-A +A

Exoneratiebedingen in de buitencontractuele betrekkingen met het publiek

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
vri, 17/10/2003

De inzet van de BBL, niet alleen als organisator van de introductie met de geijkte prospectus, maar ook in analyses buiten de prospectus, in de voorstelling van de introductie in haar jaarverslagen en in de pers, mag worden gelijkgesteld met een promotiecampagne tegenover het publiek in het kader van haar commerciële bankactiviteiten;

Ook de toon gebruikt in deze inzet laat daarover niet de minste twijfel bestaan;

Dit maakt vooreerst iedere gedachtenwisseling over het al dan niet gratis karakter van deze inzet, of van een deel ervan bijv. de aan de belegger ter beschikking gestelde analyses, overbodig, daar de inzet in zijn geheel deel uitmaakt van een commerciële strategie om de introductie en begeleiding van aandelen op de beurs succesvol door te voeren en daaruit de gepaste winsten te behalen;

Vervolgens kan de BBL deze inzet voor deze introductie en de verdere begeleiding van het lot van het aandeel na zijn notering niet neutraliseren door te verwijzen naar exoneratiebedingen in de prospectus of elders;

Inderdaad, zulke exoneratiebedingen in de buitencontractuele betrekkingen met het publiek, zijn reeds op zichzelf in feite en in rechte problematisch wat hun tegenstelbaarheid aan dit publiek betreft, maar zouden in casu, indien men er gevolg aan zou geven, iedere zin ontnemen aan de inzet van de BBL voor deze introductie en de verdere begeleiding van het lot van het aandeel na zijn notering;

De BBL heeft zich niet beperkt tot verwijzingen naar de emittent Barrack Mines Ltd. of naar derden, of deze eenvoudig geciteerd, wat het nader onderzoek naar de toepassing van begeleidende exoneratiebedingen nog zou kunnen vereisen;

De BBL heeft in haar inzet het woord zelf genomen en kan zich niet beroepen op enigerlei exoneratiebeding dat iedere zin aan de uitwerking van haar woord zou ontnemen, en als het ware het publiek zou moeten verwittigen dat telkens de BBL het woord in een of ander project neemt, dit woord niet ernstig moet genomen worden;

 

Publicatie
tijdschrift: 
DAOR
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2004/69
Pagina: 
83
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[ ... ]

II Het standpunt van de rechtbank : de aan de BBL verweten fout( en)

[ ... ]

Daaruit trekt de rechtbank de volgende besluiten:

- de BBL neemt het voortouw bij de introductie op de beurzen van Antwerpen en Brussel van de aandelen in een in België niet gekende Australische vennootschap;

- naast de naam en de faam van de BBL, wordt de aantrekkingskracht van de introductie verstevigd door de activiteit van deze Australische vennootschap : goud, blijkbaar een vaste waarde in de beleggingen van de Belgische pater familias in bijv. Zuid-Afrika en Canada, en silicium, een in de toekomst wenkend complement of alternatief voor goud;

- ook worden de hoge winstperspectieven op korte termijn benadrukt (verdubbeling in het boekjaar 1989) en de prijs van het aandeel op het ogenblik van de introductie wordt als «goedkoop» gekenmerkt;

- de hoge schuldenlast op lange termijn die voor het eerst opduikt in het boekjaar 1988, het boekjaar voorafgaand aan de introductie, wordt naar voor gebracht als een noodzakelijk te betalen prijs voor de uitwerking van het silicium project;

- de vervanging van de garanties, zijnde de aandelen in Barrack Mines Ltd. voor die hoge schuldenlast, door wat genoemd wordt een « goldloan », wordt niet verder toegelicht;

- de dividenden van het aandeel zijn voorbestemd om te worden omgezet in nieuwe aandelen, wat wijst op een belegging op lange termijn met verhoging van het ingezette kapitaal zonder ontvangst van de opbrengsten, blijkbaar onder meer om fiscale redenen, met andere woorden een spaar belegging;

De inzet van de BBL, niet alleen als organisator van de introductie met de geijkte prospectus, maar ook in analyses buiten de prospectus, in de voorstelling van de introductie in haar jaarverslagen en in de pers, mag worden gelijkgesteld met een promotiecampagne tegenover het publiek in het kader van haar commerciële bankactiviteiten;

Ook de toon gebruikt in deze inzet laat daarover niet de minste twijfel bestaan;

Dit maakt vooreerst iedere gedachtenwisseling over het al dan niet gratis karakter van deze inzet, of van een deel ervan bijv. de aan de belegger ter beschikking gestelde analyses, overbodig, daar de inzet in zijn geheel deel uitmaakt van een commerciële strategie om de introductie en begeleiding van aandelen op de beurs succesvol door te voeren en daaruit de gepaste winsten te behalen;

Vervolgens kan de BBL deze inzet voor deze introductie en de verdere begeleiding van het lot van het aandeel na zijn notering niet neutraliseren door te verwijzen naar exoneratiebedingen in de prospectus of elders;

Inderdaad, zulke exoneratiebedingen in de buitencontractuele betrekkingen met het publiek, zijn reeds op zichzelf in feite en in rechte problematisch wat hun tegenstelbaarheid aan dit publiek betreft, maar zouden in casu, indien men er gevolg aan zou geven, iedere zin ontnemen aan de inzet van de BBL voor deze introductie en de verdere begeleiding van het lot van het aandeel na zijn notering;

De BBL heeft zich niet beperkt tot verwijzingen naar de emittent Barrack Mines Ltd. of naar derden, of deze eenvoudig geciteerd, wat het nader onderzoek naar de toepassing van begeleidende exoneratiebedingen nog zou kunnen vereisen;

De BBL heeft in haar inzet het woord zelf genomen en kan zich niet beroepen op enigerlei exoneratiebeding dat iedere zin aan de uitwerking van haar woord zou ontnemen, en als het ware het publiek zou moeten verwittigen dat telkens de BBL het woord in een of ander project neemt, dit woord niet ernstig moet genomen worden;

Reeds enkele decennia breiden zich, blijkbaar door de evolutie van de marktomstandigheden, de commerciële activiteiten van de banken uit (bijv. begeleiding van ondernemingen bij fusies of reorganisaties, verzekeringen, ... );

De door de partijen besproken tussenkomst van de wetgever in deze zich uitbreidende activiteiten is daarbij van een ordenende en niet van verbiedende aard;

Het is logisch dat een bankier zoals de BBL ook winstmogelijkheden ziet in de organisatie en opvolging van introducties van aandelen op de beurs;

Er kan ook aan de BBL niet verweten worden daarbij een commerciële, ja zelfs promotionele benadering aan de dag te leggen, ook wanneer zij zich bekommert om aandelen in ondernemingen die speculatieve activiteiten zoals de ontginning van goud op het oog hebben;

Heeft de BBL zich daarbij, zoals zij zichzelf in haar conclusie afvraagt, gedragen als « een normaal voorzichtige en redelijke bankier, die beschikte over de informatie waarover concluante (de BBL) op dat ogenblik beschikte of moest beschikken»?

De rechtbank is van oordeel dat de BBL aan deze standaard om buiten de toepassing te vallen van de onrechtmatige daad in de zin van art. 1382 B.W niet heeft voldaan;

Zij heeft op geen enkel ogenblik, en dit noch bij de introductie noch later en ook niet in maanden van de eerste moeilijkheden bij Barrack Mines Ltd. in mei 1990, naar aanleiding van het vertrek van de familie Horgan, het publiek er voor verwittigd dat aan het aandeel een dubbele speculatie verbonden was:

- enerzijds de speculatie in goud en/of silicium, waarover blijkbaar door de aanwezigheid van Zuid-Afrikaanse en Canadese aandelen op de Belgische beurzen, bij de beleggers voldoende ervaring bestond,

- maar anderzijds ook de speculatie in de onderneming Barrack Mines Ltd.

In haar globale inzet voor het aandeel in Barrack Mines Ltd. op de Antwerpse en Brusselse Beurs, wordt de emittent als een stabiele onderneming voorgesteld, die geen nader kritisch onderzoek, laat staan analyse of studie behoefde;

De plotse hoge schuldenlast in het boekjaar 1988 op lange termijn, doch «terugbetaalbaar over een periode die in december 1991 wordt afgesloten», werd niet als een risicofactor naar voor gebracht, maar als een in die sector klassieke gold loan, zonder meer;

Wat ook de verplichtingen van de BBL mogen geweest zijn volgens de beginselen van de zogenaamde Chinese Walt, de BBL kan zich op deze beginselen niet beroepen om te rechtvaardigen dat zij betreffende die hoge schuldenlast bij Barrack Mines Ltd. zelf niet tot een nader onderzoek is overgegaan, en nog minder dat zij dit tegenover de potentiële beleggers niet als een belangrijke speculatieve factor heeft voorgesteld, te meer daar de vermindering van de schuldenlast afhankelijk was van de terugbetaling in goud, zelf een speculatieve factor;

Met andere woorden, de BBL heeft nagelaten een voorzorg te treffen en/of een waarschuwing uit te spreken bij de introductie en de begeleiding van een aandeel op de beurs, waarbij, het weze benadrukt, beroep gedaan wordt op het krediet van het publiek met het volle risico inherent aan een aandeel, voorzorg die zij nooit zou hebben nagelaten te treffen of waarschuwing die zij, zij het intern, nooit zou hebben nagelaten uit te spreken, moest zij een verzoek van Barrack Mines Ltd. hebben ontvangen tot verstrekking van een eigen krediet, waaraan een geringer risico is verbonden dan aan een aandeel;

Ook ontbreken andere kritische benaderingingen tegenover de emittent Barrack Mines Ltd.;

Noch in de prospectus noch elders wordt de stabiliteit van Barrack Mines Ltd. kritisch benaderd, noch wat haar geschiedenis betreft, noch wat haar management betreft, terwijl Barrack Mines Ltd. rond 1983 blijkbaar nog een onbeduidende vennootschap was, en geen geloofsbrieven noch traditie in de mijnbouw voor te leggen had;

De goedkope inkoopprijs van het aandeel wordt enkel verbonden aan de te verwachte hoge rendabiliteit, zonder onderzoek naar mogelijke factoren inherent aan Barrack Mines Ltd. of mogelijk gebrek aan belangstelling op andere beursen;

Ook blijkt geen enkele kritische benadering nodig is hoofde van de BBL, wanneer blijkt dat 45% van het kapitaal in handen komt van Belgische beleggers, terwijl het doel van de introductie was « het aandeelhouderschap van de vennootschap te verruimen»;

Dat de BBL tot en met het vertrek van de familie Horgan in mei 1990, dat «niet voortvloeit uit een beschamend gebrek waardoor Barrack Mines werd aangetast» en «Fundamenteel is Barrack Mines een gezonde vennootschap», in dezelfde toon het aandeel in Barrack Mines Ltd. bleef begeleiden, hoeft dan ook niet te verwonderen, gezien het uitgangspunt van de BBL van bij de aanvang voorbijging aan de reeds aanwezige speculatieve toekomst van Barrack Mines Ltd. als onderneming;

Eisers beweren, maar bewijzen niet dat de BBL daarbij telkens bedrieglijk te werk zou gegaan zijn, en het aandeel wetens en willens zou hebben ondersteund met valselijke beweringen, en zich daarbij onder meer schuldig zou gemaakt hebben aan een belangenconflict met de BBL dochter-schuldeiser van Barrack Mines Ltd.;

De rechtbank stelt echter wel nalatigheid, zelfs lichtzinnigheid vast;

Een normaal voorzichtige en redelijke bankier had zich voor de introductie van het aandeel, over Barrack Mines Ltd. als onderneming, over haar geschiedenis en haar management, over de in 1988 juist voor de introd uc tie ontstane schuldenlast, over de goedkope aankoopprijs van het aandeel, over de op zijn minst merkwaardige en blijkbaar uitsluitende aandacht voor een Belgisch aandeelhouderschap in Barrack Mines Ltd., kritischer opgesteld en op opheldering aangedrongen (nalatigheid), en had minstens op deze punten tegenover het publiek een kritische benadering aangenomen in plaats van zonder meer bijvoorbeeld te verklaren «Barrack komt goed uit een vergelijking met andere Australische goudmijnvennootschappen» en «Ik (Daniel Cardon de Lichtbüer) heb persoonlijk aan de directie van Barrack Mines gesuggereerd om haar introductie op de Belgische beurzen te verzoeken waar zij een alternatief zou uitmaken voor de Zuid-Afrikaanse en Canadese goudmijnen. Daarnaast is het management van de vennootschap van heel hoog niveau, een element dat niet uit het oog mag worden verloren» (lichtzinnigheid).

De BBL deed dit niet en heeft zich bijgevolg schuldig gemaakt aan een onrechtmatige daad in de zin van art. 1382 B.W;

III. Het standpunt van de rechtbank : de beweerde schade

De schade geleden door eisers heeft in de eerste plaats betrekking op het verloren ingezette kapitaal;

Deze schade in hoofdsom kan afgeleid worden uit het verschil tussen de aankoopprijs, zijnde het ingezet kapitaal, en de verkoopprijs of de restwaarde op het ogenblik van de ondergang van de aandelen, te situeren rond hun schrapping van de beurzen van Sydney, Antwerpen en Brussel;

De schade geleden door eisers kan ook betrekking hebben op de uit het ingezette kapitaal normalerwijze voortkomende opbrengsten;

De door eisers beweerde extrapatrimoniale schade is de rechtbank niet duidelijk;

[ ... ]

Wat er ook van zij, de verloren opbrengsten en de zogenaamde extrapatrimoniale schade moeten individueel per belegger onderzocht worden, onder meer in het licht van ieders beleggingsportefeuille;

De partijen moeten bijgevolg in dit verband opnieuw worden gehoord, en er wordt desbetreffend verwezen naar het hierna volgende standpunt van de rechtbank met betrekking tot het oorzakelijk verband;

Het standpunt van de rechtbank : het oorzakelijk verband

Het is de rechtbank ook onmogelijk om op een gelijke wijze vast te stellen in hoeverre de onrechtmatige daad van de BBL bepalend is geweest in de mislukte belegging van eisers;

Niet alleen verschillen de ingezette kapitalen van elkaar, die voorlopig ingedeeld kunnen worden in de groep van onder 2 500, de grootste groep van tussen de 2 500 tot onder 2 5 000 en de kleinere groep vanaf 25 000;

Ook zullen de beleggingsportefeuilles van de eisers sterk van elkaar verschillen, zowel wat de inhoud betreft als de wijze waarop deze worden beheerd, bijv. met of zonder de hulp van een beleggingsadviseur, een bankier of een andere professioneel;

Zo zal uit de beleggingsportefeuille beter kunnen afgeleid worden met welke instelling de betroffen belegger zijn beleggingsportefeuille beheerde, bijv. welke elementen er de belegger toe aanzetten om in mei 1990 bij het vertrek van de familie Horgan, nog aandelen in Barrack Mines Ltd. aan te kopen;

De rechtbank kan het oorzakelijk verband tussen de onrechtmatige daad van de BBL en de de door de eisers beweerde schade in hoofdsom, verloren opbrengsten en zogenaamde extrapatrimoniale schade, slechts beoordelen na inzage te hebben genomen van deze beleggingsportefeuilles en na de partijen desbetreffende te hebben gehoord;

De rechtbank loopt anders bijvoorbeeld het gevaar schadevergoedingen toe te kennen aan beleggers die de mislukte belegging hebben doorgevoerd in een met opzet op zeer speculatieve, of op roekeloze wijze beheerde beleggingsportefeuille;

Enkel de door de BBL misleide pater familias komt voor vergoeding van zijn mislukte belegging in aanmerking;

Kortom, de rechtbank moet omzichtig te werk gaan en mag de vastgestelde onrechtmatige daad van de BBL niet ten onrechte aanwenden om vergoedingen toe te kennen voor schade waarmee die onrechtmatige daad niets of nauwelijks iets te doen heeft, of voor schade die ontstaan is uit samenlopende fouten van de beleggers zelf bij het beheer van hun beleggingen;

Weliswaar bestaat er voldoende grond om de onrechtmatige daad van de BBL, zoals ze door de rechtbank hierboven werd beschreven, minstens, doch slechts voorlopig, als medebepalend of samenlopend met andere omstandigheden als oorzaak voor de mislukte belegging van eisers in aanmerking te nemen en daarom aan de BBL provisionele schadevergoedingen op te leggen, die echter desgevallend in de verdere debatten niet alleen in meer, doch ook in min moeten leiden naar een definitieve correcte beslissing van de rechtbank;

Om deze redenen, De rechtbank,

[ ... ]

Verklaart de vordering van de overige eisers ontvankelijk en gegrond als volgt,

Veroordeelt de BBL, thans ING, tot betaling aan die in vorige paragraaf genoemde overige eisers van een bedrag om te zetten in euro van 10% van de door hen gevorderde hoofdsom (hun ingezette kapitaal), en dit ten titel van provisionele schadevergoeding,

Meer de vergoedende intresten aan de wettelijke voet sinds 14 oktober 1991, de datum van schorsing van het aandeel in Barrack Mines Ltd. uit de notering van de Beurs van Sydney tot de datum van dit vonnis, en tot de gerechtelijke intresten op dit bedrag en op het bedrag van het kapitaal van de vergoedende intresten tot de dag van de volledige betaling; zegt voor recht dat de meest gerede partij de rechtbank weer kan vatten, nadat overeenkomstig art. 877 Ger.W de betroffen eisende partij haar beleggingsportefeuille over de periode van december 1987 (één jaar voor de introductie van de aandelen in Barrack Mines Ltd. op de Antwerpse en Brusselse Beurs) tot eind 1991, heeft neergelegd, waarmee gelijkgesteld wordt de mededeling aan de BBL, thans ING, en de zaak in staat gesteld is teneinde de rechtbank toe te laten de definitieve schadevergoeding in meer of in min van de provisionele schadevergoeding, te bepalen.

[ ... ]

Noot onder deze uitspraak in DAOR

Barrack Mines :

Prospectusaansprakelijkheid van de kredietinstelling
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 07/08/2016 - 11:36
Laatst aangepast op: zo, 07/08/2016 - 11:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.