-A +A

GASboete heeft sanctionerend karakter en dient getoetst aan de rechten van verdediging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Vilvoorde
Datum van de uitspraak: 
don, 13/09/2012
A.R.: 
12A253

Ook de gemeentelijke sanctionerende ambtenaar die een GASboete oplegt dient de rechten van de mens en aldus de rechten verdediging te eerbiedigen. Hj mag zich niet steunen op vaststellingen van agenten in burger, wanneer in het bundel of PV geen spoor van deze agenten in burger te vinden is. Elke beslissing die een sanctionerend karakter heeft dient tegensprekelijk te zijn en elke verwijzing naar een bezwarend element dient vatbaar te zijn voor tegenspraak.

Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Politierechtbank Vilvoorde 5 september 2013
A.R. 12A253

Op de openbare terechtzitting van donderdag vijf september tweeduizend dertien in de gerechtszaal van de Politierechtbank Vilvoorde, zetelend in burgerlijke zaken, wordt door Luc Brewaeys, Politierechter bijgestaan door Magda De Clerck, Griffier het volgende vonnis uitgesproken:

INZAKE:
J.D..
in persoon
APPELLANT

TEGEN:

GEMEENTE ZAVENTEM, gevestigd te 1930 Zaventem, Diegemstraat 37,

Gelet op het verzoekschrift tot hoger beroep dd. neergelegd ter griffie op 23 oktober 2012.
Met inachtneming van de beschikkingen van de wet 15 juni 1935 en de aanvullende wetten op het gebruik der talen in gerechtszaken. •
Gezien de besluiten en stukken van het dossier.

1. Voorwerp van de procedure.
De heer J.D.heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van 13 september 2012, genomen door de sanctionerend ambtenaar van de gemeente Zaventem, waarbij hem een gemeentelijke administratieve sanctie werd opgelegd.

2.Bevoegdheld

De politierechtbank is op grond van artikel 601 ter, 1° van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd om kennis te nemen van het beroep gericht tegen een gemeentelijke administratieve sanctie.

3. Toelaatbaarheid.

Het verzoekschrift waarbij de heer J.D. beroep aantekent, werd neergelegd ter griffie op 12 oktober 2012 en is derhalve tijdig.
Er worden noch door partijen, noch door de rechtbank excepties ingeroepen die de toelaatbaarheid van de vordering aanbelangen.

4.Bespreking.

4.1.Feiten en beoordelingselementen.
Voor de feiten kan verwezen worden naar de inhoud van de brief van geïntimeerde toegezonden aan appellant op 2 mei 2012, waarin werd verwezen naar de inhoud van het proces-verbaal BR.92.RB.121638/2012 van 15/04/2012 opgesteld door Hans Morren, officier van Gerechtelijke Politie:

Op 15 april 2012 vindt te Zaventem, Nationale luchthaven Brussel Nationaal, in de vertrekhal, een manifestatie plaats betreffende het feit dat er personen worden geweigerd op vluchten met als eindbestemming Tel-Aviv.

Tijdens de manifestatie wordt de normale werking van de check-in balies en bepaalde infobalies verstoord, wordt de bagagetransportband bezet en wordt de doorgang aan de grenscontroleboxen versperd.

De opsteller spreekt één van de organisatoren, zijnde J.D., gedurende de acties meermaals aan. Aan de heer J.D. wordt meermaals gevraagd een einde te maken aan de actie opdat de openbare rust kan terugkeren en de normale werking van de luchthaven kan gevrijwaard worden. Op geen enkel ogenblik gaat de heer J.D. Jan in op de verzoeken van de opsteller.

De sanctionerend ambtenaar van de gemeente Zaventem achtte de feiten bewezen en op grond van artikel 5 van de gemeentelijke administratieve codex van 30 mei 2006 werd aan appellant in de beslissing genomen op 13 september 2012 een administratieve geldboete opgelegd van 100,00 euro.
Tegen deze beslissing werd door appellant beroep aangetekend.

4.2.Bespreking

In conclusie en tijdens de pleidooien, betwist de heer J.D. dat hij de organisator van de actie op de luchthaven was.

In de bestreden beslissing van 13 september 2012 wordt hieromtrent ondermeer het volgende gezegd:

"Uit het observeren van de gedragingen van de heer J.D.en de informatie hieromtrent ingezameld door de politiemensen in burger bevestigde de rol van organisator welke hij heeft opgenomen door de oproep tot protest."

In het aanvankelijk proces-verbnr.BR..92.RB.121638/2012 van 15.04.2012 wordt nergens melding gemaakt van mogelijke vaststellingen verricht door politiemensen in burger.

De gemeentelijke administratieve sancties zijn bedoeld voor het publiek en hebben een repressieve bedoeling. Er bestaat dan ook geen twijfel over dat ze van strafrechtelijke aard zijn in de zin van art. 6 EVRM (L. De Geyter, een mensenrechtelijke benadering van het fenomeen van de bestuurlijke sancties. Een analyse van de rechtspraak van het Arbitragehof en het Hof voor de rechten van de mens, in M. Santens (ed). Gewapend bestuur in de reeks, Tegenspraak, Cahier 24, die Keure 2005, 107; Pol. Brugge 28 juni 2012, 12/A/153; Pol. Brugge 10 mei 2012 12A/76).

Bij het nemen van een beslissing die leidt tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie, moeten zodoende de rechten van de verdediging worden geëerbiedigd.

De rechtbank stelt vast dat in de bestreden beslissing verwezen wordt naar vaststellingen door politie in burger, die echter niet in het proces-verbaal staan opgenomen en dus ook niet ter kennis werden gebracht aan appellant. ER kon dus geen tegenspraak worden gevoerd over deze vaststellingen. Deze vaststellingen bevinden zich ook niet in het dossier, medegedeeld door geïntimeerde.

De rechtbank dient toe te zien op het wettelijk karakter van de genomen beslissing.

Door zich hebben gesteund op feitelijke vaststellingen die niet terug te vinden zijn in het aanvankelijk proces-verbaal en waaromtrent geen tegenspraak werd gevoerd, heeft de sanctionerende ambtenaar van de gemeente Zaventem, de rechten van verdediging miskend. (Cass. 13 juni 1989, A.C. 1988-89, 599.

Uit artikel 6§1 EVRM vloeit voort dat de procespartijen alle stukken en alle argumentaties die de beslissing van de rechter kunnen beïnvloeden moeten kunnen tegenspreken.

De miskenning van het recht van verdediging leidt tot nietigheid van de genomen beslissing. Het beroep is derhalve gegrond.

5. De kosten

Als de in het ongelijk gestelde partij dient geïntimeerde in te staan voor de betaling van de kosten. De kosten in hoofde van appellant bedragen 40,00 € voor het rolrecht.

De rechtbank

Recht doende op tegenspraak,
Verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond
Vernietigt de door de sanctionerende ambtenaar van de gemeente Zaventem op 13 september 2012 genomen beslissing…
Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten in hoofde van appellant begroot op 40,00 euro voor het rolrecht.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Bolwerkstraat, 25 1800 Vilvoorde van de Politierechtbank Vilvoorde, op donderdag vijf september tweeduizend dertien.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 19/09/2013 - 21:36
Laatst aangepast op: za, 21/09/2013 - 01:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.