-A +A

Gekozen woonplaats en betekening aan de persoon

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Plaats van uitspraak: Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 10/05/2012
A.R.: 
C.11.0559.N

De betekening van de in cassatie bestreden beslissing aan de in België gelegen maatschappelijke zetel, ondanks gekozen woonplaats, doet derhalve in beginsel de termijn lopen om cassatieberoep in te stellen, behalve indien deze betekening door rechtsmisbruik is aangetast.

De bepaling dat, wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats mogen geschieden, legt niet de verplichting op om de betekening te doen aan de bij een lasthebber gekozen woonplaats wanneer de geadresseerde in België woont, verblijft of gevestigd is

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.11.0559.N

NV T. t/ NV E.E.O. en NV G.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen van 14 oktober 2009 en 29 september 2010.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweersters voeren aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het bestreden arrest van 29 september 2010 aan de eiseres is betekend aan haar maatschappelijke zetel te Marcinelle en het cassatieberoep, dat door de eiseres op 10 augustus 2011 betekend werden, te laat is ingesteld.

2. Art. 39, eerste lid Ger.W. bepaalt dat wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats mogen geschieden.

Deze bepaling legt niet de verplichting op om de betekening te doen aan de bij een lasthebber gekozen woonplaats wanneer de geadresseerde in België woont, verblijft of gevestigd is.

De betekening van de bestreden beslissing aan de in België gelegen maatschappelijke zetel, doet derhalve de termijn van drie maanden, bepaald in art. 1073 Ger.W., in beginsel lopen.

3. De eiseres voert aan dat de betekening op 31 december 2010 aan haar maatschappelijke zetel door rechtsmisbruik is aangetast.

De grond van niet-ontvankelijkheid werpt aldus een feitelijke vraag op die het Hof kan onderzoeken, aangezien de regelmatigheid van het cassatieberoep ervan afhangt.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

– de bestreden arresten van 14 oktober 2009 en 29 september 2010 zowel de maatschappelijke zetel van de eiseres te Marcinelle vermelden als haar uitbatingszetel te Antwerpen en de keuze van woonplaats bij haar raadsman;

– dezelfde vermeldingen ook voorkomen in de conclusies van de eiseres voor het hof van beroep en in het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen van 22 juni 2007;

– bij de betekening aan de maatschappelijke zetel van de eiseres te Marcinelle op 31 december 2010 om 10 u, de gerechtsdeurwaarder aldaar een afschrift heeft achtergelaten met melding dat hij de eiseres een per post aangetekende brief zal zenden om gebeurlijk nog een eensluidend afschrift van het exploot op zijn kantoor te komen afhalen;

– de bedoelde brief aangetekend werd verzonden naar de maatschappelijke zetel van de eiseres op 3 januari 2011.

5. Uit de gegevens en de omstandigheden van de zaak blijkt niet dat de betekening van 31 december 2010 aan de maatschappelijke zetel van de eiseres rechtsmisbruik uitmaakt.

De betekening doet derhalve de in art. 1073 Ger.W. bedoelde termijn lopen.

Het cassatieberoep ingesteld bij een op 12 augustus 2011 neergelegd verzoekschrift, is niet ontvankelijk.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.
 

Noot: 

Tom Toremans. Rechtsmisbruik en bedrog bij betekening van procesakten en de primauteit van de processtukken Noot onder voormeld arrest in het RW 2012-2013, 1213.

Noot onder voormeld arrest in het RABG, N. Clijmans, Ook het recht om niet op de gekozen woonplaats te betekenen kan worden misbruikt, RABG 2012/18, 1231

Rechtspraak

• Cass. 10/03/2008

• Cass. 8 maart 2002, Arr.Cass. 2002, 753

• Cass. 29 maart 2001, Arr.Cass. 2001, 531

• Rb. Brussel 6 december 1996, RW 1998-99, 164

• Antwerpen 10 maart 2010, RW 2011-12, 703

• Cass. 1 februari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 712;

• Cass. 22 mei 1980, Arr.Cass. 1979-80, 1178;

• Cass. 3 juni 1988, Arr.Cass. 1987-88, 1282;

• Cass. 1 februari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 712

• Cass. 26 februari 2010, JT 2010, 371, noot S. Brijs en J. Van Drooghenbroeck, RABG 2010, 702, noot B. Maes, bevestigd door het geannoteerde arrest en door Cass. 12 januari 2012

• Brussel 17 februari 1987, RW 1986-87, 2661;

• Brussel 28 november 1978, JT 1979, 283;

• Arbh. Brussel 7 juni 1995, JTT 1996, 227;

• Brussel 17 december 1993, FJF 1994, 492;

• Brussel 26 april 1995, P&B 1996, 126;

• Arbrb. Gent 19 juni 1973, RW 1974-75, 1596;

• Kh. Brussel 27 mei 1991, JT 1992, 227
 

 

Rechtsleer

• E. Brewaeys, “Opgelet met betekening aan zetel van VZW”, Juristenkrant 14 mei 2008, 2

• Jaarverslag van het Hof van Cassatie van België, 2001-02, 414;

• P. Taelman, “Loyale procesvoering” in B. Maes (ed.), Voorstellen tot bijsturing van de burgerlijke rechtspleging, Brugge, die Keure, 2006, 137).

• P. Schollen, “Bedrog als herroepings- en nietigheidsgrond in het procesrecht?” (noot onder Cass. 11 mei 2001), RW 2001-02, p. 738, nr. 2).

• A. Smets, Het recht op tegenspraak in civiele geschillen, Brugge, die Keure, 2009, p. 85, nr. 98

• A. Fettweis, noot onder Rb. Brussel 16 maart 1977, JT 1977, 626;

• A. Fettweis, Manuel de procédure civile, Luik, Faculté de droit de Liège, 1987, p. 186-187, nr. 222

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 24/08/2013 - 14:51
Laatst aangepast op: vr, 05/05/2017 - 12:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.