-A +A

GSM antenne stralingsnormen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
vri, 02/09/2011

Prima facie (dit betekent op het eerste gezicht) dient dan ook te worden aangenomen dat bij gebrek aan betwisting omtrent de wettigheid van het conformiteitsattest de wettelijke beperkingen inzake straling (die ook niet in vraag worden gesteld in het kader van huidige procedure, en die bepaald werden in functie van het voorzorgsbeginsel) geëerbiedigd werden.

Prima facie wordt er dan ook geen dreigend risico voor de gezondheid van eisers en de andere omwonenden bewezen, waardoor een onmiddellijke maatregel zich zou opdringen.

Prima facie blijkt dan ook dat door een verwijzing in de stedenbouwkundige vergunning naar de wettelijke verplichtingen inzake zendantennes, opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, er wel degelijk rekening werd gehouden met de eventuele gezondheidsrisico's.

Psychologische hinder of abnormale burenhinder in hoofde van eisers wordt dan ook niet bewezen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/20
Pagina: 
1421
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

1. De vorderingen
De vordering van eisers strekt er hoofdzakelijk toe verweerster te horen zeggen dat het haar, dan wel haar medecontractanten, aangestelden, onderaannemers dan wel alle andere personen die zij terzake zouden engageren, verboden is de mast en bijkomende constructies, voorwerp van de stedenbouwkundige vergunning d.d. 20 juli 2011, op te richten en/of in gebruik te stellen met ingang vanaf heden, en dit tot op het ogenblik dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij arrest uitspraak ten gronde doet over de in het geding zijnde rechten, op straffe van een dwangsom van 10.000 EUR per dag dat een inbreuk op dit verbod wordt gedaan.

2. De feiten
Verweerster heeft op 12 november 2007 een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag ingediend bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor het installeren van een gsm-zendstation.

Deze aanvraag had betrekking op bet vervangen van een bestaande vakwerkpyloon van de NMBS, met een hoogte van 18 meter, door een nieuwe vakwerkpyloon van 27 meter hoogte dewelke geplaatst wordt op een betonnen fundering, het plaatsen van een technische installatie naast de nieuwe pyloon en het afsluiten van de betrokken installaties met een omheining van 2 meter hoogte. De nieuwe pyloon is bedoeld voor het plaatsen van de antennes van verweerster en van de NMBS.

De site is gelegen in een woongebied.

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek, dewelke aanleiding heeft gegeven tot twee bezwaarschriften en een petitie.

De aanvraag werd ongunstig geadviseerd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Lokeren en gunstig door de NMBS-Holding en de afdeling Monumenten en Landschappen.

De gevraagde stedenbouwkundige vergunning werd verleend bij besluit van 28 oktober 2008 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

In een eerste fase, eind september 2010, werd een betonnen fundering gegoten, waarop de betrokken pyloon en technische installaties zullen aangebracht worden.

Op verzoek van huidige eisers, legde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zetelend in kort geding, een oprichtings- en exploitatieverbod op.

Eerste eiser heeft op 13 december 2010 een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend tegen de vergunning bij de Raad van State.

Verweerster is in deze procedure tussengekomen.

Met een besluit van 20 juli 2011 heeft de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning ingetrokken en heeft op dezelfde datum een nieuwe stedenbouwkundige vergunning afgeleverd.

Bij aangetekende brief van 29 juli 2011 heeft verweerster het college van burgemeester en schepenen van de stad Lokeren en de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar ingelicht over de voorziene datum van de start van de werken, met name 5 september 2011.

Eerste eiser heeft op 9 augustus 2011 een verzoekschrift tot schorsing en vernietiging ingediend bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

3. Discussie
3.1. Urgentie
In tegenstelling tot de stelling van verweerster, is de vordering wel degelijk urgent, gelet op het feit dat verweerster zelf als vooropgestelde datum van het begin van de werken 5 september aanduidt.

Eisers hebben niet onnodig lang gewacht alvorens hun vordering in kort geding in te stellen.

Ze hoefden ook geen verkorting van dagvaardingstermijnen te vragen, noch een eenzijdige procedure in te stellen, nu er tijd is om de vordering volgens de normale regels van het tegensprekelijk debat in kort geding te behandelen.

3.2. Voorlopige maatregel
In tegenstelling tot de stelling van verweerster, is de gevorderde maatregel een voorlopige maatregel.

Ingaan op de vordering doet geen nadeel aan de grond van de zaak en zou de situatie slechts bevriezen, in afwachting van een uitspraak ten gronde.

3.3. Schijn van recht
Eisers halen voornamelijk argumenten van volksgezondheid aan om én de oprichting én de exploitatie van de zendmast tegen te houden.

De mogelijke schadelijke gevolgen van de bestraling, ten gevolge van de exploitatie van de zendmast, worden hoofdzakelijk geviseerd, teneinde de gevorderde voorlopige maatregel bij hoogdringendheid te bekomen.

De exploitatie van de gms-antennes is op grond van de in het Vlaamse Gewest toepasselijke wetgeving op de hinderlijke inrichtingen, en meer bepaald Vlarem II, onderworpen aan de afgifte van een conformiteitsattest.

Een conformiteitsattest zal pas afgeleverd worden indien voldaan is aan de wettelijke stralingsnormen, ook rekening houdende met de omgeving (onder meer woningen).

Uit de elementen van het dossier blijkt dat verweerster over het wettelijk vereiste conformiteitsattest beschikt om de zendmast te exploiteren.

De wettelijkheid van het conformiteitsattest wordt als dusdanig niet in vraag gesteld.

Prima facie dient dan ook te worden aangenomen dat bij gebrek aan betwisting omtrent de wettigheid van het conformiteitsattest de wettelijke beperkingen inzake straling (die ook niet in vraag worden gesteld in het kader van huidige procedure, en die bepaald werden in functie van het voorzorgsbeginsel) geëerbiedigd werden.

Prima facie wordt er dan ook geen dreigend risico voor de gezondheid van eisers en de andere omwonenden bewezen, waardoor een onmiddellijke maatregel zich zou opdringen.

Prima facie blijkt dan ook dat door een verwijzing in de stedenbouwkundige vergunning naar de wettelijke verplichtingen inzake zendantennes, opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, er wel degelijk rekening werd gehouden met de eventuele gezondheidsrisico's.

Psychologische hinder of abnormale burenhinder in hoofde van eisers wordt dan ook niet bewezen.

Eisers stellen ook, zonder dit evenwel verder uit te werken, dat hun uitzicht zwaar zal worden aangetast.

In de bestreden vergunning wordt uitvoerig gemotiveerd (p. 3) waarom de keuze wordt gemaakt om de mast op een bestaande pyloon van de NMBS op te richten, met onder meer het oordeel dat hierdoor de visuele impact tot een aanvaardbaar minimum wordt beperkt.

Deze motivering is niet kennelijk onwettelijk, en maakt eerder een opportuniteitsoverweging uit, die de rechter in principe niet mag beoordelen.

OM DEZE REDENEN,

(…)

Waar aanwezig was: S. Cardon de Lichtbuer, ondervoorzitter.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 05/07/2017 - 13:03
Laatst aangepast op: wo, 05/07/2017 - 13:03

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.