-A +A

Handelsagentuur concurrentiebeding en recht op uitwinningsvergoeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 25/03/2010
Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2010
Pagina: 
1039 en 1149
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Samenvatting

Krachtens artikel 20, lid 1 wet handelsagentuurovereenkomst, heeft de handelsagent recht op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren.

Het tweede lid van voornoemd artikel 20 bepaalt dat indien de overeenkomst voorziet in een concurrentiebeding, de principaal geacht wordt, behoudens tegenbewijs, nog aanzienlijke voordelen te verkrijgen.

Krachtens artikel 24 § 3 van dezelfde wet, schept het concurrentiebeding ten gunste van de agent een vermoeden dat hij klanten heeft aangebracht. De principaal kan het tegenbewijs leveren.

Uit deze bepalingen volgt dat, indien de handelsagentuurovereenkomst een concurrentiebeding bevat, er ten gunste van de handelsagent een dubbel vermoeden bestaat, enerzijds dat de handelsagent klanten heeft aangebracht, en anderzijds dat de agentuur de principaal nog aanzienlijke voordelen zal opleveren.

Wettelijke bron:

Wet betreffende de handelsagentuurovereenkomst
Art. 20

Overige rechtspraak:

Een handelsagent heeft recht op een uitwinningsvergoeding, wanneer naar redelijke verwachting mag worden aangenomen dat de aanbreng van nieuwe klanten of de aanzienlijke uitbreiding van de zaken met bestaande klanten, na de beëindiging van de overeenkomst, de principaal nog aanzienlijke voordelen zal opleveren, hetgeen een zekere bestendigheid van bedoelde aanbreng of uitbreiding impliceert.
Het is evenwel niet vereist dat de aanbreng of uitbreiding, na de beëindiging van de overeenkomst, daadwerkelijk nog aanzienlijke voordelen oplevert voor de principaal. Feiten van na de beëindiging van de overeenkomst die beletten dat nog aanzienlijke voordelen aan de principaal zullen toekomen, mogen niet in aanmerking genomen worden, wanneer zij aan de principaal toe te schrijven zijn (Cass. A.R. C.07.0320.N, 15 mei 2008).
De uitwinningsvergoeding (art. 20 en 21 wet handelsagentuurovereenkomst), wettelijk verschuldigd aan de handelsagent na de beëindiging van de agentuurovereenkomst, is niet onderworpen aan de dwingende bepalingen van de wet 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (Cass. AR C.08.0448.N, 29 oktober 2009). Zie ook: Cass. AR C.08.0520.N, C.09.0040.N, 5 november 2009.

Na de beëindiging van de overeenkomst heeft de handelsagent recht op een uitwinningsvergoeding wanneer hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of wanneer hij de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid, voor zover dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren.
Indien de overeenkomst voorziet in een concurrentiebeding, wordt de principaal geacht, behoudens tegenbewijs, nog aanzienlijke voordelen te krijgen.
Het bedrag van deze uitwinningsvergoeding wordt bepaald rekening houdend zowel met de gerealiseerde uitbreiding van de zaken als met de aanbreng van klanten.
De uitwinningsvergoeding mag niet meer bedragen dan het bedrag van een jaar vergoeding berekend op basis van het gemiddelde van de vijf voorafgaande jaren of op basis van de gemiddelde vergoeding in de voorafgaande jaren indien de overeenkomst minder dan vijf jaar heeft geduurd.
De uitwinningsvergoeding is niet verschuldigd:
1°indien de principaal de overeenkomst heeft beëindigd vanwege een aan de agent te wijten ernstige tekortkoming zoals bepaald in artikel 19, eerste lid;
2°indien de handelsagent de overeenkomst heeft beëindigd, tenzij de beëindiging voortvloeit uit een aan de principaal te wijten reden, zoals bepaald in artikel 19, eerste lid, of het gevolg is van leeftijd, invaliditeit of ziekte van de handelsagent op grond waarvan redelijkerwijze niet meer van hem kan worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden voortzet;
3°indien de handelsagent of diens erfgenamen, overeenkomstig een afspraak met de principaal, hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de agentuurovereenkomst aan een derde overdragen.
De handelsagent verliest zijn recht op de uitwinningsvergoeding indien hij de principaal niet binnen een jaar na de beëindiging van de overeenkomst ervan in kennis gesteld heeft dat hij voornemens is zijn rechten te doen gelden.
 


Noot: 

RABG 2010, afl. 15-16, 1039, noot NAEYAERT, P.; RABG 2010, afl. 18, 1194, noot VERBEKE, R.; TBH 2010, afl. 7, 686; RW 2012-2013, 658.

Rechtsleer:

• HANSEBOUT, A., Interest op de uitwinningsvergoeding van de handelsagent, RW 2008-09, afl. 4, 152-155

• KVT, Uitwinningsvergoeding handelsagent: Cassatie bevestigt principes, Balans 2008, afl. 587, 4-5

• VAN GOMPEL, H., De rol van de billijkheid bij de bepaling van de uitwinningsvergoeding van een agent, Limb.Rechtsl. 2008, afl. 4, 342-343

• MERTENS, D., Welke schade vergoedt de bijkomende vergoeding van de handelsagent?, RW 2008-09, afl. 40, 1693-1697

• CRAHAY, P., La rupture du contrat d'agence commerciale

• LAMBRECHT, B., NAEYAERT, P., Kan het bedrag of de berekeningswijze van de uitwinningsvergoeding en van de bijkomende schadevergoeding rechtsgeldig contractueel bepaald worden vóór de beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst?, DAOR 2007, afl. 84, 424-436

• WAGNER, K., Agentuurovereenkomst en cliëntèlevergoeding , RW 2008-09, afl. 40, 1686-1688

• VAN DEN BROECK, K., De voorwaarden tot toekenning van de uitwinningsvergoeding – Artikel 20 handelsagentuurwet, RABG 2010, afl. 15-16, 1066-1070

• DURSIN, E., Beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst Bijdragen in boek - In: X., Beëindiging van overeenkomsten met handelstussenpersonen, 155-205
Beëindiging handelsagentuurovereenkomst

• NAEYAERT, P., Concurrentiebeding en het dubbele vermoeden inzake cliënteelvergoeding bij agentuur, RABG 2010, afl. 15-16, 1046-1054

• CNUDDE, S., De bijkomende vergoeding bovenop de uitwinningsvergoeding na de beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst, RABG 2010, afl. 15-16, 1084-1087

• WAGNER, K., Over de niet-toepasselijkheid van de interestvoet wet bestrijding betalingsachterstand handelstransacties op de cliënteelvergoeding van artikelen 20 en 21 handelsagentuurwet, RABG 2010, afl. 15-16, 1080

• DAMBRE, M., Ruimte voor de billijkheid bij de begroting van de uitwinningsvergoeding van de handelsagent, RABG 2010, afl. 15-16, 1025-1031

• NAEYAERT, P., LAMBRECHT, B., De conventionele vaststelling van de uitwinningsvergoeding in een handelsagentuurovereenkomst, DAOR 2010, afl. 94, 179-183

• MERTENS, D., De uitwinningsvergoeding van de handelsagent en de invloed van rechtmatige mededinging, RW 2009-10, afl. 42, 1781-1784 en http://www.rw.be (24 juni 2010)

• MERTENS, D., Werd vervolgd. De uitwinningsvergoeding wanneer de agent 'zijn'cliënteel meeneemt, TBH 2009, afl. 3, 248-258

 

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 17/03/2011 - 21:54
Laatst aangepast op: wo, 07/02/2018 - 16:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.