-A +A

Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied - Voorwaarden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 05/01/2016
A.R.: 
P.11.0452.N

Krachtens artikel 68 § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank ingeval van herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan, rekening houdende met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanningen die de veroordeelde heeft geleverd om de hem opgelegde voorwaarden te respecteren; het vonnis dat een toegekende voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering herroept zonder daarover uitspraak te doen, schendt deze bepaling (1). (1) Alhoewel artikel 68, § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering enkel van de voorwaardelijke invrijheidstelling spreekt en niet van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering, oordeelt het Hof van Cassatie evenwel dat de bepalingen van dit artikel hierop ook toepasselijk zijn. De studie van de voorbereidende werkzaamheden geeft geen uitsluitsel over de vraag of de formulering van artikel 68, § 5, tweede lid een bewuste keuze was van de wetgever dan wel een vergetelheid Enerzijds is de tekst van de wet duidelijk en zijn er ook nog andere artikelen waarin de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering niet wordt vermeld, namelijk in het artikel 71 nopens de duur van de proeftijd. Anderzijds is D. VANDERMEERSCH (Le tribunal de l’application des peines et le statut externe des condamnés à des peines privatives de liberté de plus de trois ans, Pratique du Droit, 39, Kluwer, 2008) evenwel van mening dat het hier gaat om een onoplettendheid van de wetgever en dat er geen reden is om hierop niet de regels toe te passen die gelden voor de voorwaardelijke invrijheidstelling (o.c., nrs. 268 en 308).

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.15.1620.N
D M M,
veroordeelde tot een vrijheidsstraf,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 30 november 2015.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- Artikel 68, § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering

1. Krachtens artikel 68, § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalt de straf-uitvoeringsrechtbank ingeval van herroeping van een voorwaardelijke invrijheid-stelling het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet onder-gaan, rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanningen die de veroordeelde heeft geleverd om de hem opgelegde voorwaarden te respecteren.

Door daarover geen uitspraak te doen, schendt het bestreden vonnis dat de eiser de bij vonnis van 23 juni 2014 toegekende voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering op verzet herroept, deze bepaling.
Omvang van de cassatie

2. De vernietiging van het verzuim om het gedeelte van de nog door de eiser te ondergane vrijheidsstraf vast te stellen, leidt tot de vernietiging van de beslissing waarbij overeenkomstig artikel 57 Wet Strafuitvoering de datum wordt bepaald waarop de eiser een nieuw verzoek kan indienen, gelet op het nauwe verband tussen deze beslissingen.

Middel

Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeft het middel geen antwoord.
Ambtshalve onderzoek van de beslissing voor het overige

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het verzuimt om het gedeelte van de vrijheidsstraf vast te stellen dat de eiser nog moet ondergaan en het een datum be-paalt waarop de eiser een nieuw verzoek kan indienen.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld.
Bepaalt de kosten op 48,84 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 5 januari 2016 uitgesproken

Noot: 

Bart Smet, Geen Hoger beroep mogelijk tegen de beslissing van de onderzoeksrechter over vrijheid onder voorwaarden, noot onder Cass. 13/01/2010, RW 2011-2012, 140

met volledige toelichting over de vrijheid onder voorwaarden, de vorlopige aanhouding en de beroepsmiddelen, de voorwaarden die de onderzoeksrechter kan verbinden aan de invrijdstelling van de verdachte (art. 35 van de wet van 20 juli 1990)

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/09/2017 - 07:52
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 07:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.