-A +A

Geen strafrechtelijke vervolging na administratieve sanctie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 27/03/2013
A.R.: 
P.12.1945.F

Het algemeen rechtsbeginsel “non bis in idem”, ondermeer vervat is in art. 14.7 IVBPR, verzet zich ertegen dat iemand strafrechtelijk wordt vervolgd nadat hij een administratieve geldboete heeft betaald van strafrechtelijke aard, wanneer de tekst waarbij de geldboete is bepaald en die welke betrekking heeft op het strafbaar feit, in vergelijkbare bewoordingen dezelfde gedraging bestraffen en de bestanddelen van beide misdrijven identiek zijn.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1504
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

P.J. en N.J.

I. Rechtspleging voor het Hof

De cassatieberoepen zijn gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 oktober 2012.

...

II. Beslissing van het Hof

...

B. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing waarbij de door de eisers aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, afgeleid uit het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, wordt afgewezen

Tweede middel

Beide onderdelen samen

De eisers hebben voor de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd en voeren thans voor het Hof aan dat de naamloze vennootschap waarvan de eerste eiser afgevaardigd bestuurder was, aangemaand werd het bedrag van de ontdoken belasting te betalen, vermeerderd met een geldboete die gelijk is aan de helft van dat bedrag, dat de eisers die geldboete zelf hebben betaald en dat het strafrechtelijk karakter ervan, in de zin van art. 6 EVRM, verbiedt om hen andermaal te straffen.

Het door het middel aangevoerde algemeen rechtsbeginsel, dat vervat is in artikel 14.7 IVBPR, verzet zich ertegen dat iemand strafrechtelijk wordt vervolgd nadat hij een administratieve geldboete heeft betaald van strafrechtelijke aard, wanneer de tekst waarbij de geldboete is bepaald en die welke betrekking heeft op het strafbaar feit, in vergelijkbare bewoordingen dezelfde gedraging bestraffen en de bestanddelen van beide misdrijven identiek zijn.

Volgens de telastleggingen C.12 tot K.23 worden de eisers vervolgd wegens valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken in de jaarrekeningen van een naamloze vennootschap, valse facturen, oneigenlijke aftrekposten en onrechtmatige terugbetalingen van de belasting over de toegevoegde waarde, niet-aangifte van een belastbare winst en niet-betaling van de verschuldigde belasting op die verborgen winst, oplichtingen of misbruik van vennootschapsgoederen en overtredingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen.

De eisers hebben in de namens hen op de terechtzitting van de kamer van inbeschuldigingstelling van 1 oktober 2012 neergelegde conclusie aangevoerd dat de strafvordering niet ontvankelijk is en verklaren daartoe alleen dat hun vennootschap een naheffing had betaald nadat haar een administratieve geldboete was opgelegd, bestaande uit een verhoging met 50%.

De eisers hebben bijgevolg niet aangevoerd dat de administratieve geldboete waarop zij zich baseren, werd opgelegd met toepassing van één of meer wettelijke of reglementaire bepalingen die de feiten bestraffen die de hierboven vermelde telastleggingen opleveren en evenmin dat deze kunnen worden herleid tot het verzuim dat aanleiding heeft gegeven tot de aangevoerde naheffing en belastingverhoging.

Het arrest schendt bijgevolg noch art. 6 EVRM en miskent evenmin het in het middel aangehaalde algemeen rechtsbeginsel, door te beslissen dat de betaling van het door de belastingadministratie vastgestelde bedrag de tegen de eisers wegens die telastleggingen ingestelde strafvordering niet doet vervallen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...
 

Noot: 

• J. Put, “Bis, sed non idem”, RW 2001-02, 937-949;

• R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, p. 167-169, nrs. 280-281.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 19/05/2014 - 10:05
Laatst aangepast op: di, 20/05/2014 - 14:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.