-A +A

Herstel in natura kan naast de herstelvordering worden opgelegd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/04/2017
A.R.: 
2016/NT/550

Herstel in natura kan naast de herstelvordering worden opgelegd
Hij of zij die schade lijdt ten gevolge van een onrechtmatige daad heeft het recht het herstel in natura te vorderen, wanneer zulks mogelijk is en geen rechtsmisbruik oplevert.

Het recht van de derde-benadeelde uit een bouwmisdrijf op herstel in natura vindt een begrenzing in het verbod op rechtsmisbruik. Het feit dat de derde-benadeelde zijn recht tot herstel ontleent aan wettelijke bepalingen waarvan de overtreding strafrechtelijk kan worden gesanctioneerd, doet hieraan geen afbreuk. Het hof kan het bestaan van rechtsmisbruik echter niet ambtshalve inroepen. Wanneer de overtreder nalaat aan te voeren dat de herstelvordering rechtsmisbruik uitmaakt, moet de rechter, die het oorzakelijk verband tussen een bewezen schade in hoofde van de derde-benadeelde en het bouwmisdrijf vaststelt, en verder constateert dat er geen (wettige) regularisatievergunning voorhanden is, de herstelvordering in de regel toekennen.

Publicatie
tijdschrift: 
Juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

uittreksel:

"...

11.5 Hij of zij die schade lijdt ten gevolge van een onrechtmatige daad heeft het recht het herstel in natura te vorderen, wanneer zulks mogelijk is en geen rechtsmisbruik oplevert.

Het recht van de derde-benadeelde uit een bouwmisdrijf op herstel in natura vindt een begrenzing in het verbod op rechtsmisbruik. Het feit dat de derde-benadeelde zijn recht tot herstel ontleent aan wettelijke bepalingen waarvan de overtreding strafrechtelijk kan worden gesanctioneerd, doet hieraan geen afbreuk. Het hof kan het bestaan van rechtsmisbruik echter niet ambtshalve inroepen. Wanneer de overtreder nalaat aan te voeren dat de herstelvordering rechtsmisbruik uitmaakt, moet de rechter, die het oorzakelijk verband tussen een bewezen schade in hoofde van de derde-benadeelde en het bouwmisdrijf vaststelt, en verder constateert dat er geen (wettige) regularisatievergunning voorhanden is, de herstelvordering in de regel toekennen.

Het feit dat een overheid, een eiser in herstel als een stedenbouwkundig inspecteur en/of een college van burgemeester en schepenen, ook het herstel in de oorspronkelijke toestand vordert, staat de vordering tot herstel in natura door een burgerlijke partij niet in de weg.

11.6 Er is een oorzakelijk verband tussen de voor de beklaagden respectief bewezen misdrijven en een vaststaand nadeel voor de burgerlijke partijen. De burgerlijke partijen zijn in beginsel gerechtigd het herstel in natura te vorderen, wat zij in hoofdorde doen, meer bepaald het herstel in de oorspronkelijke toestand.

Het nadeel voor de burgerlijke partijen doet zich voor in een verhinderd en verminderd uitzicht vanop het terras van de meergezinswoning en het verminderen van lichtinval op die plaats door de wederrechtelijke plaatsing van het poolhouse. Voor zover de wederrechtelijke toestand zou behouden blijven, zou dit ook een waardevermindering van het pand van de burgerlijke partijen mee kunnen brengen. Bij uitvoering van het herstel in natura zou deze eventuele waardevermindering dan ook ophouden te bestaan.

Het hof stelt vast dat de burgerlijke partijen in hoofdorde ook geen vordering met betrekking tot de waardevermindering stellen. Het is pas als de vordering in hoofdorde niet zou worden ingewilligd, dat de burgerlijke partijen in ondergeschikte orde de betaling van een provisionele schadevergoeding vorderen.

Het herstel in natura dat de burgerlijke partijen vorderen is gegrond zoals hierna bepaald.

11.7 De wederrechtelijke plaatsing van het zwembad brengt voor de burgerlijke partijen niet het vermelde nadeel mee. De oorspronkelijke beklaagde S (en zijn echtgenote) beschikte(n) over een stedenbouwkundige vergunning voor, onder meer, een zwembad, zij het dat deze op een andere plaats en anders gepositioneerd op het perceel moest worden opgericht. De watercapaciteit van het vergunde zwembad was vergelijkbaar met deze van het wederrechtelijk uitgevoerde zwembad, zodat de invloed voor het waterbergend vermogen en de waterhuishouding van het perceel nagenoeg onveranderd is naargelang de wederrechtelijke of legale uitvoering van het zwembad. Het zwembad beperkt niet het uitzicht en de lichtinval van de burgerlijke partijen. Het zwembad brengt geen nadeel mee voor de burgerlijke partijen mee, in de zin zoals voorgehouden door de burgerlijke partijen."

...

(Tiende kamer, 2016/NT/550, 21 april 2017)

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 23/09/2017 - 11:47
Laatst aangepast op: za, 23/09/2017 - 11:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.