-A +A

Geen rechtsplegingsvergoeding voor partij zonder advocaat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 11/03/2010

Enkel de partijen die tijdens een aanleg de bijstand van een advocaat genoten of erdoor vertegenwoordigd werden, kunnen aanspraak maken op de voor die aanleg in art. 1022 bedoelde rechtsplegingsvergoeding. Procespartijen die in persoon verschijnen of die niet verschijnen kunnen geen rechtsplegingsvergoeding vorderen (Cass. AR P.13.1001.F, 20 november 2013; Cass. AR F.12.0004.N, 15 maart 2013; Cass. AR C.09.0042.N, 11 maart 2010; Cass. AR P.09.0850.N, 15 december 2009). 

De in het gelijk gestelde procespartij heeft recht op de rechtsplegingsvergoeding indien zij zich liet bijstaan en vertegenwoordigen door een advocaat; procespartijen die in persoon verschijnen, kunnen geen rechtsplegingsvergoeding vorderen. Zie J.-F. Van Droogenbroeck en B. De Coninck, La loi du 21 avril 2007 sur la répétibilité des frais et honoraires d'avocat, J.T., 2008, 51, nr 65; H. Lamon, Verhaalbaarheid advocatenkosten. Wet van 21 april 2007, NjW, 2007, 436, nr 8.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
872
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling

[...].
6. Krachtens artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.
Hieruit volgt dat de in het gelijk gestelde procespartij recht heeft op de rechtsplegingsvergoeding, indien zij zich liet bijstaan en vertegenwoordigen door een advocaat en dat procespartijen die in persoon verschijnen, geen rechtsplegingsvergoeding kunnen vorderen.

 7. De appelrechters die de eisers veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.200 euro aan de tweede en derde verweerder die geen beroep deden op een advocaat, schenden artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden vonnis, in zoverre het uitspraak doet over de rechtsplegingsvergoeding die werd toegekend aan de tweede en derde verweerder.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op het kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten.
Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, zitting houdende in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

 

Noot: 

• S. Voet, «Rechtsplegingsvergoeding per gerechtelijke band: Where will it all end?»,, Kantteking RW 2010-2011, 888

• Stefaan Voet Rechtsplegingsvergoeding bij een gemengde vorderiing Hof van Cassatie hakt de knoop door, noot onder Cass. 15 januari 2010, RW 2010-2011, 874.

Met toelichting over de verschillende standpunten inzake rechtsplegingsvergoedingen bij meerdere vorderingen gelardeerd met rechtspraak en rechtleer.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 25/11/2011 - 19:06
Laatst aangepast op: do, 25/09/2014 - 20:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.