-A +A

Geluidsoverlast strafrechtelijke verantwoordlijkheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 28/04/2010

Men kan strafrechtelijk verantwoordelijk zijn en strafrechtelijk veroordeeld voor geluidsinbreuken die men zelf heeft gepleegd door organisator te zijn van werken die geluidshinder veroorzaken.De politiek verantwoordelijke is niet strafrechtelijk verantwoordelijk voor louter occassionele geluidsoverlast. Anders is hetgesteldwanneer de geluidsoverlast voortdurend is, dan wel slaat op een mangere periode. Een eindverantwoordelijke dient maximale inspanningen te leveren om geluidsoverlast te vermijden waarbij geluidsbegrenzers dienen gepolaatst bij geluidsoverbelastende activiteiten met het verplicht gebruik daarvan of het uitvoeren van controle door een digitale meter in de controlekamer. Tevens dient de eindverantwoordelijke ten overstaan van de organisaties en aannemers die overlast (kunnen) maken dat de geluidsnormen niet mogen worden overschreden.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 28 april 2010

te Antwerpen, Twaalfde kamer

(...)

Beklaagd van:

... en de tweede,

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd;

Bij inbreuk op de artikelen 22, 39 §1, 2° van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, laatst gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996 (BS 02.08.1996) en op artikel 43 §1 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM) d.d. 6 februari 1991, gewijzigd bij Besluiten van de Vlaamse regering d.d. 26 juni 1996 (BS 03.07.1996) en 12 januari 1999 (BS 11.03.1999), als exploitant van een inrichting de in de milieuvergunning of de in artikel 71 van het hierbovenvermelde besluit bedoelde vergunningen opgelegde bijzondere voorwaarden de voor de inrichting geldende algemene of per categorie van inrichtingen door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 20 van het decreet vastgestelde milieuvergunningsvoorwaarden, alsmede alle andere op de exploitatie van de inrichting van toepassing zijnde wettelijke, decretale, of reglementaire bepalingen, met betrekking tot de bescherming van het leefmilieu, van de oppervlaktewateren en van de externe veiligheid niet nageleefd te hebben, namelijk:

artikel 4.1.3.2. van het besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne d.d. 1 juni 1995:

"Onverminderd artikel 4.1.2.1. treft de exploitant als normaal zorgvuldig persoon alle nodige maatregelen om:

- de buurt niet te hinderen door geur, rook, stof, geluid, trillingen, niet-ioniserende stralingen, licht en dergelijke meer;

- de buurt te beschermen tegen de risico's voor en de gevolgen van accidentele gebeurtenissen die eigen zijn aan de aanwezigheid of de uitbating van zijn inrichting. Dit houdt onder meer in dat de nodige interventiemiddelen zijn voorzien. Het bepalen en het aanbrengen hiervan gebeurt in overleg met de plaatselijke brandweer.";

I. op 23 mei 2004,
II. op 27 mei 2004,
III. op 29 oktober 2004,
IV. op 13 maart 2005,
V. op 23 april 2005,
VI. op 14 mei 2005,
VII. op 9 september 2005,
VIII. op 12 september 2005,
IX. op 17 september 2005,
X. op 19 oktober 2005,
XI. op 23 oktober 2005,
XII. op 12 oktober 2006.

 

en inzake

DE GEMEENTE ZWIJNDRECHT
optredend door haar College van Burgemeester en Schepenen
Administratief Centrum
2070 Zwijndrecht, Binnenplein 1

vrijwillig tussenkomende partij

(...)

tegen het vonnis, op tegenspraak gewezen door 1 rechter op 26 januari 2009 door de correctionele rechtbank van Antwerpen, kamer 1C, dewelke als volgt heeft beslist:

VEROORDEELT:

- tweede beklaagde, V. D. V. A., hoofdens de vermengde feiten I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XI, XII tot een geldboete van TWEEDUIZEND EUR.

Beveelt dat de tenuitvoerlegging van de geldboete uitgesproken ten laste van veroordeelde, wordt uitgesteld voor een termijn van drie jaar vanaf heden.

Verplicht tweede veroordeelde, als bijdrage voor de financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, tot het betalen van een bijdrage van 25 EUR, vermeerderd met 45 decimes, en gebracht op 137,50 EUR.

Verplicht tweede veroordeelde tot betaling van 1/2 van de kosten van het geding belopende 51,63 EUR in het totaal en tot een vergoeding van 30,69 EUR.

Zegt dat de geldboete van 2000 EUR, vermeerderd wordt met 45 decimes, zodat die geldboete 11.000 EUR bedraagt.

Bepaalt de duur van de gevangenisstraf waardoor de geldboete vervangen kan worden, bij gebrek aan betaling binnen een termijn vermeld in artikel 40 van het strafwetboek, op drie maanden.

Rechtdoende over de vordering van de burgerlijke partij: V.R.H.

Verklaart de eis met betrekking tot tweede beklaagde ontvankelijk en gegrond in volgende mate;

Veroordeelt tweede beklaagde om aan de burgerlijke partij te betalen, als schadevergoeding, de som van ÉÉN (1,00) EUR provisioneel te vermeerderen vanaf heden met de gerechtelijke intresten en de kosten.

Veroordeelt beklaagde tevens tot betaling aan de burgerlijke partij van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 150 EUR.

Wijst het meer- en andersgevorderde af.

(...)

De vrijwillige tussenkomst van DE GEMEENTE ZWIJNDRECHT, thans voor het eerst en in graad van hoger beroep, is ontvankelijk in zoverre deze beoogt in realiteit de beklaagde, van wie wordt voorgehouden dat zijn afvaardiging destijds in het ontmoetingscentrum 't Waaigat geschiedde als uit hoofde van de uitoefening van zijn ambt als schepen van de gemeente, lid van het college van burgemeester en schepenen, op strafrechtelijk gebied en op burgerlijk gebied te ondersteunen in zijn verdediging.

De uitbreiding van de burgerlijke vordering door de burgerlijke partij bij conclusie en in zoverre daarbij thans voor het eerst in graad van hoger beroep een burgerlijke veroordeling gevorderd wordt ook tegen deze vrijwillig tussenkomende partij van wie zij een solidaire veroordeling samen met de beklaagde nastreeft, is in zoverre niet ontvankelijk; dergelijke vordering kan niet voor het eerst in graad van hoger beroep geformuleerd worden tegen een voor het eerst in graad van hoger beroep vrijwillig tussenkomende partij die ook zelf geen vorderingen stelt.

De feiten van de tenlasteleggingen dienen nader gepreciseerd als zijnde gepleegd: "te Zwijndrecht" en verder dient de passus: "- de buurt te beschermen tegen de risico's voor en de gevolgen (...) in overleg met de plaatselijke brandweer" weggelaten; tevens dienen deze feiten geactualiseerd als volgt:

"De feiten conform artikel 93 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 ter uitvoering van titel XVI van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vanaf l mei 2009 strafbaar gesteld zijnde bij artikel 39 van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, zoals gewijzigd bij artikel 34 van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI "toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen", en bij artikel 16.6.2.§1 lid 2 van voornoemd Decreet van 5 april 1995, zoals aangevuld bij artikel 9 van het Decreet van 21 december 2007".

De feiten, voorwerp van de strafvervolging, worden door deze preciseringen en actualisering ongemoeid gelaten en partijen werden daarvan in kennis gesteld ter terechtzitting van dit Hof van 31 maart 2010 en door de voeging van een nota door het Openbaar Ministerie aan het strafdossier bij kantschrift van 2 juni 2009 en hebben zich daarop kunnen verdedigen.

Nu de diverse geluidsinbreuken technisch vaststaan en genoegzaam blijken uit de diverse opgestelde processen-verbaal en uitgevoerde metingen, is evenwel niet aangetoond dat de beklaagde daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is; hij heeft deze niet zelf gepleegd noch kon hij persoonlijk daaraan voldoende remediëren; hij deed niet de uitbating van het ontmoetingscentrum noch was hij organisator van de diverse evenementen waarbij telkens de geluidshinder werd veroorzaakt; dat hij, als schepen van de gemeente, afgevaardigd was om zitting te hebben in het bestuur van de vroegere VZW die het bestuur uitmaakte, maakt hem niet per definitie persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk voor zodanige feiten; dat hij bij verschillende gelegenheden verklaarde dat hij de eindverantwoordelijke was voor het centrum 't Waaigat is enkel te lezen als dat hij zich bekend maakte als zijnde de politiek aangewezen verantwoordelijke onder wiens schepenmandaat dat centrum ressorteerde, doch brengt nog niet mee dat hij persoonlijk ook strafrechtelijk gehouden is voor elke strafrechtelijke inbreuk die ter gelegenheid van individuele en occasionele evenementen binnen dat centrum zouden worden begaan; alleszins staat wel vast dat de beklaagde, binnen zijn mogelijkheden als schepen, maximaal getracht heeft oplossingen voor het probleem te vinden zoals het doen plaatsen van een geluidsbegrenzer en het verplicht gebruik daarvan of het uitvoeren van controle door een digitale meter in de controlekamer; tevens liet hij bedingen ten overstaan van de organisaties en optredende gezelschappen dat de geluidsnormen niet mochten worden overschreden; de overige feitelijke beweringen van de burgerlijke partij zijn niet van aard anders te moeten oordelen; beklaagde dient dan ook vrijgesproken.

Gelet op de strafrechtelijke vrijspraak is het Hof niet bevoegd om te oordelen over de burgerlijke vordering van de burgerlijke partij.

Het Hof ziet geen reden om aan de vrijwillig tussenkomende partij, die zulks volgens het verzoekschrift vraagt, een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen ten laste van de beklaagde.

(...)

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 01/05/2018 - 15:03
Laatst aangepast op: di, 01/05/2018 - 15:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.