-A +A

Gezamenlijk aanbod kan resulteren in verkoop met verlies

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
vri, 25/06/2010

Een gratis aanbod ban een product bij aankoop van een een ander product kan de verkoop tot verkoop met verlies maken en dus niet toelaatbaar. DE verkoop met verlies blijft ook sinds de wet van 6 april 2010 verboeden.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/16
Pagina: 
1123
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(NV M.C.C./CVBA E.)
(Advocaten: Mr. Fr. Roose en Mr. J. Meerts)
1. M.C.C. meent dat de eerste rechter onterecht het aanbod van de films met de speler als één geheel heeft beschouwd voor de beoordeling of verkocht werd met verlies.

Volgens haar verkocht zij 10 blu-ray-films voor een prijs van 166 EUR. De inkoopprijs voor deze films zou 62,2545 EUR bedragen zodat er geen sprake zou kunnen
zijn van verkoop met verlies vermits de klant niet zou betalen voor de blu-ray-speler die gratis werd geleverd.

2. E. heeft niet het gezamenlijk aanbod van films en speler aangeklaagd.
M.C.C. kan zich dan ook niet nuttig beroepen op het feit dat volgens de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (arrest van 23 april 2009) het geoorloofd is producten gezamenlijk aan te bieden of zelfs een product gratis aan te bieden bij de aankoop van een ander.

Het feit dat deze marktpraktijk op zich in beginsel niet kan verboden worden is nietszeggend over de geoorloofdheid van de voorwaarden waaronder dergelijk gezamenlijk aanbod wordt gedaan, en meer bepaald of bij de beoordeling van een klacht wegens verkoop met verlies abstractie moet worden gemaakt van het gratis aangeboden product.

3. Het gezamenlijk aanbod maakt één aanbod en verkoop uit, ongeacht of één van de producten als gratis zijnde wordt aangeboden. Derhalve kan dergelijke verkoop niet worden opgesplitst in de verkoop van het ene product met een gratis toevoeging van het andere. De omstandigheid dat de klanten de producten in kwestie ook kunnen aankopen los van het gezamenlijk aanbod doet daaraan geen afbreuk. In dat geval gaat het immers niet meer om een gezamenlijk aanbod maar om een enkelvoudige verkoop. M.C.C. gaat voorbij aan de vaststelling dat zij de gratis aangeboden blu-ray-speler zelf heeft moeten aankopen en deze aankoopprijs dus onderdeel vormt van de kostprijs van het gezamenlijk aanbod.

De eerste rechter heeft voor de beoordeling of het gezamenlijk aanbod een verkoop met verlies uitmaakte terecht de aankoopprijs van zowel de films als van de speler in rekening gebracht.
4. Volgens M.C.C. bedraagt de gezamenlijke aankoopprijs 165,5038 EUR. Daaruit leidt zij af dat de verkoopprijs van 166 EUR geen verkoop met verlies inhoudt.

5. E. betwist de wijze waarop M.C.C. de aankoopprijs berekent. Zij meent dat geen rekening mag worden gehouden met de door de leverancier toegekende kortingen, 1% targetbonus en 1% betalingsbonus.

6. Waar in beginsel wel rekening kan worden gehouden met toegestane kortingen op de aankoopprijs om de aankoopprijs te vergelijken met de verkoopprijs mogen deze kortingen evenwel niet afhankelijk zijn van gebeurtenissen die met de aankoop zelf geen rechtstreeks verband houden en maar verwezenlijkt worden na de aankoop en de levering.

Dat is onder meer het geval voor targetbonussen en betalingsbonussen. Deze bonussen zijn afhankelijk van de concrete bedrijfsvoering van de koper (zijn betalingspolitiek en aankoopstrategie) en zijn derhalve onzeker op het ogenblik van de aankoop zelf. Die kortingen zullen ook maar verwezenlijkt worden na aankoop en levering, hetzij kort nadien (in geval van betaling binnen een bepaalde termijn na levering) hetzij langere tijd nadien (in geval de korting maar bekomen wordt door het behalen van een bepaald volume van aankopen in een bepaalde periode). In dat laatste geval zal overigens de korting doorgaans ook afhankelijk zijn van de aankoop van andere producten bij dezelfde leverancier en maar vaststaan op het ogenblik dat de producten reeds werden verkocht aan de consument en de verkoopprijs reeds werd gezet, onzeker of deze targetbonus wel zou behaald worden.

7. Het verkoopaanbod in kwestie dateert van vóór 5 november 2009, datum van de betekening van de dagvaarding.

Alsdan was de WHPC toepasselijk. De vaststelling in rechte dat M.C.C. inbreuk heeft gepleegd op de eerlijke handelspraktijken gebeurt onder toepassing van de toen toepasselijke regels vervat in de WHPC, meer bepaald artikel 40 WHPC.

Krachtens de hiervoor vermelde motieven is bewezen dat de aankoopprijs van de gezamenlijk aangeboden producten meer bedroeg dan 166 EUR.

Bij de berekening van de aankoopprijs van 165,5038 EUR heeft M.C.C. immers onterecht rekening gehouden met de beide voormelde bonussen van 1%.

De eerste rechter heeft geen stakingsbevel opgelegd.
Een stakingsbevel wordt thans wel van het hof gevorderd.

Dit stakingsbevel kan maar ingaan vanaf de datum van het arrest en geldt voor de toekomst.

Ook onder de sinds 12 mei 2010 toepasselijke wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming blijft de verkoop met verlies een verboden praktijk waarvoor een stakingsverbod kan worden opgelegd met toepassing van artikel 2 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.

De motieven om te besluiten dat het gezamenlijk aanbod in kwestie neerkwam op een verkoop met verlies gelden ook onder toepassing van artikelen 101, § 1 en 101, § 2 WMPC. Ook krachtens deze wetsbepalingen blijft de verkoop in kwestie een verboden verkoop met verlies op grond van de vergelijking van de aankoopprijs met de verkoopprijs.

8. Om dezelfde motieven is de omtrent dit aanbod gemaakte reclame eveneens onrechtmatig en een verboden praktijk.

9. Het betrokken verkoopaanbod was beperkt in de tijd en deze termijn is verstreken.
Wel bestaat er een gevaar voor herhaling zodat een stakingsbevel nuttig blijft.
Een publiciteitsmaatregel is niet meer nuttig zodat de vordering op dit punt ongegrond is.

10. Geen van beide partijen vecht de rechtsgeldigheid aan van de aangehaalde wetsbepalingen in het licht van bestaande richtlijnen.

11. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt appellante verwezen in de kosten van beide aanleggen.

Er is geen gegronde reden om af te wijken van het basisbedrag voor de berekening van de rechtsplegingsvergoeding
Om deze redenen
Het hof
Rechtdoend op tegenspraak;
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ongegrond,
En uitspraak doende ten gronde,
Verklaart de vordering gegrond als volgt,
Zegt rechtens dat NV M.C.C. zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige verkoop met verlies door in een gezamenlijk aanbod 10 blu-ray-films en een blu-ray-speler van het merk Samsung van het type BDP 1580, aan de consument te verkopen aan een prijs van 166 EUR.
Beveelt de staking van die praktijk en het voeren van reclame daarover op straffe van een dwangsom van 5.000 EUR per vastgestelde overtreding of per dag dat nog reclame wordt gevoerd.
(...)
 

Noot: 

• R. Steennot, RABG, 2011/16, 1126 Gratis toegifte kan van gezamenlijk aanbod verboden verkoop met verlies maken

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/12/2011 - 19:00
Laatst aangepast op: wo, 08/03/2017 - 11:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.