-A +A

Hoger beroep door de syndicus zonder machtiging van de mede-eigenaars

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 03/10/2016

Een syndicus kan hoger beroep instellen zonder voorafgaande machtiging van de VME, vereniging van mede-eigenaars, mts de beslissing tot het instellen van hoger beroep hierna en zo vlug mogelijk door de VME wordt bekrachtigd.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017
Pagina: 
450
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Uittreksel:

De beslissing om hoger beroep in te stellen is meer dan een voorlopige maatregel of een daad van voorlopig beheer in de zin van artikel 577-8 en artikel vier, ten vierde Burgerlijk Wetboek en is ook niet begrepen in de vertegenwoordiging van de vereniging van mede-eigenaars zoals bedoeld in artikel 577,8 en vier, ten zesde Burgerlijk Wetboek.

Voor het aantekenen van hoger beroep namens de vereniging van mede-eigenaars is dan ook een beslissing nodig van het daartoe bevoegde orgaan zijnde de algemene vergadering.

Wanneer een dergelijke beslissing in een procedure niet voorligt kan er evenwel niet worden besloten tot de niet ontvankelijkheid van het hoger beroep, nu in het uitzonderlijk geval een artikel 577-8 en artikel vier, ten vierde Burgerlijk Wetboek, dat is uniek is toelaat alle bewarende maatregelen te nemen en ook alle daden van eenvoudig behoud te stellen, de syndicus de bevoegdheid heeft om zelf op te treden.

Het door de syndicus namens de vereniging van mede-eigenaars ingestelde rechtsmiddel zonder voorafgaande machtiging daartoe door de algemene vergadering dient dan evenwel zo snel mogelijk te worden bekrachtigd door de vereniging van mede-eigenaars.

Noot: 

Het belang van een rechtspersoon: Rb. Brussel 22 januari 2010, met noot, RW 2010-2011, 1480

Hoewel er geen eensgezindheid bestaat over de definitie van het begrip belang, kan het belang worden gedefinieerd als ieder materieel of moreel – daadwerkelijk, maar niet theoretisch – voordeel dat de eiser kon halen uit de vordering die hij instelde, op het ogenblik waarop hij die vordering aanhangig maakte, zelfs zo de erkenning van het recht, de ontleding of de ernst van de schade slechts komen vast te staan op het ogenblik van de uitspraak van het vonnis (P. Vanlersberghe, «Artikel 17 Ger.W.» in Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2002, (1), p. 9, nr. 7).

Het belang moet rechtstreeks en persoonlijk zijn. Om in rechte te kunnen optreden, moet men rechtstreeks en persoonlijk zijn geraakt in zijn eigen belangen.

Het belang van een rechtspersoon is datgene wat zijn bestaan, zijn materiële goederen en morele rechten, inzonderheid zijn vermogen, eer en goede naam raakt (zie o.m.: Cass. 19 september 1996, Arr. Cass. 1996, 775). Het Hof van Cassatie hanteert een strikte opvatting. Het enkele feit dat de rechtspersoon een bepaald doel, ook al is het statutair, nastreeft, doet volgens het Hof van Cassatie het eigen belang, waarvan die persoon moet doen blijken om een rechtsvordering in te stellen, niet ontstaan. De krenking van de individuele belangen van de leden levert evenmin een persoonlijk belang op van de vereniging.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 25/06/2017 - 12:17
Laatst aangepast op: zo, 25/06/2017 - 12:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.