-A +A

Gedwongen opname - Onterechte opneming – Terugbetaling van de kosten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
maa, 27/06/2016

Een persoon die onterecht gedwongen werd opgenomen kan niet veroordeeld worden tot betaling van de ksoten voor de opname.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1027
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

vzw Medisch Centrum S.J. t/ M.A.

1. Feitenrelaas

Mevr. M.A. (geïntimeerde) werd op last van het openbaar ministerie op 8 februari 2013 gedwongen ter observatie opgenomen in het Medisch Centrum S.J. (appellante).

Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Bilzen van 19 februari 2013 werd de beschermingsmaatregel opgeheven en werd mevr. M.A. ontslagen uit het Medisch Centrum S.J.

De door de vrederechter ter terechtzitting gehoorde psychiater, verbonden aan het Medisch Centrum S.J., verklaarde dat mevr. M.A. niet leed aan een geestesziekte en dat zij op dat ogenblik geen gevaar uitmaakte.

Het geschil betreft de kosten van deze gedwongen opname, die het Medisch Centrum S.J. van mevr. M.A. terugvordert.

...

4. Beoordeling

...

4.2. Over de grond van het geschil

Uit de voorgelegde stukken blijkt dat mevr. M.A. niet leed aan een geestesziekte op het ogenblik dat zij werd opgenomen, zodat zij ten onrechte gedwongen werd opgenomen ter observatie.

Hoewel geestesziektes of minstens de symptomen ervan plots kunnen opkomen of verschijnen, verdwijnt een geestesziekte niet plots in het niets. Dit is een algemene ervaringsregel daarop het hof zijn oordeel kan baseren. Aangezien de bevoegde vrederechter op 19 februari 2013 heet vastgesteld dat mevr. M.A. niet leed aan een geestesziekte, na een psychiater verbonden aan het Medisch Centrum S.J. te hebben gehoord, houdt dit noodzakelijk in dat mevr. M.A. evenmin op 8 februari 2013 aan een geestesziekte leed op het ogenblik waarop zij gedwongen ter observatie werd opgenomen.

Uit de voorgelegde stukken blijkt bijgevolg duidelijk dat zij ten onrechte het voorwerp heeft uitgemaakt van deze beschermingsmaatregel.

Het zou volkomen onbillijk zijn om mevr. M.A. te laten betalen voor kosten van een maatregel die zij ten onrechte heeft moeten ondergaan. In dit geval kan geen toepassing worden gemaakt van art. 34 van de wet «tot bescherming van de persoon van de geesteszieke», zodat er geen enkele wettelijke, contractuele of buitencontractuele rechtsgrond bestaat voor de eis van het Medisch Centrum S.J.

De eerste rechter heeft de eis van het Medisch Centrum S.J. terecht ongegrond verklaard en het hoger beroep is ongegrond.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 22/02/2018 - 21:48
Laatst aangepast op: do, 22/02/2018 - 21:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.