-A +A

Forumbeding dient op de voorzijde van de factuur te staan om geldig te zijn

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 30/11/2015

Een bevoegdheidsbeding dat voorkomt in de algemene factuurvoorwaarden kan onder welbepaalde voorwaarden als een geldig forumbeding worden aangenomen op grond van de door art. 23 EEX-Vo bepaalde mogelijkheid om een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht te sluiten in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen handelspartners gebruikelijk zijn geworden. Dit is met name het geval wanneer, ingevolge hun vroegere transacties, handeldrijvende partijen geregeld met de algemene voorwaarden werden geconfronteerd, zodat zij worden vermoed kennis te hebben gekregen van het forumbeding dat in die voorwaarden is vervat; indien zij er nooit tegen hebben geprotesteerd, worden zij verondersteld ermee ingestemd te hebben. 

Wanneer partijen geen mondeling akkoord hebben en er tussen hen geen handelsgebruiken bestaan, volstaat een vermelding van algemene voorwaarden op de keerzijde niet, tenzij er op de voorzijde van de factuur naar wordt verwezen.. Zo is er geen sprake van een gekozen bevoegdheid wanneer partijen zonder vaste gebruiken in hun handelsbetrekking, door loutere vermelding op de achterzijde van de factuur een bepaalde rechtbank territoriaal bevoegd maken.

Deze regeling kan echter niet toegepast worden voor particulieren
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
543
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

GmbH V. t/ NV W.

...

IV. Beoordeling

6. Appellante werpt de exceptie van de afwezigheid van rechtsmacht op.

Tot staving van haar stelling dat de eerste rechter wel degelijk rechtsmacht had om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering verwijst geïntimeerde naar art. 11 van haar algemene voorwaarden die volgens haar steevast vermeld werden op de keerzijde van de facturen waarvan zij betaling vordert en waarin wordt bepaald: “Toepasselijk recht – Bevoegde rechtbanken. Alle overeenkomsten afgesloten met de W. (...) zijn onderworpen aan het Belgische recht, met uitsluiting van het Verdrag van 11 april 1980 houdende het recht voor de internationale koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken. Ingeval van betwisting zijn uitsluitend de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Kortrijk bevoegd”.

Volgens geïntimeerde maakt voormeld art. 11 een rechtsgeldig forumbeding uit dat beantwoordt aan de voorschriften van art. 23.1.a) EEX-Vo, wat appellante betwist.

7. De vraag welke rechter kan oordelen over een geschil tussen een in België gevestigde eisende partij en een Duitse vennootschap als verwerende partij, ingeleid met de op 12 april 2012 uitgebrachte dagvaarding, moet worden beslecht op grond van de bepalingen van de Verordening (EG) 44/2001 van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Pb.L., 16 januari 2001, 12.1), hierna genoemd “de EEX-Vo”.

Op grond van art. 2.1 van de EEX-Vo worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Zij kunnen slechts voor de rechtbanken van een andere lidstaat worden opgeroepen op één van de gronden vermeld in art. 5 tot 24 van de EEX-Vo (art. 3.1 EEX-Vo).

Aangezien appellante een in Duitsland gevestigde vennootschap is, hebben de Belgische rechtbanken in beginsel geen rechtsmacht.

Art. 23.1 EEX-Vo bepaalt evenwel dat wanneer de partijen, van wie ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van de geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht of die gerechten van deze lidstaat bevoegd is of zijn.

Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten: (a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; (b) hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden; (c) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.

8. Vraag blijft aldus of het door geïntimeerde ingeroepen en in art. 11 van de algemene voorwaarden opgenomen bevoegdheidsbeding al dan niet beantwoordt aan het voormelde en door geïntimeerde ingeroepen art. 23.1.a) EEX-Vo.

Volgens het Hof van Justitie dienen de toepassingsvoorwaarden voor de geldigheid van een forumbeding onder art. 23 EEX-Vo strikt te worden uitgelegd. Een forumbeding wijkt immers af van de algemene bevoegdheidsregels vervat in art. 2, 5 en 6 EEX-Vo.

Om als een geldig forumbeding overeenkomstig art. 23 EEX-Vo in aanmerking genomen te kunnen worden, moet de wilovereenkomst tussen partijen over dit forumbeding daadwerkelijk voorhanden zijn en duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komen. De daadwerkelijke instemming van de belanghebbenden is immers één van de doelstellingen van deze bepaling (HvJ 14 december 1976, nr. 24/76, Estas Salotti, Jur. 1976, 1831, rechtsoverweging 7; HvJ 20 februari 1997, C-106/95, Mainschiffahrt-Genossenschaft eG (MDG), rechtsoverweging 17).

In het vermelde arrest-Salotti oordeelde het Hof van Justitie dat het enkele feit dat op de achterzijde van een op het briefpapier van één van de partijen vastgelegd contract een forumbeding was opgenomen in de op dit briefpapier afgedrukte algemene voorwaarden, onvoldoende was om tot het bestaan van een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde overeenkomst te besluiten. Dit zou, aldus nog het Hof van Justitie, wel het geval geweest zijn indien in de tekst van het ondertekende contract zelf uitdrukkelijk zou zijn verwezen naar de op de rugzijde vermelde algemene voorwaarden (HvJ 14 december 1976, nr. 24/76, Estas Salotti, Jur. 1976, 1831, rechtsoverweging 50).

9. Aan de hand van de voorliggende stukken dienen naar het oordeel van het hof de volgende feitelijke vaststellingen te worden gemaakt:

– van de facturen waarvan geïntimeerde betaling vordert, wordt enkel een kopie bijgebracht waaruit niet blijkt of op de keerzijde van deze facturen de algemene voorwaarden werden/zijn afgedrukt waarin het door geïntimeerde ingeroepen forumbeding is opgenomen;

– ook de door geïntimeerde als stuk 25 voorgelegde “blanco factuur” kan hieromtrent geen uitsluitsel geven, omdat uit niets blijkt dat de op de keerzijde van deze blanco factuur afgedrukte algemene voorwaarden effectief dezelfde voorwaarden zijn als die welke zich – zoals geïntimeerde beweert maar niet bewijst – op de keerzijde van de aan appellante gerichte facturen zouden bevonden hebben;

– op geen enkele van de in kopie voorgelegde facturen is enige vermelding terug te vinden waarbij uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die zich op de keerzijde zouden bevinden en naar de toepasselijkheid ervan;

– enkel op twee facturen komt de volgende (door het hof vrij vertaalde) vermelding voor: “Onze algemene voorwaarden waarvan kopie in bijlage zijn van toepassing op deze rekening”, maar het is niet duidelijk over welke bijlage het dan wel gaat en of deze bijlage identiek is aan de voorwaarden die op de keerzijde van de als stuk 25 voorgelegde blanco factuur voorkomen.

In de gegeven omstandigheden dient naar het oordeel van het hof dan ook besloten te worden dat geïntimeerde niet aantoont dat de handelsbetrekkingen tussen partijen beheerst werden door de factuurvoorwaarden waarvan zij als stuk 25 een exemplaar voorlegt.

Los van het antwoord op de vraag of de facturen waarvan geïntimeerde betaling vordert op de keerzijde de algemene voorwaarden bevatten waarnaar geïntimeerde verwijst, staat het ontbreken van een verwijzing op de voorzijde van de facturen naar de op de achterzijde afgedrukte voorwaarden en naar de toepasselijkheid van deze voorwaarden eraan in de weg dat tot het bestaan van een schriftelijke overeenkomst een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst in de zin van art. 23.1.a) EEX-Vo wordt besloten.

Het uitblijven een reactie tegen een forumbeding in de zich op de keerzijde van de factuur bevindende algemene voorwaarden waarnaar op de voorzijde op geen enkele wijze wordt verwezen, houdt naar Europees recht, dat verdragautonoom wordt geïnterpreteerd, geen aanvaarding van dat forumbeding in. Een bevoegdheidsbeding in factuurvoorwaarden beantwoordt slechts aan art. 23 EEX-Vo wanneer een mondelinge overeenkomst tot stand komt bij courante handelsbetrekkingen en waarbij bovendien bewezen wordt dat die handelsbetrekkingen beheerst worden door de factuurvoorwaarden (Antwerpen 15 april 2013, Limb.Rechtsl. 2013, 215).

Geïntimeerde blijft evenwel in gebreke aan te tonen dat er sprake was van courante handelsbetrekkingen tussen partijen die beheerst werden door de factuurvoorwaarden waarin het ingeroepen forumbeding voorkomt. Geïntimeerde toont niet aan dat de algemene voorwaarden, die zij bijbrengt en waarin het ingeroepen forumbeding is opgenomen, ter kennis werden gebracht van appellante noch dat appellante instemde met deze algemene voorwaarden en met de toepasselijkheid ervan (Antwerpen 30 maart 2009, RW 2012-13, 107).

Geïntimeerde toont evenmin aan dat de vermelding van een forumbeding op de keerzijde van de factuur, zonder enige voorafgaande mededeling of verwijzing daarnaar, overeenstemt met een gewoonte die geldt in de branche van de internationale handel waarin de partijen werkzaam waren en dat zij dit gebruik kennen of geacht worden te kennen (HvJ 16 maart 1999, nr. C-159/97, Casteletti Spedizioni Internationali, RW 1999-2000, 209).

Anders dan de eerste rechter is het hof dan ook van oordeel dat geen geldig forumbeding in de zin van art. 23.1 EEX-Vo voorligt, zodat de eerste rechter en thans ook dit hof op grond van dit artikel geen internationale bevoegdheid had/heeft om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering zoals door geïntimeerde ingesteld.

Geïntimeerde die zich uitsluitend op het voormelde forumbeding en art. 23 EEX-Vo beroept om tot de rechtsmacht te besluiten, voert en toont ten slotte niet aan dat de Belgische rechtbanken rechtsmacht zouden hebben op grond van een andere bepaling van de EEX-Vo.

10. Op grond van wat voorafgaat en gelet op het gebrek aan internationale rechtsmacht, kan het hof dan ook niet verder ingaan op de overige middelen en argumenten van partijen, evenmin als op het incidenteel hoger beroep van geïntimeerde.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 02/12/2016 - 19:17
Laatst aangepast op: vr, 02/12/2016 - 19:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.