-A +A

Herhaalde agressieve gedragingen kunnen belaging uitmaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 17/11/2010
A.R.: 
P.10.0863.F

Belaging wordt door artikel 442bis van het Strafwetboek gestraft en kan bestaan in herhaalde agressiviteit, die blijkt uit gedragingen waarvan de dader weet of moet weten dat zij de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer kunnen aantasten en, bijgevolg, diens rust ernstig kunnen verstoren.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/08
Pagina: 
595
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.10.0863.F
K. A.,

tegen
D. J..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 14 april 2010.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.
Afdelingsvoorzitter ridder de Codt heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering

Eerste middel

In zoverre het middel een onderzoek van de feiten van de zaak vereist, waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

Voor het overige hebben de appelrechters zich niet ertoe beperkt te wijzen op één of verschillende ruzies tussen twee personen over een welbepaald onderwerp. Het arrest vermeldt immers dat de eiser het vertrek van zijn huurder eiste en dat hij, om hem te doen verhuizen, zich agressief, gewelddadig en dreigend heeft opgesteld tijdens de herhaalde twistgesprekken met betrokkene.

Belaging wordt door artikel 442bis Strafwetboek gestraft en kan bestaan in herhaalde agressiviteit, die blijkt uit gedragingen waarvan de dader weet of moet weten dat zij de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer kunnen aantasten en, bijgevolg, diens rust ernstig kunnen verstoren, zoals het arrest vaststelt.
Door de voormelde wetsbepaling toepasselijk te verklaren op de feiten, zoals zij door hen zijn omschreven, schenden de appelrechters bijgevolg die wetsbepaling niet.
Het middel kan niet worden aangenomen.
(...)
Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering
De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering
Derde middel

De eiser werd veroordeeld om de verweerder de bij artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtsplegingsvergoedingen te betalen, die het hof van beroep vaststelt op grond van de bedragen die de verweerder in eerste aanleg en in hoger beroep heeft gevorderd.

Het middel voert aan dat artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding, de artikelen 6.1 EVRM en 13 Grondwet schendt, in zoverre eerstgenoemd artikel het aan de burgerlijke partij overlaat om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding vast te stellen, aangezien die vergoeding per schijf wordt berekend, afhankelijk van de grootte van het gevorderde bedrag.

Het in artikel 13 Grondwet gewaarborgde recht impliceert alleen dat een ieder volgens objectief vastgestelde bevoegdheids- en procedureregels moet worden berecht en dat niemand voor een rechtscollege kan worden gedagvaard dat niet bij wet is bepaald. Die grondwettelijke bepaling vereist niet dat de rechtsplegingsvergoeding wordt berekend op basis van het door de rechter toegekende bedrag.

Niettegenstaande wat in het voormelde koninklijk besluit is bepaald kan de rechter de rechtsplegingsvergoeding berekenen op basis van het toegekende veeleer dan op basis van het gevorderde bedrag, als laatstgenoemd bedrag volgt ofwel uit een klaarblijkelijke overwaardering die de normaal bedachtzame en zorgvuldige justitiabele niet zou hebben begaan, ofwel uit een te kwader trouw verrichte verhoging die als enig doel had op artificiële wijze het bedrag van de vordering op te trekken tot de hogere schijf.
De straf op rechtsmisbruik beschermt degene die de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is, tegen een veroordeling die alleen ingegeven is door de vordering van de schuldeiser.
Het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 miskent bijgevolg niet het recht op een eerlijke behandeling van de zaak.
Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel
 

Noot: 

Filip Van Volsem, Nogmaals over het materieel bestanddeel van het misdrijf belaging, RABG, 2011/8, 596

Wetgeving:

• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/4, 1 en nr. 1046/8, 8;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8,
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 1;
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, 1
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr nr. 1046/5, 1.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/6, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 2.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 3.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 5.
• Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, 6.
• Art. 114 § 8, 2° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestrafte met een geldboete van 500 tot 50.000 EUR en of gevangenisstraf van één tot vier jaar het misbruik maken van een telecommunicatiemiddel met het oogmerk om overlast te veroorzaken aan een andere persoon. Die bepaling werd opgeheven door art. 155, 4° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en belaging via telecommunicatie werd strafbaar gesteld met art. 145 § 3, 2° van deze wet en dit met behoud van deze straffen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 55/2007 van 28 maart 2007 heeft de wetgever art. 145 § 3, 2° van de wet van 13 juni 2005 opgeheven en werd de belaging via telecommunicatie strafbaar gesteld door art. 145 § 3bis van die wet met vergelijkbare straffen als die voorzien in art. 442bis Strafwetboek (P. DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c., 7-8).
• Art. 119 van het Sociaal Strafwetboek bepaalt dat een inbreuk op het verbod van pesterijen op het werk wordt bestraft met een sanctie van de vierde categorie, nl. een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en of een geldboete van 600 tot 6.000 EUR.

Rechtsleer

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

 

• DE HERT, J. MILLEN en A. GROENEN, “Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak”, o.c.). Bijna tot redelijke proporties gebracht”, T.Strafr. 2008, 4

• A. GROENEN, G. VERVAEKE en F. HUTSEBAUT, “Stalking: strafrechtelijke en criminologische aspecten”, Recht in beweging.  14 de  VRG-Alumnidag 2007, Antwerpen, Maklu 2007, 453

• ; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 9, nr. 12;

• C. MEUNIER, “La répression du harcèlement”, RDPC 1999, 739 44.

• F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 5, nr. 7;

• L. STEVENS, “Stalking strafbaar. Commentaar bij • de wet van 30 oktober 1998 tot invoeging van een artikel 422bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging”, RW 1998-99, 1378, nr. 15

• Juristenkrant, 2007/147, 18 april 2007, 8 (hierna P. VAN  WALLEGHEM, “Cassatie verduidelijkt het begrip belaging”, o.c.).

• L. ARNOU, “Parkeren van auto kan ook stalking zijn”, Juristenkrant,2002/56, 23 oktober 2002, 1.

• VAN DER KELEN en S. DE DECKER, RW 2006-07, 1434; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.1.

• A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 340, p. 265

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, nr. 340, p. 265.

• A. MISONNE, “Harcèlement punissable? Consultez le dictionnaire!” (noot onder Cass. 21 februari 2007), JT 2007, 263

• A. MASSET, “Chronique de jurisprudence de droit pénal (avril 2005-avril 2008)”, Act.dr.fam. 2008, 115. 455 en 460.

• J. JACQMAIN, noot onder Corr. Marche-en-Famenne 18 april 2001, Soc.Kron. 2003, 104.

 E. Brewaeys (“De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849

• L. HUYBRECHTS, noot onder Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 136.

• S. VANDROMME, “Rechtspersoon stalken hoeft niet strafbaar te zijn”, Juristenkrant, 2007/150, 30 mei 2007, 4.

 F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 12, nr. 22;

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 13, nr. 23.

 E. BREWAEYS, “De wetgever belaagt de belagers”, AJT 1998-99, 849.

 N. BANNEUX en L. KERZMANN, “Le mal nommé ‘harcèlement téléphonique’: chronique des tribulations législatives d’une infraction moderne”, RDTI 2009, 29-45;

• A. VANDEPLAS, “Misbruik van telecommunicatiemiddelen”, Comm.Straf. 104.

 C. MEUNIER, “Telefonische belaging”, Postal Memoralis.

 M. DE  RUE, “Le harcèlement”, o.c., 743-744; F. DHONT, “Belaging”, Comm.Straf., p. 16-17, nr. 34; K.

• ROSIER, “Le spamming politique: affaire de harcèlement, de prospection et de traitement de données à caractère personnel?” (noot onder Brussel 17 maart 2010), Dr.pén.entr. 2010, 324-325, nr. 7;

• M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail”, JTT 2002, 381 e.v.;

 J. CORDIER, “La loi du 11 juin 20002 relative à la protection contre la violence et le harcèlement moral ou sexuel au travail” in J. CLESSE en M. DUMONT (eds.), Questions de droit social, CUP, 2002, Luik, Edition Formation Pemanente CUP, 2002, 355 e.v.;

• J. CORDIER en P. BRASSEUR, “La charge psychosociale au travail: le point sur la réforme de 2007”, Soc.Kron. 2008, 701 e.v.;

• J.CORDIER en P. BRASSEUR, Le bien-être psychosocial au travail: harcèlement moral, harcèlement sexuel, violence, stress, conflits…, Waterloo, Kluwer, 2009, 33 e.v.;

• EYSKENS, “De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux” (noot onder RvS 16 maart 2005, nr. 142.215), T.Gem. 2007, 217;

• I. VERHELST, “De nieuwe pestwet legt de nadruk op preventie”, Or. 2007, 204 e.v.

Rechtspraak:

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2005-06, 1020.
• Brussel 2 februari 2000, RDPC 2001, 347, noot X.
•. Gent 23 april 2002, NjW 2002, 212;
• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169.
• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455, noot.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26.
• Luik 22 juni 2004, JLMB 2004, 1781;
• Corr. Charleroi 29 november 2004, Soc.Kron. 2005, 458;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR.
• Brussel 17 maart 2010, Dr.pén.entr. 2010, 319, noot K. ROSIER.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.1., RW 2008-09, 446, noot H. BUYSSENS, Soc.Kron. 2008, 730, T.S t r a f r. 2008, 32, noot;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.1., RABG 2006, 1477, noot D.
• Corr. Gent 21 juni 2002, TGR 2003, 169; Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Corr. Neufchâteau 9 februari 2004, Journ.proc., 2004/475, 26;
• Corr. Brussel 8 december 2004, Soc.Kron. 2005, 460, noot P. BRASSEUR. 5.
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.2.; Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.2.; GwH nr. 76/2009, 5 mei 2009, B.6.2.
• Antwerpen 27 mei 2010, AM 2010, 380, noot.
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.6.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, B.3.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.6.4.;
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008, 37.
• Cass. 8 september 2011, P.10.0523.F.
• Cass. 21 februari 2007, P.06.1415.F, JT 2007, 262, noot A. MISONNE, RDPC 2001, 529, T.Strafr. 2008,37;
• Cass. 24 november 2009, P.09.1060.N;
• GwH nr. 75/2007, 10 mei 2007, RABG 2007, 799, Soc.Kron. 2008, 730, noot P. BRASSEUR, TRV 2007, 338, noot F. PARREIN, T.S t r a f r. 2008, 35, noot; B. AERTS, “Kan een burger een gemeente stalken?”, Juristenkrant 2009, 14 januari 2009, 6;
• Arbitragehof nr. 71/2006, 10 mei 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 98/2006, 14 juni 2006, B.10.-B.13.4.;
• Arbitragehof nr. 55/2007, 28 maart 2007, B.1.-B.6.;
• Arbitragehof nr. 64/2007, 18 april 2007, T.Strafr. 2007, 311, noot G. SCHOORENS; M. VANDEVELDE, “Belaging via telecommunicatie te zwaar bestraft”, Juristenkrant, 2007/148, 2 mei 2007, 20.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 02/10/2011 - 11:58
Laatst aangepast op: za, 05/11/2011 - 09:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.