-A +A

Handelsagentuur uitwinningsvergoeding geen toepassing bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 15/09/2017
A.R.: 
15/09/2017

De uitwinningsvergoeding, die een cliënteelvergoeding is die aan de agent verschuldigd is na de beëindiging van de overeenkomst, vormt geen vergoeding voor een handelstransactie tussen die agent en de principaal en valt bijgevolg niet onder de toepassing van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.17.0057.F
PROXIMUS nv,
tegen
ALFACOM nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Brussel van 25 juli 2016.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Volgens artikel 3, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de be-strijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties is die wet van toepas-sing op alle betalingen tot vergoeding van handelstransacties.

Krachtens artikel 2.1 van die wet wordt onder handelstransactie een transactie tus-sen ondernemingen verstaan die leidt tot het leveren van goederen of het verrich-ten van diensten tegen vergoeding.

Krachtens artikel 20, eerste lid, van de wet van 13 april 1995 betreffende de han-delsagentuurovereenkomst, dat van toepassing is op het geschil, heeft de handels-agent na de beëindiging van de overeenkomst recht op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de za-ken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de prin-cipaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren.

Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat de uitwinningsvergoeding, die een cliënteelvergoeding is die aan de agent verschuldigd is na beëindiging van de overeenkomst, geen vergoeding vormt voor een handelstransactie tussen die agent en de principaal en bijgevolg niet valt onder de toepassing van de voormelde wet van 2 augustus 2002.

Het arrest, dat de eiseres veroordeelt om aan de verweerster "een voorlopig be-drag van 113.130,60 euro" te betalen "als uitwinningsvergoeding, vermeerderd met de interest tegen de interestvoet bepaald in de wet van 2 augustus 2002 be-treffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, vanaf de datum van de dagvaarding tot de algehele betaling", schendt de voormelde bepa-lingen van de wet van 2 augustus 2002.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het de eiseres veroordeelt om interest te betalen tegen de interestvoet bepaald in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties op het voorlopig bedrag van 113.130,60 euro en de kapitalisatie van de interest op dat bedrag op 30 augustus 2013 en op 31 maart 2015 toestaat.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep Luik.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, en in openbare te-rechtzitting van 15 september 2017 uitgesproken

Noot: 

 

• Wetgeving: 

Parl.St.Senaat (verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heer Vandenberghe) 1991-92, 355-3, 106: 

Parl.St. Senaat ( memorie van toelichting bij het ontwerp van wet betreffende de handelsagentuurovereenkomst) 1991-92, 355-1, 19.

Parl.St. Senaat 1991-92, 355-1, 20.

 

 

Rechtsleer: 

• D. MERTENS, “Welke schade vergoedt de bijkomende vergoeding van de handelsagent?”, RW 2008-09, 1693-1697.

• A. DE THEUX, La fin du contrat d’agence commerciale, Brussel, Bruylant, 1997

• D. MERTENS, “De bijkomende vergoeding van de handelsagent: cliënteelvergoeding of carte blanche?”, RW 2002-03, 1046, 

• M. WILLEMART en S. WILLEMART, Le contrat d’agence commerciale, Brussel, Larcier, 2005, 80.

• P. CRAHAY, La rupture du contrat d’agence commerciale, Brussel, Larcier, 2008, 93, nr. 98 en K. DE BOCK en E. DURSIN, “De uitwinningsvergoeding” in E. DURSIN en K. VAN DEN BROECK (eds.), Handelsagentuur, I, Gent, Mys & Breesch, 1997, 340, nr. 596

 

cliënteelvergoeding bij agentuur:

• P. CRAHAY, La rupture du contrat d’agence commerciale, Brussel, Larcier, 2008, 83, nr. 87 e.v.;

• K. DE BOCK en E. DURSIN, “De uitwinningsvergoeding” in E. DURSIN en K. VAN DEN BROECK, Handelsagentuur, I, Gent, Mys & Breesch, 1997, 318, nrs. 557 e.v.;

• P. DEMOLIN, Agent commercial. Agent de banque. Agent d’assurance, Waterloo, Kluwer, 2007, 125 e.v.;

• A. DE THEUX, La fin du contrat d’agence commerciale, Brussel, Bruylant, 1997, 65, nr. 42;

• E. DURSIN, “Beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst” in P. NAEYAERT en E. TERRYN (eds.), Beëindiging van overeenkomsten met handelstussenpersonen, Brugge, die Keure, 2009, 181, nrs. 53 e.v.

• M. WILLEMART en S. WILLEMART, Le contrat d’agence commerciale, Brussel, Larcier, 2005, 79 e.v.

considerans van de richtlijn (2 de en 3 de overwegingen)

• J.W. RUTGERS, “De agentuurovereenkomst” in A.S. HARTKAMP, C.H. SIEBURGH en L.A.D. KEUS, De invloed van het Europees recht op het Nederlands privaatrecht, Deventer, Kluwer, 2007, 74.

Definitie cliënteel

• A. CUYPERS, “Wet 25 oktober 1919” in X, Voorrechten en hypotheken. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 1993, 18, nr. 6

• B. DU LAING, “Het pand op de handelszaak: een algemeen overzicht en enkele recentere ontwikkelingen” in X, Notariële aspecten van de handelszaak en de handelshuur, 129-130, nr. 6.

• J. VAN RYN en J. HEENEN, Principes de droit commercial, T. I, Brussel, Bruylant, 1976, 395, nr. 433.

 

• Rechtspraak:

• Antwerpen 14 februari 2005, NjW 2005, 669; Antwerpen 11 oktober 2004, AR nr. 2003/1661, onuitgeg., geciteerd door D. MERTENS, RW 2008-09, 1694.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 21/05/2018 - 12:32
Laatst aangepast op: ma, 21/05/2018 - 12:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.