-A +A

Gemeenschappelijk waarborgfonds tussenkomst niet beperkt tot lichamelijke schade

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 06/11/2014

De vergoedingsverplichting van de verzekeraars die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de voertuigen dekken, is niet beperkt tot de vergoeding van de schade uit lichamelijke letsels (1). (1) Art. 19bis-11, § 2, W.A.M. 1989, ingevoegd door de wet van 22 augustus 2002.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/5
Pagina: 
392
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.B. NV / AG.I. NV - Rolnr.: C.14.0066.F)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 26 februari 2013.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. DE FEITEN VAN DE ZAAK
De feiten van de zaak, zoals ze blijken uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, kunnen als volgt worden samengevat:

op 19 april 2004 heeft een aanrijding plaatsgehad tussen twee voertuigen, waarvan beider burgerrechtelijke aansprakelijkheid door de eiseres werd gedekt;
door de botsing werd een van die voertuigen weggeslingerd in de etalage van een handelszaak, die geëxploiteerd werd door een persoon die door de verweerster werd gedekt krachtens een polis materiële schade;
na haar verzekerde te hebben vergoed, heeft de verweerster de eiseres gedagvaard tot terugbetaling van haar uitgaven;
in een eerste vonnis heeft de rechtbank van eerste aanleg, die uitspraak deed in hoger beroep, geoordeeld dat de verweerster niet aantoonde dat deze of gene door de eiseres verzekerde bestuurders een fout had begaan en heeft ze het debat heropend om de partijen in staat te stellen de draagwijdte van artikel 19bis-11, § 2 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, waarop de verweerster haar rechtsvordering subsidiair had gegrond, nader toe te lichten;
het bestreden vonnis veroordeelt de eiseres, voor de helft in haar hoedanigheid van verzekeraar van een van de bestuurders en voor de helft in haar hoedanigheid van verzekeraar van de andere bestuurder, tot de betaling van een bedrag van 10.060,37 EUR, plus interest en kosten.
III. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

IV. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
Krachtens artikel 19bis-11, § 1, 7°) van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen kan elke benadeelde van het Fonds de vergoeding verkrijgen van de schade die door een motorrijtuig is veroorzaakt indien het motorrijtuig dat het ongeval heeft veroorzaakt, niet kan worden geïdentificeerd.

§ 2 van dat artikel bepaalt dat, in afwijking van 7°) van de voorgaande paragraaf, indien verschillende voertuigen bij het ongeval zijn betrokken en indien het niet mogelijk is vast te stellen welk voertuig het ongeval heeft veroorzaakt, de schadevergoeding van de benadeelde in gelijke delen wordt verdeeld onder de verzekeraars die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van die voertuigen dekken, met uitzondering van degenen wier aansprakelijkheid ongetwijfeld niet in het geding komt.

In tegenstelling tot wat het middel aanvoert, volgt uit die wetsbepaling niet dat de vergoedingsverplichting van de voornoemde verzekeraars, zoals bepaald in artikel 23 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 houdende de vaststelling van de toelatingsvoorwaarden en de werking van het Belgisch Bureau en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, beperkt zou zijn tot de vergoeding van de schade uit lichamelijke letsels.

De eiseres voert aan dat het voormelde artikel 19bis-11 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt doordat het een discriminatie, die strijdig is met de door de wetgever beoogde doelstellingen, invoert tussen de verzekeraars die, op grond van § 2 van dat artikel, de materiële schade van de benadeelden moeten vergoeden en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds dat, op grond van § 1, 7°) van dat artikel en van artikel 23 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003, enkel de lichamelijke schade van de benadeelden moet vergoeden.

De aldus door de eiseres aangeklaagde toestand vloeit niet voort uit artikel 19bis-11 van de wet van 21 november 1989 maar uit artikel 19bis-13, § 3 van die wet, dat bepaalt dat de Koning, in het geval bedoeld bij artikel 19bis-11, § 1, 7°), de verplichtingen van het Fonds kan beperken tot de vergoeding van de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels, alsook uit artikel 23 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003.

Er bestaat bijgevolg geen grond om aan het Grondwettelijk Hof de door de eiseres voorgestelde prejudiciële vraag te stellen, die uitgaat van een onjuiste juridische veronderstelling.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Noot: 

• Heirbrant, S. en Vereecken, S., « Artikel 19bis-11, § 2 WAM en de beperkingen bij schadevergoeding in de aansprakelijkheidsverzekering », R.A.B.G., 2016/5, p. 403-407

• G. Jocque, “Schadevergoeding bij onmogelijkheid om vast te stellen welk voertuig het ongeval veroorzaakt heeft”, NJW 2015, afl. 316, 102-103.

• O. Dierckx de Casterle, “Le dommage indemnisable visé par l'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs”, VAV 2015, afl. 1, 13-14.

• B. Ceulemans en A. Vanhaelen, “La fin d'une controverse autour de l'article 19bis-11, § 2, de la loi du 21 novembre 1989, ou le début d'une augmentation des primes d'assurance R.C. auto?”, For.ass. 2015, afl. 152, 61-65.

• I. Pechard, “L'article 19bis-11, paragraphe 2, de la loi du 21 novembre 1989. La Cour de cassation et la Cour constitutionnelle ont tranché. Premières réflexions”, JLMB 2015, afl. 13, 588-593.

• Tuyttens, I., « Uitgebreide toepassing kettingbotsingsregeling artikel 19bis-11, § 2 WAM: vergoeding voor materiële schade voor elk type weggebruiker ondanks haar fraudegevoelige karakter », R.A.B.G., 2016/5, p. 380-384

• Vereecken en S. Heirbrant, Verkeersongevallen. Actuele stand van zaken na ruim tien jaar artikel 19bis-11, § 2 WAM bij verkeersongevallen met verscheidene betrokken voertuigen en ongekende aansprakelijkheid, Herentals, Knops Publishing, 2015, 54-59.

• S. Vereecken, “Verschillende interpretaties omtrent het noodzakelijk aantal voertuigen betrokken bij een verkeersongeval bedoeld onder artikel 19bis-11, § 2 WAM”, VAV 2011, afl. 3, 172-178.

• J. Legrand, “ L'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs (loi R.C. auto) ”, T.Verz. 2011, afl. 2, 164-167.

• A. Randao Alface, “Accident de la route impliquant plusieurs véhicules. L'article 19bis-11, § 2 de la loi du 21 novembre 1989: d'incertitudes en certitudes… et vice versa”, Rec.jur.ass. 2011, 337-346.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 11/07/2017 - 12:28
Laatst aangepast op: di, 11/07/2017 - 17:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.