-A +A

Hoger Beroep - Begripsomschrijving grief

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 18/04/2017
A.R.: 
P.17.0031.N

Een grief in de zin van dat artikel is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt. Niet vereist is dat de appellant in zijn verzoekschrift of zijn grievenformulier reeds opgave doet van de redenen waarom hij die hervorming vraagt.

De appelrechter oordeelt onaantastbaar in feite of de grieven die in het verzoekschrift of het grievenformulier zijn opgegeven, voldoende nauwkeurig zijn. Het Hof gaat evenwel na of de appelrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

Uit de enkele omstandigheid dat een appellant aanduidt dat zijn grieven betrekking hebben op alle beslissingen van het beroepen vonnis, kan niet worden afgeleid dat die grieven niet nauwkeurig zijn.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/13
Pagina: 
1081
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(J.E.E.H. - Rolnr.: P.17.0031.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 6 december 2016.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Middel
Eerste onderdeel
1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiser ten onrechte vervallen bij gebrek aan rechtsgeldig grievenformulier; de eiser heeft in het grievenformulier bij de rubriek “1.12 andere” onder de hoofding “1. strafgebied” de woorden “alle beschikkingen” vermeld; aangezien de eiser slechts wegens één telastlegging tot straf was veroordeeld en er geen burgerrechtelijk aspect aan de orde was, was het voor de appelrechters duidelijk dat eisers grieven betrekking hadden op elke afzonderlijke beslissing die het beroepen vonnis ten nadele van de eiser bevatte, namelijk de schuldigverklaring en de strafmaat; door te oordelen dat de eiser een reden tot ontevredenheid met de beslissing van het beroepen vonnis moest preciseren, voegt het bestreden vonnis wederrechtelijk voorwaarden toe aan het voormelde artikel.

2. Krachtens artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt het verzoekschrift, op straffe van verval van het hoger beroep, nauwkeurig de tegen het vonnis ingebrachte grieven, met inbegrip van de procedurele grieven. Daartoe kan een formulier worden gebruikt waarvan het model wordt bepaald door de Koning.

3. Een grief in de zin van dat artikel is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt. Niet vereist is dat de appellant in zijn verzoekschrift of zijn grievenformulier reeds opgave doet van de redenen waarom hij die hervorming vraagt.

4. De appelrechter oordeelt onaantastbaar in feite of de grieven die in het verzoekschrift of het grievenformulier zijn opgegeven, voldoende nauwkeurig zijn. Het Hof gaat evenwel na of de appelrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

5. Uit de enkele omstandigheid dat een appellant aanduidt dat zijn grieven betrekking hebben op alle beslissingen van het beroepen vonnis, kan niet worden afgeleid dat die grieven niet nauwkeurig zijn.

6. Het beroepen vonnis veroordeelt de eiser wegens een snelheidsovertreding tot een geldboete, een rijverbod, de kosten van de strafvordering met inbegrip van de in artikel 91, tweede lid tarief strafzaken bepaalde vergoeding en een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Dit zijn de enige voor de eiser nadelige beslissingen die dat vonnis bevat. De vermelding in het grievenformulier dat eisers grieven gericht zijn tegen “alle beschikkingen” van het beroepen vonnis, kan dan ook niet anders worden begrepen dan dat daarmee de hervorming wordt gevraagd van de specifieke beslissingen van dat vonnis die verband houden met eisers schuldigverklaring en de hem opgelegde straf.

7. Het bestreden vonnis oordeelt:

“De rechtbank stelt vast dat [de eiser] in dit geval helemaal geen grief heeft geformuleerd. [De eiser] geeft niet aan welk bezwaar hij had tegen de beslissing. Hij preciseerde geen reden tot ontevredenheid met de beslissing van de eerste rechter. Hij gaf niet aan in welk onderdeel het bestreden vonnis moet worden veranderd. Het feit dat in casu slechts één tenlastelegging aan de orde is, doet hieraan geen afbreuk. (…)

De rechtbank is van oordeel dat, rekening houdende met de wil van de wetgever en gelet op de doelstellingen nagestreefd door de recente wetswijzigingen inzake het instellen van hoger beroep in strafzaken en het formuleren van nauwkeurige grieven op straffe van verval, het verzuim in hoofde van [de eiser] om enige grief kenbaar te maken - laat staan een nauwkeurig omschreven grief - in dit geval het verval van het ingestelde hoger beroep als gevolg heeft.”

Aldus verantwoordt dat vonnis de beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel
8. Het onderdeel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze over aan de verwijzingsrechter. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld.

 

 

Noot: 

• De Pauw, W., « Laattijdige neerlegging grievenschrift en overmacht », R.A.B.G., 2017/13, p. 1049-1051

• S. Van Overbeke, “Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie - deel 2”, RW 2015-16, 1446.

• Voor een overzicht: A. Vandeplas, “Over verzet in strafzaken”, RW 1972-73, 1807.

Rechtspraak

• Cass. 12 januari 2012, C.10.0683.N; Cass. 13 januari 2004, P.03.0860.N.
• Cass. 11 april 1990, Arr.Cass. 1989-90, nr. 481.
• Cass. 12 februari 2013, P.12.0685.N.
• Cass. 9 november 2011, P.11.1027.F.
• EHRM, Czekalla / Portugal, 2002.

Uittreksel uit Omzendbrief college procureurs-generaal na vernietigingsarrest van Potpourri II 148/2017 van het grondwettelijk hof

"2 Artikel 204 van het Wetboek van strafvordering (vervangen bij artikel 89 van de wet van 5 februari 2016)

2.1 Het begrip "grief' binnen het raam van het aantekenen van hoger beroep

Het Grondwettelijk Hof verwijst naar de veelvuldige cassatierechtspraak in verband met het begrip "grief' in de zin van artikel 204 Sv.In essentie wordt de nadruk erop gelegd dat een "grief' tegen een vonnis moet preciseren op welke tenlastelegging ze betrekking heeft en dat voldoende nauwkeurig moet doen zodat dit de appelrechters en de partijen toelaat om de beslissing of de beslissingen die de appellant wil laten hervormen met zekerheid te bepalen.

Het Hof van Cassatie verwees in zijn rechtspraak betreffende artikel 204 Sv. naar art. 6.1 EVRM. Uit die bepaling volgt dat de lidstaten het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk mogen maken van voorwaarden, maar dat bij de toepassing van die voorwaarden de rechter niet overdreven formalistisch mag zijn zodat de billijkheid van de procedure wordt aangetast of overdreven soepel zodat de opgelegde voorwaarden inhoudsloos worden24• Verder heeft het Hof van Cassatie herhaalde malen onderstreept dat artikel 204 Sv. niet voorschrijft dat de appellant in zijn verzoekschrift of grievenformulier de redenen van zijn hoger beroep of de middelen die hij wil aanvoeren om de hervorming van de beslissing te verkrijgen zou opgeven25• Het begrip "grief' valt bijgevolg niet samen met het begrip "middel".

Het Grondwettelijk Hof besluit dat de bestreden bepaling voorschrijft dat de appellant in zijn verzoekschrift de onderdelen van het vonnis in eerste aanleg aanwijst die hij wil laten hervormen en niet de argumenten die hij daartoe wenst aan te voeren, en stelt (B.45.2):

"Bijgevolg belet de bestreden bepaling niet dat de appellant voor het eerst in hoger beroep en in de loop van de procedure, de middelen aanvoert die hij geschikt acht om de hervorming te verkrijgen van de in eerste aanleg gewezen beslissing met inbegrip, in voorkomend geval, van de overschrijding van de redelijke termijn, of nog, een omkering van de rechtspraak tussen eerste en tweede aanleg".

3 Waarde van een interpretatie van het Grondwettelijk Hof

Er wordt aan herinnerd dat wanneer het Grondwettelijk Hof een beroep tot nietigverklaring verwerpt, gelet op een bepaalde interpretatie van de bestreden wetsbepaling, die interpretatie een door het Hof beslecht rechtspunt is, waaraan de rechtscolleges op grond van artikel 9, § 2 van de bijzondere wet gebonden zijn. De rechtscolleges zijn derhalve ertoe gebonden die bepaling toe te passen in de interpretatie die met de Grondwet bestaanbaar is bevonden."

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/12/2017 - 13:34
Laatst aangepast op: vr, 06/04/2018 - 15:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.