-A +A

Hoe kan je tegen een dode hoger beroep aantekenen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Luik
Datum van de uitspraak: 
don, 18/12/2014

De rechten van een overleden persoon gaan over op zijn rechtsopvolgers die hoger beroep kunnen instellen in een  zaak waarin de overledene partij was.

Doordat een overleden partij geen hoedanigheid heeft kan zij geen hoger beroep instellen. Een recht op hoger beroep voor de overleden partij kan evenmin artikel 815 Ger.W.verlenen.

Wanneer de partij tegen wie men hoger beroep wenst in te stellen overleden is, dient het hoger beroep gericht te worden tegen de rechtsopvolgers onder algemene titel op straffe van ontoelaatbaarheid van het hoger beroep, tenzij de appellant van dit overlijden niet op de hoogte kon zijn.

Ook wie hoger beroep instelt tegen een reeds overleden partij botst op onontvankelijkheid.

De oplossing is de gedinghervatting. De gedingshervatting is de tussenkomst van de rechtsopvolgers, indien vóór en tijdens het instellen van het hoger beroep namens de overleden partij geen rechtshandelingen meer waren gesteld.
De gedinghervatting regulariseert aldus een onregelmatig hoger beroep (art. 816 Ger.W.).

De rechtsopvolgers van een overleden partij die ten onrechte weigeren vrijwillig het geding te hervatten, moeten de nodeloze kosten van de navolgende betekening van het beroepen vonnis en een daarop aansluitend tweede hoger beroep dragen.
 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2016
Pagina: 
352
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Gent 7 januari 2016, NjW 2016, 350.

S.D.S., [ ... ] appellante [ ... ]

tegen

1. K.D.S. [ ... ]

eerste geïntimeerde [ ... ] 2.A.D.S. [ ... ]

tweede geïntimeerde [ ... ] 3.F.D.S. [ ... ]

derde geïntimeerde 4.D.D.S.[ ... ]

vierde geïntimeerde

[ ... ]

en in de daarmee samengevoegde zaak

[ ... ]

van

S.D.S. [ ... ] appellante[ ... ]

tegen

1. K.D.S. [ ... ]

eerste geïntimeerde [ ... ] 2.A.D.S. [ ... ]

tweede geïntimeerde [ ... ]

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 17 december 2013 stelt S.D.S. hoger beroep in tegen het vonnis van 4 oktober 2013.

S.D.S. richt haar hoger beroep tegen (1) K.D.S. en A.D.S., (2) F.D.S. en (3) D.D.S.

[ ... ]

2. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 4 september 2014 stelt S.D.S. eens te meer hoger beroep in tegen het vonnis van 4 oktober 2013. S.D.S. richt haar hoger beroep (met hetzelfde voorwerp als het eerste hoger beroep) nu tegen K.D.S. en A.D.S. als rechtsopvolgers van F.D.S., die op 1 oktober 2013 is overleden.

[ ... ]

IV. BEOORDELING

A. Ontvankelijkheid

1. De hogere beroepen zijn tijdig en regelmatig ingesteld en vanuit die optiek ontvankelijk (artt. 1051, 1056, sub 2° en 1057 Ger.W.).

2. K.D.S. en A.D.S. stellen terecht dat het eerste hoger beroep van S.D.S., daar waar het mede is gericht tegen F.D.S., onontvankelijk is.

F.D.S. is enkele dagen vóór de uitspraak van het beroepen vonnis van 4 oktober 2013 overleden op 1 oktober 2013.

Het overlijden van een procespartij blijft weliswaar zonder gevolg totdat van dit overlijden (mede) aan de tegenpartij(en) is kennis gegeven (art. 815 Ger.W.).

Dit geldt echter slechts wat betreft de eerstelijnsrechtpleging zoals afgesloten met het beroepen vonnis.

Artikel 815 Ger.W. betekent niet dat tegen een reeds (vóór het instellen van hoger beroep) overleden partij hoger beroep kan worden ingesteld. Een overleden partij ontbeert hoe dan ook hoedanigheid als geïntimeerde. Het hoger beroep ingesteld tegen een reeds overleden partij is onontvankelijk. Gedinghervatting (tussenkomst als rechtsopvolgers) kon evenwel verhelpen, nu vóór en tijdens het instellen van hoger beroep namens F.D.S. geen rechtshandelingen meer waren gesteld (Antwerpen 15 september 1998, P&B 1999, 250; S. Cnudde, "Commentaar bij art. 815 Ger.W.", Comm. Pers. 2014, 17, nr. 13). Anders dan K.D.S. en A.D.S. voordoen, zou gedinghervatting (tussenkomst als rechtsopvolgers) in die optiek kunnen dienen tot regularisatie van een onregelmatig hoger beroep.

In de gegeven omstandigheden kwam het K.D.S. en A.D.S. als rechtsopvolgers van F.D.S. toe om het (gelet op het verzoekschrift tot hoger beroep van 17 december 2013) in hoger beroep hangende geding te hervatten (art. 816 Ger.W.). Daar waar zij blijkbaar weigerden vrijwillig het geding te hervatten, vertonen (1) de kosten van de navolgende betekening van het beroepen vonnis (bij gerechtsdeurwaardersexploot van 4 augustus 2014) en (2) het tweede hoger beroep (overeenkomstig het verzoekschrift tot hoger beroep van 4 september 2014) een nutteloos karakter.

De aldus ingevolge het nalatige/ foutieve toedoen van K.D.S. en A.D.S. nutteloos blootgestelde kosten zijn te hunnen laste, ongeacht de verdere uitkomst van onderhavig geding. De betekening van het beroepen vonnis (bij gerechtsdeurwaardersexploot van 4 augustus 2014) was niet meer nodig, gelet op het reeds hangende eerste hoger beroep (bij verzoekschrift van 17 september 2013). Het tweede hoger beroep (bij verzoekschrift van 4 september 2014) was evenmin nodig, aangezien K.D.S. en A.D.S. het reeds in hoger beroep hangende geding konden hervatten.

De betekeningskosten van 4 augustus 2014 en de beroepsaktekosten van 4 september 2014 zijn sowieso ten laste van K.D.S. en A.D.S.

[ ... ]

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

[ ... ]

verklaart het eerste hoger beroep [ ... ], daar waar het mede is gericht tegen F.D.S., onontvankelijk,

verklaart de hogere beroepen voorts ontvankelijk doch ongegrond,

bevestigt zodoende, gelet op de grenzen waarbinnen het is beroepen, het vonnis van 4 oktober 2013,

zegt voor recht dat de betekeningskosten van 4 augustus 2014 ten laste blijven van K.D.S. en A.D.S.,

veroordeelt K.D.S. en A.D.S. tot betaling aan S.D.S. van de door haar blootgestelde beroepsaktekosten van 4 september 2014,

[ ... ]

Noot Cladia Van Severen Gedinghervatting tot regularisatie van een onregelmatig hoger beroep, NJW2016, 352

 

Noot: 

Hof van Beroep te Antwerpen, 7e Kamer – 7 februari 2017, RW 2017-2018, 1584

Samenvatting

Wanneer de partij tegen wie men hoger beroep wenst in te stellen overleden is, dient het hoger beroep gericht te worden tegen de rechtsopvolgers onder algemene titel op straffe van ontoelaatbaarheid van het hoger beroep, tenzij de appellant van dit overlijden niet op de hoogte kon zijn.

Tekst arrest

A.J. t/ M.J. e.a.

...

1. Feiten

Appellante, Anna J., is de dochter van Augustinus J., oorspronkelijk eisende partij, van wie appellante samen met geïntimeerden en de gedwongen tussenkomende partij de erfgenamen zijn.

Op 10 februari 2006 werd door middel van een handgeschreven volmacht op naam van Anna J. 12.000 euro in contanten opgenomen van de rekening van Augustinus J. in het bankkantoor te H.

Augustinus J. voerde aan dat hij deze transactie pas begin 2008 heeft ontdekt en dat hij nooit de toestemming heeft gegeven om deze gelden af te halen. De volmacht zou hij nooit geschreven en/of ondertekend hebben. Hij meende dat Anna J. deze gelden heeft ontvreemd en legde strafklacht neer. Deze klacht werd geseponeerd.

Op 28 maart 2011 ging Augustinus J. over tot dagvaarding van Anna J. voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout.

2. Voorafgaande rechtspleging

De vordering van Augustinus J. strekte tot terugbetaling van het bedrag van 12.000 euro, te vermeerderen met de verwijlintresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 10 februari 2006, datum van ontvreemding en ingebruikname van de fondsen, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

Bij tussenvonnis van 15 december 2011 werd de vordering van Augustinus J. ontvankelijk verklaard en werd, alvorens recht te doen, een schriftonderzoek bevolen m.b.t. de volmacht en de kwitantie die voorkomen als bijlagen A2 en A3 in het strafdossier (...).

Bij tussenvonnis van 23 februari 2012 werd de h. V. aangesteld als gerechtsdeskundige met opdracht over te gaan tot het schriftonderzoek van voormelde stukken.

De gerechtsdeskundige heeft zijn verslag op 1 juni 2012 neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout.

Op 4 december 2012 heeft Anna J. Rosa J., Maria J. en Josée J. in tussenkomst en vrijwaring gedagvaard.

Bij vonnis gewezen op 7 februari 2013 werd de vordering van Augustinus J. gegrond verklaard. Anna J. werd veroordeeld om aan Augustinus J. te betalen de som van 12.000 euro, te vermeerderen met de interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 10 februari 2006 tot op de datum van het vonnis, de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf dan tot op de dag van de algehele betaling en de kosten van het geding. De behandeling van de tusseneis werd naar de bijzondere rol verzonden, aangezien hij niet in staat van wijzen was.

Bij vonnis gewezen op 5 februari 2015 werden de tussenvorderingen van Anna J. ontvankelijk, maar ongegrond verklaard. (...).

3. Vorderingen in hoger beroep

Met verzoekschrift van 30 juni 2015 tekende Anna J. hoger beroep aan tegen het op 7 februari 2013 gewezen vonnis. Dit verzoekschrift werd betekend aan Rosa J., Maria J., Josée J., Leo J. en Daniël J., in hun hoedanigheid van erfgenaam van wijlen Augustinus J., overleden op 8 april 2013. Het hoger beroep strekt ertoe, bij hervorming van het bestreden vonnis, de oorspronkelijke vordering van wijlen Augustinus J. ontvankelijk, maar ongegrond te verklaren.

Op 23 februari 2016 heeft Anna J. André J. gedagvaard in tussenkomst en gemeenverklaring van het te wijzen arrest.

De geïntimeerden en de in tussenkomst en vrijwaring gedagvaarde partij besluiten tot de onontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het hoger beroep (...).

4. Beoordeling

4.1. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

4.1.1. Het bestreden vonnis werd betekend op verzoek van Josée J. en Maria J. aan Anna J. bij exploot van 10 september 2015.

Geïntimeerden en de in tussenkomst en vrijwaring gedaagde partij stellen dat het hoger beroep onontvankelijk is, aangezien:

– Anna J. geen belang heeft om hoger beroep in te stellen, aangezien zij ingevolge het overlijden van haar vader zelf gerechtigd is in diens nalatenschap;

– het hoger beroep niet is gericht tegen alle erfgenamen/rechtsopvolgers.

4.1.2. Anna J., die werd veroordeeld in het bestreden vonnis, heeft wel degelijk belang om hoger beroep in te stellen tegen dit vonnis. Het feit dat zij medegerechtigd is in de nalatenschap van haar vader, Augustinus J., oorspronkelijke eiser, doet hieraan geen afbreuk.

4.1.3. Wanneer de partij tegen wie men hoger beroep wenst in te stellen overleden is, dient het hoger beroep gericht te worden tegen de rechtsopvolgers onder algemene titel op straffe van ontoelaatbaarheid van het hoger beroep, tenzij de appellant van dit overlijden niet op de hoogte kon zijn.

In casu staat het vast dat Anna J. op het ogenblik dat hoger beroep werd ingesteld, namelijk op 30 juni 2015, ervan op de hoogte was dat haar vader op 8 april 2013 was overleden.

Het hof stelt vast dat het verzoekschrift waarmee hoger beroep werd ingesteld op 30 juni 2015 niet werd gericht aan alle rechtsopvolgers ten algemenen titel/erfgenamen van Augustinus J., aangezien het beroepsverzoekschrift niet werd betekend aan André J., die eveneens rechtsopvolger ten algemenen titel van wijlen Augustinus J. is.

De dagvaarding in tussenkomst en gemeenverklaring van 23 februari 2016 – die beschouwd kan worden als een navolgend hoger beroep, aangezien ten aanzien van André J. eveneens de afwijking van de oorspronkelijke vordering wordt gevorderd – is laattijdig, gelet op de betekening van het bestreden vonnis ten aanzien van Anna J. op 10 september 2015, die de beroepstermijn van één maand deed ingaan.

Het hof komt derhalve tot het besluit dat het hoger beroep niet tijdig werd ingesteld ten aanzien van de juiste partij, zijnde alle erfgenamen van wijlen Augustinus J., oorspronkelijke eiser, zodat het hoger beroep onontvankelijk is.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 30/05/2016 - 16:42
Laatst aangepast op: za, 26/05/2018 - 20:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.