-A +A

Handelshuur toepassingsgebied ruimte binnen grootwarenhuis (winkel-in-winkel)

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 20/03/2014
A.R.: 
C.12.0538.N

Artikel 1 van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten houdt in dat de regels betreffende de handelshuur slechts toepasselijk zijn indien de huurder als uitbater van een kleinhandel in rechtstreeks contact staat met het publiek in het algemeen, derwijze dat hij een eigen cliënteel kan opbouwen verbonden aan de door hem gehuurde lokalen zodat wanneer de huurder een ruimte huurt binnenin een grootwarenhuis dat openstaat voor het publiek in het algemeen, om er als zelfstandige een kleinhandel uit te baten, niet kan worden vermoed dat de huurder in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis aangezien dit publiek in de eerste plaats het cliënteel is van het grootwarenhuis; om te bepalen of dergelijke huur, ondanks de door de partijen aan de overeenkomst gegeven andere kwalificatie, toch onder het toepassingsveld valt van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten, dient de rechter in feite na te gaan of de huurder gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating, waaronder de ligging, het permanent en vast karakter van de verhuurde ruimte, de toegang tot die ruimte, het autonoom karakter van de uitbating, in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/16
Pagina: 
1190
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(L. BELGIUM GmbH. & Co KG / W. BVBA - Rolnr.: C.12.0538.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van koophandel te Brugge van 4 mei 2012.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddelen
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Tweede middel
1. Krachtens artikel 1 van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten zijn de regels betreffende de handelshuur van toepassing op de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die door de huurder of door een onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor een bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

2. Die bepaling houdt in dat de regels betreffende de handelshuur slechts toepasselijk zijn indien de huurder als uitbater van een kleinhandel in rechtstreeks contact staat met het publiek in het algemeen, derwijze dat hij een eigen cliënteel kan opbouwen verbonden aan de door hem gehuurde lokalen.

Wanneer de huurder een ruimte huurt binnenin een grootwarenhuis dat openstaat voor het publiek in het algemeen, om er als zelfstandige een kleinhandel uit te baten, kan, aangezien dit publiek in de eerste plaats het cliënteel is van het grootwarenhuis, niet worden vermoed dat de huurder in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis.

Om te bepalen of dergelijke huur, ondanks de door de partijen aan de overeenkomst gegeven andere kwalificatie, toch onder het toepassingsveld valt van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten, dient de rechter in feite na te gaan of de huurder gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating, waaronder de ligging, het permanent en vast karakter van de verhuurde ruimte, de toegang tot die ruimte, het autonoom karakter van de uitbating, in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis.

3. De appelrechters oordelen, wat betreft de vereiste van rechtstreeks contact met het publiek en de mogelijkheid een eigen cliënteel op te bouwen, dat:

de verweerster perfect haar eigen cliënteel kan opbouwen zonder dat dit identiek is aan het cliënteel van de eiseres;
dit zich in de praktijk ook voordoet en in de hand wordt gewerkt door het feit dat verweerster voor eigen rekening werkt;
de verweerster “klanten ziet die enkel voor beenhouwerijproducten komen aankopen, wanneer zij speciale acties onderneemt (bv. barbecue-seizoen of wildseizoen) en die helemaal niet aankopen bij (eiseres)”.
4. De appelrechters die op die gronden tot de toepasselijkheid van de wet op de handelshuurovereenkomsten besluiten, zonder na te gaan of de verweerster gelet op de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het grootwarenhuis, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven
5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het oordeelt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

(…)

 

Noot: 

• Rechtskundig Weekblad [RW] BLOCKX, Frederic; Noot ''Afhankelijke' handelszaken: tot waar reikt de Handelshuurwet?' 2015-16, nr. 23, p. 898-903.
• Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [TBO] VANHOVE, Kristof; Noot 'Toepassingsgebied van de Handelshuurwet: de winkel-in-winkel' 2014, nr. 4, p. 204-208.
• Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] SAMYN, Ingmar; Noot 'Winkel-in-winkel bij handelshuur. Cassatie trekt de teugels aan voor het bewijs van eigen cliënteel' 2014, nr. 9, p. 462-466.

• P.A. Foriers, Geen handelshuur zonder eigen cliënteel, NJW 2014/310, 795TBO 2014, 305,
• noot K. Vanhove TBBR 2014, 463
• F. Blockx, Cass. 20 maart 2014 RW 2015-2016,898
• B. Louveaux, Le droit du bail commercial, Brussel, Larcier, 2011, p. 154-155, nr. 175

• Vrederechter te Charleroi (I) (8 september 1981, JT 1981, 676, Alhier oordeelde de rechter dat zelfs de handelszaak in een gallerij niet onder de handelshuur valt. 
• Cassatie, 2 maart 1989, Arr.Cass. 1988-89, 761, Pas. 1989, I, 682, RW 1989-90, 512
• Cass.fr. 27 november 1991 (90-15177), Bull.civ. 1991, III, nr. 289, p. 170 en JCP 1992, N, 158
• Cass.fr. (civ. 3) 19 januari 2005 (03-15283), Bull.civ. 2005, III, nr. 10, p. 8
• Rb. Tongeren 30 maart 1987, hoger beroep tegen Vred. Genk 19 maart 1985 bevestigt, T.Vred. 1988, 45,
• Vred. Brugge (III) 17 april 1987, RW 1982-83, 376

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/07/2017 - 13:26
Laatst aangepast op: do, 13/07/2017 - 13:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.