-A +A

Hoger Beroep met grievenformulier over loutere strafmaat kan niet tot herkwalificatie leiden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 30/03/2016

Wanneer in het grievenformulieren van het openbaar ministerie enkel een grief werd geformuleerd m.b.t. de strafmaat («niet passende beteugeling»), wordt vermeld heeft het hof in principe geen rechtsmacht om te oordelen over de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie tot herkwalificatie van bepaalde feiten.

Zulks belet niet dat het hof ambtshalve een grief van openbare orde kan opwerpen zoals bedoeld in art. 210, tweede lid Sv., zoals ingevoerd door art. 94 van de voormelde wet van 5 februari 2016, waardoor aldus en alsdan toch tot herkwalificatie van de feiten kan worden besloten op grond va deze ambtshalve grief.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
547
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Openbaar ministerie en L.N. e.a. t/ M.R. en M.H.

...

3.2. Er werd hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis van 2 maart 2016:

– op 3 maart 2016 door de beklaagde M.R. tegen al de beschikkingen;

– op 16 maart 2016 door het openbaar ministerie tegen de beklaagde M.R., tegen al de beschikkingen op strafrechtelijk gebied;

– op 25 maart 2016 door de beklaagde M.H., tegen al de beschikkingen op strafrechtelijk gebied;

– op 30 maart 2016 door het openbaar ministerie tegen de beklaagde M.H., tegen al de beschikkingen op strafrechtelijk gebied.

3.3. Er werd een verzoekschrift in de zin van art. 204 Sv. ingediend op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen afdeling Antwerpen

– op 7 maart 2016 door de beklaagde M.R.;

– op 16 maart 2016 door het openbaar ministerie;

– op 25 maart 2016 door de beklaagde M.H.;

– op 30 maart 2016 door het openbaar ministerie.

...

5. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de rechtsmiddelen en van de omvang van de hogere beroepen

5.1. Ontvankelijkheid van de hogere beroepen

1. De verklaringen van hoger beroep, zowel van de beklaagden M.R. en M.H. als van het openbaar ministerie, werden tijdig gedaan op de griffie van de rechtbank die het bestreden vonnis heeft gewezen.

2. Aangezien de hogere beroepen werden ingesteld na 1 maart 2016, is het nieuwe art. 204 Sv., zoals gewijzigd door art. 89 van de wet van 5 februari 2016 «tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie» (BS 19 februari 2016), van toepassing.

3. De raadsman van de beklaagde M.R. formuleert aan de hand van het bij KB van 18 februari 2016 tot uitvoering van art. 204, derde lid Sv. (BS 19 februari 2016) vastgestelde formulier, dat geldt als verzoekschrift in de zin van art. 204 Sv. en dat ondertekend werd door zijn advocaat, enkel een grief m.b.t. de strafmaat. Op burgerlijk gebied werden er geen grieven vermeld in het verzoekschrift.

Het verzoekschrift van de beklaagde M.R., zoals bedoeld in art. 204 Sv., werd tijdig ingediend ter griffie van de rechtbank die het bestreden vonnis heeft gewezen en de daarin bepaalde grief is nauwkeurig.

4. De raadsman van de beklaagde M.H. formuleert aan de hand van het grievenformulier, dat geldt als verzoekschrift in de zin van art. 204 Sv. en dat werd ondertekend door zijn advocaat, drie grieven. Deze grieven werden nauwkeurig geformuleerd.

Het verzoekschrift van de beklaagde M.H. zoals bedoeld in art. 204 Sv. werd tijdig ingediend ter griffie van de rechtbank die het bestreden vonnis heeft gewezen en de daarin bepaalde grieven zijn nauwkeurig, met uitzondering van de grief aangekruist in rubriek 1.3 «voorschriften betreffende de rechtspleging». Deze grief is onnauwkeurig, zodat het hof deze niet dient te beantwoorden.

5. Het openbaar ministerie formuleert op 16 maart 2016 en 30 maart 2016 aan de hand van voorgedrukte formulieren enkel een grief m.b.t. de strafmaat die aan beklaagden werd opgelegd («niet passende beteugeling»).

De verzoekschriften van het openbaar ministerie zoals bedoeld in art. 204 Sv., werden tijdig ingediend ter griffie van de rechtbank die het bestreden vonnis heeft gewezen en de daarin bepaalde grieven zijn nauwkeurig.

6. Gelet op het bovenstaande zijn de hogere beroepen van de beklaagden M.R. en M.H. en van het openbaar ministerie regelmatig naar vorm en ontvankelijk.

5.2. Omvang van de hogere beroepen

Rekening houdend met de grievenformulieren van het openbaar ministerie van 16 maart 2016 en 30 maart 2016, waarbij enkel een grief werd geformuleerd m.b.t. de strafmaat («niet passende beteugeling»), had het hof in principe geen rechtsmacht om te oordelen over de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie tot herkwalificatie van bepaalde feiten, zoals neergelegd ter zitting van het hof van 2 juni 2016.

Het hof heeft echter ambtshalve één grief van openbare orde opgeworpen zoals bedoeld in art. 210, tweede lid Sv., zoals ingevoerd door art. 94 van de voormelde wet van 5 februari 2016, namelijk de mogelijke herkwalificatie van de feiten zoals vermeld in de schriftelijke vordering die door het openbaar ministerie ter zitting van 2 juni 2016 werd neergelegd.

Gelet op de overwegingen onder rubriek 5.1 van dit arrest en rekening houdend met de ambtshalve grief van het hof zoals hierboven vermeld, is de rechtsmacht van het hof daarom beperkt tot de beoordeling van de volgende beschikkingen van het bestreden vonnis:

– m.b.t. de beklaagde M.R.: de eventuele herkwalificatie van de feiten A., B. en E.I. van zaak I. (toevoeging van verzwarende omstandigheden) en van feit G. naar verkrachting en de strafmaat;

– m.b.t. de beklaagde M.H.: de eventuele herkwalificatie van de feiten A. en B. van zaak I. (toevoeging van verzwarende omstandigheden), de strafmaat en het niet toepassen van het gevraagde gewoon uitstel/probatie-uitstel/gewone opschorting/probatie-opschorting.

Aangezien beklaagde M.R. op 3 maart 2016 een verklaring van hoger beroep heeft gedaan tegen alle beschikkingen van het vonnis, maar het grievenformulier van 7 maart 2016 géén grief vermeldt tegen de beschikkingen op burgerlijk gebied, is het hoger beroep op burgerlijk gebied weliswaar ontvankelijk, maar heeft het hof geen rechtsmacht om te oordelen op burgerlijk gebied voor wat de beklaagde M.R. betreft.

De beklaagde M.H. heeft in zijn verklaring van hoger beroep van 25 maart 2016 enkel hoger beroep aangetekend tegen de beschikkingen op strafrechtelijk gebied, zodat het hof evenmin rechtsmacht heeft om te oordelen op burgerlijk gebied voor wat de beklaagde M.H. betreft.

Aangezien het hof geen rechtsmacht heeft om te oordelen op burgerlijk gebied, kan het hof geen uitspraak doen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het incidenteel beroep van de burgerlijke partij C.N.

6. Beoordeling

6.1. Omschrijving van de feiten

Het hof heeft ter zitting van 2 juni 2016 ter kennis gebracht van de beklaagden dat zij zich tevens dienen te verdedigen op de feiten zoals die mogelijk geherkwalificeerd dienen te worden voor wat betreft tenlastelegging A., B. en E.I. van zaak I. (toevoeging van verzwarende omstandigheden) en van feit G. naar verkrachting.

De feiten op zich zijn hierdoor niet gewijzigd.

De beklaagden hebben de gelegenheid gekregen hun verweermiddelen desbetreffend naar voren te brengen.

Rekening houdend met de inhoud van het strafdossier, dienen de hiernavolgende feiten als volgt te worden geherkwalificeerd:

Zaak I: tenlastelegging A.

A.I.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (art. 471 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen;

A.II.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was;

A.III.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was;

A.IV.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was;

A.V.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was

Zaak I: tenlastelegging B.

B.I.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was;

B.II.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was;

B.III.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was.

Zaak I: tenlastelegging E.

E.I.: aanvullen met de verzwarende omstandigheden (artt. 471 en 472 Sw.): bij nacht, door twee of meer personen, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was.

De feiten van tenlastelegging G.I. betreffen een tongkus die tot tweemaal toe ongewenst werd gegeven door beklaagde M.R. aan de minderjarige F.R. nadat beklaagde M.R. haar een beperkte som geld had afgeperst met wapenvertoon.

Tijdens de beperking van het wetsontwerp in de Senaat werd betoogd dat deze vorm van penetratie (een opgedrongen tongkus) niet begrepen kan worden onder het door de wetgever bedoelde begrip «verkrachting» (Parl.St. Senaat, 1981-82, nr. 306/3, p. 4).

Rekening houdende met de omstandigheden waarin de feiten plaatsvonden, is het hof van oordeel dat de feiten correct gekwalificeerd werden als aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar zodat er geen herkwalificatie van de feiten tenlastelegging G.I. naar de misdaad verkrachting dient te gebeuren.

...

NOOT – 1. Cf. E. Van Dooren en M. Rozie, «Het hoger beroep in strafzaken in een nieuw kleedje», NC 2016, (115), p. 125, nr. 25 in fine en p. 128, nr. 33; S. Van Overbeke, «Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II») (tweede deel)», RW 2015-16, (1442), p. 1454, nr. 63 en p. 1451, nr. 53.

2. Zie m.b.t. de strafrechtelijke kwalificatie van een opgedrongen tongkus echter: Brussel 8 april 1998, RW 1998-99, 505, noot A. Vandeplas, alsook de reactie op deze annotatie en het wederantwoord in RW 1998-99, 791; I. Delbrouck, «Aanranding van de eerbaarheid – het misdrijf» in Comm. Straf., Mechelen, Kluwer, p. 8, nr. 16; L. Stevens, Strafrecht en seksualiteit. De misdrijven inzake aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, ontucht, prostitutie, seksreclame, zedenschennis en overspel, Antwerpen, Intersentia, 2002, p. 453-454, nr. 412. Vgl. evenwel Cass. 26 maart 2014, RDP 2014, 803, conclusie advocaat-generaal R. Loop.

3. Tegen bovenstaand arrest werd geen cassatieberoep ingesteld.

Noot: 

Bart Meganck, Grieven in hoger beroep en de revival van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: nauwkeurig is niet overdreven formalistisch en niet
overdreven soepel in te vullen, Tijdschrift voor Strafrecht 2017/2, 139 aanvulling op de noot die in het nummer 2017/1 van het Tijdschrift voor Strafrecht verscheen bij het arrest van 18 oktober 2016 van het Hof van Cassatie.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 29/11/2017 - 13:12
Laatst aangepast op: wo, 29/11/2017 - 13:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.