-A +A

Herstel in eer en rechten voorwaarde tot regeling van de schadevergoeding - Quid bij provisionele schadevergoeding?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 31/01/2017
A.R.: 
16.0746.N

De in het vonnis bepaalde verplichting tot schadevergoeding, waarvan sprake in artikel 623, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, bestaat zodra deze veroordelende beslissing vaststelt dat de burgerlijke partij schade heeft geleden die in oorzakelijk verband staat tot het bewezen verklaarde misdrijf, zonder dat hierbij noodzakelijk het precieze bedrag van de vergoeding voor de geleden schade moet zijn bepaald.

Aan de verplichting tot schadevergoeding, waarvan sprake in artikel 623, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, is voldaan wanneer het geleden nadeel is hersteld, wat kan voortvloeien uit een daadwerkelijke betaling, een kwijtschelding van schuld of een dading waarmee de benadeelde partij instemt (1). (1) Cass. 8 december 2010, AR P.10.1067.F; Pas. 2010, nr. 717 met concl. van advocaat-generaal D. Vandermeersch.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
978
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.16.0746.N

M.R.J.S.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 juni 2016.

...

II. Beslissing van het hof

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artt. 623, eerste lid, en 624, tweede lid Sv.: het arrest weigert de eiser het herstel in eer en rechten te verlenen; het arrest oordeelt dat de dading die werd gesloten niet de verplichting tot schadevergoeding in de zin van art. 623 Sv. uitmaakt, omdat die schadevergoeding niet door de veroordelende beslissing werd vastgesteld, aangezien de eiser hierin slechts werd veroordeeld tot betaling van een provisionele schadevergoeding van tweemaal één euro; het voldoen aan de verplichting tot schadevergoeding kan voortvloeien uit een dading waarmee de benadeelde partij instemt; een dading gesloten met het slachtoffer van het misdrijf ter uitvoering van een definitieve uitspraak strekkende tot veroordeling tot het betalen van tweemaal één euro aan provisionele schadevergoeding die de omvang van de schade bepaalt, heeft betrekking op de gerechtelijk vastgestelde schade uit de bewezen verklaarde misdrijven.

2. Art. 623, eerste lid Sv. bepaalt: «De veroordeelde moet voldaan hebben aan de in het vonnis bepaalde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten, en indien hij veroordeeld is wegens overtreding van artikel 489ter van het Strafwetboek moet hij het passief van het faillissement, hoofdsom, interesten en kosten, hebben gekweten.»

De in het vonnis bepaalde verplichting tot schadevergoeding bestaat zodra deze veroordelende beslissing vaststelt dat de burgerlijke partij schade heeft geleden die in oorzakelijk verband staat tot het bewezen verklaarde misdrijf, zonder dat hierbij noodzakelijk het precieze bedrag van de vergoeding voor de geleden schade moet zijn bepaald.

Aan die verplichting tot schadevergoeding is voldaan wanneer het geleden nadeel is hersteld, wat kan voortvloeien uit een daadwerkelijke betaling, een kwijtschelding van schuld of een dading waarmee de benadeelde partij instemt.

3. De appelrechters stellen vast dat de eiser werd veroordeeld tot betaling aan de curator van de faillissementen van tweemaal één euro provisioneel en dat de eiser en de curator nadien een dading sloten waarbij een bedrag van 250.000 euro werd betaald tot slot van alle rekeningen, waarna deze dading werd gehomologeerd door de rechtbank van koophandel.

Uit deze vaststellingen konden de appelrechters niet afleiden dat de eiser niet aan zijn verplichting tot schadevergoeding heeft voldaan.

Het middel is gegrond.

...

zie ook: Cass. 8 december 2010, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch, RDP 2011, 577, RW 2011-12, 830, noot A. Vandeplas, «Eerherstel en het herstel van de aangerichte schade».

M. De Swaef, «Cassatierechtspraak over herstel in eer en rechten» (noot onder Cass. 28 november 2012), Nullum Crimen 2013, 252-253.

Noot: 

A. Van,deplas, Eerherstel en het herstel van de aangerichte schade, Noot onder Cass. 08/12/2010, RW 2011-2012, 830

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/02/2018 - 15:25
Laatst aangepast op: vr, 30/03/2018 - 17:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.