-A +A

Forumbeding bepaalt internationale rechtsmacht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Tongeren
Datum van de uitspraak: 
vri, 20/04/2007
A.R.: 
A.R.nr.A/06/2289

Een bevoegdheidsbeding dat voorkomt in de algemene factuurvoorwaarden kan onder welbepaalde voorwaarden als een geldig forumbeding worden aangenomen op grond van de door art. 23 EEX-Vo bepaalde mogelijkheid om een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht te sluiten in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen handelspartners gebruikelijk zijn geworden. Dit is met name het geval wanneer, ingevolge hun vroegere transacties, handeldrijvende partijen geregeld met de algemene voorwaarden werden geconfronteerd, zodat zij worden vermoed kennis te hebben gekregen van het forumbeding dat in die voorwaarden is vervat; indien zij er nooit tegen hebben geprotesteerd, worden zij verondersteld ermee ingestemd te hebben. 

Deze regeling kan echter niet toegepast worden voor particulieren
 

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009/1
Pagina: 
43
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

A.R.nr.A/06/2289

Zet. : HH. W De Bus (rechter), J. Vaes en Gielen (rechters in handelsz.) Pleit. : Mrs. N. Bollen en K. Heeren loco H. De Bauw

(HCM Technisch Consult en Metaalwerken b.v.b.a. t. GmbH Thyssen Krupp Drauz Nothelfer)

[ ... ]

De vraag naar de internationale rechtsmacht dient hier beoordeeld te worden op grond van de Verordening (EG) 44/2001 van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van de beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L, 16 januari 2001, afl. L. 12,1 hierna : EEX-Vo) vermits verwerende

Beoordeling

Aangaande de rechtsmacht

1. Partijen stellen terecht dat eerst de internationale rechtsmacht van deze rechtbank dient worden nagegaan. partij gevestigd is te Duitsland, waar de EEXVo van toepassing is.

Wanneer de partijen, van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een Lidstaat, een gerecht of de gerechten van een Lidstaat hebben aangewezen voor de kennisname van de geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van deze Lidstaat bevoegd (art. 23.1 EEX-Vo).

Voor dit geschil is van belang dat deze overeenkomst kan worden gesloten in een vorm, die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden (art. 23, lid 2.b EEX-Vo). Indien partijen geregeld geconfronteerd worden met dezelfde voorwaarden, worden zij vermoed om - behoudens laakbare onzorgvuldigheid - kennis te hebben gekregen van het forumbeding dat in deze algemene voorwaarden is vervat. Indien zij hiertegen nooit hebben geprotesteerd, zijn zij verondersteld met het forumbeding te hebben ingestemd (H. VAN HouTTE, « Uitsluitende bevoegdheidsgronden», in H. VAN Hotrrrn en M. PERTEGAS SENDER, Europese I.P.R.-verdragen, Acco Leuven, 1997, 55, randnummer 2. 22).

Zowel aanlegster als verweerster beroepen zich op de hypothese van art. 2 3, lid 2. b EEXVo om te stellen dat via het in hun eigen algemene voorwaarden opgenomen bevoegdheidsbeding op geldige wijze een bevoegde rechtbank werd aangewezen. Voor aanlegster zijn dit de rechtbanken van het arrondissement Tongeren en voor verweerster rechtbanken van haar vestigingsplaats te Duitsland.

2. Voor de toepassing van art. 23, lid 2.b EEX-Vo is vereist dat de algemene voorwaarden waarin het bevoegdheidsbeding is vervat, werden meegedeeld aan de tegenpartij en zij daarvan kennis heeft kunnen nemen.

Verweerster beweert, maar bewijst geenszins, dat zij haar algemene aankoopvoorwaarden ter kennis heeft gebracht aan aanlegster. Bij gebreke van enig bewijs van kennisgeving van haar algemene voorwaarden, kan het daar opgenomen bevoegdheidsbeding in geen geval van toepassing zijn.

Een loutere verwijzing op haar bestelbon naar de beschikbaarheid van haar algemene voorwaarden op haar website of op loutere aanvraag volstaat niet als bewijs van kennisgeving van de algemene voorwaarden.

Verweerster betwist op zich niet dat de algemene voorwaarden van aanlegster haar meermaals werden meegedeeld. Deze voorwaarden zijn immers afgedrukt aan de onderkant van de voorzijde van de facturen van aanlegster. Verweerster heeft bovendien nooit enig voorbehoud geformuleerd ten aanzien van de algemene voorwaarden van aanlegster.

Verweerster betwist evenmin het feit dat er tussen partijen een voldoende aantal voorafgaande transacties heeft plaatsgevonden. Zij beroept zich immers voor de tegenstelbaarheid van haar eigen bevoegdheidsbeding eveneens op art. 23, lid 2.b. EEX-Vo, hetgeen zij ter zitting nogmaals bevestigt. Voor zover als nodig stelt de rechtbank vast dat verweerster twee facturen van aanlegster zonder enig voorbehoud betaald heeft, zodat er inderdaad een courante handelsbetrekking tussen partijen voorhanden was.

3. Verweerster stelt evenwel dat de algemene voorwaarden van aanlegster, met inbegrip van het bevoegdheidsbeding, in het Nederlands zijn opgesteld, een taal die zij niet machtig is. Aldus zou zij geen effectieve kennis hebben kunnen nemen van de algemene voorwaarden van aanlegster.

Deze rechtbank is van oordeel dat het loutere feit dat algemene voorwaarden niet zijn opgesteld in de taal van de bestemmeling, zelfs indien het niet vaststaat dat bestemmeling deze taal machtig is, de tegenstelbaarheid van het bevoegdheidsbeding niet apriori uitsluit. Er dient steeds te worden uitgegaan van de concrete omstandigheden van de situatie.

In casu stelt de rechtbank vast dat :

- verweerster een Duitse multinational is die als hoofdaannemer is opgetreden voor de uitvoering van een werf gelegen te Vilvoorde;

- verweerster bovendien als hoofdaannemer van het totaal project is opgetreden als vervanger van een eerder weerhouden Vlaamse hoofdaannemer;

- verweerster niet ontkent dat partijen weldegelijk gecontracteerd hebben op basis van de in het Nederlands opgestelde bestelling gericht aan de vorige hoofdaannemer

De rechtbank is van oordeel dat verweerster, door als multinational een grote opdracht in België te hebben verkregen waarvan zij wist dat deze door Vlaamse onderaannemers zou worden uitgevoerd, zij eveneens het taalrisico moet aanvaarden dat eigen is voor grensoverschrijdende opdrachten van dergelijke omvang. De rechtbank aanvaardt dan ook dat verweerster een bevoegdheidsbeding opgesteld in het Nederlands dient te verstaan, anders dient zij het nadeel van haar onkunde te dragen (zie in dezelfde J. ERA UW, « De plaats van uitvoering van een verbintenis - Vormvereisten en taal» noot onder Antwerpen, 3 januari 1995, TB.H., 1995, 387).

Overigens bevatten de algemene voorwaarden van aannemers in de regel steeds een bevoegdheidsbeding ten voordele van hun plaatselijke rechtbanken, zodat verweerster bezwaarlijk kan stellen dat zij verrast zou zijn door een ongebruikelijk beding.

De rechtbank aanvaardt dienvolgens dat het bevoegdheidsbeding opgenomen in de algemene voorwaarden van aanlegster, verweerster tegenstelbaar is en overeenkomstig art. 23, lid 2.b. door haar werd aanvaard.

De Belgische rechtbanken hebben rechtsmacht en op grond van de aanwijzing in het bevoegdheidsbeding is deze rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het geschil.
 

Noot: 

zie noor onder deze uitspraak in DAOR

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/07/2016 - 16:56
Laatst aangepast op: di, 19/07/2016 - 16:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.