-A +A

In gevangenis geen kennis hebben van vereiste grievenformulier voor hoger beroep is geen overmacht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 29/11/2016
A.R.: 
2016/NT/745

De beklaagde roept overmacht in omdat hij niet op de hoogte was van de verplichting om op straffe van verval van het hoger beroep, een verzoekschrift dat de grieven bepaalt neer te leggen. Hij beweert dat hij hiervan ter griffie van de gevangenis niet in kennis werd gesteld en dat hem geen grievenformulier werd ter beschikking gesteld.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de mens die door deze niet kon worden voorzien of vermeden (zie en vgl.: Cass. 17 januari 1990, Arr.Cass. 1989, 650). De omstandigheid dat de beklaagde - die verondersteld wordt de wet te kennen - niet in kennis was van de noodzakelijkheid van het tijdig neerleggen van een verzoekschrift, maakt geen gebeurtenis uit onafhankelijk van de menselijke wil, die onvoorzienbaar en onvermijdbaar was.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

...

1. Procesrechtelijk.

1.1
Tegen het op 15 juni 2016 door de D17° kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (strafzaken), op tegenspraak gewezen vonnis werd hoger beroep ingesteld:
- op 3 juli 2016 door de beklaagde RC middels een verklaring op de griffie van de gevangenis te Dendermonde, overgeschreven in het register ad hoc ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde op 4 juli 2016, tegen alle beschikkingen van dit vonnis;
- op 11 juli 2016 door het openbaar ministerie tegen al de beschikkingen tegen de beklaagde RC volgens de beroepsakte, doch volgens het verzoekschrift als bedoeld in artikel 204 Sv. (‘grievenformulier hoger beroep') neergelegd op 11 juli 2016 ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, enkel tegen de beschikkingen op strafgebied wat betreft de strafmaat.

1.2
De beklaagde heeft geen verzoekschrift neergelegd zoals bedoeld door artikel 204 Sv., zoals gewijzigd door artikel 89 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie.

Overeenkomstig het nieuwe artikel 204 Sv. dient het verzoekschrift op straffe van verval van het hoger beroep nauwkeurig de grieven te bepalen die tegen het vonnis worden ingebracht, terwijl dit verzoekschrift, eveneens op straffe van verval van het hoger beroep, ter griffie moet worden ingediend binnen de termijnen die in artikel 203 Sv. worden voorgeschreven voor het aantekenen van hoger beroep.

Bij gebrek aan neerlegging van een verzoekschrift met grieven door de beklaagde, wordt het door hem ingestelde hoger beroep vervallen verklaard.

1.3
De beklaagde roept overmacht in omdat hij niet op de hoogte was van de verplichting om op straffe van verval van het hoger beroep, een verzoekschrift dat de grieven bepaalt neer te leggen. Hij beweert dat hij hiervan ter griffie van de gevangenis niet in kennis werd gesteld en dat hem geen grievenformulier werd ter beschikking gesteld.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de mens die door deze niet kon worden voorzien of vermeden (zie en vgl.: Cass. 17 januari 1990, Arr.Cass. 1989, 650). De omstandigheid dat de beklaagde - die verondersteld wordt de wet te kennen - niet in kennis was van de noodzakelijkheid van het tijdig neerleggen van een verzoekschrift, maakt geen gebeurtenis uit onafhankelijk van de menselijke wil, die onvoorzienbaar en onvermijdbaar was.

De omstandigheid dat de beklaagde in de gevangenis vertoefde, belet niet dat hij een verzoekschrift kon neerleggen in de zin van artikel 204 Sv.

De omstandigheid dat hij in de gevangenis niet zou geattendeerd zijn op de noodzakelijkheid van het neerleggen van een verzoekschrift of invullen van een "grievenformulier hoger beroep" verandert hieraan niets.

Weze te overvloede nog opgemerkt dat de beklaagde voor de eerste rechter bijgestaan was door een raadsman en dat hij ter terechtzitting verklaarde dat hij binnen de week na het aantekenen van zijn hoger beroep in de gevangenis (d.w.z. nog ruim binnen de termijn die liep om het verzoekschrift neer te leggen) telefonisch contact gehad heeft met zijn raadsman, zodat hij wel degelijk in de mogelijkheid was om zich te informeren nopens de rechtsgeldigheid van zijn handelwijze.

Het door de beklaagde ingeroepen middel van overmacht, dient dan ook te worden verworpen.
1.4
Het openbaar ministerie verklaart afstand te doen van het door zijn ambt ingestelde hoger beroep.

Overeenkomstig artikel 206 Sv., zoals gewijzigd door artikel 91 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, heeft het openbaar ministerie thans ook de mogelijkheid om afstand te doen van een ingesteld hoger beroep.

Het hof decreteert deze afstand.

...

(Zesde kamer, 2016/NT/745, 29 november 2016)

 

Noot: 

Bart Meganck, Grieven in hoger beroep en de revival van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: nauwkeurig is niet overdreven formalistisch en niet
overdreven soepel in te vullen, Tijdschrift voor Strafrecht 2017/2, 139 aanvulling op de noot die in het nummer 2017/1 van het Tijdschrift voor Strafrecht verscheen bij het arrest van 18 oktober 2016 van het Hof van Cassatie.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 28/11/2017 - 11:27
Laatst aangepast op: di, 28/11/2017 - 14:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.