-A +A

Foutief karakter van een daad verhindert theorie burenhinder niet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 11/02/2016
A.R.: 
C.15.0031.N

De vordering wegens burenhinder gesteund op artikel 544 Burgerlijk Wetboek veronderstelt een abnormale hinder veroorzaakt door een daad, verzuim of gedraging die aan de buur toerekenbaar is (1); de omstandigheid dat deze daad, dit verzuim of deze gedraging als foutief kan worden bestempeld, verhindert de toepassing van artikel 544 Burgerlijk Wetboek niet. (1) Zie Cass. 4 mei 2012, AR C.10.0080.F, AC 2012, nr. 276; Cass 3 april 2009, AR C.08.0617.N, AC 2009, nr. 239; Cass. 12 maart 1999, AR C.98.0026.N, AC 1999, nr. 149.

Degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent is verplicht deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld (1). (1) Cass. 19 juni 2015, AR C.12.0577.N, AC 2015, nr. ..., met concl. van advocaat-generaal C. VANDEWAL; Cass. 25 mei 2012, AR C.11.0494.F, AC 2012, nr. 340; Cass. 18 november 2011, AR C.09.0521.F, AC 2011, nr. 625.

Publicatie
tijdschrift: 
TBBR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017-3
Pagina: 
183
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0031.N

HDI-GERLING INDUSTRIE VERSICHERUNG AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 30659 Hannover (Duitsland), HDI-Platz 1, met bijkantoor in België te 1150 Brussel, Tervurenlaan 273, bus 1,

eiseres,



tegen

1. ROTOM nv, met zetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 17,

verweerster,



2. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 11, waar de verweerster woonplaats kiest,

in aanwezigheid van

1. VANEFLON nv, met zetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 12,

2. GENERALI BELGIUM nv, met zetel te 1050 Elsene, Louizalaan 149,

in gemeenverklaring opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 februari 2014.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Ontvankelijkheid

1. De eerste verweerster werpt op dat de eiseres geen belang heeft bij het mid-del omdat de verwerping van haar vordering in zoverre gesteund op artikel 544 Burgerlijk Wetboek geen invloed heeft op de wettigheid van het dispositief van het arrest.

2. Het onderzoek van de aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid veron-derstelt dat het Hof in de beoordeling van de zaak zelf treedt, waarvoor het over-eenkomstig artikel 147 Grondwet niet bevoegd is.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

3. De tweede verweerster werpt op dat het middel, in zoverre tegen haar ge-richt, niet ontvankelijk is omdat het is gericht tegen een ten overvloede gegeven reden.

4. De appelrechters oordelen dat de eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij en de eiseres voorhouden dat de eerste verweerster ook aansprakelijk is op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek, aansprakelijkheid waarvoor zij niet verzekerd is.

5. Het middel, ook al was het gegrond, kan ten aanzien van de tweede ver-weerster niet tot cassatie leiden omdat de in dit middel bekritiseerde beslissing dat de vordering van de eiseres tegen de tweede verweerster op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek ongegrond is, wordt verantwoord door de niet-bekritiseerde reden dat de eerste verweerster niet verzekerd is voor haar aansprakelijkheid op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek.

Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is bij gebrek aan belang niet ontvanke-lijk.

Gegrondheid

6. De vordering wegens burenhinder gesteund op artikel 544 Burgerlijk Wet-boek veronderstelt een abnormale hinder veroorzaakt door een daad, verzuim of gedraging die aan de buur toerekenbaar is.

7. De omstandigheid dat deze daad, dit verzuim of deze gedraging als foutief kan worden bestempeld, verhindert de toepassing van artikel 544 Burgerlijk Wet-boek niet.

8. De appelrechters die oordelen dat vermits de eerste verweerster een fout heeft begaan die aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van de brand en er geen sprake is van een niet-foutieve maar aan haar toerekenbare gedraging, de vorderingen van de eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij en van de eiseres, in de mate dat zij gesteund zijn op artikel 544 Burgerlijk Wetboek, ongegrond zijn, voegen aan de toepassing van artikel 544 Burgerlijk Wetboek een voorwaarde toe die deze niet bevat.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

9. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.

10. Bij zaakschade heeft het slachtoffer recht op de vervangingswaarde van zijn vernielde zaak. De vervangingswaarde is het bedrag dat nodig is om zich een ge-lijkaardige zaak aan te schaffen. De vervangingswaarde is gelijk aan de werkelijke waarde van de vernielde zaak.

11. Het middel dat ervan uitgaat dat het slachtoffer gerechtigd is op een vergoe-ding bepaald op grond van de nieuwwaarde van de beschadigde zaak wanneer hij zich geen gelijkaardige zaak met eenzelfde graad van vetusteit kan aanschaffen, faalt naar recht.

12. Voor het overige is het middel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schen-ding van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

Derde middel

Ontvankelijkheid

13. De eerste verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel is onduidelijk.

14. Het middel preciseert hoe en waardoor het arrest de als geschonden aange-voerde bepalingen en beginselen schendt dan wel miskent.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

15. De tweede verweerster werpt op dat het middel, in zoverre tegen haar ge-richt, niet ontvankelijk is omdat het gericht is tegen ten overvloede gegeven rede-nen.

16. De appelrechters oordelen dat:

- de tweede verweerster enkel dient tussen te komen voor de onstoffelijke scha-de, niet voor de stoffelijke schade en evenmin voor de kosten van afbraak, op-ruiming, redding en behoud, waarvan zij terecht stelt dat deze als materiële schade te beschouwen zijn;

- de onstoffelijke schade 15.795,78 euro bedraagt;

- de eiseres ten aanzien van de tweede verweerster aanspraak kan maken op 15.795,78 euro - 123,95 euro (helft van de vrijstelling die aan de eerste in ge-meenverklaring opgeroepen partij toekomt) - 1.239,47 euro (vrijstelling) = 14.432,36 euro, meer vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 oktober 1999.

17. Op grond van deze zelfstandige en door de eiseres niet bekritiseerde redenen verantwoorden de appelrechters de veroordeling van de tweede verweerster tot betaling van het bedrag 14.432,36 euro naar recht.

18. In zoverre tegen de tweede verweerster gericht, kan het middel, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het bij gebrek aan belang mitsdien niet ontvankelijk.

De grond van niet-ontvankelijkheid dient te worden aangenomen.

Gegrondheid

19. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.

20. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:

- de eerste rechter de onstoffelijke schade heeft bepaald op 29.449,75 euro;

- het totaal bedrag wegens onstoffelijke schade op 15.795,78 euro komt;

- het totaal van de bijkomende waarborgen die door de eiseres kunnen worden verhaald om die reden herleid wordt van 65.164,17 euro naar 36.309,36 euro.

21. Gelet op de vaststelling van de onstoffelijke schade op 15.795,78 euro, in plaats van 29.449,75 euro, dienden de appelrechters de schadepost "bijkomende waarborgen" te reduceren tot 51.840,20 euro.

22. De appelrechters die het bedrag van de schadepost "bijkomende waarbor-gen" vaststellen op 36.309,36 euro in plaats van 51.840,20 euro, kennen aan de eiseres een bedrag toe dat niet alle vastgestelde onstoffelijke schade dekt en schenden bijgevolg de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

23. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre de appelrechters:

- de vorderingen van de eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij en de eise-res ten aanzien van de eerste verweerster ongegrond verklaren in de mate dat zij gesteund zijn op artikel 544 Burgerlijk Wetboek;

- oordelen over de schadepost ‘bijkomende waarborgen';

- oordelen over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,  en in openbare rechtszitting van 11 februari 2016 uitgesproken 

 

VOORZIENING IN CASSATIE

Voor: De vennootschap naar Duits recht HDI-GERLING INDUSTRIE VERSI-CHERUNG AG, ingevolge fusie in de rechten en plichten getreden van de naam-loze vennootschap HDI-GERLING VERZEKERINGEN, in haar hoedanigheid van verzekeraar brand- en waterschade, met maatschappelijke zetel te 30659 Han-nover (Duitsland), HDI-Platz 1 en ingeschreven in het vennootschapsregister te Hannover (Duitsland) onder het nummer HFB 60320, FSA-registratienummer 529359 en NBB-nummer 2877, met bijkantoor in België, te 1150 Brussel, Tervu-renlaan 273 bus 1 en ingeschreven in de Kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0542.602.657,

eiseres tot cassatie, 

Tegen: 1. De naamloze vennootschap ROTOM, met vennootschapszetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 17 en ingeschreven in de Kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0418.324.970,

2. De naamloze vennootschap AXA BELGIUM, verzekeringsmaatschappij, met vennootschapszetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25 en ingeschreven in de Kruis-puntbank der ondernemingen onder het nummer 0404.483.367,

verweersters in cassatie.

In aanwezigheid van:

1. De naamloze vennootschap VANEFLON, met vennootschapszetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 12 en ingeschreven in de Kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0416.005.581,

2. De naamloze vennootschap GENERALI BELGIUM, verzekeringsmaat-schappij, met vennootschapszetel te 1050 Elsene, Louizalaan 149 en inge-schreven in de Kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer 0403.262.553,

partijen opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest.

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter van het Hof van Cassatie,

Aan de Dames en Heren Raadsheren in het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Dames en Heren,

Eiseres tot cassatie heeft de eer het op tegenspraak tussen partijen gewezen ar-rest van de 1ste kamer van het Hof van Beroep te Gent van 6 februari 2014 aan Uw beoordeling te onderwerpen (2005/AR/1773).

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

1. Het geschil vindt zijn oorsprong in een brand die ontstaan is op de bedrijfsterreinen van de NV Rotom en die overgeslagen is op de bedrijfsterreinen van de NV Vaneflon, met schade als gevolg.

De NV Vaneflon beschikte over een brandverzekering bij HDI-Gerling Verzeke-ringen. De NV Rotom beschikte over een brandverzekering bij Generali Belgium en over een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid bij Axa Belgium.

HDI-Gerling Verzekeringen en Generali Belgium zijn ondertekenaars van de BVVO-Conventie van 1 januari 1999.

2. De schade aan het gebouw van de NV Vaneflon, de aanwezige materialen, koopwaar en machines werd geraamd op 643.088,31 euro in nieuwwaarde. HDI- 

Gerling Verzekeringen betaalde dit bedrag min de verzekeringsvrijstelling van 247,89 euro , hetzij 642.840,41 euro , uit aan haar verzekerde.

3. Deskundige Opdorp werd bij beschikking in kortgeding aangesteld om de oorzaak en de omvang van de schade te bepalen.

4. De NV Vaneflon en HDI-Gerling Verzekeringen gingen vervolgens over tot dag-vaarding van de NV Rotom en van Generali Belgium.

De NV Vaneflon vorderde hun solidaire veroordeling tot betaling van 247,89 euro , meer intresten, en HDI-Gerling Verzekeringen hun solidaire veroordeling tot beta-ling van 642.840,41 euro . Zij grondden hun vordering in hoofdorde op artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek en in ondergeschikte orde op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

De NV Rotom dagvaardde hierop Axa Belgium in tussenkomst en vrijwaring ten belope van 123.946,76 euro , waarna de NV Vaneflon en HDI Gerling Verzekeringen hun vorderingen uitstrekten tot Axa Belgium.

Bij vonnis van 3 mei 2005 besliste de rechtbank van koophandel te Dendermonde als volgt:

 de NV Rotom is verantwoordelijk voor de schade op grond van artikel 544 B.W. zowel als op grond van artikel 1382 B.W.;

 niet de nieuwwaarde maar enkel de werkelijke waarde komt voor vergoeding in aanmerking;

 de BVVO-Conventie vindt toepassing in de verhouding tussen Generali Belgium en HDI-Gerling Verzekeringen, zodat HDI-Gerling Verzekeringen geen subrogatoire vordering kan uitoefenen ten belope van hetgeen in principe door de polis van Generali Belgium is gedekt;

 het schadegeval valt onder de aansprakelijkheidspolis van Axa Belgium, maar Axa moet enkel dekking verlenen voor onstoffelijke schade;

 veroordeling van de NV Rotom tot betaling aan de NV Vaneflon van 247,89 euro , meer intresten, d.i. de verzekeringsvrijstelling die de NV Vaneflon moet dragen krachtens haar polis bij HDI-Gerling Verzekeringen;

 veroordeling van de NV Rotom tot betaling aan HDI-Gerling Verzekeringen van 21.625,66 euro , meer intresten, d.i. het bedrag van de schade (in werkelijke waarde in plaats van nieuwwaarde) die het door Generali Belgium verzekerde bedrag overstijgt (49.835,94 euro ) min het bedrag dat door Axa Belgium wordt vergoed (28.210,28 euro );

 solidaire veroordeling van de NV Rotom en Axa Belgium aan HDI-Gerling Ver-zekeringen van 28.210,28 euro , meer intresten, d.i. de onstoffelijke schade (29.449,75 euro ) min de door de NV Rotom te dragen verzekeringsvrijstelling van 1.239,47 euro ;

 Generali Belgium is niets verschuldigd aan de NV Vaneflon en HDI-Gerling Verzekeringen bij toepassing van de BVVO-Conventie;

 Axa Belgium wordt veroordeeld om de NV Rotom te vrijwaren ten belope van 28.210,28 euro , meer intresten.

HDI-Gerling Verzekeringen en Generali Belgium legden hun geschil m.b.t. de toepasselijkheid van de BVVO-Conventie voor aan de Toepassingscommissie.

Deze besliste op 12 november 2007 dat de BVVO-Conventie toepasselijk is op het schadegeval en dat HDI-Gerling Verzekeringen bijgevolg diende af te zien van haar subrogatoire vordering tegen Generali Belgium.

7. Ondertussen stelden de NV Vaneflon en HDI-Gerling Verzekeringen hoger be-roep in tegen het hoger vermeld vonnis en de NV Rotom en Axa Belgium incidenteel beroep.



Bij arrest van 6 februari 2014 besliste het Hof van Beroep te Gent als volgt:

 de NV Rotom is enkel aansprakelijk voor de brand op grond van artikel 1382 B.W.;

 gelet op het gezag van gewijsde van de beslissing van de Toepassingscom-missie over de toepasselijkheid van de BVVO-Conventie kan HDI-Gerling Verze-keringen geen terugbetaling vorderen van Generali Belgium;

 Axa Belgium dient dekking te verlenen voor de onstoffelijke schade;

 niet de nieuwwaarde maar enkel de werkelijke waarde komt voor vergoeding in aanmerking;

 de onstoffelijke schade moet worden begroot aan de hand van de elementen aangereikt door de gerechtsdeskundige;

 veroordeling in solidum van de NV Rotom, Generali Belgium en Axa Belgium tot betaling aan de NV Vaneflon van 274,89 euro , meer intresten, d.i. de door Vaneflon te dragen vrijstelling ;

 veroordeling in solidum van de NV Rotom en Axa Belgium tot betaling aan HDI-Gerling Verzekeringen van 14.432,36 euro , meer intresten, d.i. de onstoffelijke schade min de helft van de vrijstelling die aan de NV Vaneflon toekomt min de vrijstelling te dragen door de NV Rotom;

 veroordeling van de NV Rotom tot betaling aan HDI-Gerling Verzekeringen van 6.417,95 euro , meer intresten, d.i. het door HDI-Gerling Verzekeringen betaalde bedrag boven het bedrag dat Generali Belgium in principe dekt min de door Generali betaalde bedragen en de helft van de aan de NV Vaneflon toekomende vrijstelling (20.850,31 euro ) min de door Axa Belgium verschuldigde onstoffelijke schade (14.432,36 euro );

 Axa Belgium en Generali Belgium moeten de NV Rotom vrijwaren;

 de NV Rotom, Generali Belgium en Axa Belgium worden veroordeeld tot beta-ling van een rechtsplegingsvergoeding van 1.100 euro aan de NV Vaneflon;

 HDI-Gerling Verzekeringen wordt veroordeeld tot betaling aan Generali Belgi-um en de NV Rotom van een rechtsplegingsvergoeding van elk 11.000 euro en aan de NV Axa Belgium van een rechtsplegingsvergoeding van 2.200 euro .

8. Tegen dit arrest wendt eiseres volgende cassatiemiddelen aan.

EERSTE MIDDEL

Geschonden wetsbepalingen

 artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek

Aangevochten beslissingen en motieven

Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiseres slechts gedeeltelijk gegrond. De vorderingen van eiseres tegen verweersters gesteund op artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek worden volledig ongegrond verklaard en dit op grond van volgende motieven:

" a. aansprakelijkheid voor de brand Deskundige P. Opdorp heeft de brand onderzocht. Hij is tot de vaststelling geko-men dat het onverantwoord was om een open vuur te maken bij een windkracht en een windrichting zoals op het ogenblik van de feiten. De brandput was zeer pover afgeschermd, waardoor gloeiende assen konden wegvliegen in de richting van de opgeslagen paletten.

De nv Rotom heeft door er niet op toe te zien dat in dergelijke omstandigheden de brandput niet werd gebruikt, een fout begaan. Zonder deze fout zou geen brand zijn ontstaan en zou de nv Van Eflon geen schade hebben geleden.

Zij is bijgevolg op grond van art. 1382 BW aansprakelijk voor de door haar fout ontstane schade en dient deze te vergoeden. 6e blad

De nv Van Eflon en de nv HDI-Gerling Verzekeringen houden echter voor dat de nv Rotom niet alleen aansprakelijk is op grond van art. 1382 BW (aansprakelijk-heid die verzekerd wordt door de nv Generali Belgium, maar waar de Assuralia-Conventie van toepassing is), maar ook op gond van art. 544 BW, aansprakelijk-heid waarvoor de nv Rotom niet verzekerd is.

Art. 544 BW vormt de basis voor de vorderingen om schadevergoeding te beko-men voor hinder die ontstaat uit de verbreking van het evenwicht van de hinder uit nabuurschap.

Opdat deze vordering zou kunnen slagen dient aan de buur een bepaalde handeling te kunnen worden toegerekend die in oorzakelijk verband staat met de verbreking van het evenwicht van de hinder uit nabuurschap.

Anders dan bij de aansprakelijkehid uit onrechtmatige daad betreft de aan de buur toerekenbare handeling geen fout, maar wel een handeling waartoe hij gerechtigd is op basis van zijn eigendomsrecht of omdat hij titularis is van een attribuut van het eigendomsrecht, en die tot een abnormale hinder aanleiding heeft gegeven. Precies omdat er geen sprake is van een daadwerkelijke fout is de veroorzaker van de verstoring van het evenwicht niet gehouden tot volledige schade-vergoeding, maar enkel tot compensatie van de verhoogde, abnormale hinder.

Vermits de nv Rotom een fout heeft begaan die aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van de brand en er geen sprake is van een niet-foutieve maar aan haar toerekenbare gedraging zijn de vorderingen van de nv Van Eflon en de nv HDI-Gerling Verzekeringen in de mate dat zij gesteund zijn op art. 544 BW, ongegrond ".

(arrest p. 6-7)

Grieven

1. Krachtens artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een onroe-rend goed die verantwoordelijk is voor burenhinder gehouden tot betaling van een compensatoire vergoeding aan de naburige eigenaar.

Burenhinder veronderstelt een abnormale hinder veroorzaakt door een daad, verzuim of gedraging die toerekenbaar is aan de eigenaar van het onroerend goed. Die aan de eigenaar toerekenbare handeling of verzuim hoeft niet foutief te zijn om aanleiding te geven tot gehoudenheid. 7e blad

Omgekeerd, staat het foutief karakter van de aan de eigenaar toerekenbare daad, verzuim of gedraging de gehoudenheid wegens burenhinder niet in de weg. De aansprakelijkheid van de eigenaar op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek sluit m.a.w. diens gehoudenheid wegens burenhinder niet uit.

2. De appelrechters zijn van oordeel dat burenhinder een niet-foutieve handeling veronderstelt die aan de buur toerekenbaar is, zodat wanneer de aan de buur toerekenbare handeling foutief is, de buur niet gehouden kan zijn op grond van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek (arrest p. 7, al. 2).

Precies omdat zij vaststellen dat eerste verweerster een fout heeft begaan in oorzakelijk verband met de brand waardoor haar aansprakelijkheid op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek vaststaat, beslissen de appelrechters dat de op grond van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek ingestelde vorderingen van eiseres tegen verweersters ongegrond zijn (arrest p. 7, al. 3).

3. Door aldus te oordelen, onderwerpen de appelrechters de toepassing van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek aan een voorwaarde die niet in die bepaling is vervat (namelijk dat de aan de eigenaar toerekenbare handeling niet foutief mag zijn), zodat het arrest schending inhoudt van voormeld artikel 544 van het Burger-lijk Wetboek.

Toelichting Wat betreft de grond van het middel, namelijk dat een foutieve ge-draging van de eigenaar er niet aan in de weg staat dat deze tegelijk veroordeeld wordt op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek en op grond van arti-kel 544 van het Burgerlijk Wetboek, zie S. Stijns en H. Vuye, Beginselen van Belgisch privaatrecht, V, Burenhinder, Story-Scientia, 2000, p. 225, nr. 143; P. Lecocq, "Troubles de voisinage: qui, comment, pour quoi?", in Les troubles de voisinage. Quatre points de vue, Anthemis, 2007, p. 28-29.

Het belang van het middel ligt in het verweer van eiseres volgens hetwelk in geval van gehoudenheid op grond van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek, noch de verzakingsclausule van de BVVO-overeenkomst noch de beperkingsclausule uit de Axa-polis toepassing vinden, met alle gevolgen vandien wat betreft de ge-houdenheid van eerste verweerster (zie arrest p. 7-laatste al.-p. 8, al. 1) en van tweede verweerster (zie arrest p. 10) (zie "derde aanvullende en synthesebesluiten in hoger beroep na voortzetting", p. 22-23 juncto p. 30, tweede deel, en p. 36). 

TWEEDE MIDDEL

Geschonden wetsbepalingen

 artikel 149 van de Grondwet

 de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek

Aangevochten beslissingen en motieven

Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiseres slechts gedeeltelijk gegrond. De vordering van eiseres tegen eerste verweerster gesteund op de arti-kelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek wordt slechts gegrond verklaard ten belope van 6.417,95 euro (meer intresten) en 14.432,36 euro (meer intresten).

De veroordeling tot het bedrag van 6.417,95 euro wordt als volgt gemotiveerd:

" b. vorderingen ten aanzien van de nv Rotom

(...)

De nv HDI-Gerling Verzekeringen vordert eveneens de veroordeling van de nv Rotom, de nv Generali Belgium en de nv Axa Belgium tot het betalen van de som van euro 642.840,41, meer de vergoedende rente.

Zoals hieronder wordt uiteengezet is de vordering van de nv HDI-Gerling Verze-keringen ten aanzien van de nv Generali Belgium onontvankelijk.

Ten aanzien van de nv Rotom is de vordering ongegrond in de mate dat haar aansprakelijkheid wordt verzekerd door de nv Generali Belgium. Het gaat in tegen de geest van de conventie dat aan de nv HDI-Gerling Verzekeringen toegelaten zou worden verhaal uit te oefenen op de nv Rotom, die dan op haar beurt een verhaal zou hebben tegen haar verzekeraar die vervolgens weer verhaal zou kunnen uitoefenen op de nv HDI-Gerling Verzekeringen.

Overeenkomstig de bijzondere en de algemene polisvoorwaarden is het verhaal van derden verzekerd ten belope van euro 600.980,83, waarvan al euro 72.578,76 werd uitgekeerd, zodat er een saldo rest van euro 528.402,07. Ten onrechte wil de nv Rotom toepassing maken van het KB betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft nu haar onderneming niet vol-doet aan de voorwaarden van een eenvoudig risico, reden waarom een polis speciale risico's werd onderschreven. Er kan niet zomaar een toepassing naar analogie worden gemaakt, zodat de stelling van de nv Rotom dat het verzekerd bedrag euro 875.003,63 zou bedragen, niet kan worden bijgetreden.

De vordering van de nv HDI-Gerling Verzekeringen tegen de nv Rotom is dan ook gegrond in de mate dat de door haar vergoede schade het door de nv Gene-rali Belgium verzekerd bedrag verminderd met de reeds door de nv Generali Bel-gium gedane betalingen en de helft van de aan de nv Van Elfon toekomende vrij-stelling overstijgt ".

(arrest p. 7-8)

" e. cijfermatige beoordeling van elk van de vorderingen

(...)

De nv HDI-Geling Verzekeringen heeft aan haar verzekerde een vergoeding uit-gekeerd van in totaal euro 643.088,30. Het betreft echter de nieuwwaarde, terwijl zij op grond van de regels van het aansprakelijkheidsrecht slechts aanspraak kan maken op de werkelijke waarde.

(...)

De schade in werkelijke waarde bedraagt:

- gebouw (80 % van euro 217.887,80): euro 174.310,24

- materieel (86 % van 141.864,06): euro 120.584,45

- koopwaar: euro 218.172,28

- bijkomende waarborgen: euro 36.309,36

totaal: euro 549.376,33.

Rekening houdend met het door de nv Generali Belgium verzekerde saldo ver-minderd met de helft van de vrijstelling die aan de nv Van Eflon toekomt bedraagt het bedrag dat de nv HDI-Gerling Verzekeringen van de nv Rotom kan vorderen:

euro 549.376,33 - euro 528.402,07 - euro 123,95 = euro 20.850,31.

De nv HDI-Gerling Verzekeringen kan ten aanzien van de nv Axa Belgium aan-spraak maken op :

euro 15.795,78 - euro 123,95 (helft van de vrijstelling die aan de nv Van Eflon toekomt) - euro 1.239,47 vrijstelling = euro 14.432,36, meer vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 oktober 1999. 10e blad

De nv Axa Belgium wordt in solidum met de nv Rotom veroordeeld tot dit bedrag, vermeerderd met de vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 ok-tober 1999.

De nv Rotom wordt alleen veroordeeld tot het saldo van euro 20.850,31 - euro 14.432,36 = euro 6.417,95, vermeerderd met de vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 oktober 1999.

(...) "

(arrest p.10-12)

Grieven

1. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn fout schade veroorzaakt, gehouden tot algehele schadeloosstelling.

Bij zaakschade bestaande uit de vernietiging van een zaak betekent dit dat de benadeelde recht heeft op herstel door betaling van de vervangingswaarde van die zaak, d.i. het bedrag dat nodig is om zich een gelijkaardige zaak aan te schaffen.

Dit bedrag valt niet noodzakelijk samen met de werkelijke waarde van de zaak. Meer bepaald zal dat niet het geval zijn wanneer het niet mogelijk is om een ge-lijkaardige zaak met dezelfde graad van vetusteit op de markt te vinden. In dat geval houdt het principe van de algehele schadeloosstelling in dat de benadeelde recht heeft op de nieuwwaarde van de zaak.

2.Volgens de appelrechters kan eiseres ten aanzien van eerste verweerster aan-spraak maken op een totaal bedrag aan schadevergoeding van 20.850,31 euro , sa-mengesteld uit 14.432,36 euro (waartoe eerste verweerster in solidum met tweede verweerster wordt veroordeeld) en 6.417,95 euro (waartoe eerste verweerster alleen wordt veroordeeld).

Uit het bestreden arrest blijkt dat dit bedrag van 20.850,31 euro overeenstemt met het verschil tussen het bedrag van de door eiseres verzekerde schade van de NV Vaneflon (549.376,33 euro ), enerzijds, en het door de NV Generali Belgium verze-kerde bedrag (600.980,83 euro ) verminderd met het reeds uitgekeerde bedrag (72.578,76 euro ) (d.i. 528.402,07 euro ), anderzijds, verminderd met de helft van de aan de NV Vaneflon toekomende vrijstelling (123,95 euro ) (arrest p. 8, al. 2 en 3; p. 11, al. 2 t/m laatste al., en p. 12, al. 1). 11e blad

Uit het bestreden arrest blijkt ook dat het bedrag van de door eiseres verzekerde schade van de NV Vaneflon (549.376,33 euro ) bestaat uit verschillende schadepos-ten, waaronder de schade bestaande uit het verlies van het gebouw, materieel en koopwaar van de NV Vaneflon (arrest p. 11, laatste al.).

Die schade wordt door het bestreden arrest bepaald op grond van de werkelijke waarde van het gebouw, materieel en koopwaar en niet op grond van de nieuw-waarde van de goederen. Dit verklaart onder meer waarom het door het arrest bekomen bedrag van 549.376,33 euro kleiner is dan het bedrag dat eiseres aan haar verzekerde heeft uitbetaald (643.088,30 euro ) (arrest p. 11, al. 2 en laatste al.).

Volgens de appelrechters kan de benadeelde krachtens het aansprakelijkheids-recht geen aanspraak maken op de nieuwwaarde van de verloren goederen, maar enkel op hun werkelijke waarde (arrest p. 11, al. 2). De appelrechters be-groten die werkelijke waarde op een percentage van de nieuwwaarde (arrest p. 11, laatste al.).

3. De appelrechters stellen echter niet vast dat de door de brand verloren gegane goederen kunnen vervangen worden door gelijkaardige goederen met dezelfde graad van vetusteit of dat het bedrag dat overeenstemt met de werkelijke waarde van de goederen volstaat om de goederen te vervangen, en dit ofschoon zij hier-toe door de conclusies van eiseres waren uitgenodigd (zie "derde aanvullende en synthesebesluiten in hoger beroep na voortzetting", p. 42).

Zonder die vaststelling konden de appelrechters niet beslissen dat een bedrag begroot op de werkelijke waarde van de door de brand verloren gegane goederen in plaats van op grond van hun nieuwwaarde volstaat om de schade volledig te vergoeden overeenkomstig de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wet-boek.

4. Door toch zo te beslissen, schendt het bestreden arrest bijgevolg de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Minstens schendt het artikel 149 van de Grondwet doordat het niet alle vaststellingen bevat die nodig zijn om te bepalen of een schadevergoeding begroot op grond van de werkelijke waarde van de goederen de schade door het verlies van die goederen volledig vergoedt.

Toelichting

Overeenkomstig de rechtspraak van Uw Hof houdt, bij zaakschade, de integrale schadeloosstelling in dat de persoon die een zaak heeft verloren tengevolge van een onrechtmatige daad, recht heeft op herstel van zijn vermogen door teruggave van de zaak of, wanneer de teruggave niet mogelijk is, recht heeft op de vervangingswaarde van de zaak, d.i. het bedrag dat nodig is om zich een ge-lijkaardige zaak aan te schaffen (zie o.m. Cass. 19 december 2013, F.12.0079.N).

Naar weten van eiseres heeft Uw Hof nog niet gepreciseerd met welke waarde rekening moet worden gehouden wanneer het niet mogelijk is om een gelijkaar-dige zaak met een gelijkaardige graad van vetusteit op de markt te vinden. Vol-gens eiseres bestaat in dat geval de vervangingswaarde niet uit de werkelijke waarde van de verloren gegane zaak maar uit haar nieuwwaarde.

DERDE MIDDEL

Geschonden wetsbepalingen

 artikel 149 van de Grondwet

 de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek

 het algemeen rechtsbeginsel inzake de autonomie der procespartijen, beschik-kingsbeginsel genoemd

Aangevochten beslissingen en motieven

Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiseres slechts gedeeltelijk gegrond. De vordering van eiseres tegen eerste verweerster gesteund op de arti-kelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek wordt slechts gegrond verklaard ten belope van 6.417,95 euro (meer intresten) en 14.432,36 euro (meer intresten).

De vordering van eiseres tegen tweede verweerster gesteund op de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek wordt slechts gegrond verklaard ten belope van 14.432,36 euro meer intresten. De veroordelingen tot het bedrag van 14.432,36 euro worden als volgt verantwoord:

" b. vorderingen ten aanzien van de nv Rotom

(...)

De nv HDI-Gerling Verzekeringen vordert eveneens de veroordeling van de nv Rotom, de nv Generali Belgium en de nv Axa Belgium tot het betalen van de som van euro 642.840,41, meer de vergoedende rente.

Zoals hieronder wordt uiteengezet is de vordering van de nv HDI-Gerling Verze-keringen ten aanzien van de nv Generali Belgium onontvankelijk. 13e blad

Ten aanzien van de nv Rotom is de vordering ongegrond in de mate dat haar aansprakelijkheid wordt verzekerd door de nv Generali Belgium. Het gaat in tegen de geest van de conventie dat aan de nv HDI-Gerling Verzekeringen toegelaten zou worden verhaal uit te oefenen op de nv Rotom, die dan op haar beurt een verhaal zou hebben tegen haar verzekeraar die vervolgens weer verhaal zou kunnen uitoefenen op de nv HDI-Gerling Verzekeringen.

Overeenkomstig de bijzondere en de algemene polisvoorwaarden is het verhaal van derden verzekerd ten belope van euro 600.980,83, waarvan al euro 72.578,76 werd uitgekeerd, zodat er een saldo rest van euro 528.402,07. Ten onrechte wil de nv Rotom toepassing maken van het KB betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft nu haar onderneming niet vol-doet aan de voorwaarden van een eenvoudig risico, reden waarom een polis speciale risico's werd onderschreven. Er kan niet zomaar een toepassing naar analogie worden gemaakt, zodat de stelling van de nv Rotom dat het verzekerd bedrag euro 875.003,63 zou bedragen, niet kan worden bijgetreden.

De vordering van de nv HDI-Gerling Verzekeringen tegen de nv Rotom is dan ook gegrond in de mate dat de door haar vergoede schade het door de nv Gene-rali Belgium verzekerd bedrag verminderd met de reeds door de nv Generali Bel-gium gedane betalingen en de helft van de aan de nv Van Elfon toekomende vrij-stelling overstijgt ".

(arrest p. 7-8)

" d. vorderingen ten aanzien van de nv Axa Belgium

De nv Axa Belgium is de verzekeraar bedrijfsaansprakelijkheid van de nv Rotom.

Overeenkomstig art. 2.1.1 van de algemene polisvoorwaarden verzekert de nv Axa Belgium de zaakschade en de onstoffelijke schade veroorzaakt door brand, vuur, ontploffing, rook en water, met uitsluiting van wat de verzekeringnemer ge-woonlijk kan laten verzekeren onder de dekking derdenverhaal van een brand-verzekeringscontract. Onstoffelijke schade die het gevolg is van een schade die onder derdenverhaaldekking van een brandverzekeringscontract kan worden verzekerd, is echter gedekt ter aanvulling van een dekking derdenverhaal.

(...) 

In de mate dat de vordering van de nv Van Eflon en de nv HDI-Gerling Verzeke-ring betrekking heeft op de stoffelijke schade is deze ongegrond ten aanzien van de nv Axa Belgium.

De nv Axa Belgium dekt geen stoffelijke schade die gewoonlijk kan worden ver-zekerd door de brandverzekeraar in het kader van de waarborg verhaal van derden.

Het feit dat de nv Rotom niet voor het volledig bedrag van de stoffelijke schade is verzekerd neemt niet weg dat zij normaal wel voor het volledig bedrag verzekerd had kunnen zijn. Zij kan de gevolgen van een ontoereikende verzekering niet af-wentelen op de nv Axa Belgium.

De nv Axa Belgium dient enkel tussen te komen voor de onstoffelijke schade, niet voor de stoffelijke schade en evenmin voor de kosten van afbraak, opruiming, redding en behoud, waarvan zij terecht stelt dat deze als mateiële schade te be-schouwen zijn.

Zij stelt incidenteel hoger beroep in omdat de onstoffelijke schade door de des-kundige werd begroot op euro 15.795,73 en de eerste rechter deze ten onrechte heeft bepaald op euro 29.119,75".

(arrest p. 9-10)

" e. cijfermatige beoordeling van elk van de vorderingen

(...)

De nv HDI-Geling Verzekeringen heeft aan haar verzekerde een vergoeding uit-gekeerd van in totaal euro 643.088,30. Het betreft echter de nieuwwaarde, terwijl zij op grond van de regels van het aansprakelijkheidsrecht slechts aanspraak kan maken op de werkelijke waarde.

De eerste rechter heeft de onstoffelijke schade bepaald op euro 29.449,75. Terecht stelt de nv Axa Belgium dat dit het bedrag is dat door de deskundige De Rycke (deskundige die de schade heeft begroot in het kader van de brandverzekering afgesloten tussen de nv Van Elfon en de nv HDI-Gerling Verzekeringen en deel uitmakend van de bijkomende waarborgen) vooropgesteld werd en niet het door de gerechtsdeskundige vastgesteld bedrag betreft.

De gerechtsdeskundige heeft deze schade begroot op blz. 54 van het voorlopig rapport en op blz. 112 van het definitief verslag.

Hij begroot de gebruiksderving voor de burelen op 85.440 BEF of euro 2.118,00.

Voor de werkplaats heeft hij een opdeling gemaakt tussen het gedeelte waar de lamineermachine stond (ongeveer 50 % van de werkplaats) en het andere deel dat nog niet opnieuw in gebruik was genomen. Voor dit laatste deel geeft hij de parameters op aan de hand waarvan de derving kan worden berekend, zijnde 114 BEF per m² per maand.

Het wordt niet betwist dat de totale oppervlakte van de werkplaats 968 m² be-draagt.

Wanneer de deskundige voor het deel van de werkplaats waar de lamineerma-chine stond een gebruiksvordeing weerhoudt van 778.880 BEF zonder te motive-ren waarom van het bedrag van 114 BEF per m² wordt afgeweken, komt het hof tot besluit dat dit bedrag een materiële vergissing moet betreffen. De berekening ziet er als volgt uit :

968 m² x 50 % x 114 BEF x 5 maanden onbruikbaarheid = 275.880 BEF.

De nv Van Eflon bewijst niet dat de andere helft van de werkplaats ten gevolge van de brand meer dan 5 maanden onbruikbaar is geweest, zodat ook daarvoor een bedrag van 275.880 BEF kan worden toegekend.

Dit brengt het bedrag wegens onstoffelijke schade op :

275.880 BEF + 275.880 BEF + 85.440 BEF = 637.200 BEF of euro 15.796,78.

Het totaal van de bijkomende waarborgen die door de nv HDI-Gerling Verzeke-ringen kunnen worden verhaald wordt om die reden door het hof herleid van euro 65.164,17 naar euro 36.309,36.

De schade in werkelijke waarde bedraagt:

- gebouw (80 % van euro 217.887,80): euro 174.310,24

- materieel (86 % van 141.864,06): euro 120.584,45

- koopwaar: euro 218.172,28

- bijkomende waarborgen: euro 36.309,36

totaal: euro 549.376,33.

Rekening houdend met het door de nv Generali Belgium verzekerde saldo ver-minderd met de helft van de vrijstelling die aan de nv Van Eflon toekomt bedraagt het bedrag dat de nv HDI-Gerling Verzekeringen van de nv Rotom kan vorderen:

euro 549.376,33 - euro 528.402,07 - euro 123,95 = euro 20.850,31.

De nv HDI-Gerling Verzekeringen kan ten aanzien van de nv Axa Belgium aan-spraak maken op :

euro 15.795,78 - euro 123,95 (helft van de vrijstelling die aan de nv Van Eflon toekomt) - euro 1.239,47 vrijstelling = euro 14.432,36, meer vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 oktober 1999. 16e blad

De nv Axa Belgium wordt in solidum met de nv Rotom veroordeeld tot dit bedrag, vermeerderd met de vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 ok-tober 1999.

De nv Rotom wordt alleen veroordeeld tot het saldo van euro 20.850,31 - euro 14.432,36 = euro 6.417,95, vermeerderd met de vergoedende rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 6 oktober 1999.

(...) "



Grieven

1. De appelrechters beslissen dat eerste en tweede verweerster gehouden zijn tot vergoeding van de door de verzekerde van eiseres geleden onstoffelijke schade.

Uit de conclusies van partijen en uit het bestreden arrest blijkt dat die onstoffelijke schade bestaat uit dervingskosten en dat die kosten vervat zitten in de schadepost "bijkomende waarborgen" (zie arrest p. 11, derde al.).

De eerste rechter had die onstoffelijke schade begroot op 29.119,75 euro . Rekening houdend met die begroting bedroeg de schadepost "bijkomende waarborgen" 65.164,17 euro (of 2.628.716 BEF) (zie ook arrest p. 11, derde lid, laatste zin en "derde syntheseconclusie in graad van beroep" van tweede verweerster, p. 16).

2. De appelrechters begroten de onstoffelijke schade echter op 15.795,78 euro . Zij vol-gen hierin de door verweersters gemaakte begroting (zie de "aanvullende en synthesebesluiten" van eerste verweerster, p. 19 en "derde syntheseconclusie in gaard van beroep" van tweede verweerster, p. 16 en 17).

Gelet op die begroting van de onstoffelijke schade op 15.795,78 euro , diende die schadepost bijgevolg gereduceerd te worden met het verschil tussen 29.119,75 euro en 15.795,78 euro , d.i. 13.323,97 euro . De schadepost "bijkomende waarborgen" zou aldus 51.840,20 euro bedragen.

De appelrechters reduceren de schadepost "bijkomende waarborgen" echter tot 36.309,36 euro , en dus met een bedrag van 28.854,81 euro (p. 11, derde lid).

3. Door zo te beslissen, kent het bestreden arrest bijgevolg aan eiseres een bedrag toe dat niet alle vastgestelde onstoffelijke schade dekt. Dit is in strijd met het principe van de algehele schadeloosstelling, zodat het arrest schending inhoudt van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

Bovendien is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd en schendt het dus artikel 149 van de Grondwet door, enerzijds, de onstoffelijke schade te begroten op 15.795,78 euro in plaats van op 29.119,75 euro en, anderzijds, "om die reden" de scha-depost "bijkomende waarborgen" te reduceren tot 36.309,36 euro , en dus met een bedrag dat hoger is dan het verschil tussen 29.119,75 en 15.795,78 euro .

Door voor de schadepost "bijkomende waarborgen" slechts 36.309,36 euro toe te kennen, schendt het bestreden arrest daarenboven ook het beschikkingsbeginsel. Uit de conclusies van eerste en tweede verweerster blijkt immers dat zij die schadepost begrootten op een bedrag van 15.795,78 euro (dervingskosten) en 32.707,77 euro (afbraak-, opruimings-, reddings- en behoudkosten), in totaal dus 48.503,55 euro (zie de "derde syntheseconclusie in graad van beroep" van tweede verweerster, p. 17, midden, en de "aanvullende en synthesebesluiten" van eerste verweerster, p. 19, midden).

OM DEZE REDENEN,

Besluit ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie, voor eiseres, dat het U behage, hooggeachte Dames en Heren, het bestreden arrest te vernietigen, te bevelen dat van de vernietiging melding gemaakt wordt in de kant van het be-streden arrest, de zaak en partijen naar een ander hof van beroep te verwijzen, en over de kosten uitspraak te doen als naar recht.

Brussel, 22 januari 2015 

 

Noot: 

• Maarten Somers, Overheid, burenhinder en het algemeen belang –- naar een meer concrete toetsingsnorm?, RABG 2011, 11, 761

• A. Van Hoe, Burenhinder veroorzaakt door een aannemer: de aanhouder wint (volledig), RABG 2011/11

• Emilie De Naere, De toerekenbaarheid in de burenhinder verder verfijnd, RABG 2011/11, 745

zie ook Cass. 24/03/2016, C.15.0308.N, juridat

"...Artikel 544 Burgerlijk Wetboek kent aan elke eigenaar het recht toe om op een normale wijze van zijn zaak het genot te hebben.

De eigenaar van een pand die door een daad, een verzuim of eender welke gedraging het evenwicht tussen de eigendommen verbreekt door aan een naburige eige-naar hinder op te leggen die de gewone ongemakken van het nabuurschap over-treft, is een rechtmatige en passende vergoeding tot herstel van het verstoorde evenwicht verschuldigd. "



De abnormale vatbaarheid van het pand van de naburige eigenaar heeft slechts een weerslag op de rechtmatige en passende vergoeding, wanneer de rechter vaststelt dat zonder de daad, het verzuim of het gedrag van de veroorzaker van de hinder die de gewone ongemakken van het nabuurschap overtreft, die hinder zich niet zou hebben voorgedaan zoals hij in concreto is ontstaan.



2. De appelrechters oordelen dat het verbreken van het evenwicht tussen de er-ven niet het gevolg is geweest van enig voorbeschikt karakter van het goed van de verweerders, maar wel van de op vraag van de eiseres uitgevoerde afbraakwerken.

Zij oordelen aldus dat de hinder zich zonder de afbraakwerken niet zou hebben voorgedaan zoals hij in concreto is ontstaan.

Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing naar recht en laten zij het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.

De appelrechters oordelen dat het verbreken van het evenwicht tussen de er-ven niet het gevolg is geweest van enig voorbeschikt karakter van het goed van de verweerders, maar wel van de op vraag van de eiseres uitgevoerde afbraakwerken.

Zij oordelen aldus dat de hinder zich zonder de afbraakwerken niet zou hebben voorgedaan zoals hij in concreto is ontstaan.

Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing naar recht en laten zij het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.



Het middel kan niet worden aangenomen.



Tweede middel



3. Artikel 544 Burgerlijk Wetboek verleent aan iedere eigenaar het recht om op een normale wijze van zijn zaak te genieten.



4. De eigenaar van een onroerend goed die door een daad, een verzuim of een-der welke gedraging het evenwicht tussen de eigendommen verbreekt door aan de naburige eigenaar een stoornis op te leggen die de normale lasten uit het nabuur-schap overschrijdt, is hem een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, tot herstel van het verstoorde evenwicht.



5. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de rechter de compensatie slechts naar billijkheid kan ramen, op voorwaarde dat hij vaststelt dat hij in de onmoge-lijkheid verkeert om de compensatie op een andere wijze te ramen, faalt het naar recht."

• S. De Rey, Begroting van de schadevergoeding] Nieuw voor oud: het verbod op vetusteitsaftrek, TBBR, 2017-3, 185

• Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] GUILIAMS, Sophie; Noot 'Artikel 544 BW is niet ondergeschikt aan artikel 1382 BW en de vervangingswaarde van een vernielde zaak is (steeds) gelijk aan de werkelijke waarde ervan' 2016, nr. 345, p. 545-547.

• Rechtskundig Weekblad [RW] GRUYAERT, Dorothy; Noot 'De foutaansprakelijkheid en de leer van de burenhinder: water en vuur?' 2016-17, nr. 23, p. 896-898.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 16/06/2018 - 11:14
Laatst aangepast op: za, 16/06/2018 - 11:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.