij brief van 5 oktober 1990 geïntimeerden erop wees dat hun brief van 24 september 1990 niet beantwoordde aan de voorschriften van artikel 21 van de wet op de handelshuurovereenkomsten; dat op 18 oktober 1990 een fotokopie van het aanbod aan appellante werd bezorgd;

Overwegende dat de eerste rechter de vordering van appellante heeft afgewezen en het aanbod van de derde geldig heeft geacht en derhalve de huurovereenkomsten hernieuwd heeft op dezelfde voorwaarden als die van het vonnis van 3 maart 1983, uitgezonderd de jaarlijkse huurprijs, die werd opgetrokken tot 1.200.000 frank, van rechtswege indexeerbaar;

Overwegende dat de vraag tot huurhernieuwing, uitgaande van appellante, wel degelijk geldig is;

dat de brief evenwel verstuurd werd op 30 juni 1990;

dat de datum van kennisgeving echter belangrijk is, wat in casu op zijn vroegste 1 juli 1990 geweest kan zijn;

dat de aanvraag tot huurhernieuwing, gericht aan de lasthebber van geïntimeerden, in casu het vastgoedkantoor H. C. evenwel rechtsgeldig is;

dat geïntimeerden op de vraag tot huurhernieuwing geantwoord hebben, zodoende dat, indien er nietigheid zou zijn, deze relatief is en ingevolge het antwoord van geïntimeerden gedekt;

Overwegende dat artikel 21 van de Handelshuurwet bepaalt dat het aanbod van de derde ter kennis gebracht moet worden aan de huurder;

dat de bedoeling van de wetgever, door deze verplichting op te leggen, duidelijk is, namelijk het vermijden van oneerlijke praktijken van de verhuurder, die de bedoeling zou hebben de huurprijs te verhogen;

dat de huurder het recht heeft zich te kunnen vergewissen of het aanbod van deze derde werkelijk bestaat;

dat de brief van kennisgeving minstens medeondertekend moet zijn voor akkoord door de derde aanbieder, aangezien deze brief dan gelijk te stellen is met een door de betrokken partijen ondertekend derdenaanbod (Vred. Brugge, 26 oktober 1979, R.W., 1980-81, 1005);

Overwegende dat bij gebreke aan mededeling van het derdenaanbod of minstens bij gebreke van medeondertekening door de derde aanbieder van de kennisgeving ervan door de verhuurder, het niet bewezen is dat het derdenaanbod reeds bestond binnen de termijn van artikel 22, in fine, Handelshuurwet, waarin de verhuurder ervan kennis moet geven aan de huurder;

Overwegende dat het aanbod zonder waarde is, indien het niet ondertekend door de derde aanbieder en de mededeling vergezeld moet worden van het aanbod van de derde door hem ondertekend (La Haye en Vankerkhove, Les baux commerciaux, nrs. 1828-1829);

Overwegende dat de brief van 24 september 1990 van geïntimeerden enkel een eenzijdige mededeling bevat van een mogelijk aanbod van een derde, die een jaarlijkse huurprijs van 1.200.000 frank aangeboden zou hebben;

Overwegende dat er derhalve binnen drie maanden geen geldig aanbod is geweest; dat de voorwaarden van artikel 21 van de Wet op de handelshuurovereenkomsten niet zijn vervuld;

dat derhalve het aanbod van de N.V. S. als niet bestaande dient te worden beschouwd;

dat derhalve de verhuurder wettelijk wordt geacht met de hernieuwing van de huur onder de voorgestelde voorwaarden in te stemmen;

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 29/10/2017 - 11:41
Laatst aangepast op: zo, 29/10/2017 - 11:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.