-A +A

Handelsvennootschappen kunnen geen morele schade lijden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 23/05/2007
A.R.: 
2006/AR/1891

De rechtsbekwaamheid van handelsvennootschappen is beperkt ingevolge het nagestreefde doel; zij kunnen enkel een vermogensrechtelijk voorwerp hebben en derhalve geen zuiver morele schade lijden.

De aantasting van de goede naam en de reputatie van een handelsvennootschap kan wel grond zijn tot schadeloosstelling. Deze aantasting kan ten aanzien van een handelsvennootschap evenwel slechts materiële schade opleveren, omdat zij het vertrouwen van bestaande en potentiële klanten kan schokken, waardoor de vennootschap minder omzet zal halen of deze niet zoals verwacht zal kunnen vergroten.

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2007/84
Pagina: 
467
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

1. Met dagvaarding betekend op 19 mei 2004 zet de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor uiteen dat de n.v. DVV Verzekeringen, voor wie zij als zelfstandig makelaar optrad, de samenwerking beëindigde mits een opzeg van 12 maand ingaande op 1 januari 2003; evenwel vordert eerstgenoemde bovendien ook een uitwinningsvergoeding (later omschreven als commissie) van 2 331, 31 EUR, 2 500 EUR morele schadevergoeding en de gedingkosten.

De n.v. DVV verwerpt de toepasselijkheid van een uitwinningsvergoeding en de grond voor een morele schadevergoeding, zodat zij alle aanspraken afwijst.

Het tussenvonnis van 6 september 2005 op tegenspraak gewezen door de tweede kamer van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge, beredeneert dat de opzegtermijn voldoende was, doch aanvaardt daarnaast ook het principiële recht van de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor op commissie en heropent de debatten om partijen toe te laten de noodzakelijke gegevens aan te brengen. Aansluitend berekent de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor de ondertussen vervallen commissies op 1 048,88 en 889,67 EUR, naast 4 286,28 EUR voor de komende vijf Jaar.

Het eindvonnis van 4 april 2006 van zelfde kamer en rechtbank begroot de (ondertussen) vervallen commissies op 1 938,55 EUR en raamt de vergoeding voor de nog te vervallen commissies op 1 844,50 EUR, zodat de n.v. DVV wordt veroordeeld tot betaling van 3 783,05 EUR, vermeerderd met de rente zoals aldaar gedetailleerd en de gedingkosten.

Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 18 juli 2006 stelt de n.v. DVV Verzekeringen tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep in tegen beide vonnissen; zij is gegriefd waar de eerste rechter weliswaar aannam dat zij een gepaste opzegtermijn verleende doch haar toch nog veroordeelde om verplichtingen uit de overeenkomst op te nemen ná het einde ervan, terwijl zij de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor verwijt niet de nodige inspanningen gedaan te hebben om alle lopende polissen bij andere maatschappijen te plaatsen; zij is tevens gegriefd doordat de eerste rechter de door de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor naar «voor geschoven premissen» heeft overgenomen ter berekening van de vergoeding en vordert uiteindelijk de afwijzing van de oorspronkelijke vordering.

De b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor herhaalt dat de producent-makelaar zijn rechten behoudt op de lopende overeenkomsten en zij alsdan opnieuw de (deels vooruitbetaling van 6 224,81 EUR commissies, naast 2 500 EUR morele schadevergoeding en alle gedingkosten ten laste van de n.v. DVV

2. Er bestaat geen betwisting dat de opzeg van 12 maand om te eindigen op 31 december 2003 redelijk, tijdig en regelmatig was, noch dat op datum van 2 januari 2004 nog 54 polissen van kracht bleven bij de n.v. DVV, van verzekerden die de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor destijds had aangebracht.

De vaststelling dat de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor niet meer gerechtigd is om als tussenpersoon nieuwe contracten te makelen voor de n.v. DVV, wijzigt in beginsel niet het lot van de bestaande contracten, afgesloten tussen laatstgenoemde en de uiteindelijke verzekerden. Als de n.v. DVV daarbij als vergoeding aan de makelaar een commissie op de premies heeft toegekend, kan zij zich van deze verplichting niet ontdoen door voor de toekomst af te zien van de diensten van de makelaar als tussenpersoon; alleszins beweert noch bewijst de n.v. DVV dat de commissie op iets anders gegrond zou zijn dan op de loutere premie, en voor het aanbrengen van de polis.

Dat de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor alzo « alle inkomsten ... van de overeenkomst zou kunnen verwerven» is enkel het gevolg van (en gaat niet verder dan) de uitvoering van de bestaande overeenkomsten met de verzekerden; de opzeg van de tussenpersoon maakt geen einde aan de overeenkomsten tussen de verzekerden en de verzekeraar, die nog steeds inkomsten verwerft (de premies) en alzo de makelaar daarvoor dient te vergoeden, zoals overeengekomen.

Vruchteloos verwijst de n.v. DVV naar de (afwezigheid van verdere) reactie van de Federatie voor Verzekering- en Financiële tussenpersonen, nu men niet inziet hoe deze laatste de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor terzake vertegenwoordigt of anderszins kan binden.

Dat de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor niet al haar polissen bij een andere maatschappij geplaatst heeft, kan de n.v. DW niet als een verwijt aanwenden, nu laatstgenoemde vooreerst niet eens aantoont dat de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor daartoe verplicht was, of daarvoor in gebreke (gesteld) was. Bovendien houdt de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor staande dat zij terzake de nodige inspanningen heeft geleverd, doch niet steeds slaagde in dit opzet, zo bijvoorbeeld waar de verzekerde geen einde wenste te stellen aan de polis met de n.v. DVV

Trouwens erkende de n.v. DVV van meet af aan reeds dat de levensverzekeringen niet eenvoudig konden worden herplaatst en zij nam aan dat «het recht op commissie en beheer van de contracten 'Leven' dienen gerespecteerd te worden» (cfr brief van 10 februari 2003). Reeds met haar conclusie neergelegd voor de eerste rechter op 23 december 2004, verduidelijkt de n.v. DVV dat zij «voor de contracten leven gewaarborgd inkomen en hospitalisatie» een vergoeding heeft toegekend ter waarde van 1,5 keer het inningscommissieloon, omdat deze polissen nu eenmaal niet zo gemakkelijk op één jaar tijd kunnen worden herplaatst omwille van onder meer de fiscale en andere gevolgen voor de verzekermgnemer.

Aldus moet worden aangenomen dat voor de (andere) verzekeringen die de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor niet heeft herplaatst, laatstgenoemde het recht behoudt op de commissies tot aan het einde van de verzekeringsovereenkomst. In elk geval toont de n.v. DVV niet aan dat aan dat recht een einde zou zijn gekomen.

3. De lijst die werd opgemaakt per 2 januari 2004 - en waaromtrent partijen ogenschijnlijk niet twisten - toont aan dat er op dat ogenblik nog 54 polissen van kracht bleven.

De n.v. DVV toont verder aan dat 15 polissen werden beëindigd in een tijdspanne van 21 maand (2 januari 2004- 30 september 2005) wat gemiddeld 8,57 per jaar vertegenwoordigt. De b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor erkent trouwens dat er jaarlijks «gemiddeld» acht polissen ten einde kwamen. Desalniettemin berekent de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor uiteindelijk de contante waarde om gedurende vijf jaar een vaste opbrengst van 889,67 EUR per jaar te genieten, hetgeen met geen enkele werkelijkheid kan overeenstemmen; deze berekeningen zijn dan ook waardeloos.

Partijen ontkrachten alzo geenszins de raming van de eerste rechter terwijl kan worden nagegaan dat die zoveel als mogelijk gesteund is op verifieerbare en concrete cijfers (onder meer deze uit de reeds aangehaalde stand van zaken op 2 januari 2004), zodat er dan ook geen reden is om hiervan af te wijken.

4. De rechtsbekwaamheid van handelsvennootschappen is beperkt ingevolge het nagestreefde doel; zij kunnen enkel een vermogensrechtelijk voorwerp hebben en derhalve geen zuiver morele schade lijden. De aantasting van de goede naam en de reputatie van een handelsvennootschap kan wel grond zijn tot schadeloosstelling. Deze aantasting kan ten aanzien van een handelsvennootschap evenwel slechts materiële schade opleveren, omdat zij het vertrouwen van bestaande en potentiële klanten kan schokken, waardoor de vennootschap minder omzet zal halen of deze niet zoals verwacht zal kunnen vergroten.

Bovendien bewijst de b.v.b.a. Tielts Verzekeringskantoor ook nergens dat de n.v. DVV enige schade zou hebben veroorzaakt, zodat de aanspraken in vergoeding hiervan geen grond hebben.
 

Noot: 

In DAOR onder dit arrest: Heeft een verzekeringsmakelaar recht op een uitwinningsvergoeding en kan een handelsvennootschap zuiver morele schade lijden?

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 28/07/2016 - 11:32
Laatst aangepast op: do, 28/07/2016 - 11:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.