-A +A

Excepties die de verzekerde kan inroepen tegen verzekeraar bij niet-verplichte verzekeringen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 18/11/2011
A.R.: 
C.10.0314.F

De rechtsmiddelen die een verzekerde tegen de verzekeraar kan inroepen wanneer deze verhaal of regres op de verzekerde uitoefent verschillen naargelang de verzekering een verplicht karakter heeft (zoals de autoverzekering), dan wel een vrije verzekering (zoals de familiale verzekering, de omniumverzekering, de brandverzekering...)

Krachtens art. 87, § 2 Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar voor de niet-verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen slechts de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst tegenwerpen aan de benadeelde persoon, voor zover deze hun oorzaak vinden in een feit dat aan het schadegeval voorafgaat. In de zin van bedoeld art. 87, § 2 is de opzettelijke fout in de zin van art. 8, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst een feit dat aan het schadegeval voorafgaat.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
781
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Franse Gemeenschap t/ NV A.I. en M.-F.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Luik van 10 september en 15 oktober 2009.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Tweede middel

Krachtens art. 87, § 2 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar voor niet-verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen slechts de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst tegenwerpen aan de benadeelde persoon voor zover deze hun oorzaak vinden in een feit dat aan het schadegeval voorafgaat.

In de zin van art. 87, § 2 is de opzettelijke fout een feit dat aan het schadegeval voorafgaat.

Het bestreden arrest van 10 september 2009 vermeldt dat de eerste verweerster, de verzekeraar van de familiale burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de tweede verweerster, tegen de in het antwoord op het eerste middel bedoelde en op artikel 86 van de wet gegronde vordering van de eiseres opwerpt dat de tweede verweerster het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt in de zin van art. 8, eerste lid van de wet.

Het oordeelt dat de tweede verweerster, in haar hoedanigheid van ouder van een leerling, ten aanzien van de lerares de volgende fout heeft begaan: zij is naar de klas gegaan, “heeft een voet in de deuropening gezet om te beletten dat de lerares de deur weer dicht deed” en heeft “zich op een bijzonder agressieve, dreigende en gewelddadige wijze gedragen”, en dat het ongeval “wel degelijk voorvloeit uit een weloverwogen, opzettelijk en bewust gebaar” van die verweerster.

Het bestreden arrest van 10 september 2009, dat de vordering van de eiseres verwerpt op grond dat de eerste verweerster op grond van art. 8, eerste lid “gerechtigd is geen dekking te geven aan haar verzekerde”, de tweede verweerster, wegens de voornoemde fout, biedt het Hof de mogelijkheid zijn toetsing uit te oefenen en schendt voornoemd art. 87, § 2 niet.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

...

Overige Rechtspraak:

Cass. 26 juni 2012, RW 2012-13, 949, noot C. Idomon.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 11/01/2014 - 21:59
Laatst aangepast op: za, 21/03/2015 - 14:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.