-A +A

Facultatieve schuldenaarsverklaring - onvolledige of ontbrekende verklaring derde-beslagene

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 15/05/2014
A.R.: 
C.13.0420.N

De beslagrechter, die dient te oordelen of de derde-beslagene, die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, tot schuldenaar kan worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsook voor de kosten ervan, beschikt over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan in uitzonderlijke omstandigheden beslissen, ook al heeft de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring afgelegd, hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen (1). (1) Het arrest van het Hof besliste tot een beperkte vernietiging op het hier niet gepubliceerde eerste onderdeel van het tweede cassatiemiddel, dat een motiveringsgebrek aanvoerde, en dit enkel in zoverre het bestreden arrest oordeelde over de kosten. Het OM concludeerde tot een volledige vernietiging en was van oordeel dat het tweede onderdeel van het eerste middel gegrond was.

Met verwijzing naar het arrest van het Hof van 26 april 2002 (Cass. 26 april 2002, AR C.01.0253.F, AC 2002, nr. 255), waarin werd geoordeeld dat de beslagrechter kan beslissen om de sancties niet op te leggen, maar alleen wanneer de omstandigheden van de zaak zulks rechtvaardigen, stelde het OM dat de beslagrechter in feite en dus onaantastbaar oordeelt of de sanctie moet worden opgelegd, en dat het Hof alsdan moet overgaan tot marginale toetsing of de rechter zijn beslissing wettig heeft kunnen gronden op zijn vaststellingen.

Het OM was van mening dat dit in deze zaak niet het geval was.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0420.N
RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,
eiser,
tegen
Marian VAN ALPHEN, advocaat, met kantoor te 2100 Antwerpen (Deurne), Turnhoutsebaan 289, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van Flomarg bvba,
verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 mei 2012.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De appelrechter oordeelt dat:

- de sanctie van artikel 1542 Gerechtelijk Wetboek geen automatische sanctie is;

- het wetsartikel uitdrukkelijk vermeldt dat de beslagrechter de derde-beslagene, die zijn verklaring niet of niet tijdig heeft gedaan, schuldenaar "kan" verklaren voor het geheel of een gedeelte van de oorzaken van het beslag;

- de feitenrechter op onaantastbare wijze beoordeelt of deze sanctie moet worden toegepast.

2. De appelrechter beantwoordt aldus het in het onderdeel bedoelde verweer.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Krachtens de artikelen 1456 en 1542 Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene, die zijn verklaring niet doet binnen vijftien dagen na het derdenbeslag, of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, tot schuldenaar worden verklaard voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan.

4. Uit deze bepalingen volgt dat de beslagrechter over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid beschikt en dat hij in uitzonderlijke omstandigheden kan beslissen, ook al heeft de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring afgelegd, hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.

5. Het onderdeel dat de ervan uitgaat dat, wanneer de derde-beslagene geen of geen tijdige verklaring heeft afgelegd, de sanctie steeds dient te worden toegepast tenzij de omstandigheden van de zaak overmacht uitmaken, faalt naar recht.

Tweede middel

Eerste onderdeel

6. Het bestreden arrest beantwoordt het in het onderdeel bedoelde verweer niet.
Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de kosten.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, en in openbare rechtszitting van 15 mei 2014 uitgesproken

Noot: 

• Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] VAN SCHEL, Stijn; Noot 'Over het facultatieve karakter van de schuldenaarsverklaring bij beslag onder derden' 2014, nr. 17, p. 1206-1212.

• Revue de droit pénal et de criminologie [Rev.dr.pén.crim.] WEYEMBERGH, Anne; ARMADA, Inès; Note 'A propos de quelques arrêts de la Cour de cassation (13 et 19 nov. 2013, 15 avril 2014) concernant le motif de refus d'exécution d'un mandat d'arrêt européen fondé sur les droits fondamentaux' 2014, n° 11, p. 1029-1045.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 16/08/2017 - 10:58
Laatst aangepast op: wo, 16/08/2017 - 10:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.