-A +A

Fabrikant en gespecialiseerde verkoper hebben verzwaarde plicht bij verborgen gebreken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 07/04/2017
A.R.: 
C.16.0311.N

De verkoper, wanneer hij een fabrikant of een gespecialiseerde verkoper is, is verplicht de zaak zonder gebrek te leveren en moet daarbij alle maatregelen nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen, zodat hij, indien het bestaan van een gebrek wordt aangetoond, de door de koper geleden schade moet vergoeden, tenzij hij bewijst dat het gebrek onmogelijk kon worden opgespoord; deze resultaatsverbintenis rust niet op elke professionele verkoper, maar op de fabrikant en op de gespecialiseerde verkoper ongeacht of deze laatste een professionele verkoper is; de rechter oordeelt in feite of een verkoper als een gespecialiseerde verkoper kan worden beschouwd en hanteert daarbij als onderscheidingscriterium de specialisatiegraad en de technische competenties van de verkoper in kwestie (

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.16.0311.N
CEVOMAN nv, met zetel te 2200 Herentals, Hezewijk 1B,
eiseres,
tegen
SABLIERES DE ROSSART nv, met zetel te 4400 Flémalle, rue Jean-Louis Adam 314,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwer-pen van 3 juni 2013 en 25 januari 2016.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Beoordeling
Eerste onderdeel
Ontvankelijkheid van het onderdeel in zoverre gericht tegen het tussenarrest van 3 juni 2013

1. De verweerster voert een eerste grond van niet-ontvankelijkheid van het on-derdeel aan: de eiseres heeft in haar syntheseconclusie voor tussenarrest niet be-twist dat op de professionele verkoper een vermoeden van kennis van het gebrek rust. Zij heeft enkel aangevoerd dat het vermoeden van kennis van de professione-le verkoper niet geldt wanneer de verkoop gebeurt aan een professionele koper.

2. Een middel is niet nieuw wanneer het kritiek uitoefent op een grond waar-mee de rechter zijn beslissing verantwoordt.
De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

3. De verweerster voert een tweede grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel aan: het onderdeel kan maar slagen als vaststaat dat de eiseres een niet-gespecialiseerde professionele verkoper is, wat een onderzoek van feiten vergt.

4. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters ten onrechte hebben geoor-deeld dat het vermoeden van kennis op elke professionele verkoper rust daar waar het slechts op de fabrikant of de gespecialiseerde verkoper rust. Het middel steunt niet op een feit dat de rechter niet heeft vastgesteld en vergt bijgevolg geen onderzoek van feiten.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Grond

5. De verkoper, wanneer hij een fabrikant of een gespecialiseerde verkoper is, is verplicht de zaak zonder gebrek te leveren en moet daartoe alle maatregelen nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen, zodat hij, indien het bestaan van een gebrek wordt aangetoond, de door de koper geleden schade moet vergoeden, tenzij hij bewijst dat het gebrek onmogelijk kon worden opgespoord.

Deze resultaatsverbintenis rust niet op elke professionele verkoper, maar enkel op de fabrikant en op de gespecialiseerde verkoper.

De rechter oordeelt in feite of een verkoper als een gespecialiseerde verkoper kan worden beschouwd en hanteert daarbij als onderscheidingscriterium de specialisa-tiegraad en de technische competenties van de verkoper in kwestie.

6. De appelrechters oordelen dat "[de eiseres] als een professionele verkoper dient beschouwd te worden, zodat zij vermoed wordt de verborgen gebreken ge-kend te hebben" en dat "de professionele verkoper, die vermoed wordt de verbor-gen gebreken te hebben gekend, (..) zich niet kan beroepen op een exoneratiebe-ding, tenzij hij het tegenbewijs van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert, wat in casu niet het geval is."

Door aldus de resultaatsverbintenis om de zaak zonder gebrek te leveren en om al-le maatregelen te nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen, van toepassing te achten op elke professionele verkoper, verantwoorden de appelrechters hun be-slissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Omvang van Cassatie

8. De vernietiging van het arrest van 3 juni 2013 brengt de vernietiging mee van het arrest van 25 januari 2016 dat het gevolg ervan is.

Dictum
Het Hof
Vernietigt het bestreden arrest van 3 juni 2013, behoudens in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard en vernietigt het arrest van 25 januari 2016.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest van 3 juni 2013 en van het vernietigde arrest van 25 januari 2016.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,  en in openbare rechtszitting van 7 april 2017 uitgesproken 

VOORZIENING IN CASSATIE

 

VOOR: CEVOMAN NV, met maatschappelijke zetel te 2200 Herentals, Hezewijk 1B, ingeschreven bij de Kruispuntbank der Onderne-mingen onder het nummer 0425.941.549;

Eiseres tot cassatie,

TEGEN: SABLIERES DE ROSSART NV, met maatschappelijke zetel te 4400 Flémalle, rue Jean-Louis Adam 314, ingeschreven bij de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer 0439.530.160;

Verweerster in cassatie,

Die woonplaats koos op het kantoor van gerechtsdeurwaarder May VAN DEUN, met standplaats te 2300 Turnhout, Otterstraat 179.

 

Aan de Heer Eerste Voorzitter, aan de Dames en Heren Voorzitters, aan de Dames en Heren Raadsheren, leden van het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Heren en Dames,

Eiseres heeft de eer om het tussenarrest, dat op 3 juni 2013, alsook het eindarrest, dat op 25 januari 2016, telkens op tegenspraak tussen partijen werden gewezen door de vierde bis kamer (burgerlijke zaken) van het hof van beroep te Antwerpen (A.R. 2012/AR/1358) aan Uw toezicht te onderwerpen.

 

DE FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

1. Eiseres verkocht op 29 december 2010 een occasie straatveegmachine van het merk MAN aan verweerster.

Volgens de leveringsbon werd het voertuig geleverd op 20 januari 2011. Verweer-ster hield evenwel voor dat het voertuig slechts op 8 februari 2011 geleverd werd.

Voor deze aankoop werd er een factuur d.d. 20 januari 2011 met nummer 201101002 uitgeschreven voor een bedrag van 45.375,00 EUR.

Op 5 januari 2011 betaalde verweerster het bedrag van 7.875,00 EUR en het saldo van 37.500,00 EUR op 26 januari 2011.

2. Verweerster hield voor dat het voertuig gebrekkig was en dat het, in het bijzonder, niet in staat was om te remmen op de motor en geen ruitensproeierre-servoir of claxon had. Verder zou het niet mogelijk zijn om met de wagen te ve-gen.

Gelet op het voorgaande, liet verweerster het voertuig op 24 februari 2011 bij ei-seres achter.

3. Bij aangetekende brief d.d. 1 maart 2011 verzocht eiseres verweerster om de keermachine weder op te halen. Bij gebreke hieraan zou zij een vergoeding van 4,00 EUR per dag staangeld, conform artikel 13 van haar algemene verkoops-voorwaarden, aanrekenen.

Hierop reageerde de raadsman van verweerster bij schrijven d.d. 5 april 2011 waarbij verborgen gebreken in de zin van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek werden ingeroepen en, op grond daarvan, de ontbinding van de koop- verkoop-overeenkomst en de terugbetaling van de integrale prijs van 45.375,00 EUR werd gevorderd.

Bij officieel schrijven d.d. 11 april 2011 betwistte de raadsman van eiseres de aansprakelijkheid van zijn cliënte wegens verborgen gebreken in de zin van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek. Hij herhaalde eveneens het verzoek tot weder-ophaling van de occasie keermachine en vorderde staangeld begroot op 4,00 EUR per dag.

4. Daaropvolgend ging verweerster over tot dagvaarding van eiseres op 28 april 2011 voor de rechtbank van koophandel te Turnhout.

5. Bij vonnis d.d. 16 februari 2012 verklaarde de eerste rechter de hoofdvor-dering van verweerster ontvankelijk doch ongegrond.

De eerste rechter verklaarde de tegenvordering van eiseres ontvankelijk en ge-grond en veroordeelde verweerster tot betaling van een bedrag van 4,00 EUR per kalenderdag, vanaf 1 maart 2011 tot de datum van de effectieve (terug)ophaling van de straatveegmachine MAN.

De eerste rechter verwees verweerster in de kosten van het geding, begroot op 273,14 EUR dagvaardingskosten en 2.750,00 EUR rechtsplegingsvergoeding. De voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis werd toegestaan.

6. Verweerster haalde de keermachine op bij eiseres op 19 maart 2012. Ver-weerster betaalde tevens op 2 maart 2012 onder alle voorbehoud een bedrag van 4.226,00 EUR ten titel van staangeld.

7. Bij verzoekschrift neergelegd op 3 mei 2012 werd door verweerster hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

8. Bij tussenarrest d.d. 3 juni 2013 verklaarde het hof van beroep te Antwer-pen het hoger beroep van verweerster ontvankelijk en beval, alvorens verder uit-spraak te doen over de grond, een deskundigenonderzoek.

9. In zijn eindverslag d.d. 24 maart 2014 kwam de aangestelde gerechtsdes-kundige tot het besluit dat er verborgen gebreken waren:

10. Naar aanleiding van voormeld deskundigenverslag, werden de vorderingen van beide procespartijen als volgt aangepast:

10.1. Het hoger beroep van verweerster strekte tot de hervorming van het be-streden vonnis en opnieuw recht sprekende, de oorspronkelijke hoofdvordering ontvankelijk en gegrond te horen verklaren en eiseres te horen veroordelen tot be-taling:

- van de som van 45.375,00 EUR te vermeerderen met de moratoire intres-ten aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van ingebrekestelling;
- van de som van 18.542,80 EUR, meer de moratoire intresten vanaf 2 maart 2012.

Deze som betreft de bijkomende schade, waaronder de verzekeringspremie, in-schrijvingskosten en gebruiksderving.

10.2. Langs haar zijde, concludeerde eiseres tot de bevestiging van het bestreden vonnis, met dien verstande dat verweerster veroordeeld wordt tot betaling van een bedrag van 4,00 EUR / kalenderdag vanaf 1 maart 2011 tot datum van effectieve terugophaling van de straatveegmachine, zijnde 19 maart 2012, of een bedrag van 4.226,00 EUR.

11. Bij eindarrest d.d. 25 januari 2016 oordeelde het appelgerecht als volgt:

- het hof verklaarde het hoger beroep van verweerster ontvankelijk en deels gegrond;
- het hof, opnieuw rechtsprekende, hervormde het bestreden vonnis en ver-klaarde de oorspronkelijke vordering van verweerster ontvankelijk en deels gegrond en veroordeelde eiseres tot betaling van de som van 30.900,45 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten sedert 28 april 2011 tot de datum van effectieve betaling;
- het hof wees het meergevorderde af en verklaarde de oorspronkelijke te-genvordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;
- he hof verwees eiseres in de gedingkosten, vereffend aan de zijde van verweerster op:

- dagvaardingskosten: 273,14 EUR
- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 2.750,00 EUR
- rolrecht akte hoger beroep: 186,00 EUR
- deskundigenonderzoek: 3.872,13 EUR
- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 2.750,00 EUR

Tegen voormeld vonnis voert eiseres volgende grieven aan:

 

 

ENIG MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wetsbepalingen

- Artikel 149 van de Grondwet;

- de artikelen 1641, 1643 en 1645 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Aangevochten beslissing

De aangevochten arresten oordelen dat eiseres zich, als professionele verkoper, niet kan beroepen op de exoneratieclausules die voorkomen op de koop-verkoopovereenkomst, de leveringsbon en de factuur, op grond van de volgende motieven:

1. In het aangevochten tussenarrest d.d. 3 juni 2013

"Met de eerste rechter is het Hof van oordeel dat [eiseres] als een professionele verkoper dient beschouwd te worden, zodat zij vermoed wordt de verborgen ge-breken gekend te hebben.

De professionele verkoper, die vermoed wordt de verborgen gebreken te hebben gekend, kan zich niet beroepen op een exoneratiebeding (tenzij hij het tegenbewijs van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert, wat in casu niet het geval is).

[Eiseres] beroept zich derhavle ten onrechte op de exoneratieclausules die voor-komen op de overeenkomst, de leveringsbon en de factuur inhoudende dat de keermachine door de koper gekend en aanvaard was. Het enkele feit dat de ma-chine een occasietoestel betreft doet aan het voorgaande geen afbreuk" (aange-vochten tussenarrest d.d. 3 juni 2013, p. 7).

2. In het aangevochten eindarrest d.d. 25 januari 2016

"7.

In het tussenarrest werd reeds geoordeeld dat de professionele verkoper zich niet kan beroepen op een exoneratiebeding - tenzij hij het tegenbewijs van zijn on-overwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert - wat in casu niet het geval is.

De professionele verkoper wordt vermoed het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben. Het vermoeden van de kwader trouw kan de door de pro-fessionele verkoper enkel weerlegd worden door aan te tonen dat het gebrek abso-luut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek.

Dit bewijs wordt in casu niet geleverd door [eiseres], die zich beroept op het feit dat [verweerster] zelf de hoedanigheid had van professionele handelaar; [eiseres] stelt dat twee professionele handelaars geldig kunnen overeenkomen dat het voertuig werd verkocht in de staat waarin het zich bevindt, welgekend door de koper.

Uit het feit dat [verweerster] een stort uitbaat en verantwoordelijk is voor het on-derhoud van de rijksweg die naar haar stort leidt en zij - op het ogenblik van de expertise - drie veegmachines op haar terreinen had gestald, kan niet afgeleid worden dat [verweerster] een professioneel is op het gebied van de techniek van veegmachines.

De gerechtsdeskundige diende vast te stellen dat:

"De gebreken die zich voordoen aan de borstelfunctie betreffen niet 1 ge-isoleerd probleem maar een veelvoud van mankementen die pas deftig in het oog springen door elektrisch te gaan meten en de bak die overheen de componenten is aangebracht, omhoog te hijsen dmv de centrale uitgelei-dingspiston."

[Eiseres] moet als professionele verkoper van vrachtwagens MAN geacht worden kennis te hebben gehad van de verborgen gebreken; de gebreken waren van die aard dat een normaal gebruik van de keerwagen uitgesloten was.

De gerechtsdeskundige stelt immers duidelijk in zijn besluiten:

"De problematiek betreft niet 1 geïsoleerd defekt doch een veelvoud van mankementen zoals elektrische kortsluiting in de stuurkast, kapotte bedra-ding, dichtgeknepen leidingen, olielek, voor een groot deel te wijten aan onvakkundige interventies uit het verleden."

8.

[Eiseres] werd trouwens onmiddellijk op de hoogte gesteld van de panne bij de technische controle aan het voertuig en heeft zelfs een wisselstuk geleverd dat door [verweerster] werd opgehaald in Herentals.

Het voertuig werd opgehaald in Herentals op 8 februari 2011 en onmiddellijk naar de technische controle gebracht dezelfde dag. Het voertuig moest reeds ge-depanneerd worden door de firma MECA TRUCKS als gevolg van een panne aan de starter (cfr. factuur van MECA TRUCKS d.d. 9 februari 2011 - stuk 12 dossier van [verweerster]).

Op 9 februari 2011 werd een nieuwe starter opgehaald bij [eiseres], hetgeen niet wordt ontkend door [eiseres].

[Eiseres] beweert ten onrechte - hierin gevolg door de eerste rechter - dat het voertuig reeds op 20 januari 2011 in het bezit was van [verweerster]; dit wordt tegengesproken door de stukken van het dossier:

- er werd een voorschot ( euro 7 875,00, zijnde de btw) betaald op 5 januari 2011;
- het saldo van euro 37 500,00 werd betaald bij overschrijving van 26 januari 2011;
- de documenten van het voertuig werden opgehaald bij [eiseres] op 30 ja-nuari 2011;
- het voertuig werd verzekerd voor een periode van één jaar, ingaande op 7 februari 2011;
- het voertuig werd ingeschreven op 3 februari 2011 met aflevering van de nummerplaten.

Het voertuig werd teruggebracht naar [eiseres] op 24 februari 2011 en is dus maar 11 dagen in het bezit geweest van [verweerster].

9.

Het hof volgt het technisch advies van de gerechtsdeskundige en stelt vast dat het voertuig - occasie vrachtwagen-keermachine - volledig onbruikbaar was door de manifeste verborgen gebreken.

"De borstelveegwagen samengesteld uit een vrachtwagen MAN 18-264 met borsteleenheid Kroll is gebrekkig daar op geen enkele wijze borstel-werk kan verricht worden; de vrachtwagen zelf kan onbelast rijden maar van zodra de borstels ingeschakeld worden, dreigt zij stil te vallen."

[Eiseres], diende als professionele verkoper van vrachtwagens deze verborgen gebreken te kennen en kon zich niet beroepen op de exoneratiebedingen. De ge-breken waren functioneel en waren aanwezig op het ogenblik van de verkoop van de vrachtwagen.

De verkoper, [eiseres] is conform art. 1641 B.W. gehouden tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het ge-bruik waartoe men ze bestemt of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had gekend, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht" (aangevochten eindarrest, pp. 6-9).

Grieven

Eerste onderdeel

De verplichtingen van de verkoper inzake verborgen gebreken worden omschreven in de artikelen 1641 tot en met 1649 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 1641 bepaalt dat de verkoper gehouden is tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het gebruik waar-toe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht.

De verkoper moet immers instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden.

Fabrikanten en de gespecialiseerde verkopers worden echter geacht de verborgen gebreken van de verkochte zaak te kennen, zodat op hen een resultaatsverbintenis rust om zonder verborgen gebreken te leveren. Dit vermoeden kan maar worden weerlegd door het bewijs te leveren van hun "onoverkomelijke onwetendheid" of "de absoluut onnaspeurlijke aard van het gebrek".

De resultaatsverplichting de gebreken van de verkochte zaak te kennen en het vermoeden van kwader trouw, tenzij onoverkomelijke onwetendheid, wordt niet gelegd op de "professionele verkoper".

Het aangevochten tussenarrest stelt desalniettemin dat "met de eerste rechter (...) het Hof van oordeel (is) dat [eiseres] als een professionele verkoper dient be-schouwd te worden, zodat zij vermoed wordt de verborgen gebreken gekend te hebben" en dat "de professionele verkoper, die vermoed wordt de gebreken te hebben gekend, (...) zich niet kan beroepen op een exoneratiebeding (tenzij hij het tegenbewijs van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert, wat in casu niet het geval is" (aangevochten tus-senarrest, p. 7), waardoor het oordeelt dat het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de verborgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke onwetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, ook van toepassing is op de professionele verkoper.

Ook het aangevochten eindarrest stelt dat "de professionele verkoper (...) ver-moed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), waardoor het oordeelt dat het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de verborgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke on-wetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, van toepassing is op de professionele verkoper.

Door te stellen dat "met de eerste rechter (...) het Hof van oordeel (is) dat [eiseres] als een professionele verkoper dient beschouwd te worden, zodat zij vermoed wordt de verborgen gebreken gekend te hebben", dat "de professionele verkoper, die vermoed wordt de gebreken te hebben gekend, (...) zich niet kan beroepen op een exoneratiebeding (tenzij hij het tegenbewijs van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert, wat in casu niet het geval is" (aangevochten tussenarrest, p. 7),dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), terwijl de toepasselijkheid van het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de verborgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke onwetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, beperkt is tot de "fabrikant" en de "gespecialiseerde verkoper", doch niet de "professionele verkoper" viseert, schendt het appelgerecht, mitsdien, de artikelen 1641, 1643 en 1645 van het Burgerlijk Wetboek.

Tweede onderdeel

Op grond van artikel 149 van de Grondwet is elke rechterlijke uitspraak met rede-nen omkleed en dient de rechter op de conclusies van de partijen te antwoorden.

De motieven van een beslissing geven aan de geadresseerden of belanghebbenden de mogelijkheid om de beslissing te begrijpen en af te wegen of zij met een rede-lijke kans op succes een verhaal kunnen instellen of niet tegen dergelijke beslis-sing.

In haar synthesebesluiten na deskundigenonderzoek benadrukte eiseres dat sinds het arrest van Uw Hof van 6 mei 1977 de resultaatsverplichting om de verborgen gebreken van de zaak te kennen enkel nog op de "fabrikant" en de "gespeciali-seerde verkoper" wordt gelegd en niet (meer) op de "professionele verkoper":

"In het tussenarrest dd. 03.06.2013 op pagina 7 opgenomen:
"een professionele verkoper wordt vermoed de verborgen gebreken te hebben gekend en kan zich niet beroepen op een exoneratiebe-ding, tenzij hij het tegenbewijs levert van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek."

[Eiseres] kan zich in deze wel degelijk beroepen op de bedongen exonera-tieclausules.

De cruciale vraag is op wie het vermoeden van kennis van het gebrek rust.

Er kan een evolutie in de rechtspraak van het Hof van Cassatie worden gesignaleerd.

Sinds het Cassatiearrest van 6 mei 1977 wordt de resultaatsverplichting de gebreken van de verborgen zaak te kennen enkel nog op de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper gelegd, en niet meer op de professionele verkoper.

De begrippen gespecialiseerde en professionele verkoper vallen niet nood-zakelijk samen.

De professionele verkoper staat tegenover de gewone, occasionele verko-per, terwijl de gespecialiseerde verkoper tegenover een leek, de niet-vakman staat. Bij het eerste is het onderscheidingscriterium het beroeps-matig karakter, bij het tweede is dit de specialisatiegraad, de technische competentie, ongeacht of het goed in het raam van een beroepsactiviteit wordt verkocht.

Gevolg is dat een aantal beroepsverkopers (waaronder [eiseres]) niet meer onder de strenge aansprakelijkheidsregeling van art. 1646 B.W. zullen vallen, omdat zij geen specialist zijn.

Zij zijn enkel tot een inspanningsverbintenis gehouden.

- Cass. 17 mei 1984, Arr. Cass. 1983-84, 1205:
"De fabrikant of de handelaar die aan een koper een produkt van zijn nijverheid of een voorwerp van zijn handel levert, moet voor-af nagaan of de door hem verkochte zaak geen verborgen gebre-ken vertoont die ze, volgens art. 1641 B.W., ongeschikt maken tot het gebruik waartoe men, ze bestemt of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht; de verkoper, fabrikant of een gespecialiseerde verkoper van zaken zoals die welke hij heeft verkocht, is verplicht daartoe alle nuttige maatregelen te nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen en aan de koper het nuttig gebruik van de zaak te waarborgen."

- Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 431:
"De verkoper, wanneer hij fabrikant of gespecialiseerde verkoper is, is verplicht de zaak zonder gebrek te leveren en moet daartoe alle nuttige maatregelen nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen, weshalve hij, indien het bestaan van een gebrek wordt aangetoond, de door de koper geleden schade moet vergoeden, tenzij hij bewijst dat het gebrek onmogelijk kon worden opge-spoord."

- Cass. 19 september 1997, Arr. Cass. 1997, 840:
"Een verkoper heeft, wanneer hij fabrikant of gespecialiseerd ver-koper is, de plicht een niet-gebrekkige zaak te leveren en moet te dien einde alle maatregelen nemen die nodig zijn om alle moge-lijke gebreken op te sporen. Als een gebrek wordt aangetoond, is hij gehouden tot vergoeding van de schade aan de koper, tenzij hij bewijst dat het gebrek onzichtbaar is of een bewijs levert van zijn onoverwinnelijke onwetendheid (art. 1641, 1643, 1645 en 1646 B.W.)."

Volgende vraag is hoe het begrip gespecialiseerde verkoper moet worden geïnterpreteerd.
Een feitelijke benadering wordt verdedigd. De rechter moet telkens in concreto oordelen of de aangesproken verkoper al dan niet voldoende des-kundig is om als een gespecialiseerde verkoper te kunnen worden be-schouwd.

In deze dient te worden beklemtoond dat niet [eiseres] geen gespecialiseerde doch enkel een professionele verkoper is.
[Eiseres] heeft een MAN-garage; deze is gespecialiseerd in de mechaniek van vrachtwagens, de onderbouw wel te verstaan. In de keerfunctie is [ei-seres] geen specialist.
[Eiseres] is terzake formeel en heeft nooit geen enkele andere keermachine in haar bezit gehad of verkocht. De heer M. D. wist dit. Terwijl tegenpartij op het moment van aankoop minstens drie keermachines in haar bezit had.

[Eiseres] heeft bij de verkoop van de veegmachine zonder enige twijfel voldaan aan de inspanningsverbintenis dewelke op haar rust. [Eiseres] deed vóór contractsluiting wat deze moest doen, qua mededelingen en in-formatieplicht.

[Eiseres] kon als niet specialist terzake het al dan niet optimaal functioneren van een of andere machinemodus van de veegmachine geenszins in-schatten, en ook niet heeft ingeschat : de doorverwijzing terzake naar een wel specialist werd uitdrukkelijk schriftelijk vastgelegd.

De strenge aansprakelijkheidsregel van de gespecialiseerde verkoper kan in deze niet toegepast worden op [eiseres], dewelke enkel een professionele koper is "(synthesebesluiten na deskundigenonderzoek van eiseres, pp. 24-25).

Het appelgerecht breidt het vermoeden van kwade trouw en van kennis van de verborgen gebreken desalniettemin uit op de "professionele verkoper".

Het aangevochten eindarrest stelt desalniettemin dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te heb-ben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele ver-koper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut on-naspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), waardoor het oordeelt dat het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de verborgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelij-ke onwetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, ook van toepas-sing is op de professionele verkoper.

Door te stellen dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), zonder rekening te houden noch te antwoorden op de conclusies van eiseres wanneer deze voorhoudt dat de toepasselijkheid van het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de ver-borgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke on-wetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, beperkt is tot de "fabri-kant" en de "gespecialiseerde verkoper", en niet de "professionele verkoper", is het aangevochten eindarrest niet regelmatig met redenen omkleed en schendt, mitsdien, artikel 149 van de Grondwet.

Daarenboven, door te stellen dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het ver-moeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), zonder te motive-ren op grond van welke motieven het appelgerecht van oordeel is dat eiseres de voorwaarden vervult om vermoed te worden de verborgen gebreken te hebben ge-kend, en bijgevolg als "gespecialiseerde verkoper" dient te worden beschouwd, stelt het Uw Hof in de onmogelijkheid zijn wettelijke controletaak uit te oefenen zodat het appelgerecht, mitsdien, nogmaals artikel 149 van de Grondwet schendt.

Toelichting

De voorziening is gesteund op één middel, onderverdeeld in twee onderdelen.

1. In het eerste onderdeel roept eiseres de schending in van de artikelen 1641, 1643 en 1645 van het Burgerlijk Wetboek.

De verplichtingen van de verkoper inzake verborgen gebreken worden omschreven in de artikelen 1641 tot en met 1649 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze bepalingen zijn in beginsel van toepassing op alle koopovereenkomsten van gemeen recht, behalve op de consumentenkoop, voor wat de overeenkomsten af-gesloten na 1 januari 2005 betreft ((B. TILLEMAN, Beginselen van Belgisch pri-vaatrecht, X Overeenkomsten, Deel 2 Bijzondere overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 2. Gevolgen van de Koop, Mechelen, Kluwer, 2012, 297).

Artikel 1641 bepaalt dat de verkoper gehouden is tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het gebruik waar-toe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht.

De verkoper moet immers instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden (artikel 1643 van het Burgerlijk Wetboek).

De verkoper moet evenwel niet instaan voor de gebreken die zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen (artikel 1642 van het Burgerlijk Wetboek).

Aangezien de goede trouw overeenkomstig artikel 2268 van het Burgerlijk Wet-boek, in beginsel, vermoed wordt, zou de benadeelde koper in principe de kwade trouw en de kennis van het gebrek in hoofde van de verkoper moeten bewijzen.

De Belgische rechtspraak heeft, oorspronkelijk, deze regel evenwel afgezwakt door de fabrikanten en professionele verkopers te verplichten tot de resultaatsver-bintenis zaken vrij van gebreken te leveren. Zij worden geacht de verborgen ge-breken van de verkochte zaak te hebben gekend. Dit vermoeden kan maar worden weerlegd door het bewijs te leveren van hun "onoverkomelijke onwetendheid" of "de absoluut onnaspeurlijke aard van het gebrek" (T. VANSWEEVELT, "Het begrip "gespecialiseerde verkoper" en de beoordeling in abstracto van de onover-komelijke onwetendheid bij de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper" noot onder Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 432).

De toepasselijkheid van het vermoeden van kwader trouw ten aanzien van de fa-brikant en de professionele verkoper is het resultaat geweest van een evolutie in de rechtspraak van Uw Hof.

Reeds vóór het Burgerlijk Wetboek gold de regel "spondet peritiam artis", op grond waarvan een professionele verkoper omwille van zijn deskundigheid niet kon genieten van het regime van de verkoper te goeder trouw met betrekking tot de verborgen gebreken van het verkochte goed. Uw Hof heeft deze gewoonterechtelijke regel vervolgens vertaald in een resultaatsverbintenis tot opsporing van het gebrek van het goed dat de professionele verkoper commercialiseert (Cass. 4 mei 1939, Pas. 1939, I, 224; Cass. 13 november 1959, Pas. 1960, I, 313; zie ook B. TILLEMAN, Beginselen van Belgisch privaatrecht, X Overeenkomsten, Deel 2 Bijzondere overeenkomsten, A. Verkoop, Deel 2. Gevolgen van de Koop, Mechelen, Kluwer, 2012, 372 en P.A. FORIERS, "Conformité et garantie dans la vente" in De koop/La vente, 2002, nrs. 44 et seq., 44).

Er kan evenwel een evolutie in de rechtspraak van Uw Hof worden ontwaard. Sinds het cassatiearrest van 6 mei 1977 wordt immers niet meer verwezen naar het begrip van de "professionele verkoper" (Cass. 6 mei 1977, A.C. 1977, 915). Sindsdien wordt de resultaatsverplichting om de gebreken van de verkochte zaak te kennen enkel nog op de fabrikant en de "gespecialiseerde verkoper" gelegd (P.A. FORIERS, "Conformité et garantie dans la vente" in De koop/La vente, 2002, 47-48).

Uw Hof oordeelde immers als volgt: "overwegende dat de verkoper, wanneer hij een fabrikant of een gespecialiseerde verkoper is, verplicht is de zaak zonder ge-brek te leveren en daartoe alle nuttige maatregelen moet nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen zodat, indien het bestaan van een gebrek wordt aangetoond, hij de door de koper ondergane schade moet vergoeden, tenzij hij de absoluut onnaspeurlijke aard van het gebrek bewijst" (Cass. 6 mei 1977, A.C. 1977, 915).

Deze rechtspraak werd bevestigd in de arresten van Uw Hof van 17 mei 1984 (Cass. 17 mei 1984, A.C. 1983-84, 1205), 7 december 1990 (Cass. 7 december 1990, A.C. 1990-91, 391) en 19 september 1997 (Cass. 19 september 1997, A.C. 1997, 840):

- "Overwegende dat, voor het overige, de fabrikant of de handelaar die aan een koper een produkt van zijn nijverheid of een voorwerp van zijn handel levert, vooraf moet nagaan of de door hem verkochte zaak geen verborgen gebreken vertoont die, volgens artikel. 1641 van het Burgerlijk Wetboek, deze ongeschikt maken tot het gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht; dat de verkoper, fabrikant of een gespecialiseerde verkoper van zaken zoals die welke hij heeft verkocht, verplicht is daartoe alle nuttige maatregelen te nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen en aan de koper het nuttig gebruik van de zaak te waarborgen" (Cass. 17 mei 1984, A.C. 1983-84, 1205);

- "Overwegende dat de verkoper, wanneer hij een fabrikant of gespeciali-seerde verkoper is, verplicht is de zaak zonder gebrek te leveren en daartoe alle nuttige maatregelen moet nemen om alle mogelijke gebreken op te sporen, zodat hij, indien het bestaan van een gebrek wordt aangetoond, de door de koper geleden schade moet vergoeden, tenzij hij bewijst dat het gebrek onmogelijk kon worden opgespoord" (Cass. 7 december 1990, A.C. 1990-91, 391);

- "Overwegende dat de verkoper, wanneer hij fabrikant of gespecialiseerd verkoper is, de plicht heeft een niet-gebrekkige zaak te leveren en te dien einde alle maatregelen moet nemen die nodig zijn om alle mogelijke ge-breken op te sporen; dat, als het bestaan van een gebrek is aangetoond, hij gehouden is tot vergoeding van de schade aan de koper, tenzij hij bewijst dat het gebrek onzichtbaar is" (Cass. 19 september 1997, A.C. 1997, 840).

Hieruit blijkt dat Uw Hof zich heeft aangesloten bij de opvatting van de Franse auteur J.-F. OVERSTAKE. Reeds in het begin van de jaren '70 bekritiseerde deze rechtsgeleerde de assimilatie tussen fabrikant en professionele verkoper, omdat laatstgenoemde vaak enkel een tussenpersoon is, zonder enige technische be-kwaamheid, die het product slechts in het distributiesysteem brengt: "Ce vendeur professionel non fabricant peut très bien en fait ne se livrer qu'à des achats pour revendre à titre de profession habituelle sans que cela implique la moindre com-pétence technique de sa part à propos des produits qu'il vend. Ce qui devrait mo-tiver la sévérité jurisprudentielle c'est plus la qualité de spécialiste que la qualité de professionnel" (J.-F. OVERSTAKE, « La responsabilité du fabricant de produits dangereux », Rev.Trim.Dr.Civ. 1972, 504 en T. VANSWEEVELT, "Het begrip "ge-specialiseerde verkoper" en de beoordeling in abstracto van de onoverkomelijke onwetendheid bij de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper" noot onder Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 432-433).

De resultaatsverplichting om de gebreken van de verkochte zaak te kennen en het vermoeden van kwader trouw, tenzij onoverkomelijke onwetendheid, worden bij-gevolg enkel nog op de "fabrikant" en de "gespecialiseerde verkoper" gelegd en niet op de "professionele verkoper".

Deze evolutie in de rechtspraak van Uw Hof is zeker niet zonder belang in onder-havig geschil. De begrippen "professionele" en "gespecialiseerde" verkoper vallen inderdaad niet noodzakelijk samen.

Het begrip beroepsverkoper staat tegenover het begrip occasionele verkoper. Het betreft elke persoon die in het raam van zijn beroepsactiviteit zaken verkoopt. Het wijst op het beroepsmatig karakter, ongeacht of de verkoper over de nodige tech-nische competenties beschikt (Cass. 13 november 1959, Pas. 1960, I. 313 en T. VANSWEEVELT, "Het begrip "gespecialiseerde verkoper" en de beoordeling in ab-stracto van de onoverkomelijke onwetendheid bij de fabrikant en de gespeciali-seerde verkoper" noot onder Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 433).

Terwijl de gespecialiseerde verkoper eerder tegenover de leek, de niet-vakman staat. Het onderscheidingscriterium is hier de specialisatiegraad, de technische competentie, ongeacht of het goed in het raam van een beroepsactiviteit wordt verkocht. Weliswaar zal een gespecialiseerde verkoper vaak beroepsmatig verko-pen. Aldus is de gespecialiseerde verkoper vaak ook professionele verkoper (T. VANSWEEVELT, "Het begrip "gespecialiseerde verkoper" en de beoordeling in ab-stracto van de onoverkomelijke onwetendheid bij de fabrikant en de gespeciali-seerde verkoper" noot onder Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 433).

De bovenvermelde rechtspraak van Uw Hof heeft dus tot gevolg dat een aantal professionele beroepsverkopers niet (meer) onder de strenge aansprakelijkheids-regeling van artikel 1646 van het Burgerlijk Wetboek vallen, omdat zij geen ge-specialiseerde verkopers zijn. Zij zijn enkel tot een inspanningsverbintenis gehou-den (T. VANSWEEVELT, "Het begrip "gespecialiseerde verkoper" en de beoorde-ling in abstracto van de onoverkomelijke onwetendheid bij de fabrikant en de ge-specialiseerde verkoper" noot onder Cass. 7 december 1990, R.W. 1992-93, 433).

Door te stellen dat "met de eerste rechter (...) het Hof van oordeel (is) dat [eiseres] als een professionele verkoper dient beschouwd te worden, zodat zij vermoed wordt de verborgen gebreken gekend te hebben", dat "de professionele verkoper, die vermoed wordt de gebreken te hebben gekend, (...) zich niet kan beroepen op een exoneratiebeding (tenzij hij het tegenbewijs van zijn onoverwinnelijke onwetendheid of van het onnaspeurbaar karakter van het gebrek levert, wat in casu niet het geval is" (aangevochten tussenarrest, p. 7), dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), terwijl de toepasselijkheid van het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de verborgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke onwetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, beperkt is tot de "fabrikant" en de "gespecialiseerde verkoper", doch niet de "professionele verkoper" viseert, schendt het appelgerecht, mitsdien, de artikelen 1641, 1643 en 1645 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Het tweede onderdeel verwijt het aangevochten arrest een schending van de ar-tikelen 149 van de Grondwet doordat het niet antwoordt op het middel van eise-res.

In haar synthesebesluiten na deskundigenonderzoek benadrukte eiseres dat sinds het arrest van Uw Hof van 6 mei 1977 de resultaatsverplichting om de verborgen gebreken van de zaak te kennen enkel nog op de "fabrikant" en de "gespeciali-seerde verkoper" wordt gelegd en niet (meer) op de "professionele verkoper".

Door evenwel te stellen dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het vermoeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), zonder rekening te houden noch te antwoorden op de conclusies van eiseres wanneer deze voorhoudt dat de toepasselijkheid van het vermoeden van kwader trouw en het vermoeden de ver-borgen gebreken te hebben gekend, behoudens ingeval van onoverwinnelijke on-wetendheid of het onnaspeurbare karakter van het gebrek, beperkt is tot de "fabri-kant" en de "gespecialiseerde verkoper", en niet de "professionele verkoper", is het aangevochten eindarrest niet regelmatig met redenen omkleed en schendt, mitsdien, artikel 149 van de Grondwet.

Daarenboven, door te stellen dat "de professionele verkoper (...) vermoed (wordt) het gebrek in het door hem verkochte goed gekend te hebben" en dat "het ver-moeden van de kwader trouw (...) door de professionele verkoper enkel weerlegd (kan) worden door aan te tonen dat het gebrek absoluut onnaspeurbaar was; welke ook zijn zorg en opmerkzaamheid geweest was, hij kon werkelijk geen kennis hebben gehad van het gebrek" (aangevochten eindarrest, p. 7), zonder te motive-ren op grond van welke motieven het appelgerecht van oordeel is dat eiseres de voorwaarden vervult om vermoed te worden de verborgen gebreken te hebben ge-kend, en bijgevolg als "gespecialiseerde verkoper" dient te worden beschouwd, bevindt Uw Hof zich in de onmogelijkheid om zijn wettelijke controletaak uit te oefenen, zodat het appelgerecht, mitsdien, nogmaals artikel 149 van de Grondwet schendt.

 

 

 

 

OM DEZE REDENEN,

Besluit ondergetekende, advocaat bij het Hof van Cassatie, dat het u behage, hooggeachte Heren en Dames, de bestreden arresten te vernietigen, te bevelen dat van de vernietiging melding gemaakt wordt in de kant van de aangevochten arres-ten, de zaak naar een hof van beroep te verwijzen en over de kosten uitspraak te doen als naar recht.

Brussel, 14 juli 2016

Voor eiseres in cassatie,
haar raadsman,

Bijgevoegde stukken :

1. Het origineel van het betekeningsexploot van huidige voorziening in cassatie zal bij het origineel van die voorziening gevoegd worden bij het neerleggen op de griffie van het Hof van Cassatie;

2. Pro-fisco verklaring.

Noot: 

Cass. 6 mei 1977, AC 1977, 915; zie ook Cass. 17 mei 1984, AR 7056, AC 1983-84, nr. 529; Cass. 27 juni 1985, AR 7207, AC 1984-85, nr. 657; Cass. 7 december 1990, AR 6754, AC 1990-91, nr. 182; Cass. 19 september 1997, AR C.96.0207.F, AC 1997, nr. 362; Cass. 18 oktober 2001, AR C.99.0326.N, AC 2001, nr. 556.

Het ‘vermoeden van kwade trouw’ bij verborgen gebreken: welke verkoper past het schoentje? TBBR, 2018-3, p. 131 S. De Rey B. Tilleman
Vrijwaring voor verborgen gebreken bij koop: mag het wat meer zijn dan artikel 1644 BW? TBBR, 2018-3, p. 144 S. De Rey

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 08/06/2018 - 13:50
Laatst aangepast op: za, 09/06/2018 - 08:24

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.