-A +A

Geen wraking voor de rechter die over volledigheid onderzoek met oog op de voorlopige hechtenis en ook over voorlopige hechtenis oordeelt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 10/06/2010
A.R.: 
C.10.0303.N

Nu de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, bij wie een zaak aanhangig is in het kader van de rechtspleging van de artikelen 235ter en 235bis van het Wetboek van Strafvordering los staat van de procedure in verband met de voorlopige hechtenis, belet in beginsel niets dat een rechter in beide zaken zitting neemt; beide procedures hebben ieder een ander voorwerp.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/08
Pagina: 
619
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.10.0303.N
V.J., thans verblijvende in de gevangenis te Hasselt,
verzoeker tot wraking,

I. HET VERZOEK TOT WRAKING
Verzoeker heeft op 3 juni 2010 op de griffie van het hof van beroep te Antwerpen een verzoek tot wraking neergelegd, ondertekend door mr. Hans Rieder, advocaat. Van dit verzoekschrift, dat op 7 juni 2010 is ontvangen door de procureur-generaal bij het Hof en dezelfde dag doorgezonden naar de hoofdgriffier van het Hof, is een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest gehecht.

II. VERKLARING VAN DE GEWRAAKTE RAADSHEER
Kamervoorzitter I. M. heeft op 4 juni 2010 verklaard dat er geen reden bestond om zich te onthouden.

III. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
Mr. Rieder heeft geconcludeerd.

IV. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 828, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt indien hij raad gegeven, gepleit of geschreven heeft over het geschil of indien hij daarvan vroeger kennis heeft genomen als rechter of als scheidsrechter, behalve indien hij in dezelfde aanleg heeft meegewerkt aan een vonnis of een uitspraak alvorens recht te doen.

2. De verzoeker voert aan:
- hij heeft in het kader van de controle van de bijzondere opsporingsmethodes in toepassing van artikel 235bis, §2, van het Wetboek van Strafvordering in hoofdorde de kamer van inbeschuldigingstelling gevraagd de strafvordering onontvankelijk te verklaren;
- de kamer van inbeschuldigingstelling, voorgezeten door kamervoorzitter I.M., heeft bij arrest van 20 mei 2010 beslist het debat te heropenen. Op 27 mei 2010 is de zaak in voortzetting gesteld op de terechtzitting van 3 juni om aan het federaal parket toe te laten kennis te nemen van de neergelegde besluiten en eventueel te repliceren;
- de kamer van inbeschuldigingstelling heeft nog geen uitspraak gedaan over de vraag of het dossier thans volledig was;
- de verzoeker is ook in het kader van de voorlopige hechtenis voor de kamer van inbeschuldigingstelling verschenen;
- in een arrest van 1 juni 2010 over de voorlopige hechtenis stelt het hof van beroep vast "dat het strafdossier volledig is (...) in dit strafdossier werd reeds de procedure artikel 235ter Wetboek van Strafvordering opgestart. De verdediging heeft in die procedure verzocht om tevens het strafdossier te onderwerpen aan de procedure van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. In het kader hiervan zal derhalve de kamer van inbeschuldigingstelling verder oordelen (...)". "Het strafdossier dat volledig is, is in zijn totaliteit ter inzage geweest van verdachte, waarop hij zich vrij heeft kunnen verdedigen";
- de kamer van inbeschuldigingstelling werd op 1 juni 2010 voorgezeten door kamervoorzitter I.M..
De verzoeker leidt hieruit af dat het zinloos wordt zich nog te verdedigen over het probleem van de bijzondere opsporingsmethodes.

3. De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, bij wie een zaak aanhangig is in het kader van de rechtspleging van de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering staat los van de procedure in verband met de voorlopige hechtenis. Niets belet in beginsel een rechter in beide zaken zitting te hebben. Beide procedures hebben ieder een ander voorwerp.
Naar de feiten toe heeft de kamer van inbeschuldigingstelling, die uitspraak deed over de voorlopige hechtenis, geen uitspraak gedaan over de volledigheid van het dossier in het algemeen maar wel uitspraak gedaan over de volledigheid van het dossier voor de doeleinden van de voorlopige hechtenis. Aldus heeft de kamer van inbeschuldigingstelling geen uitspraak gedaan die voor de belangen van de verzoeker relevant waren in het kader van de rechtspleging bepaald in de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering.

4. In zoverre het verzoekschrift gebaseerd is op artikel 828, 9°, moet het worden verworpen.

5. Artikel 828, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt wegens wettige verdenking.

6. De verzoeker baseert zijn aanvoering op de omstandigheid dat kamervoorzitter I. M. reeds uitspraak zou hebben gedaan over de volledigheid van het dossier op een ogenblik dat de partijen nog niet gehoord waren in de procedure bepaald in de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering.

7. Uit het antwoord gegeven sub 3 blijkt dat die aanvoering niet kan worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het verzoek tot wraking.
Wijst gerechtsdeurwaarder Marc Vermeulen, met kantoor te 1180 Ukkel, Molièrelaan 266, aan om op verzoek van de griffier het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen.
Veroordeelt de verzoeker tot de kosten.
Bepaalt de kosten tot op heden op de som van nul euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer
 

lees dit arrest op juridat

Noot: 

 

Willem De Pauw, De   o b j e c t i e v e   o n p a r t i j d i g h e i d   e n  d e   e x t e n s i e v e   b e v o e g d h e d e n  van de  kamer  van  inbeschuldigingstelling een subtiel evenwicht, RABG 2011/8,  621
 
Rechtsleer: 
 
• F. KUTY, L’impartialité du juge en procédure pénale, Brussel, Larcier, 2005, 45 e.v. en 255 e.v.;

• L. HUYBRECHTS, “Commentaar bij artikel 292, 2 de lid Ger.W.”, Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer.

• R. VERSTRAETE, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 1999, nr. 592.

• R. DECLERCQ, Beginselen van de strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 962, met verwijzing naar de rechtspraak.

• Voor een exhaustief overzicht, zie F. KUTY, o.c., 596-612

• B. ALLEMEERSCH, “Het verbod voor een rechter om tweemaal kennis te nemen van dezelfde zaak” (noot onder Cass. 10 april 2003), P&B 2003, 202. Dit betrof een bespreking van art. 292, 2
de lid Ger.W.

Rechtspraak:

• Cass. 12 december 1986, Arr.Cass. 1986-87, 497, Pas. 1987, I, p. 460;
• Cass. 8 februari 1977, Arr.Cass. 1977, 645;
• Cass. 15 april 1980, Arr.Cass. 1980, 1012. 135.
• Cass. 2 oktober 1985, Arr.Cass. 1985-86, 107;
• Cass. 4 april 1980, Juridat;
• Cass. 19 januari 1982, RW 1982-83, 1409.
• Cass. 29 mei 1985, Arr.Cass. 1984-85, nr. 592
• Cass. 11 februari 2004, RDPC 2004, 848;
• Cass. 20 februari 2001, Arr.Cass. 2001, nr. 106;
• Cass. 24 oktober 2000, Arr.Cass. 2000, nr. 573

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 19/05/2011 - 23:56
Laatst aangepast op: do, 19/05/2011 - 23:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.