-A +A

Getuigenis door familie is niet onbetrouwbaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
zat, 20/10/2012

Bloedverwanten zoals ouders en ook broers en zuster kunnen wel degelijk een geldige getuigenisverklaring ten voordele van hun kinderen afleggen.

Uit het enkele feit dat de getuige de bloedverwante is van een van de partijen, namelijk de moeder, kan niet worden afgeleid dat haar verklaring ontdaan is van elke objectieve bewijswaarde. Deze getuigenis moet echter met de nodige omzichtigheid worden beoordeeld.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
946
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BVBA I.D.D.K. t/ B.W.

...

II. De feiten

Bert W. en de BVBA I.D.D.K. (hierna “I.D.D.K.”) hebben op 19 september 2005 een overeenkomst gesloten voor de levering en plaatsing van een keuken door I.D.D.K., in de woning van Bert W., tegen een prijs van 4.018,20 euro. De bestelbon vermeldt dat een extra korting van 5% wordt toegestaan voor contante betaling bij levering. De betalingsvoorwaarden werden niet ingevuld op de kopie meegedeeld aan het hof.

Per brief van 28 november 2005 meldt I.D.D.K.: “Hierbij laten wij u weten dat uw goederen zullen geleverd worden volgens telefonische afspraak op 5 december 2005 – 8 u.

“Wij wensen u er wel op te wijzen, dat bij de levering een som van 3.498,09 euro betaald dient te worden aan onze chauffeur (met cheque).

“Indien er niemand van u kan aanwezig zijn, verzoeken wij u het bedrag voordien te storten op ons banknr. (...)”.

De keuken werd geleverd op maandag 5 december 2005. De kopie van de verhuisvrachtbrief (het origineel wordt niet neergelegd) vermeldt:

“Betaling na opzenden faktuur!” en

“Opmerking aan chauffeur:

Maximum lostijd per keuken 1 uur

Te ontvangen 3.498,09 euro

Aankomst + vertrek + wachttijd + naam klant + plaatser!!

Ref. 249078 W. Bert + Particulier”.

De afgesproken prijs werd alleszins op de meegedeelde kopie van de verhuisvrachtbrief onleesbaar gemaakt.

Acht maanden later, op 8 augustus 2006, verstuurde I.D.D.K. een factuur aan Bert W., voor het bedrag van 4.018,20 euro (inclusief btw).

Deze factuur werd op 9 augustus 2006 geprotesteerd door Bert W., die aanvoerde dat hij reeds 3.498,09 euro had betaald op 5 december 2005 en dat de keuken bovendien nog niet was afgewerkt.

De keuken werd daarna wel afgewerkt, maar Bert W. weigerde de factuur te betalen omdat hij beweerde reeds een bedrag van 3.498,09 euro in contanten te hebben betaald bij de levering aan de vrachtwagenchauffeur.

Het saldo van 520,11 euro werd op 20 november 2006 door Bert W. per overschrijving betaald.

III. De vorderingen en de bestreden beslissing

A. Eerste aanleg

Op 14 februari 2008 stelde I.D.D.K. een inleidende vordering tegen Bert W. tot betaling:

– van 3.847,89 euro (zijnde 3.498,09 euro uit hoofde van het factuursaldo en 349,80 euro uit hoofde van het schadebeding);

– dit alles vermeerderd met de verwijlinteresten aan 10% per jaar op 3.498,09 euro sinds 8 augustus 2006 en de gerechtelijke interesten.

Bert W. besloot tot de territoriale onbevoegdheid van de Rechtbank te Brussel en vorderde de verwijzing naar de Rechtbank van Koophandel te Leuven. Subsidiair besloot Bert W. tot de ongegrondheid van de vordering van I.D.D.K. en vroeg nog meer subsidiair:

– toegelaten te worden tot het bewijs, met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, dat hij op 5 december 2005 bij de levering van de keuken en bijbehorende apparatuur aan de vrachtwagenchauffeur, zijnde de heer M., een bedrag van 3.498,09 euro betaalde en dat de heer M. hem hiervoor een geschreven betalingsbewijs afleverde;

– (...).

Bij het bestreden tussenvonnis van 1 december 2009 heeft de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, na zich bevoegd te hebben verklaard, een getuigenverhoor bevolen over het feit dat Bert W. bij de levering van de keuken op zijn adres op 5 december 2005 aan de vrachtwagenchauffeur die het transport heeft uitgevoerd een bedrag van 3.498,09 euro heeft betaald en dat de vrachtwagenchauffeur hiervoor een kwijting heeft opgesteld en aan Bert W. heeft overhandigd.

Bert W. liet mevrouw R. en de zaakvoerder van de NV V. De V. oproepen als getuige.

Het getuigenverhoor vond plaats op 2 februari 2010.

Enkel mevrouw R., de moeder van Bert W., legde een verklaring af.

“...

“De dag dat ze de nieuwe keuken geleverd hebben moest mijn zoon weg, en toen heeft hij aan mij gezegd dat er in de kluis een enveloppe zat met geld, dat aan de vrachtwagenchauffeur moest worden betaald.

“Ik was die dag aan het kuisen in het bureau van de winkel. Op dat moment is mijn zoon binnengekomen en zei hij mij dat hij de enveloppe kwam halen om de chauffeur te betalen. ...

“Ik heb zelf niet gezien dat mijn zoon het geld afgegeven heeft, want ik was op dat moment in het bureau van de winkel.

“Later toen mijn zoon de rekening kreeg, heeft hij mij verteld dat er in de afrekening geen rekening gehouden was met het bedrag dat hij reeds betaald had.

“...

“Er zat geld in de enveloppe en geen cheque, ik heb niet nageteld hoeveel geld erin zat ...”.

Na dit getuigenverhoor bevestigde I.D.D.K. haar vordering.

Bert W. besloot tot de ongegrondheid van de vordering van I.D.D.K. en vroeg subsidiair te zeggen voor recht dat de vrachtwagenbestuurder hem zal vrijwaren, in voorkomend geval hem voorbehoud te verlenen de vrachtwagenbestuurder in de procedure te betrekken en de heer procureur des Konings te verplichten de identiteit van de vrachtwagenbestuurder vrij te geven.

De eerste rechter verklaarde de vordering van I.D.D.K. tegen Bert W. ongegrond.

B. Hoger beroep

I.D.D.K. stelt hoger beroep in en herneemt haar vordering.

Bert W. besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

IV. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

1. De betwisting tussen partijen is beperkt tot het bewijs van de betaling van 3.498,09 euro uit hoofde van de tussen hen op 19 september 2005 gesloten overeenkomst voor levering en plaatsing van een keuken.

Bert W. beweert deze betaling op 5 december 2005 in contant geld te hebben overhandigd aan de vrachtwagenchauffeur bij de levering van de keuken, zoals gevraagd door I.D.D.K.

I.D.D.K. beweert deze betaling niet ontvangen te hebben.

2. Bewijs van betaling – Krachtens art. 1315 BW moet hij die beweert bevrijd te zijn van een betalingsverbintenis, het bewijs van de betaling leveren, in dit geval is dit Bert W.

Art. 1341 BW bepaalt dat een onderhandse akte moet worden opgemaakt van alle “zaken” die de som van 375 euro te boven gaan. De auteurs van het Burgerlijk Wetboek hebben het woord “overeenkomsten”, dat was opgenomen in het voorontwerp, vervangen door het woord “zaken”, waardoor werd aangegeven dat de vermelde regel niet alleen van toepassing is op contracten.

De bewijsregeling van art. 1341 BW betreft zowel de wijze waarop het bestaan of de totstandkoming van de overeenkomst bewezen moet worden, als het bewijs van de wijziging en het tenietgaan, o.m. de beëindiging en de verbreking ervan (vgl. Cass. 2 maart 1973, Arr.Cass. 1973, 651; W. van Gerven, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, p. 682).

In beginsel kan de betaling van een som geld, wat een rechtshandeling is, boven de 375 euro slechts bewezen worden door een geschrift, door een kwijtschrift (R. Mougenot, La Preuve, Larcier, 1990, p. 78, randnr. 40; W. van Gerven, Verbintenissenrecht, p. 682).

Bert W. kan geen geschreven stuk voorleggen waaruit de betaling blijkt, maar bood in eerste aanleg aan dit bewijs te leveren met een getuigenbewijs.

Art. 1341 BW is niet van openbare orde, noch van dwingend recht. Partijen kunnen dus bij overeenkomst afwijken van de regels vervat in art. 1341 BW of ervan afzien zich op deze bepalingen te beroepen. De rechter kan het verbod om te bewijzen bij getuigen of vermoedens niet ambtshalve inroepen en een middel geput uit de schending van art. 1341 BW zal niet voor het eerst in cassatie mogen worden ingeroepen (Cass. 28 september 1953, Arr.Cass. 1954, 35; Cass. 27 juni 1963, Pas. 1963, I, 1131; Cass. 22 maart 1973, Arr.Cass. 1973, 730; Cass. 21 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1654; Cass. 22 februari 2010, AR S.08.0153.F, http://www.cass.be (8 maart 2010), conclusie procureur-generaal J.F. Leclercq).

I.D.D.K. heeft noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep, de schending aangevoerd van art. 1341 BW, noch dat het bewijs door getuigen niet zou toegelaten zijn.

Het voorgelegde getuigenbewijs van betaling is dus in deze concrete omstandigheden toegelaten.

3. De waarde van de getuigenverklaring – Samen met de eerste rechter beslist het hof dat uit het enkele feit dat mevrouw R. bloedverwante is van Bert W., namelijk zijn moeder, niet kan worden afgeleid dat haar verklaring ontdaan is van elke objectieve bewijswaarde.

Geen enkele wetsbepaling verbiedt immers dat familieleden zouden worden opgeroepen om te getuigen onder ede. Uiteraard moet deze getuigenis met de nodige omzichtigheid worden beoordeeld.

I.D.D.K. toont niet aan dat mevrouw R. enig persoonlijk belang zou hebben bij de oplossing van het geschil. Zij heeft zich in casu niet tot betaling verbonden.

Ten onrechte beweert I.D.D.K. dat de getuigenverklaring van mevrouw R. geen nuttige verduidelijkingen bijbrengt.

4. Bewijs van betaling – Uit de getuigenverklaring van mevrouw R. blijkt dat haar zoon Bert W. de dag van levering van de keuken een enveloppe uit de kluis van de winkel is komen halen om de keuken te betalen in handen van de vrachtwagenchauffeur.

Uit de stukken van het dossier blijkt dat:

– de bestelbon gewag maakt van een extra korting bij contante betaling bij levering;

– I.D.D.K. per brief van 28 november 2005 aan Bert W. heeft verzocht bij de levering van de keuken een som van 3.498,09 euro te betalen aan de chauffeur;

– de (kopie van de) verhuisvrachtbrief van 5 december 2005 eveneens melding maakt van “Opmerking aan chauffeur: te ontvangen 3.498,09 euro”;

– I.D.D.K. acht maanden wacht alvorens een factuur op te maken;

– Bert W. de factuur van 8 augustus 2006 onmiddellijk op 9 augustus protesteerde, stellende dat hij het bedrag van 3.498,09 euro had betaald op 5 december 2005 bij de levering;

– I.D.D.K. niet de minste moeite heeft gedaan om haar transportbedrijf hierover te gepasten tijde aan te spreken.

Samen met de eerste rechter oordeelt het hof dat de getuigenis van mevrouw R., samen met de andere, hierboven vermelde feitelijke gegevens uit het dossier, aantonen dat partijen overeengekomen waren dat een bedrag van 3.498,09 euro zou worden betaald bij levering van de keuken aan de vrachtwagenchauffeur en dat Bert W. op de dag van de levering tevens een enveloppe met geld uit de kluis heeft genomen met het oog op de betaling van de vrachtwagenchauffeur.

Nadien volgde gedurende meer dan acht maanden een volledig stilzwijgen vanwege I.D.D.K.

Uit al deze feitelijke elementen leidde de eerste rechter terecht af dat er voldoende feitelijke en overeenstemmende vermoedens aanwezig waren die bewijzen dat Bert W. op 5 december 2005 bij de levering van de keuken een bedrag van 3.498,09 euro betaalde aan de vrachtwagenchauffeur.

5. Bevrijdende betaling – I.D.D.K. beweert dat de uitgevoerde betaling alleszins niet bevrijdend is en baseert zich hiervoor op art. 1239 BW dat bepaalt dat de betaling moet worden gedaan aan de schuldeiser of aan iemand die volmacht van hem heeft.

I.D.D.K. voert aan dat zij geen volmacht verleende aan de vrachtwagenchauffeur om de betaling in ontvangst te nemen.

De eerste rechter oordeelde terecht dat dit verweer strijdig is met de stukken van het dossier.

In de brief van I.D.D.K. van 28 november 2005 wordt Bert W. uitdrukkelijk verzocht bij de levering van de keuken een bedrag van 3.498,09 euro aan de chauffeur te betalen. Tevens werd vermeld op de verhuisvrachtbrief dat de chauffeur de som van 3.498,09 euro moest ontvangen.

Uit het bovenstaande blijkt dat I.D.D.K. de chauffeur als lasthebber heeft aangeduid om de betaling in ontvangst te nemen.

De betaling in handen van de chauffeur (lasthebber van I.D.D.K.) was bevrijdend voor Bert. W.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 07/02/2015 - 17:12
Laatst aangepast op: za, 07/02/2015 - 17:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.