-A +A

Huiszoeking in drugszaken vereiste aanwijzingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 11/03/2014
A.R.: 
P.14.0382.N

Artikel 6bis, derde lid, Drugswet vereist het voorafgaandelijk voorhanden zijn van ernstige en objectieve aanwijzingen dat lokalen dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen; het bestaan van dergelijke aanwijzingen vereist niet noodzakelijk verklaringen van meerdere personen, het bekend zijn van de identiteit van een getuige die informatie heeft verstrekt of de bevestiging van informatie door een langdurige observatie; de rechter oordeelt onaantastbaar of er ernstige en objectieve aanwijzingen zijn dat de bezochte lokalen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen dienden.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.14.0382.N
D A,
inverdenkinggestelde, aangehouden,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 februari 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6bis Drugswet: het arrest ver-werpt, net als de raadkamer, op al te summiere wijze de opgeworpen onregelma-tigheid van de op grond van artikel 6bis Drugswet door de procureur des Konings bevolen huiszoeking of geeft er minstens een verkeerde interpretatie aan; het gaat immers om een uitzonderingsmaatregel, die ernstige aanwijzingen vereist zoals een voldoende lange observatie, de verklaringen van een aantal personen of een vermoeden van opslag; het aanvankelijk proces-verbaal maakt enkel melding van door een niet nader geïdentificeerde buurtbewoner gemelde verdachte handelin-gen in de garage op het gelijkvloers van de eiser, zonder dat gewag wordt ge-maakt van een cannabisplantage of het vervaardigen van drugs; de buurtbewoner gaf enkel aan dat de lichtkoepels geblindeerd waren en er verluchtingskokers werden geplaatst; drie kortstondige observaties door de politie voegen daaraan niets toe; er waren dan ook geen afdoende elementen om een zoeking op grond van de voormelde bepaling te bevelen, zodat de huiszoeking nietig is en er geen enkel bewijselement tegen de eiser voorligt en het aanhoudingsbevel eveneens nietig is.

2. Artikel 6bis, derde lid, Drugswet bepaalt dat de officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe door de Koning aangewezen, te al-len tijde de lokalen mogen bezoeken welke dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen.

3. De toepassing van deze bepaling vereist het voorafgaandelijk voorhanden zijn van ernstige en objectieve aanwijzingen dat de lokalen dienen voor het ver-vaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stof-fen. Het bestaan van dergelijke aanwijzingen vereist niet noodzakelijk verklaringen van meerdere personen, het bekend zijn van de identiteit van een getuige die informatie heeft verstrekt of de bevestiging van informatie door een langdurige observatie.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

4. De rechter oordeelt onaantastbaar of er ernstige en objectieve aanwijzingen zijn dat de bezochte lokalen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in de Drugswet genoemde stoffen dienden.

In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbaar oordeel, is het niet ontvan-kelijk.

5. Met de redenen die het arrest bevat, verantwoorden de appelrechters naar recht de beslissing dat op grond van artikel 6bis Drugswet een zoeking kon wor-den uitgevoerd.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 61,11 euro.

Noot: 

Wanneer voorafgaandelijk aan de huiszoeking ernstige en objectieve aanwijzingen beschikken over het bestaan van een misdrijf met betrekking tot onrechtmatig bezit van verdovende middelen met het oog op verkoop ervan kan op basis van art 6bis Drugswet overgegaan tot een huiszoeking in om het even welke plaats die voor de verkoop of de aflevering van verdovende middelen is bestemd.

Cass. 4 januari 2006, NC 2007, 207, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch; Cass. 1 juni 2010, Arr.Cass. 2010, p. 1591, nr. 384; A. De Nauw, Drugs in APR, Mechelen, Kluwer, 2012, p. 122, nr. 172; W. Mahieu, “Drugs: opsporing en vervolging” in Comm.Straf., Mechelen, Kluwer, losbl., 2005, p. 9, nr. 16.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 07/07/2017 - 14:31
Laatst aangepast op: vr, 07/07/2017 - 14:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.