-A +A

Geen dwangsom mogelijk voor een vordering tot het bekomen van de helft van de kinderbijslag

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 22/01/2015

Geen dwangsom is mogelijk voor een vordering tot het bekomen van de helft van de kinderbijslag, omdat zulks een geldelijke vordering is waarvoor de wetgever een dwangsom uitsluit.

 

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
74
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Electro Segers BVBA, [...] appellante, [ ... ]
tegen
Dr. Caeymaex BVBA, [...] geïntimeerde,
[ ... ]

1. De feiten en procedurevoorgaanden:

Huidige appellante voerde in opdracht en voor rekening van geïntimeerde werken uit betreffende de plaatsing van een domotica- en elektrische installatie in het pand gelegen te [ ... ], en dit op basis van een offerte van 21 augustus en 3 september 2007.
Die werken werden in december 2008 stopgezet op verzoek van geïntimeerde die deze, kennelijk door een derde verder wilde laten uitvoeren. Geïntimeerde betaalde alle facturen van appellante, voor een totaal bedrag van 71.764,31 EUR.

Bij dagvaarding van 22 juni 2009 vorderde geïntimeerde voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Turnhout, zetelend in kortgeding, om
- appellante te horen veroordelen tot afgifte van de plannen, schema’s en alle nuttige informatie met betrekking tot die domotica en elektrische installatie en dit tegen verbeurte van een dwangsom van 500 EUR per dag vertraging, vanaf 48 uur na het tussen te komen vonnis,
- te horen zeggen voor recht dat de plannen en installatie dient te worden gekeurd door het keuringsorganisme VINCOTTE, te Borgerhout,
- voorbehoud te verlenen wat betreft de correctheid en volledigheid van de documentatie,
- de zaak aan te houden tot na de keuring van de plannen en van de installatie door het keuringsorganisme VINCOTTE;
- appellante te horen veroordelen tot de gerechtskosten.
Bij beschikking van 12 augustus 2009 achtte de kortgedingrechter zich, bij gebrek aan hoogdringendheid, onbevoegd om kennis te nemen van die vordering, en veroordeelde geïntimeerde tot de gedingkosten.
Op 14 september 2009 liet geïntimeerde appellante dagvaarden voor de rechtbank van koophandel te Turnhout met dezelfde eisen als in de kortgeding-dagvaarding.
Met het vonnis van 25 november 2009 van
de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Turnhout is de vordering van geïntimeerde ingewilligd als volgt:
- aan appellante is akte verleend dat zij de plannen, de schema’s en de noodzakelijke informatie met betrekking tot de domotica- en elektrische installatie, door haar geplaatst te [ ... ], zal neerleggen ter griffie van deze rechtbank,

- appellante is veroordeeld om een kopie van deze plannen, schema’s en noodzakelijke informatie, over te maken aan geïntimeerde tegen verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging, vanaf 3 december 2009,
- er is gezegd voor recht dat de plannen en de installatie dienen te worden gekeurd door het keuringsorganisme AIB-VINCOTTE met zetel te 2140 Borgerhout, Noordersingel 23, of door een ander erkend keuringsorganisme naar keuze van geïntimeerde;
- het voorbehoud dat beide partijen formuleren is verwezen naar de bijzondere rol van de eerste kamer,
- de vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos verweer is afgewezen als ongegrond,
- de kosten zijn aangehouden, de voorlopige tenuitvoerlegging van dit vonnis is toegestaan, met uitsluiting van het recht op kantonnement.

Met een brief van 27 november 2009 legde de raadsman van appellante ter griffie van de rechtbank van koophandel het origineel neer van de gedetailleerde plannen en tekeningen, met de mededeling dat bij aangetekende brief een kopie van dit voltallige bundel aan Mr. Christophe HERMANS werd opgestuurd. Aangehecht aan dat schrijven is een bundel aan te treffen met over 16 bladzijden een beschrijving van de “automaten kelder”, “klemmenstroken kelder bovenaan”, “klemmenstroken kelder onderaan”, “klemmenstroken kelder Cv Lokaal”, “automaten verdieping”, “klemmenstroken verdieping bovenaan”, “klemmenstroken verdieping bovenaan”, verder een omschrijving op het bord van de “datakast links en verwarming”, het plan van de aansluitingen op het bord kelder en verdieping, en een grondplan van de woning met daarop de aansluitingen.
Door de raadsman van geïntimeerde is AIB-VINCOTTE BELGIUM vzw aangeschreven op 10 december 2009 om de installatie te komen keuren, en daartoe zijn aan laatstgenoemde “de plannen en tekeningen van de installatie” overgemaakt.

Blijkens het door geïntimeerde overgelegde verslag is AIB-VINCOTTE BELGIUM vzw ook effectief overgegaan tot controle en kwam deze tot het besluit dat de nieuwe installatie niet voldoet.

Op 22 maart 2010 liet geïntimeerde overgaan tot het betekenen aan appellante van het vonnis van 25 november 2009 met bevel om
- onmiddellijk over te gaan tot het betalen van de kosten van de uitgifte ervan, hetzij 11,40 EUR,
- onmiddellijk een kopie van de plannen, schema’s en noodzakelijke informatie met betrekking tot de domotica- en elektrische installatie door appellante geplaatst over te maken aan geïntimeerde, en dit op straffe van een dwangsom van 250 EUR.
Appellante kwam tegen die betekening met bevel op 29 maart 2010 in verzet bij de beslagrechter te Turnhout en vorderde in conclusies neergelegd op 14 april 2010:
- te horen zeggen voor recht dat de uitvoeringshandelingen, meer specifiek het bevel betekend in datum van 22 maart 2010 door gerechtsdeurwaarder L. HANNES onwettig is en van generlei waarde,
- het voormelde bevel te horen opheffen, - vervolgens te horen zeggen voor recht dat geen enkele dwangsom verschuldigd is en dit vanaf 3 december 2009, geïntimeerde verbod te horen opleggen verder uit te voeren op grond van het betekend bevel onder verbeurte van een dwangsom van 250 EUR per overtreding van het gerechtelijk verbod en dit vanaf de betekening van het tussen te komen vonnis,
- geïntimeerde te horen veroordelen tot de gedingkosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, begroot op 1.200 EUR. - het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.
Geïntimeerde besloot tot de ongegrondheid van die vordering en wilde horen zeggen voor recht dat
- de gevraagde software van de programmatie van de domotica- en elektrische installatie valt onder de noodzakelijke informatie, zoals bepaald in het vonnis van de rechtbank van koophandel te Turnhout van 25 november 2009;
- de uitvoeringshandelingen, meer specifiek het bevel betekend door gerechtsdeurwaarder HANNES op 22 maart 2010, wettig is en de dwangsommen sindsdien verschuldigd zijn tot aan de afgifte van alle gevraagde informatie;

Zij vorderde appellante te horen veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 1.200 EUR.

De eerste rechter
- verklaarde de vordering van appellante ontvankelijk doch ongegrond,
- verklaarde de eis van geïntimeerde ontvankelijk en gegrond als volgt:
- verklaarde het exploot van betekening-bevel van 22 maart 2010 geldig en zegde voor recht dat door appellante dwangsommen worden verbeurd zolang zij niet overgaat tot afgifte van een kopie van de software waaronder de broncode betreffende de door haar geplaatste domotica in het pand van geïntimeerde te [ ... ],
- verwees appellante in de gedingkosten en begrootte deze in hoofde van geïntimeerde op 1.200 EUR (rechtsplegingsvergoeding) en van appellante op 205,11 EUR (dagvaarding en rolstelling) en 1.200 EUR (rechtsplegingsvergoeding).

2. De vorderingen in hoger beroep:

Het hoger beroep, zoals uitgebreid in conclusies, strekt ertoe, bij hervorming van de bestreden beschikking,

- de oorspronkelijke vordering van appellante volledig gegrond te horen verklaren, en te horen zeggen voor recht dat de uitvoeringshandelingen, meer specifiek het bevel betekend op 22 maart 2010 door gerechtsdeurwaarder L. HANNES onwettig is van van generlei waarde,
- het voormelde bevel te horen opheffen,
- vervolgens te horen zeggen voor recht dat geen enkele dwangsom verschuldigd is en dit vanaf 3 december 2009,
- ondergeschikt, minstens en alleszins te zeggen voor recht dat de verbeurte van dwangsommen opgeschort waren gedurende het beraad van de eerste rechter,
- akte te horen nemen van de uitbreiding van eis van appellante,
- deze eisuitbreiding ontvankelijk en gegrond te horen verklaren,
- te horen zeggen voor recht dat de bronco-de geenszins onderdeel vormt van de software nl. de plannen, de schema’s en de noodzakelijke informatie met betrekking tot de domotica- de elektrische installatie, - eveneens te horen zeggen voor recht dat geïntimeerde de software en broncode heeft overgemaakt aan derden, dat hierdoor het intellectueel eigendomsrecht van appellante geschonden is en dienvolgens geïntimeerde te horen veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, provisioneel begroot op 1 EUR,
- in ondergeschikte orde, een technisch expert te horen aanstellen die zal uitmaken wat noodzakelijk is voor het beoogde gebruik van de installatie met garanties ter bescherming van de rechten van appellante als volgt:
* strikt gelimiteerde gebruiksrechten op de broncode waarbij deze broncode enkel mag en kan dienen voor het beoogd gebruik door geïntimeerde in het pand te [...] voor een periode van 48 uur;
* de verplichting op te leggen aan geïntimeerde om de broncode na beoogd gebruik van 48 uur te vernietigen in aanwezigheid van een gerechtsdeurwaarder bij allen die over kopie beschikten, en dit onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per dag vertraging na het tussengekomen arrest,
- uiterst ondergeschikte orde, voor zover wordt geoordeeld dat de broncode onderdeel uitmaakt van de software, om alsdan aan geïntimeerde de nodige verplichtingen op te leggen aangaande garanties ter bescherming van de rechten van appellante als volgt:
* strikt gelimiteerde gebruiksrechten op de
broncode waarbij deze broncode enkel mag
en kan diens voor het beoogd gebruik door
geïntimeerde in het pand te [...] voor een periode van 48 uur;
* de verplichting op te leggen aan geïntimeerde dat de broncode na beoogd gebruik van 48 uur wordt vernietigd in aanwezigheid van een gerechtsdeurwaarder bij allen die over kopie beschikten, en dit onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 EUR per dag vertraging na het tussengekomen arrest.
- alleszins, geïntimeerde te horen veroordelen tot de kosten van het geding, langs de zijde van appellante begroot op: dagvaardingskosten eerste aanleg 205,11 EUR, rechtsplegingsvergoeding 1.200 EUR, verzoekschrift hoger beroep 186 EUR, rechtsplegingsvergoeding hoger beroep 1.320 EUR.
Geïntimeerde besluit tot de ontvankelijkheid, doch ongegrondheid van het hoger beroep en van de nieuwe vorderingen. Zij vraagt de integrale bevestiging van de bestreden beschikking, en wil horen zeggen voor recht dat de dwangsommen, zoals bepaald in het vonnis van de rechtbank van koophandel te Turnhout van 27 november 2009, verbeurd zijn ten haren voordele voor de periode vanaf 22 maart 2010 tot en met 28 mei 2010, en wil appellante horen veroordelen tot de kosten van de beide aanleggen, in haren hoofde begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 1.200 EUR voor de eerste aanleg, en van 1.320 EUR voor het hoger beroep.

3. Beoordeling:

3.1. Nog over de feiten:

Appellante stelt dat zij op 28 mei 2010 wel is overgegaan tot de afgifte en overhandiging van DVD getiteld ETS3 met een opname van 19,8 MB, ondanks het feit dat zij zich niet kan verzoenen met de beslissing van de beslagrechter.

Geïntimeerde erkent dat haar op 28 mei 2010 “de software” is overhandigd, maar stelt dat tot aan de afgifte daarvan niet was voldaan aan de verplichting opgelegd in het bodemvonnis, nu ook die software “noodzakelijk onderdeel is van de informatie over de domotica installatie die diende te worden overhandigd aan haar”.

Thans blijft dus in betwisting tussen partijen de vraag of appellante reeds met de overdracht van documenten op 27 november 2009 voldaan had aan haar verplichting uit het tenuitvoergelegde vonnis, dan wel of geïntimeerde nog aanspraak kon maken op de afgifte van de broncode van de installatie.

3.2. Over de verbeurte van enige dwangsommen:

Vooreerst dient duidelijk gesteld te worden dat het Hof, gevat als beslagrechter in hoger beroep in het kader van een uitvoeringsgeschil voor dwangsommen, niet te oordelen heeft over de bodemaanspraken van partijen.

In het kader van huidige uitvoeringsprocedure is dus enkel te beoordelen of appellante het haar opgelegde rechterlijk bevel heeft nageleefd binnen de haar opgelegde termijn. De tenuitvoergelegde beslissing bezit immers kracht van gewijsde en is hooit opgeheven.
De door de bodemrechter opgelegde hoofdveroordeling moet voldoende nauwkeurig geformuleerd zijn, zodat de veroordeelde precies weet waaraan hij zich te houden heeft.
Het rechterlijk gebod of verbod waarop de dwangsom is gesteld dient immers restrictief uitgelegd nu de dwangsom een private straf is. Een niet nauwkeurig omschreven hoofdveroordeling is onuitvoerbaar, (zie o.m. DIRIX, E. en BROECKX, K., Beslag, A.P.R., 2001, nr. 83 g, p. 55-56; WAGNER, K., Dwangsom, A.P.R., 2003, nr. 124, p. 119).

Het komt verder niet toe aan de beslagrechter om de rechterlijke uitspraak te interpreteren, en waar nodig moet de zaak opnieuw voorgelegd worden aan de dwangsomrechter.
Wel kan de beslagrechter de draagwijdte van de uitvoerbare titel nader onderzoeken: is de dwangsomveroordeling precies geformuleerd dan is er voor de executierechter geen marge van beoordeling; in de andere gevallen dient hij rekening te houden met het doel en de geest van de dwangsomveroordeling.

Hier is alleszins duidelijk dat de dwangsomveroordeling niet expliciet melding maakte van de afgifte van enige software.

Bij de interpretatie van het rechterlijk gebod of verbod – m.a.w. bij de bepaling van wat al dan niet inbreukmakend gedrag is – moet het nodige gezond verstand aan de dag gelegd worden. Wanneer door het gedrag van de veroordeelde de doelstellingen van het rechterlijk gebod of verbod verwezenlijkt werden – wanneer dat gebod of verbod m.a.w. naar de geest werd nageleefd – doch er volgens een overdreven strenge interpretatie van dat gebod of verbod toch nog een afwijking kan voorliggen van de letter van datgene wat bevolen werd, dient de geest van het gebod of verbod te primeren op de letter ervan. M.a.w. het doel en strekking van de veroordeling dienen als richtsnoer genomen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. (zie o.m. WAGNER, K., o.c, nr. 98, p. 96-97); DIRIX E., “Beslag en collectieve schuldenregeling (2002-2007)”, TPR 2007, p 2053).

De dwangsom is enkel verbeurd wanneer de gewraakte handelswijze klaarblijkelijk, d.w. z. zonder redelijke discussie, een inbreuk op de opgelegde verplichting oplevert. Enkel in dat geval is er sprake van een inbreuk en wordt de dwangsom verbeurd.

Is een redelijke discussie mogelijk, dan is de dwangsom niet verbeurd. (DIRIX, E., en BROECKX, K., o.c. nr. 83 j, p. 57).

Hier moet worden vastgesteld dat de bodemrechter vaststelde dat er tussen partijen (alsdan) geen discussie bestond: dat huidige geïntimeerde afgifte vraagt van « de plannen» en huidige appellante bereid is daarop in te gaan, en dat de bodemrechter vervolgens akte verleende aan huidige appellante dat zij «de plannen, de schema’s en de noodzakelijke informatie met betrekking tot de domotica- en elektrische installatie» zal neerleggen ter griffie.

Anders dan wat de eerste rechter meende kan uit dat akkoord van huidige appellante voor de bodemrechter nergens worden afgeleid dat zij zich ertoe verbond en/of dat haar de verplichting werd opgelegd om ook de software met broncode van de installatie te bezorgen: nergens blijkt immers uit dat in de ganse procesgang voor de bodemrechter sprake was van de broncode, dan wel de software waaronder de broncode: evenmin in de dagvaarding voor de kortgedingrechter, en in de dagvaarding en conclusies voor de bodemrechter werd afgifte gevraagd van broncode en/of de software met broncode, terwijl thans ook niet is aangetoond dat die verplichting vervat zat in de overeenkomst tussen partijen, zodat hier niet zonder meer kan worden gesteld dat de door geïntimeerde gewraakte tekortkoming van appellante klaarblijkelijk, dit wil zeggen zonder redelijke discussie, enige inbreuk op de opgelegde verplichting uitmaakt.

De bodemrechter zal zich, bij blijvende discussie tussen partijen, dan ook moeten uitspreken over het door hem verleende voorbehoud op de aanspraak van geïntimeerde «wat betreft de correctheid en volledigheid van de documentatie» dat naar de bijzondere rol werd verwezen.

Thans moet worden vastgesteld dat appellante wel degelijk is overgegaan tot afgifte van bepaalde documenten en plannen betreffende de door haar geïnstalleerde domotica en dit binnen de door haar opgelegde termijn, terwijl de discussie over correctheid en volledigheid van de documentatie onbeslecht blijft voor de bodemrechter en terwijl die discussie kennelijk ook niet verder benaarstigd is voor de bodemrechter, en terwijl het de beslagrechter (in beroep) niet toekomt om in de plaats te treden van de bodemrechter.
Al de argumenten die partijen betreffende de correctheid en de volledigheid van de door appellante overgemaakte documenten hier aanvoeren dienen dan ook niet verder beantwoord te worden in het kader van de huidige betwisting.

In redelijkheid kan dan ook thans niet worden geoordeeld dat enige dwangsom door appellante verschuldigd is, zodat het bevel als voorbarig moet worden beschouwd voor
de uitvoering van verbeurde dwangsommen, nu de bodemrechter ingevolge het voorbehoud zoals door hem geakteerd nog moet oordelen over de volledigheid van hetgeen is afgegeven.

De eisuitbreiding door appellante met be-trekking tot de voor het eerst in graad van hoger beroep gestelde eisen moet als onontvankelijk worden afgewezen.
Gelet op het wederzijds ongelijk, worden de kosten verdeeld zoals hierna bepaald.

OM DEZE REDENEN, HET HOF, [ ... ]

Verklaart de eisuitbreidingen in hoger beroep onontvankelijk,
Verklaart het oorspronkelijke in hoofdorde gestelde hoger beroep ontvankelijk, en gegrond in de hiernavolgende mate:
Hervormt de bestreden beschikking, en opnieuw rechtdoende,
Verklaart de oorspronkelijke vordering in verzet van appellante ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond:
Zegt voor recht dat het bevel, betekend op 29 maart 2010, onrechtmatig is in zover het ertoe strekte appellante te horen bevelen om onmiddellijk een kopie van de plannen, schema’s en noodzakelijke informatie met betrekking tot de domotica- en elektrische installatie geplaatst te [...], over te maken aan huidige geïntimeerde op straffe van een dwangsom van 250 EUR,
[ ... ]

Noot onder dit arrest zoals gepubliceerd in het NJW 2012, 214
Dwangsom tot afgifte van broncode van software

Rechtsleer:

P. STRUELENS, “Pandovereenkomsten op computerprogramma’s en databanken. Een zakelijke zekerheidsovereenkomst toegepast op enkele intellectuele rechten”, IRDI2002, afl. 1, (5) 15).
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 02/09/2016 - 16:23
Laatst aangepast op: vr, 02/09/2016 - 16:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.