-A +A

Herroeping probatie-uitstel- Gebrek instemming met destijds verleende probatie faalt als verweer

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 02/01/2018
A.R.: 
P.17.0996.N

De veroordeelde aan wie bij definitieve beslissing probatie-uitstel van tenuitvoerlegging werd toegekend, kan in de procedure strekkende tot herroeping van dit probatie-uitstel wegens niet-naleving van de probatievoorwaarden niet op ontvankelijke wijze aanvoeren dat hij niet heeft ingestemd met de probatiemaatregelen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2018/6
Pagina: 
518
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(K.J.D.V. - Rolnr.: P.17.0996.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 september 2017.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer F. Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal L. Decreus heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Middel
Eerste onderdeel
1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 14, 3., g) IVBPR, artikel 14 probatiewet en de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: in zoverre het arrest oordeelt dat de eiser totaal niet is gemotiveerd om de begeleiding te volgen in het kader van zijn seksuele problematiek of het leerproject voor daders van seksueel geweld, miskent het de bewijskracht van het door het begeleidingsplan en de door het justitiehuis opgemaakte meldingsfiche gericht aan de probatiecommissie te Antwerpen; aldus miskent het arrest ook de bewijskracht van het verslag van de probatiecommissie van 30 juni 2016 waaruit blijkt dat de eiser op de rechtszitting van 14 januari 2016 aangaf bereid te zijn een begeleiding te volgen, maar dat hij de feiten bleef ontkennen; de eiser heeft het absolute recht de feiten die aan de vervolging ten grondslag liggen te ontkennen; indien het niet kunnen opstarten van een begeleiding een gevolg is van de blijvende ontkenning door de eiser, dan kan daaruit niet worden afgeleid dat de eiser de probatievoorwaarden niet naleeft; het zijn immers derden die oordelen dat de behandeling niet kan worden opgestart.

2. De veroordeelde aan wie bij definitieve beslissing probatie-uitstel van tenuitvoerlegging werd toegekend, kan in de procedure strekkende tot herroeping van dit probatie-uitstel wegens niet-naleving van de probatievoorwaarden niet op ontvankelijke wijze aanvoeren dat hij niet heeft ingestemd met de probatiemaatregelen.

3. Uit artikel 14, 3., g) IVBRP dat aan een vervolgde het recht toekent niet te worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen, volgt niet dat de veroordeelde zich kan onttrekken aan de uitvoering van een bij definitieve gerechtelijke beslissing opgelegde probatiemaatregel die schuldinzicht veronderstelt, door voor te houden dat hij niet schuldig is aan de feiten waarvoor hij is veroordeeld.

4. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.

5. De overige aangevoerde onwettigheden kunnen dan ook niet tot cassatie leiden en zijn bijgevolg niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel
6. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 8, § 2 en 14 probatiewet en de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de eiser zich akkoord verklaarde met de concreet opgelegde probatievoorwaarden, miskent het arrest de bewijskracht van eisers op de rechtszitting van 15 juni 2017 neergelegde conclusie en van het proces-verbaal van de rechtszitting van 2 juni 2014; het arrest kan ook niet vaststellen dat de eiser zich heeft verbonden tot de naleving van de ter rechtszitting concreet geformuleerde probatievoorwaarden.

7. De veroordeelde aan wie bij definitieve beslissing probatie-uitstel van tenuitvoerlegging werd toegekend, kan in de procedure strekkende tot herroeping van dit probatie-uitstel wegens niet-naleving van de probatievoorwaarden niet op ontvankelijke wijze aanvoeren dat hij niet heeft ingestemd met de probatiemaatregelen.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

8. De overige aangevoerde onwettigheden kunnen dan ook niet tot cassatie leiden en zijn bijgevolg niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek
9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 80,91 EUR.

Noot: 

• Vereecke, V., « Probatie-uitstel vereist instemming van de veroordeelde », R.A.B.G., 2018/6, p. 520-523

• L. Dupont, Beginselen van strafrecht, Leuven, Acco, 2004, nr. 817; P. Hoet, “Werkbare probatie en herroeping” in X, Amicus Curiae. Liber amicorum Marc De Swaef, Antwerpen, Intersentia, 2013, 197-218.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 10/05/2018 - 22:20
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 22:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.