-A +A

Feitelijk bezit met oog op herstelling is geen bezit als eigenaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 16/10/2017

M.b.t. roerende goederen geldt het bezit als titel (art. 2279, eerste lid BW). Dit betekent niet enkel dat het deugdelijk bezit van een roerend goed geldt als bewijs van eigendom, maar ook dat het deugdelijk bezit van een roerend goed een oorspronkelijke wijze van eigendomsverkrijging is.

Het deugdelijk bezit is een onmiddellijke wijze van eigendomsverkrijging van roerende goederen, in die mate dat er geen verkrijgende verjaringstermijn moet verlopen om de eigendom te verkrijgen.

Men wordt geacht voor zichzelf en als eigenaar te bezitten. Het komt derhalve de eigenaar van een goed die buiten bezit werd gesteld door een "bezitter" die zich op art. 2279 BW beroept toe te bewijzen dat de beezitter het goed niet voor zich en als eigenaar onder zich hield, zodat er geen sprake zou zijn van bezit, maar van loutere detentie of nog dat het bezit niet deugdelijk was.

De hersteller van een goed, bezit niet als eigenaar, maar is enkel detentor met oog op herstelling.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1703
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

J.S. t/ BVBA D.M.

1. Feitenrelaas

De feiten die aan dit geschil ten grondslag liggen, werden afdoende weergegeven in het tussenvonnis van de eerste rechter van 11 december 2013, zodat het hof hiernaar verwijst.
Samengevat beweert BVBA D.M. (geïntimeerde) dat zij de eigenares is van een tractor met kiepwagen, die de h. J.S. (appellant) ten onrechte onder zich hield. Het geschil betreft de teruggave van deze tractor aan BVBA D.M. of de betaling van de aankoopprijs.

2. Bestreden beslissing
In het bestreden vonnis werd de h. J.S. veroordeeld tot betaling aan BVBA D.M. van 11.645,04 euro, te vermeerderen met de verwijlintresten tegen de wettelijke rentevoet vanaf 31 januari 2013, de gerechtelijke intresten en de gerechtskosten. De tegeneis van de h. J.S. werd ongegrond verklaard.
...
4.2. Over de gegrondheid van het hoger beroep
M.b.t. roerende goederen geldt het bezit als titel (art. 2279, eerste lid BW). Dit betekent niet enkel dat het deugdelijk bezit van een roerend goed geldt als bewijs van eigendom, maar ook dat het deugdelijk bezit van een roerend goed een oorspronkelijke wijze van eigendomsverkrijging is. Het deugdelijk bezit is een onmiddellijke wijze van eigendomsverkrijging van roerende goederen, in die mate dat er geen verkrijgende verjaringstermijn moet verlopen om de eigendom te verkrijgen.

In de mate dat de J.S. het deugdelijk bezit heeft gehad over de betwiste tractor, is hij derhalve ook onmiddellijk eigenaar van deze tractor geworden, ongeacht wie deze tractor heeft aangekocht en wie er de prijs van heeft betaald.

Het deugdelijk bezit is een rechtsfeit dat door alle middelen van recht bewezen kan worden.

Het wordt niet betwist dat de h. J.S. van bij de aankoop heeft kunnen beschikken over, gebruikmaken van en genieten van de betwiste tractor. De h. J.S. heeft dus steeds de feitelijke heerschappij over deze tractor gehad. De h. J.S. heeft m.a.w. deze tractor steeds en ongestoord in zijn bezit gehad.

Men wordt geacht voor zichzelf en als eigenaar te bezitten. Het komt derhalve aan BVBA D.M. toe om te bewijzen dat de h. J.S. deze tractor niet voor zich en als eigenaar onder zich hield, zodat er geen sprake zou zijn van bezit, maar van loutere detentie of nog dat het bezit niet deugdelijk was.
BVBA D.M. levert dit bewijs niet.

Het feit dat BVBA D.M. een herstelling aan deze tractor zou hebben betaald in september 2009, levert dit bewijs niet. Integendeel, uit alle overige elementen die aan het hof ter beoordeling werden voorgelegd, blijkt dat de h. J.S. zich steeds als eigenaar van deze tractor heeft gedragen en dat hij er ook van uit ging dat hij de rechtmatige eigenaar van deze tractor was.

Kwade trouw wordt niet vermoed en enige kwade trouw in de persoon van de h. J.S. wordt niet bewezen.
Ingevolge zijn deugdelijk bezit is de h. J.S. eigenaar geworden van deze tractor. Er bestaat dan ook geen enkele rechtsgrond om de h. J.S. te veroordelen tot teruggave van deze tractor aan BVBA D.M.
De eerste rechter heeft de hoofdeis ten onrechte gegrond verklaard.
Het hoger beroep is in de voormelde mate gegrond.
De voorgestelde onderzoeksmaatregel is niet pertinent voor de beslechting van dit geschil.
...

Noot: 

Julie del Coral, Belang van openbaar bezit voor de toepassing van artikel 2279 lid 1BW, NJW 2014/305, p. 563

Besproken principes, wettelijk bepalingen en bronnen van deze noot::

•ongewilde buitenbezitstelling van titels aan toonde

• 2279 en 2280 BW
• 2279 BW en de vereiste van bezit te goeder trouw
• 2279 BW en de vereiste van deugdelijk bezit
• 2230 BW voor de materiële bezitter: vermoeden van intentionele element (Cass. 4 december 1986, RW 1986-87, 2147 en Gent 25 april 1995, RW 1996-97, (569) 570; Brussel 4 januari 2011, T.Not. 2011, 91; Brussel 25 januari 2011, T.Not. 2011, 95; H. DE PAGE en R. DEKKERS, Traité élémentaire de droit civil beige, V, Brussel, Bruylant, 1975, 765, nr. 856;

Rechtsleer

• A. Heyvert, “Bezit geeft verscheidene titels, TPR, 1983, (169)179;
• P. Heurterre “De beijslast van (on)deugdelijk bezit”, noot onder Cass. 16 februari 1998, Not. Fisc.M. 1999, (69)74;
• S. Bouflette, “La possesion en matière mobilière et l’article 2279 du Code Civil” TBBR 2007, (79);
• J. Kokelenberg, V. Sagaert e.a., “Overzicht van rechtspraak Zakenrecht (2000-2008)”TPR 2009(1113) 1665, nr. 567
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 18/06/2018 - 17:05
Laatst aangepast op: ma, 18/06/2018 - 17:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.