-A +A

Gebruik VZW om commerciële activiteiten te voeren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 15/10/2015

Een openbare, duurzame, commerciële vennootschap die niet de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid heeft aangenomen is sinds de wet van 13 april 1995 een maatschap.

Art. 52 Venn.W. bepaalt dat de vennoten van een maatschap ten aanzien van derden hoofdelijk verbonden zijn, wanneer de maatschap een handelsdoel heeft. Dit artikel luidt als volgt: “De vennoten van een maatschap zijn ten aanzien van derden verbonden, hetzij voor een gelijk deel, wanneer de vennootschap een burgerlijk doel heeft, hetzij hoofdelijk, wanneer zij een handelsdoel heeft. Van deze aansprakelijkheid kan niet worden afgeweken dan door een uitdrukkelijk beding in de met derden gesloten akte”.

Een onregelmatige VZW is geen (onregelmatige) vennootschap onder firma. Sinds de invoering van art. 2 Venn.W., thans art. 2 W.Venn. (door de reparatiewet van 13 april 1995) geldt de theorie van onregelmatige vennootschappen onder firma niet meer. Volgens dit artikel verkrijgen nieuw opgerichte handelsvennootschappen slechts rechtspersoonlijkheid na de neerlegging van (een uittreksel uit) de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel. Bij gebreke van een dergelijke neerlegging zal een VOF naast een VZW niet meer mogelijk zijn.

De leden van een onregelmatige VZW kunnen aangesproken worden als maten van een commerciële maatschap. Indien er een commerciële maatschap wordt vastgesteld, is het gevolg hiervan dat de maten (net zoals vóór de wet van 13 april 1995) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de maatschap. Een commerciële maatschap kan worden aangenomen tussen leden van een VZW en/of bestuurders van de VZW en/of andere personen die deze VZW hebben gebruikt.

Een VZW maakt misbruik maakt van haar VZW-statuut door alleen, minstens in hoofdzaak, commerciële activiteiten te voeren en dit derhalve in strijd met haar statuten en met art. 1 VZW-Wet. 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1630
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

H. Van S., BV I.G. e.a. t/ NV S.B.

I. De feiten, vordering en voorgaanden

1. De feiten werden nauwkeurig weergegeven in het vonnis a quo. Het hof verwijst ernaar. Duidelijkheidshalve worden de feiten bondig als volgt herhaald:

Geïntimeerde, de NV S., en appellanten zijn concurrenten op de markt van schoolboeken.

Klassiek bestond het systeem van aankoop van schoolboeken. Vanaf 2003 kwam, vanuit Nederland, het idee om schoolboeken te verhuren aan leerlingen.

De BVBA B. en de BV I. G. richtten op 25 februari 2004 de NV BVI op met als doel o.m. de verhuur van schoolboeken.

Op de verkoop van schoolboeken is een btw-tarief van 6% verschuldigd. Op de verhuur van schoolboeken is een btw-tarief van 21% verschuldigd.

Art. 44, § 6, 2o BTW-Wetboek voorziet evenwel in een vrijstelling van btw, indien de verhuurder een instelling is zonder winstoogmerk, die de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend aanwendt tot dekking van de kosten.

Om die redenen richtten A.G., H. Van S., de BVBA B.I. en de BV I.G. op 13 november 2006 de VZW B. op, met o.m. als doel “het stimuleren en het bevorderen van onderwijs en opvoeding bij de onderwijsinstellingen door de werkzaamheden daaromtrent te ondersteunen, zoals door het uitlenen, het verhuren en het ter beschikking stellen van school-, hogeschool- en universitaire boeken en opvoedkundige tijdschriften”.

De VZW B. werd klaarblijkelijk enkel als een facturatievehikel gebruikt om boeken te verhuren zonder btw.

Tegen de VZW B. werd een vordering tot staking ingesteld wegens een onrechtmatige marktpraktijk. Bij vonnis van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, afdeling Mechelen, rechtsprekend zoals in kort geding, van 12 juli 2007, werd de staking bevolen van de verhuur met vrijstelling van btw aan klanten, die waren aangebracht door de NV BVI of via de website (...).

Bij arrest van dit hof van 11 augustus 2008 zegde het hof voor recht dat de VZW een inbreuk op de eerlijke handelspraktijken pleegde door schoolboeken, aangekocht door de NV BVI, te verhuren zonder aanrekening van btw. De staking ervan werd bevolen.

Geïntimeerde ging tevens over tot dagvaarding in ontbinding van de VZW B. op grond van art. 18, 2o en 3o van de VZW-Wet.

Bij vonnis (inmiddels in kracht van gewijsde gegaan) van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, van 20 oktober 2008 sprak de rechtbank de ontbinding van de VZW uit. Mr. De Ridder werd als vereffenaar aangesteld.

Geïntimeerde voert aan dat verschillende (zeventien) scholen, met wie zij reeds jaren in vertrouwen samenwerkte, ten gevolge van voornoemde mededingingsverstorende activiteiten (onrechtmatige marktpraktijken) de samenwerking opzegden. Zij legt zes opzeggingsbrieven van scholen voor.

Geïntimeerde boord vanaf het schooljaar 2008-2009 eveneens schoolboeken aan op basis van de huurformule.

2. Bij exploten van 22 februari, 7 en 8 maart 2012 liet geïntimeerde, de NV S.B., de oprichters/bestuurders van de VZW B. enerzijds en de NV BVI anderzijds dagvaarden. De vordering, zoals geformuleerd in syntheseconclusies van 15 januari 2013, strekte ertoe:

– de verwerende partijen te veroordelen, solidair, in solidum, de ene minstens bij gebreke van de andere, in betaling van een provisionele som van 224.465,36 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten aan de wettelijke interestvoet sedert de gemiddelde datum 15 juni 2006 tot aan de dagvaarding en met de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf de dagvaarding tot de integrale betaling;

– vijfde verweerster (de NV BVI) te veroordelen tot overlegging van haar klantenlijsten over de jaren 2005-2009 met aanduiding van de gerealiseerde detailomzetten, onder verbeurte van een dwangsom van 150 euro per dag vertraging;

– verwerende partijen te veroordelen, solidair, in solidum, de ene minstens bij gebreke van de andere tot betaling van de som van 1.559,62 euro, vermeerderd met de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf de dagvaarding tot de datum van de integrale betaling;

...

3. De verwerende partijen betwistten de ontvankelijkheid van de vordering (stellende dat enkel de VZW werd veroordeeld wegens een inbreuk op de eerlijke marktpraktijken en de VZW inmiddels ontbonden werd), zodat er geen juridische basis was om hen aan te spreken.

Subsidiair betwistten zij de gegrondheid van de vordering en stelden zij dat er geen fout, schade en oorzakelijk verband in de zin van art. 1382 BW bewezen werden.

4. Bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, afdeling Mechelen, van 18 april 2013 werd de vordering van geïntimeerde ontvankelijk en deels gegrond verklaard. De eerste rechter veroordeelde eerste, tweede, derde en vierde verweerders hoofdelijk en vijfde verweerster (de NV BVI) in solidum tot betaling aan geïntimeerde van 50.000 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 15 juni 2006 tot de datum van de dagvaarding en de gerechtelijke interesten vanaf de datum van de dagvaarding tot de datum van de algehele betaling.

Het meer en anders gevorderde werd afgewezen als ongegrond (...).

5. Tegen dit vonnis werd hoger beroep aangetekend door middel van een verzoekschrift neergelegd op 30 oktober 2013. (...).

...

II. Beoordeling

...

In eerste aanleg werden door geïntimeerde (...) twee afzonderlijke vorderingen ingesteld: enerzijds een vordering tegen eerste tot en met vierde oorspronkelijke verweerders (thans eerste tot en met vierde appellanten) als leden van een onregelmatige VOF en anderzijds een vordering tegen oorspronkelijk vijfde verweerster, de NV BVI, als (mede)aansprakelijke partij voor de oneerlijke handelspraktijk en wegens de verwevenheid met de VZW.

In het verzoekschrift in hoger beroep worden enkel grieven aangevoerd (en wordt enkel de hervorming van het vonnis a quo gevorderd) in de mate dat H. Van S., de BV naar Nederlands recht I.G., A.G. (thans de erfgenamen van A.G.) en de BVBA B.D.I. veroordeeld werden als leden van een onregelmatige VOF. Er wordt geen grief aangevoerd noch de hervorming gevraagd wat betreft de oorspronkelijke vordering tegen de NV BVI. Nu ter zake geen grieven voorliggen en niet om de hervorming gevraagd wordt, dient het hof zich niet verder uit te spreken over de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde tegen de NV BVI.

...

4. Appellanten voeren aan dat er geen rechtsgrond is om hen aan te spreken als vennoten van een vermeend onregelmatige vennootschap onder firma noch als leden van een commerciële maatschap. Appellanten menen derhalve dat de vordering tegen hen niet ontvankelijk is.

De eerste rechter oordeelde dat de vordering tegen huidige eerste tot en met vierde appellanten ontvankelijk is, omdat de handelingen van de VZW toegerekend dienen te worden aan een onregelmatige VOF, op grond waarvan de vennoten persoonlijk en hoofdelijk gehouden zijn.

5. Naar het oordeel van het hof heeft geïntimeerde een belang en een hoedanigheid in de zin van artt. 17-18 Ger.W. om een vordering tegen eerste tot en met vierde appellanten in te stellen.

Op grond van art. 17 Ger.W. heeft geïntimeerde een belang (zij maakt aanspraak op betaling van een schadevergoeding gestoeld op een oneerlijke handelspraktijk) en ook een hoedanigheid (zij beroept zich op het lidmaatschap van eerste tot en met vierde appellanten van een onregelmatige vennootschap onder firma/commerciële maatschap) in verband met de rechtsvordering.

De vraag of er door geïntimeerde bewezen wordt dat eerste tot en met vierde appellanten leden waren van een onregelmatige vennootschap (zij het een VOF of commerciële maatschap) en er derhalve tussen hen een rechtsband aangetoond wordt, betreft de grond van de zaak. De rechtsband verwijst naar het bestaan van een band in rechte tussen de partijen (contractuele, extracontractuele of andere) en slaat m.a.w. op het al dan niet aanwezig zijn van enige contractuele of wettelijke verplichting van de verweerder. Dit raakt de grond van de zaak, waarbij de erkenning van de ingeroepen subjectieve rechten ter beoordeling staat.

De vordering van geïntimeerde tegen eerste tot en met vierde appellanten is derhalve ontvankelijk. Het hoger beroep van eerste tot en met vierde appellanten is derhalve alvast ongegrond in de mate dat zij de onontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde nastreven.

...

8. Eerste tot en met vierde appellanten betwisten ten onrechte de rechtsgrond op grond waarvan geïntimeerde hen aanspreekt.

Anders dan in eerste aanleg betoogt geïntimeerde in hoger beroep thans dat zij eerste tot en met vierde appellanten aanspreekt op grond van hun lidmaatschap van een commerciële maatschap (art. 46 W.Venn.).

Art. 52 Venn.W. bepaalt dat de vennoten van een maatschap ten aanzien van derden hoofdelijk verbonden zijn, wanneer de maatschap een handelsdoel heeft. Dit artikel luidt als volgt: “De vennoten van een maatschap zijn ten aanzien van derden verbonden, hetzij voor een gelijk deel, wanneer de vennootschap een burgerlijk doel heeft, hetzij hoofdelijk, wanneer zij een handelsdoel heeft. Van deze aansprakelijkheid kan niet worden afgeweken dan door een uitdrukkelijk beding in de met derden gesloten akte”.

De eerste rechter oordeelde ten onrechte dat er sprake is van een (onregelmatige) vennootschap onder firma. Sinds de invoering van art. 2 Venn.W., thans art. 2 W.Venn. (door de reparatiewet van 13 april 1995) geldt de theorie van onregelmatige vennootschappen onder firma niet meer. Volgens dit artikel verkrijgen nieuw opgerichte handelsvennootschappen slechts rechtspersoonlijkheid na de neerlegging van (een uittreksel uit) de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel. Bij gebreke van een dergelijke neerlegging zal een VOF naast een VZW niet meer mogelijk zijn.

Een openbare, duurzame, commerciële vennootschap die niet de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid heeft aangenomen is sinds de wet van 13 april 1995 een maatschap.

Het hof dient derhalve te onderzoeken of geïntimeerde gerechtigd is om eerste tot vierde appellanten aan te spreken als maten van een commerciële maatschap. Indien er een commerciële maatschap wordt vastgesteld, is het gevolg hiervan dat de maten (net zoals vóór de wet van 13 april 1995) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de maatschap. Een commerciële maatschap kan worden aangenomen tussen leden van een VZW en/of bestuurders van de VZW en/of andere personen die deze VZW hebben gebruikt.

9. Met geïntimeerde stelt het hof vast dat de VZW B. misbruik maakte van haar VZW-statuut door alleen, minstens in hoofdzaak, commerciële activiteiten te voeren en dit derhalve in strijd met haar statuten en met art. 1 VZW-Wet. Om die reden sprak de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, de ontbinding van de VZW uit bij vonnis van 20 oktober 2008. Dit vonnis werd betekend op 13 november 2008 en is in kracht van gewijsde gegaan.

In dit vonnis stelde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen, vast: “De rechtbank is evenwel van oordeel dat de VZW B. de vereiste wettelijke specialiteit, die er op gericht is normaaltypische activiteiten van een handelsvennootschap uit te sluiten voor de VZW’s, niet naleeft. De enige activiteit van de VZW is het aankopen en vervolgens verhuren van schoolboeken. Dit blijkt uit het verslag van de door de voorzitter van de rechtbank van koophandel aangestelde deskundige. Van enige bedrijvigheid die tot een niet-economische sfeer behoort, is amper sprake. Er is evenmin sprake van een besteding van inkomsten voor activiteiten die in de niet-economische sfeer behoren”.

Er is derhalve sprake van een vals gekwalificeerde VZW.

Het bestaat vast dat de VZW B. gedurende drie schooljaren (2006-2007, 2007-2008 en 2008-2009) louter handelsactiviteiten heeft gesteld. Deze handelsactiviteiten dienen toegerekend te worden aan de oprichters van de VZW B., zijnde eerste tot vierde appellanten. Zij hebben als oprichters van de VZW immers openlijk en duurzaam handel gedreven met een zeker winstoogmerk en vallen onder de voorwaarden van art. 46 W.Venn. De feitelijke commerciële activiteiten worden toegerekend aan de personen die de activiteit hebben gevoerd door deel te nemen aan het beheer of de activiteit financieel te ondersteunen. Dit was het geval voor eerste tot vierde appellanten, die prestaties hebben verricht en/of de activiteit van de VZW financieel hebben ondersteund. Eerste en derde appellanten waren bovendien bestuurders van de VZW.

Het toerekenen van de handelsactiviteiten aan de oprichters/bestuurders impliceert ook dat zij als maten van de commerciële maatschap persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn ten aanzien van derden, met inbegrip van de oneerlijke marktpraktijken die door de VZW werden begaan (T. Boedts, “De toerekening van niet-toegelaten commerciële activiteiten van een VZW aan een commerciële maatschap” (noot onder Rb. Antwerpen 22 december 2009) TRV 2010, 518 e.v.).

10. Met de eerste rechter stelt het hof vast dat bij arrest van 11 augustus 2008 een oneerlijke handelspraktijk ten laste van de VZW bewezen werd verklaard (door schoolboeken, aangekocht door de NV BVI, te verhuren zonder aanrekening van btw). De fout in de zin van art. 1382 BW staat derhalve vast op grond van dit stakingsbevel.

Geïntimeerde maakt terecht aanspraak op schadevergoeding. De door haar gevorderde schadevergoeding is tevens gebaseerd op het verstoren van het economisch evenwicht, waardoor de stakingsrechter een inbreuk op de Wet Marktpraktijken bewezen heeft verklaard.

Appellanten betwisten ten onrechte het oorzakelijk verband en het bestaan van schade.

Door het onrechtmatig verhuren van boeken aan scholen, die klant waren bij geïntimeerde en dit zonder btw aan te rekenen hebben appellanten ontegensprekelijk schade aan geïntimeerde veroorzaakt. Het enkele feit dat geïntimeerde op dat tijdstip (nog) geen verhuursysteem aanbood, doet aan het voorgaande geen afbreuk. Door de onderwijsinstellingen werd de (goedkope want strijdig met de btw-wetgeving) verhuur als een gunstig alternatief beschouwd, waardoor diverse klanten de samenwerking met geïntimeerde beëindigden. De schade zou zich niet in concreto hebben voorgedaan zoals ze zich in casu voordeed, zonder de noodzakelijke fout van de VZW/appellanten.

De eerste rechter oordeelde ten onrechte dat het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, door geïntimeerde geleden wegens verlies aan scholen, met wie zij samenwerkingsovereenkomsten had, niet in concreto bewezen wordt. Het is aannemelijk dat geïntimeerde samenwerkingsovereenkomsten met scholen verloren heeft door de oneerlijke handelspraktijk van de VZW, die toerekenbaar is aan appellanten.

Op incidenteel beroep vraagt geïntimeerde de toekenning van haar oorspronkelijke vordering in schadevergoeding. Geïntimeerde meent dat de schade en het oorzakelijk verband wel worden aangetoond, aan de hand van de door haar voorgelegde stukken.

De schade van geïntimeerde kan naar het oordeel van het hof evenwel niet in concreto/precies begroot worden. De begroting van de hoegrootheid van de schade door geïntimeerde overtuigt het hof niet. Het betreft een eenzijdige becijfering van de schade die onvoldoende door haar stukken wordt geschraagd.

Aangezien de schade van geïntimeerde niet precies begroot kan worden, kent het hof een schadevergoeding aan geïntimeerde toe, ex aequo et bono begroot op 25.000 euro.

Besluit

Het incidenteel beroep van geïntimeerde strekkende tot toekenning van haar initieel gevorderde schadevergoeding is ongegrond. Het hoger beroep van appellanten is slechts deels gegrond, in de mate dat zij de omvang van de aan geïntimeerde toegekende schadevergoeding betwisten.

...

Noot: 

Het gebruik van VZW's om onrechtmatig handel te drijven, zichzelf te verrijken zonder belastingen te betalen en de meest onbezonnen aankopen te doen om hierna het onvermogen in te roepen en hierna een nieuwe VZW op te richten is een ware plaag geworden. Vaak gaan achter deze VZW's personen schuil die onvermogend en/of niet traceerbaar zijn. Als tweede of derde man worden vaak illegalen of personen zonder vast adres genomen.

Het is vaak pijnlijk te moeten vaststellen dat deze VZW's vaak mensen in moeilijkheden trachten te misbruiken om hen in hun goedgelovigheid geld af te troggelen.

Zo zijn wij vlak voor de zomervakantie gestoten op een VZW die zich als naam de VZW OCMW had toegeëigend, zonder dat deze VZW ook maar iets met het OCMW te maken had. Op onze vraag onmiddellijk met deze activiteiten te stoppen, kregen wij het antwoord dat de VZW ondermeer bestond uit kindsoldaten zonder papieren en dat zij in geval van moeilijkheden gewoon een nieuwe VZW zouden oprichten. De VZW trachtte personen te lokken die ambtshalve waren afgeschreven, waarbij deze mensen doodsbenauwd werden gemaakt met valse informatie om hen op basis hiervan domicilieadressen te verkopen, hetgeen op zichzelf reeds strafbaar is.

Melding werd gemaakt door ons kantoor ondermeer aan het plaatselijk OCMW te Mechelen, waarna een strafklacht werd ingediend. Zie terzake het artikel in De Morgen van 6 juli 2010. Zie ook de bijdrage over de dubieuze VZW OCMW van Radio Reflex. Zie ook desite van de stad Mechelen over de klacht tegen deze VZW OCMW die schaamteloos de naam van een OCMW gebruikt

Bijna in elke gemeente is een politiecel VZW werkzaam die de activiteiten van VZW's nauwlettend in de gaten houdt.

zie persbericht in Het Laatste Nieuws over VZW OCMW

zie bericht van radio reflex over VZW OCMW

Zelfs Koppen heeft via een undercover onderzoek de VZW ontmaskerd die als een vastgoedmakelaar bemiddeld in verhuring van kamers ter loutere reistratie bij de dienst bevolking en voor deze fictieve woonplaatsen 195 euro per maand vraagt.

Het verhuren van fictieve adressen kan gekwalificeerd worden als een misdrijf wanneer één en anderde bedoeling heeft schuldeisers te misleiden (organisatie onvermogen), tevens zouden ook andere kwalificaties kunnen weerhouden worden. Fictieve vennootschapszetels zijn steeds strafbaar.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 12/06/2017 - 13:57
Laatst aangepast op: ma, 12/06/2017 - 13:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.