-A +A

Gemeentelijkebelasting op kamerverhuur

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 24/05/2012
A.R.: 
AR nr. F.11.0015.N

De gemeentebelasting die bestaat in een forfaitaire belasting op zowel de verhuring als de kosteloze terbeschikkingstelling van een kamer aan niet-inwoners, die geen verband houdt met het netto-inkomen van het goed en wordt vastgesteld op grond van het aantal slaapkamers, is niet in strijd met art. 464, 1° WIB92.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
227
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. F.11.0015.N

Stad Leuven t/ L.D.M.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 17 september 2009.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 464, 1o WIB92 zijn de provincies, de agglomeraties en de gemeenten niet gemachtigd tot het heffen van opcentiemen op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting en op de belasting van de niet-inwoners of van soortgelijke belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen, uitgezonderd evenwel wat de onroerende voorheffing betreft.

2. Een lokale belasting die is gebaseerd op een van de wezenlijke componenten die rechtstreeks de grondslag van de inkomstenbelastingen bepalen, is een verboden soortgelijke belasting.

3. De voor de dienstjaren 2001 en 2002 toepasselijke belastingreglementen van de eiseres voorzien in een forfaitaire belasting die slaat op een bepaald gebruik van een onroerend goed, namelijk zowel de verhuring als de kosteloze terbeschikkingstelling van een kamer of een woongelegenheid aan niet-inwoners van de stad. De belasting houdt geen verband met het netto-inkomen van het goed en wordt vastgesteld op grond van het aantal slaapkamers.

Deze gemeentelijke belasting gebruikt de grondslag of het bedrag van een inkomstenbelasting niet als belastbaar feit en is niet gebaseerd op wezenlijke componenten die rechtstreeks de grondslag van de inkomstenbelastingen bepalen. Ze is gebaseerd op de bevoegdheid van de gemeente om een bepaald gebruik van onroerende goederen te belasten.

4. Deze belastingreglementen vestigen een belasting op een bepaald gebruik van een onroerend goed, los van de werkelijke of vermoede opbrengst ervan, zodat deze reglementen niet in strijd zijn met art. 464, 1o WIB92.

De appelrechters die anders oordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

(arrest vernietigt Brussel 17 september 2009, RW 2010-11, 109)

 

Noot: 

onder dit arrest in het RW, L. Vandenberghe, Gemeentebelasting op (bruto-)omzet: een vervolgverhaal

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 05/10/2013 - 11:15
Laatst aangepast op: za, 05/10/2013 - 11:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.