-A +A

Het misdrijf foltering dient niet gericht zijn op een doel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Correctionele Rechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
vri, 30/01/2015
A.R.: 
AN30.LB.23277-14

De onmenselijke behandeling, die een constitutief bestanddeel van het misdrijf foltering betreft, zoals voorzien in artikel 417bis, 1°, omschrijft de doelen van het veroorzaken van het leed duidelijk exemplatief, zoals blijkt uit het gebruik van de woorden "onder meer". Dit stemt overeen met de memorie van toelichting van de wet van 14 juni 2002 die de artikelen inzake foltering in het strafwetboek heeft ingevoegd. Het doel van het toebrengen van het leed moet dan ook niet noodzakelijk overeenstemmen met één van de doelen vermeld in artikel 417bis van het strafwetboek en kan zelfs "gratuit" zijn. Gratuite foltering is foltering om het plezier of het machtsgevoel van te folteren, zonder de bedoeling te hebben geld, voorwerpen, informatie... te krijgen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat

V O N N I S

datum: 30.01.2015

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, AC5 kamer, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken:

Notitie nummer: AN30.LB.23277-14

in zake van HET OPENBAAR MINISTERIE:
en waarbij zich aangesloten heeft als burgerlijke partij ter zitting
dd. 23 januari 2015:

J. M.J.R.M.
wonende te 2000 Antwerpen, Stadswaag 17

S. B.B.E.
Matroos/scheepsjongen
Geboren te
Wonende te
Belg

AANGEHOUDEN

BETICHT VAN:

A. Te Antwerpen, tussen 12 februari 2014 en 16 februari 2014, meermaals op niet nader bepaalde data
J. M.J.R.M. aan foltering, zijnde elke opzettelijke, onmenselijke behandeling die hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden veroorzaakt, onderworpen te hebben, de foltering een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid, hetzij het volledig verlies van een orgaan of het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking, veroorzaakt hebbende;

B. Te Antwerpen, tussen 12 februari 2014 en 16 februari 2014, één of meerdere malen op niet nader bepaalde datum of data
De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van J. M.J.R.M., geboren te ... op ..., de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer, de verkrachting voorafgegaan door of gepaard gegaan zijnde met lichamelijke foltering of opsluiting;

C. Te Antwerpen, tussen 12 februari 2014 en 16 februari 2014, op niet nader bepaalde datum
Met behulp van geweld of bedreiging, vernieling of beschadiging van andermans roerende eigendommen, namelijk een binnendeur en IPAD, toebehorende aan J. M.J.R.M., te hebben gepleegd, in een bewoond huis of in de aanhorigheden ervan, namelijk in het appartement gelegen te ... bewoond door J. M.J.R.M. en met een van de omstandigheden van artikel 471 van het strafwetboek, gepleegd zijnde ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was;

D. Te Antwerpen, van 13 februari 2014 tot en met 15 februari 2014
Zonder een bevel van het gestelde gezag en buiten de gevallen waarin de wet de aanhouding of de gevangenhouding van bijzondere personen toelaat of voorschrijft, J. M.J.R.M. gevangen gehouden te hebben, de aangehouden of gevangen gehouden persoon met de dood bedreigd werd;

E. Te Antwerpen, op 15 februari 2014
Door middel van braak, inklimming of valse sleutels, ten nadele van J. M.J.R.M., een personenwagen van het merk Volkswagen type Golf met nummerplaat ... van onbepaalde waarde, die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben;

 

F. Te Antwerpen, op 15 februari 2014
Ten nadele van J. M.J.R.M., huissleutels, een 7-tal geheugenkaarten, een bankkaart Crelan en de autosleutels van de personenwagen het merk Volkswagen type Golf met nummerplaat ..., allen van onbepaalde waarde die hem niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben;

G. Bij samenhang te Kalken, in het gerechtelijk Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, op 15 februari 2014
Gepoogd te hebben, hetzij voor zichzelf, hetzij voor een ander, met het bedrieglijk opzet, een onrechtmatig economisch voordeel beogen te verwerven, door gegevens die werden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, door middel van een informaticasysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, het voornemen om de misdaad of het wanbedrijf te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of van dat wanbedrijf uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, namelijk door onrechtmatig gebruik gemaakt te hebben van de bankkaart met kaartnummer ... van J. M.J.R.M. bedrieglijk een elektronische betaling trachten te verrichten;
 

Gezien de artikelen 1, 2 en 3 der wet van 4 oktober 1867, gewijzigd door de wetten van 23 augustus 1919 en 19 maart 1956, alsmede de beschikking van de raadkamer van deze rechtbank dd. 31 oktober 2014 waarbij verzachtende omstandigheden werden aangenomen voor de feiten waarop criminele straffen zijn gesteld en houdende verwijzing naar de correctionele rechtbank van de beklaagde;

 

Gezien de stukken van het onderzoek;

Gehoord de burgerlijke partij in haar middelen en besluiten, vertegenwoordigd door meester V. Goetschalckx loco meester L. De Daele, beiden advocaat bij de balie te Antwerpen;

Gehoord het Openbaar Ministerie in zijn vordering;

Gehoord de beklaagde in zijn middelen van verdediging, bijgestaan door meester W. Bosschaerts, advocaat bij de balie te Antwerpen;
 

Beklaagde wordt vervolgd wegens de gevangenhouding, zware mishandeling en verkrachting van J. M. op haar appartement, alsmede wegens vernieling of beschadiging van roerende goederen van het slachtoffer met geweld en wegens het wegnemen, na de feiten van mishandeling, van haar voertuig, bankkaart, autosleutels, huissleutels en een 7-tal geheugenkaarten.

Beoordeling van de feiten

Tenlasteleggingen A, B en D

Het slachtoffer J. M. verklaart 3 dagen lang te zijn geslagen, verkracht, in de hals gesneden, vastgebonden door beklaagde. Zij zou tijdens de feiten meerdere malen hebben trachten te vluchten doch dit zou haar verhinderd zijn geweest door beklaagde. Tevens zou zij verschillende malen tijdelijk het bewustzijn hebben verloren.

De medische vaststellingen in het dossier bevestigen de verklaringen van het slachtoffer in verband met de haar toegebrachte slagen, het snijden in de hals, de verkrachtingen en het vastbinden. Uit de medische attesten en het verslag van deskundige professor dokter Werner Jacobs blijkt immers dat zij een hersenbloeding, neusbeenfractuur, klaplong, en ribcontusie had opgelopen, dat een tand was afgebroken, dat zij een snijwonde had in de hals, en dat zij multiple ecchymosen vertoonde ter hoogte van aangezicht, hals, voorarmen, mond, en knieën, alsmede schaafwonden aan aangezicht en knieën. Uit de bevindingen na toepassing van de set seksuele agressie blijkt tevens dat zij vaginale kneuzingen had, alsmede letsels aan de enkels ingevolge het vastbinden. Het relaas van de feiten door het slachtoffer wordt tevens bevestigd door de foto's van haar toestand onmiddellijk na de feiten alsmede door de foto's genomen op 13 februari 2014, die zij zelf aan de verbalisanten heeft overhandigd en die zij na de feiten zou hebben teruggevonden op haar eigen fototoestel. Ook de vaststellingen inzake de plaatsgesteldheid van het appartement van het slachtoffer na de feiten, en de op diverse plaatsen aangetroffen bloedvlekken, zijn overeenstemmend met het relaas van het slachtoffer omtrent datgene wat haar is overkomen. Het slachtoffer verkeerde volgens de medische bevindingen in levensgevaar na de feiten, de vastgestelde letsels passen volgens professor dokter Werner Jacobs bij zwaar stomp traumatisch geweld en het slachtoffer zal met zekerheid een zekere graad van blijvende arbeidsongeschiktheid aan de feiten overhouden.

De gevangenhouding van het slachtoffer wordt bevestigd door het terugvinden van de deurklink met contactsporen van beklaagde op het aanrecht in de keuken.

Dat beklaagde de dader is van de feiten blijkt uit de verklaringen van het slachtoffer en haar moeder, die beklaagde onmiddellijk na de feiten uit het appartement heeft zien wegvluchten, doch ook uit zijn eigen verklaring waaruit blijkt dat hij als enige met het slachtoffer aanwezig was tijdens de incriminatieperiode in het appartement, en uit het aangetroffen DNA van beklaagde op een bebloede trui met hemd in het appartement en op de deurklink.

Beklaagde verklaarde bij aantreffen dat hij zich van de feiten zelf niets herinnert. Hij zou wel de verwondingen bij het slachtoffer hebben vastgesteld op 13 februari 2014 en is dan nog tot 15 februari bij haar gebleven. Hij zou haar dan medicatie hebben gegeven en haar in bed hebben gelegd. Hij zou zijn weggegaan toen de buren zijn komen kloppen. Beklaagde ontkent ter zitting niet dat hij de dader is van de aan het slachtoffer toegebrachte slagen.Wel verklaart hij zeker te zijn dat er geen verkrachtingen hebben plaatsgevonden.

Onder tenlastelegging A wordt beklaagde vervolgd voor foltering die een blijvend letsel heeft veroorzaakt.

Beklaagde voert aan bij monde van zijn raadsman dat niet alle constitutieve bestanddelen van het misdrijf foltering bewezen zijn en vraagt een herkwalificatie naar slagen en verwondingen met blijvende arbeidsongeschiktheid. Met name zou niet zijn bewezen dat het leed werd toegebracht voor één van de doelen vermeld onder artikel 417bis, 2°, van het strafwetboek.

De rechtbank stelt echter vast dat artikel 417bis, 2°, de onmenselijke behandeling, die een constitutief bestanddeel van het misdrijf foltering betreft, zoals voorzien in artikel 417bis, 1°, omschrijft als "elke behandeling waardoor een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht, onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren".

De doelen van het veroorzaken van het leed worden dus duidelijk exemplatief omschreven, zoals blijkt uit het gebruik van de woorden "onder meer". Dit stemt overeen met de memorie van toelichting van de wet van 14 juni 2002 die de artikelen inzake foltering in het strafwetboek heeft ingevoegd, en waarin het volgende wordt gesteld: "De vereiste van bijzonder opzet, bedoeld in het Verdrag (tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing), moet ook worden geweerd uit de interpretatie van het nieuwe artikel 417bis. In het Verdrag wordt geëist dat het leed is toegebracht met een bijzonder doel : «met zulke oogmerken als om van hem of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan of waarvan hij of een derde wordt verdacht deze te hebben begaan, of hem of een derde te intimideren of ergens toe te dwingen dan wel om enigerlei reden gebaseerd op discriminatie van welke aard ook (...)».

Deze beperking strekt in hoofdzaak tot bestraffing van foltering aangewend door regeringen, met andere woorden met het oogmerk om hetzij bekentenissen of inlichtingen te verkrijgen van gedetineerden, dan wel om door middel van terreur een regime te vestigen.

Zowel uit de bewoordingen van de definitie als uit de voorbereidende werkzaamheden betreffende het Verdrag blijkt duidelijk dat «gratuite folteringen» niet worden bedoeld.

Zulks betekent evenwel niet dat niet alles in het werk moet worden gesteld opdat zij zouden ressorteren onder het toepassingsgebied van het begrip in het nationaal recht. Bijgevolg kan de Belgische rechter handelingen die hevig leed veroorzaken als «foltering» omschrijven, zelfs als de handelingen «gratuite folteringen» opleveren."

Weliswaar werd het misdrijf van foltering nauwkeuriger gedefinieerd in de loop van de parlementaire werkzaamheden dan in het oorspronkelijk ontwerp, doch op vermelde overweging in de memorie van toelichting is men nooit teruggekomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het doel van het toebrengen van het leed niet noodzakelijk moet overeenstemmen met één van de doelen vermeld in artikel 417bis van het strafwetboek.

Het staat vast dat de handelingen gesteld op het slachtoffer vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden bij haar hebben veroorzaakt, dat de slagen en vernederingen die zij heeft moeten ondergaan volstrekt mensonterend waren, en dat zowel het toebrengen van het leed als het ontmenselijkend karakter ervan met opzet hebben plaatsgevonden.

Dat de feiten de uitdrukking zijn van een bijzondere minachting van beklaagde voor het slachtoffer, blijkt uit de foto's die tijdens de feiten werden genomen van het slachtoffer dat weerloos, zwaar gewond en totaal vernederd op de grond lag; alleen beklaagde kan deze foto's hebben genomen. Ook de verzwarende omstandigheid van het blijvend letsel staat vast op grond van het verslag van de deskundige.

Met betrekking tot de duur van de feiten, voert beklaagde aan dat deze niet meer hebben plaatsgevonden na 13 februari 2014. De verklaringen van beklaagde worden echter niet bevestigd door objectieve elementen in het dossier en uitdrukkelijk tegengesproken door het slachtoffer.

De rechtbank hecht meer geloof aan de verklaringen van het slachtoffer, nu de verklaringen van het slachtoffer door verschillende objectieve elementen worden bevestigd, zoals hoger is vermeld, dan aan de verklaringen van beklaagde die weinig consistent zijn nu hij enerzijds stelt zich niets meer te herinneren doch anderzijds zeker zou zijn dat er geen verkrachting heeft plaatsgevonden, en nu zijn verklaring omtrent het beëindigen van de feiten strijdig is met het relaas van de moeder van het slachtoffer. De duur van de feiten is trouwens geen constitutief bestanddeel van het misdrijf van foltering.

Tenlastelegging A is bewezen in hoofde van beklaagde.

Onder tenlastelegging B wordt beklaagde vervolgd voor verkrachtingen. Beklaagde ontkent deze feiten. Het slachtoffer verklaarde dat beklaagde ermee had gedreigd haar te verkrachten.

Zij stelt ook te zijn verkracht, ze denkt meerdere malen, doch kan zich hiervan geen details herinneren.

Het slachtoffer geeft ook nog aan dat zij op een foto die door beklaagde van haar werd genomen op het ogenblik van de feiten, geen onderbroek droeg en stelt dat zij deze bij haar weten zelf niet heeft uitgedaan.

Door het labo van de federale gerechtelijke politie wordt nazicht gedaan van het appartement waar de feiten hebben plaatsgevonden. Nergens worden spermasporen aangetroffen.

Uit de resultaten van de set seksuele agressie blijkt echter dat beklaagde niet alleen uitwendige kwetsuren vertoonde aan de geslachtsdelen doch ook vaginale kwetsuren. Bovendien heeft beklaagde, die als laatste het appartement heeft verlaten, de gelegenheid gehad om eventuele spermasporen te verwijderen en zijn ook andere verkrachtingen mogelijk dan een penetratie met het geslachtsdeel met een spermalozing tot gevolg.

Aan de verklaringen van beklaagde omtrent de verkrachtingen kan bovendien weinig geloof worden gehecht, nu hij enerzijds stelt zich niets van de feiten te herinneren doch anderzijds wel zeker is dat er geen seksuele handelingen zijn gesteld. De rechtbank acht de feiten van verkrachting bewezen door de vastgestelde inwendige verwondingen bij het slachtoffer die haar verklaringen bevestigen.

Tenlastelegging B is bewezen in hoofde van beklaagde.

Ook tenlastelegging D wordt door beklaagde betwist. De bewering van beklaagde ter zitting bij monde van zijn raadsman dat de deurklink reeds voordien regelmatig van de deur viel en dat de deur ook kon worden geopend door de sleutel die altijd naast de deur hing, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de deurklink ook op het ogenblik van de feiten klaarblijkelijk niet op de deur zat en dat er DNA van beklaagde op werd aangetroffen. De sleutel werd bovendien geenszins teruggevonden aan een hanger naast de deur, doch wel op de overloop boven vasthangend aan een bebloed lint.

De feiten van tenlastelegging D zijn in hoofde van beklaagde bewezen.

Tenlastelegging C

Beklaagde wordt vervolgd wegens vernieling met gebruik van geweld of bedreiging van een binnendeur en een Ipad. De beschadigingen werden vastgesteld, doch over de omstandigheden waarin deze hebben plaatsgevonden, bevinden zich geen gegevens in het dossier.

Tenlastelegging C zal dan ook worden omschreven als: "buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van dit wetboek, andermans roerende eigendommen, met name een binnendeur en een Ipad, toebehorende aan J. M.J.R.M., opzettelijk te hebben beschadigd of vernield".

Deze tenlastelegging heeft betrekking op dezelfde feiten als deze voorzien in de tenlastelegging. Enkel de bijzondere omstandigheid dat de feiten zouden zijn gebeurd met behulp van geweld of bedreiging, wordt niet weerhouden. Dienvolgens hebben de argumenten die beklaagde heeft aangevoerd om zich te verdedigen op het misdrijf zoals het in de dagvaarding werd gekwalificeerd, ook betrekking op de thans weerhouden kwalificatie.

De rechtbank blijft overeenkomstig artikel 192 Sv. bevoegd om de feiten, na herkwalificatie, te beoordelen. Deze contraventionalisatie heeft invloed op de verjaringstermijn van de strafvordering met betrekking tot deze feiten. De rechtbank stelt vast dat de strafvordering aangaande de feiten van tenlastelegging C thans is verjaard.

Tenlasteleggingen E, F en G

Uit de resultaten van het onderzoek, waaronder het aantreffen van beklaagde in de wagen van het slachtoffer, de resultaten van de navraag bij ATOS Worldline, en de verklaringen van het slachtoffer en beklaagde zelf blijkt dat beklaagde na de feiten het voertuig van het slachtoffer heeft meegenomen, alsmede haar bankkaart, huissleutels en een 7-tal geheugenkaarten, en dat werd gepoogd de bankkaart kort na de feiten te gebruiken in een tankstation in Gent.

De bewering van beklaagde dat hij het voertuig van het slachtoffer voorafgaand aan de feiten regelmatig mocht gebruiken om mee naar het werk te gaan, maakt het wegnemen op het ogenblik van de feiten geenszins rechtmatig. Het staat vast dat beklaagde op het ogenblik van de feiten geen toestemming van het slachtoffer heeft gevraagd of gekregen om het voertuig of enige andere voorwerpen die haar toebehoorden, mee te nemen.

De feiten van tenlasteleggingen E, F en G zijn bewezen in hoofde van beklaagde. Wel wordt de verzwarende omstandigheid dat de feiten van tenlastelegging E zouden zijn gepleegd door middel van braak, inklimming of valse sleutels niet als bewezen weerhouden, nu niets is geweten nopens de wijze waarop het voertuig werd gestolen of waar het zich bevond op het ogenblik van de diefstal.

De feiten van tenlastelegging E dienen derhalve te worden geherkwalificeerd als volgt: "ten nadele van J. M.J.R.M., een personenwagen van het merk Volkswagen type Golf met nummerplaat ... van onbepaalde waarde, die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben". Aangezien hier enkel een verzwarende omstandigheid niet wordt weerhouden, gelden de argumenten die beklaagde heeft aangevoerd ter zitting, ook voor de thans weerhouden kwalificatie.

Strafmaat

De bewezen feiten zijn verwerpelijk. De sadistische en perverse wijze waarop beklaagde het slachtoffer die op het ogenblik van de feiten nog zijn vriendin was, heeft mishandeld en vernederd, getuigen van een totaal gebrek aan normbesef. Het slachtoffer werd dusdanig toegetakeld dat zij levenslang de gevolgen van de agressie van beklaagde zal moeten dragen. Ook de duur van de feiten en de door beklaagde genomen vernederende foto's van het slachtoffer geeft aan dat beklaagde geenszins heeft gehandeld in een opwelling van woede doch dat hij er een langdurig en pervers genoegen in schepte om het slachtoffer te laten en te zien lijden.

Bovendien is beklaagde niet aan zijn proefstuk toe. Hij werd reeds herhaaldelijk veroordeeld voorafgaand aan de feiten, onder meer voor intrafamiliaal geweld. De laatste veroordeling dateert van 31 december 2013, d.i. 1,5 maand voor de feiten. Tevens kreeg hij in het verleden reeds de kans om mits naleving van probatievoorwaarden zijn leven een nieuwe wending te geven. Hij heeft de hem geboden kansen geenszins gegrepen en geen lessen getrokken uit voorgaande veroordelingen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat enkel een strenge effectieve bestraffing gepast is om beklaagde de ernst van de feiten te doen inzien en om de maatschappij tegen zijn daden te beschermen.

Deskundige psychiater, dokter Nathalie De Vos, stelt dat er bij beklaagde overwegend aanwijzingen zijn van een gemengd antisociale en narcistische persoonlijkheid van het gepsychopatiseerde type. Beklaagde zou zich volgens de deskundige niet kunnen inleven in anderen en zijn affectieve reikwijdte en diepgang zijn zeer beperkt. De kans op een terugval is vrij groot. Beklaagde wordt wel in staat geacht zijn daden te controleren.

Rekening houdend met de aard en de uitzonderlijke gewelddadigheid van de feiten, met de persoonlijkheid van beklaagde zoals deze blijkt uit de gegevens van het dossier, en met de strafrechtelijke voorgaanden is de volgende bestraffing gepast.

De bewezen feiten A, B, D, E - zoals geherkwalificeerd -, F en G werden door beklaagde gepleegd met eenzelfde strafbaar opzet.

 

OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 162, 185, 192, 194, 195, 226, 227 van het Wetboek van Strafvordering,
artikelen 1, 3, 7 van het Strafwetboek,
artikelen 11, 12, 14, 31, 32, 34, 35, 36, 37 en 41 der wet van 15 juni 1935, gewijzigd door de wet van 3 mei 2003;
de verordeningen van de Raad van de ministers nr. 974/98 dd. 3/5/1998 en nr. 1103/97 dd. 17/6/1997 en de wetten van 26/06/2000 en 30/06/2000 betreffende de invoering van de euro,
artikelen 28, 29 der wet van 1 augustus 1985,
artikelen 3 en 4 der wet van 17 april 1878,
artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek,
artikelen 44 en 45 van het Strafwetboek,
artikelen 21, 22, 23, 26, 27 van de wet van 17/4/1878, gewijzigd door artikel 25 van de wet van 24/12/1993, gewijzigd door de wetten van 11 december 1998 en 16 juli 2002 en door artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003.
en bij toepassing van de artikelen 25, 31 lid 1, 33, 65, 79, 80, 375, 376 lid 2, 378, 417bis 1°, 417ter lid 1 en lid 2,2°, 434, 437, 461, 463, 504quater §1 en §2, 559 van het Strafwetboek

Rechtdoende op tegenspraak

Herkwalificeert tenlastelegging C zoals hierboven aangegeven.

Herkwalificeert tenlastelegging E zoals hierboven aangegeven.

Stelt vast dat de strafvordering voor feit C - zoals geherkwalificeerd - verjaard is, en de openbare vordering wat dit feit betreft vervallen is door verjaring.

VEROORDEELT :

- beklaagde, hoofdens de vermengde feiten A, B, D, E - zoals geherkwalificeerd -, F en G tot een gevangenisstraf van TWAALF JAAR en ontzet hem tevens uit de rechten zoals vermeld in artikel 31 lid 1 van het Strafwetboek voor een termijn van TIEN JAAR.

 

Verplicht veroordeelde, als bijdrage voor de financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, tot het betalen van een bijdrage van 25 EUR, bij toepassing van artikel 1 van de wet van 5 maart 1952, gewijzigd door de wet van 26/06/2000 en de wet van 28 december 2011, vermeerderd met 50 decimes, en gebracht op 150,00 EUR.

Verplicht veroordeelde tot betaling van de kosten van het geding belopende 9572,04 EUR - de kosten één en ondeelbaar veroorzaakt door de lastens beklaagde weerhouden en bewezen feiten - en, bij toepassing van artikel 91 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950, tot een vergoeding van 51,20 EUR.

Rechtdoende over de vordering van de burgerlijke partij:
J. M.:

Het bestaan van schade in hoofde van de burgerlijke partij in oorzakelijk verband met alle in hoofde van beklaagde bewezen feiten staat vast op grond van de gegevens van het dossier.

De gevorderde provisionele vergoeding voor morele en materiële schade van 10.000 euro kan worden toegekend, rekening houdend met de aard van de feiten, de medische verslagen in het dossier en de bevindingen van de deskundige, professor dokter Werner Jacobs. Tevens kan worden ingegaan op het verzoek tot verdere aanstelling van de deskundige op burgerlijk gebied. Beklaagde heeft zich met betrekking tot de burgerlijke vordering gedragen naar de wijsheid van de rechtbank.

Gelet op het provisionele karakter van de vergoeding, worden kosten en rechtsplegingsvergoeding aangehouden.

OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,

Verklaart de eis ontvankelijk en gegrond:

Veroordeelt beklaagde om aan de burgerlijke partij te betalen, als morele en materiële schadevergoeding, de som van TIENDUIZEND (10.000) EUR PROVISIONEEL.

 

Omdat het voor de verdere beoordeling van de burgerlijke vordering noodzakelijk is dat de rechtbank wordt ingelicht over de fysieke en/of psychische toestand van de burgerlijke partij, is de aanstelling van een geneesheer-deskundige noodzakelijk.

De rechtbank beveelt partijen uiterlijk acht dagen voordat de deskundige zijn werkzaamheden zal aanvatten, een geïnventariseerd dossier met alle relevante stukken aan de deskundige over te maken.

De rechtbank zegt voor recht dat de burgerlijke partij, met oog op een vlot verloop van de expertise, 15 dagen na datum van huidig vonnis, een voorschot van 1.500 EUR dient te consigneren ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, op rekeningnummer 679-2008981-14 onder vermelding van "provisie deskundige, W. Jacobs, notitienummer AN30.LB.23277-14 en naam van de partij voor wie de provisie wordt betaald", of bij een kredietinstelling die partijen gezamenlijk hebben gekozen.

De rechtbank bepaalt het reeds vrij te geven gedeelte van het voorschot op 900 EUR ter dekking van de voorlopige erelonen en kosten van de deskundige met inbegrip van de BTW,

Benoemt tevens als deskundige dokter Werner Jacobs, wonende te 2650 Edegem, Wilrijkstraat 10,

met als opdracht :

" - rekening houdend met de deskundigenverslagen van dr. W. Jacobs van 20 mei 2014 en 1 oktober 2014,

- kennis te nemen van het strafdossier en van alle inlichtingen welke partijen hem zullen verschaffen of welke de deskundige nuttig zal achten ambtshalve in te winnen,

Het slachtoffer J. M., wonende te ...:
- te onderzoeken,
- de bij het slachtoffer vastgestelde fysieke en/of psychische letsels en aandoeningen te beschrijven,
- de gevolgen hiervan na te gaan,
- de duur en de graad te beschrijven van de eventuele tijdelijke en/of blijvende, gehele en/of gedeeltelijke ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid;
- vast te stellen of er sprake is van een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledig verlies van het gebruik van een orgaan of een zware verminking,
- desgevallend de datum van heling te bepalen of de datum van consolidatie vast te stellen,
- desgevallend de eventuele huishoudelijke of persoonlijke ongeschiktheden te beschrijven
- advies te geven omtrent het eventueel bestaan van esthetische schade, en deze te beschrijven,
- advies te geven omtrent het eventueel bestaan van andere schade of lijden, en deze te beschrijven
- na te gaan of de feiten van slagen en verwondingen deze letsels of aandoeningen kunnen hebben veroorzaakt;
- desgevallend advies te geven over de medicatie, behandelingen of noodzakelijke hulpmiddelen die het lijden kunnen verhelpen of verzachten, alsmede de duur en de kostprijs hiervan te ramen."

Zo nodig de medewerking en het advies te vragen van (bijkomende) specialisten;

- binnen acht dagen na kennisgeving van huidig vonnis door de griffier, volgende gegevens mee te delen, aan de partijen per aangetekende brief en aan de rechtbank en de raadslieden per gewone brief :
* plaats, dag en uur waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvatten;
* de manier waarop hij zijn kosten en ereloon en dat van eventuele technische raadgevers, waarop hij beroep zou doen, zullen berekend worden;
* het rekeningnummer waarop de vrijgegeven gelden kunnen gestort worden.

- een verslag op te stellen van de vergaderingen die hij organiseert en over te maken aan de rechtbank, de partijen en hun raadslieden

- na afloop van zijn werkzaamheden, zijn bevindingen met voorlopig advies over te maken aan de rechtbank, partijen en hun raadslieden en daarbij een redelijke termijn te bepalen waarbinnen partijen hun opmerkingen moeten maken

- het gemotiveerd eindverslag neer te leggen binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum van huidig vonnis en voorzien van alle vermeldingen en waarvan de handtekening zal worden voorafgegaan door de eedformule bepaald in art. 978 Ger.Wb., als volgt :
"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk heb vervuld", onverminderd de eventuele aanwending van een andere vorm van eedaflegging

- indien voormelde termijn niet haalbaar is, tijdig een verzoek tot verlenging indienen

- ter oplossing van het geschil alle vereiste vaststellingen te doen, technisch advies te geven en te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen en verder zich te gedragen naar de bepalingen van art. 962 en volgende van het Ger. Wb.

 

- Zegt voor recht dat de kennisgeving van huidig vonnis aan de deskundige op verzoek van de verschenen partijen wordt opgeschort (art. 972 § 1 Ger. Wb.)

In het geval van een opschorting kan elke partij op elk ogenblik om een kennisgeving van de beslissing verzoeken.

 

Houdt de beslissing omtrent kosten en de rechtsplegingsvergoeding aan.

Wijst het andersgevorderde af.

Alles wat voorafgaat is, overeenkomstig de bepalingen der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in de Nederlandse taal geschied.

Aldus gewezen door de hiernavermelde rechter die de zaak behandeld heeft en aan de beraadslaging heeft deelgenomen, en uitgesproken in openbare terechtzitting door de Voorzitter op dertig januari tweeduizendvijftien in aanwezigheid van het Openbaar Ministerie en de griffier.

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/01/2016 - 13:03
Laatst aangepast op: za, 30/01/2016 - 13:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.