-A +A

Factuurprotest middels e-mail niet zo evident

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 10/03/2008
A.R.: 
A.R. nr. 2007/AR/462

Men kan een factuur middels een e-mail betwisten op voorwaarde dat men de verzending en de ontvangst van de e-mail kan bewijzen.

Degenen die betaald moet worden heeft niet de bewijslast dat de e-mails vals zijn

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Jaargang: 
2009/91
Pagina: 
314
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

(C b.v.b.a. t. P.D.)

Feiten en procedure in eerste aanleg

2. P. D. (hierna : «geïntimeerde») voerde consultancy prestaties uit voor b.v.b.a. C., een informaticabedrijf dat zorgt voor systeem- en netwerkbeheer bij bedrijven (hierna : «appellante »), waarvan hij destijds vennoot was.

Bij dagvaarding, betekend op 6 juli 2004, vorderde geïntimeerde betaling lastens appellante van 10 facturen en/of kostennota's, verminderd met 2 facturen die hij aan appellante verschuldigd is, van: 13 633,86 EUR (hoofdsom) + 416,32 EUR (9,5 % conventionele rente)+ 1 363,39 EUR (10 % schadebeding)= 15 413,57 EUR.

Appellante vorderde bij tegeneis betaling lastens geïntimeerde van de 2 facturen (die deze laatste erkent verschuldigd te zijn) ten belope van 3 297,35 EUR in hoofdsom, méér 12 % conventionele rente, méér 10 % schadebeding of 329,73 EUR.

Vooreerst stelt appellante dat er op 25 oktober 2003 was overeengekomen om géén enkele factuur meer te aanvaarden wanneer er niet vooraf een door haar goedgekeurde opdracht of offerte zou worden ondertekend, wat zij per e-mail aan geïntimeerde (die dit ten zeerste betwist) zou hebben medegedeeld.

Verder stelde appellante dat zij na deze datum de thans gevorderde facturen telkens per e-mail heeft geprotesteerd.

Geïntimeerde betwist met klem deze emails ontvangen te hebben, stellende dat dergelijke stukken achteraf kunnen worden opgemaakt met een afdoende kennis van de electronische mogelijkheden.

Bij het tussenvonnis a quo van 2 5 maart 2005 verklaarde de eerste rechter de hoofden de tegeneis ontvankelijk. Alvorens ten gronde te oordelen stelde hij Ir. Philippe Wuylens aan als deskundige om de waarachtigheid van de opmaak, de verzending en de ontvangst van de betrokken e-mails te onderzoeken.

Het eindverslag werd door de deskundige op 26 oktober 2005 ter griffie neergelegd.

Bij het eindvonnis a quo van 24 november 2006 verklaarde de eerste rechter de hoofdvordering gegrond en veroordeelde appellante tot betaling aan geïntimeerde van de som van 15 413,57 EUR, méér de gerechtelijke rente aan een rentevoet van 9,5 % per jaar op 13 63 3 ,86 EUR en aan de wettelijke rentevoet op 1 363,39 EUR, telkens vanaf dagvaarding tot betaling, méér de gedingkosten. De tegenvordering werd als ongegrond afgewezen.

[ ... ]

Beoordeling

4. De vraag welke aan de expert werd gesteld was of de e-mail berichten, die van essentieel belang zijn voor de beoordeling van dit geschil, wel degelijk werden verstuurd via interne bedrijfsmail aan geïntimeerde, hem hebben bereikt en door hem werden gelezen.

In zijn expertiseverslag besluit de deskundige o.a. :

«Het mailsysteem van verweerster (= appellante) is een intern systeem dat niet via het internet (world wide web) passeert en derhalve werkt zonder controle van een onafhankelijke internetprovider» (blz, 4, punt 4a);

« Verweerster is beheerder (systeemadministrator) van haar eigen mailserver. Dit impliceert dat verweerster een onvoorwaardelijke toegang heeft tot de mailbox en eigenschappen van alle mailgebruikers. Dit betekent dat verweerster in het mailsysteem kan inloggen onder een andere naam (bv. de naam van eiser) en alle handelingen kan stellen ondereen andere naam ... M.a.w. gegeven het intern concept van het mailsysteem van verweerster, kan a posteriori niet met technische zekerheid worden besloten dat eiser kwestieuze mails heeft ontvangen en gelezen». (blz. 5, punt ben blz. 7, besluiten 6a en 6b);

«In theorie is het mogelijk dat verweerster in zijn hoedanigheid van systeembeheerder de tijdsklok van de server heeft gemanipuleerd en derhalve e-mails heeft verzonden - al dan niet in eigen naam - met een foute datum. Via een eenvoudig commando kan de klok van een computer willekeurig worden ingesteld en bijv. worden geantidateerd. Vanuit praktisch standpunt is dit minder eenvoudig omdat de systeemklok van de mailserver van toepassing is op alle e-mails van het systeem zodat alle e-mails qua datum gewijzigd worden» (blz. 5, punt d en blz. 7, besluit 6c),

Waar appellante beweert dat ze bepaalde mailberichten heeft verstuurd naar geïntimeerde waarbij werd «afgesproken» dat geen enkele factuur nog zou worden aanvaard zonder voorafgaande goedkeuring van de opdracht door appellante, of waarbij de betrokken facturen/kostennota's werden geprotesteerd, moet zij dit bewijzen.

Samen met de eerste rechter leidt het Hof uit de bevindingen van de deskundige af dat appellante niet slaagt in haar bewijslast. De voorgelegde outprints van mails hebben géén bewijswaarde.

5. Dit oordeel wordt nog versterkt door volgende gegevens :

Het blijkt dat een collega van geïntimeerde, de heer Tjerk Beke, waarnaar appellante eveneens dergelijke mail zou hebben verstuurd, deze evenmin heeft ontvangen.

Ook werden bepaalde facturen en kostennota's die werden opgemaakt in de periode oktober 2003 - januari 2004 (dus nà de beweerde e-mail van 25 oktober 2003), wèl zonder voorbehoud betaald door appellante niettegenstaande ook voor deze nota's vooraf nooit bestelbons waren opgemaakt en goedgekeurd en deze evenmin waren ondertekend.

Tenslotte is appellante slechts met het «verslag» en de beweerde protestberichten naar voor gekomen nà dagvaarding.

6. De laatste facturen van geïntimeerde en kostennota's bleven onbetaald. Appellante bewijst niet deze ooit tijdig als handelaar geprotesteerd te hebben, zelfs niet nadat zij 2 formele ingebrekestellingen tot betaling van resp. 21 april 2004 en 9 juni 2004 had ontvangen.

Geïntimeerde legt zijn factuurboek voor waaruit blijkt dat de facturen er regelmatig zijn ingeschreven op hun datum. De kostennota's moesten niet worden opgenomen in de boekhouding, vermits het enkel de terugbetaling betrof van door geïntimeerde voor appellante voorgeschoten en bewezen kosten.

Verkeerdelijk stelt appellante dat geïntimeerde de bewijslast zou hebben omtrent het beweerde « bedrog» inzake de mail-berichten. Het is integendeel aan appellante om haar «afspraken» en «protesten» te bewijzen door opmaak, verzending en ontvangst van de ingeroepen mails aan te tonen.

Het hof acht verdere onderzoeksmaatregelen naar het al dan niet verstuurd en ontvangen zijn van de beweerde mails niet meer opportuun, vermits een deskundige ( die ook alle betrokken personen kon horen en het concrete systeem heeft onderzocht) reeds grondig deze vraag heeft geanalyseerd.

De oorspronkelijke eis van geïntimeerde is aldus gegrond bij gebrek aan bewezen protest van de openstaande facturen/kostennota's. Het hoger beroep is ongegrond.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 18/07/2016 - 17:36
Laatst aangepast op: ma, 18/07/2016 - 17:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.