-A +A

Exceptie van niet uitvoering exceptio non adimpleti contractus en voorafgaande aanmaning

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 13/01/2017
A.R.: 
C.15.0417.N

Ingeval van samenhangende verbintenissen, zoals bij wederkerige overeenkomsten, is een schuldenaar gerechtigd om, zonder rechterlijke machtiging, de nakoming van de eigen verbintenis op te schorten zolang de schuldeiser de eigen verbintenis jegens hem niet nakomt; dit opschortingsrecht dient te goeder trouw te worden uitgeoefend

De uitoefening van het opschortingsrecht bij samenhangende verbintenissen dient, in beginsel, niet vooraf te worden gegaan door een kennisgeving aan de schuldeiser; niettemin kan onder omstandigheden, op grond van de goede trouw, van de schuldenaar worden gevergd dat deze vooraf zij voornemen tot het opschorten van zijn verbintenis aan de schuldeiser ter kennis brengt en desgevallend op de gevolgen ervan wijst; zulks is het geval wanneer de nakoming binnen een bepaalde termijn dient te gebeuren waarna zij doelloos is geworden en de schuldenaar weet of hoort te weten dat zulks de schuldeiser blootstelt aan onherroepelijke schade

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1544
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.15.0417.N

N.P. t/ P.S.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 30 september 2013.

...

III. Feiten

Uit het arrest blijkt dat:

– de eiseres een beroep deed op haar advocaat, de verweerder, om aangifte te doen van haar schuldvordering in het faillissement van haar werkgever;

– de verweerder een proces-verbaal van vrijwillige verschijning opstelde teneinde de schuldvordering te laten opnemen;

– de verweerder op 16 december 2005 een kopie hiervan opstuurde aan de eiseres met het verzoek om nog bepaalde stukken te bezorgen en om een provisie van 600 euro over te maken;

– de verweerder op 26 januari 2006 opnieuw een brief stuurde naar de eiseres met dezelfde verzoeken, die onbeantwoord zijn gebleven;

– de curator op 20 februari 2006 aan de verweerder schreef akkoord te gaan met de opname van de vordering van de eiseres voor een bedrag van 9.845,16 euro;

– de verweerder geen verdere stappen heeft ondernomen en de curator op 7 april 2008 liet weten dat voor de eiseres geen tijdige aangifte werd gedaan van de schuldvordering in het faillissement;

– de eiseres de verweerder heeft gedagvaard op grond van diens professionele aansprakelijkheid wegens niet-tijdige aangifte.

IV. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. In geval van samenhangende verbintenissen, zoals bij wederkerige overeenkomsten, is een schuldenaar gerechtigd om, zonder rechterlijke machtiging, de nakoming van de eigen verbintenis op te schorten zolang de schuldeiser de eigen verbintenis jegens hem niet nakomt.

Dit opschortingsrecht dient te goeder trouw te worden uitgeoefend.

2. De uitoefening van het opschortingsrecht bij samenhangende verbintenissen dient, in beginsel, niet te worden voorafgegaan door een kennisgeving aan de schuldeiser. Niettemin kan onder omstandigheden, op grond van de goede trouw, van de schuldenaar worden gevergd dat deze vooraf zijn voornemen tot het opschorten van zijn verbintenis aan de schuldeiser ter kennis brengt en in voorkomend geval op de gevolgen ervan wijst. Dit is het geval wanneer de nakoming binnen een bepaalde termijn dient te gebeuren waarna zij doelloos is geworden en de schuldenaar weet of hoort te weten dat dit de schuldeiser blootstelt aan onherroepelijke schade.

3. De appelrechters oordelen dat:

– de verweerder de eiseres niet eerst erop moest wijzen dat hij zijn tussenkomst opschortte in afwachting van de betaling;

– de omstandigheid dat het proces-verbaal maar kon worden neergelegd tot de datum van het sluiten van het faillissement, geen afbreuk doet aan het voorgaande;

– een tekortkoming van de verweerder aan zijn informatie- en adviesplicht als advocaat niet wordt aangenomen, aangezien deze laatste zijn prestaties van rechtswege mocht opschorten.

4. De appelrechters die vervolgens beslissen dat de verweerder zijn opschortingsrecht kon uitoefenen zolang de eiseres niet de gevraagde provisie betaalde en de «exceptie van niet-uitvoering van rechtswege geldt zodat [de verweerder] [de eiseres] niet eerst erop moest wijzen dat hij zijn tussenkomst opschortte in afwachting van de betaling» en aldus niet onderzoeken of de eisen van de goede trouw in de gegeven omstandigheden van de verweerder niet een voorafgaande kennisgeving aan de eiseres vergden, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

 

Noot: 

• A. Van Oevelen, «De niet-uitvoering van duurcontracten» in P. Humblet en I. Van De Woesteyne (eds.), Sociaal en fiscaal recht: «elck wat wils», Mechelen, Kluwer, 2013, 417-482.

• I. SAMOY en S. JANSEN, Uitstel is geen afstel : enac als tijdelijk verweermiddel en de noodzaak tot ingebrekestelling ( neen ) en kennisgeving ( soms ), Limb. Rechtsl. 2014, afl. 2, 135-142, noot onder het bestreden arrest, inzonderheid sub 7.

• Journal des tribunaux [JT] GLANSDORFF; François; Observations 'L'exception d'inexécution et les droits et obligations de l'avocat impayé' 2017, n° 6695, p. 483-484.

• Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] JANSEN, Sanne; Noot 'De enac, de goede trouw en de kennisgeving' 2017, nr. 6, p. 354-360.

Rechtspraak:

• Cass. 7 februari 1979, AC 1978-79, 661

• Cass. 24 september 2009, A.R. C.08.0346.N, AC 2009, nr. 524.

• Brussel (18e k.) nr. 2012/AR/2728, 29 juni 2017, TBBR 2017, afl. 10, 574:

Samenvatting

Krachtens het mechanisme van de exceptie van niet-uitvoering, kan elk van de partijen de uitvoering van haar verplichting opschorten of uitstellen, zonder gerechtelijke tussenkomst, zolang haar medecontractant in gebreke blijft haar verplichtingen uit te voeren. De uitvoering van deze exceptie vereist geen verzending van een voorafgaande ingebrekestelling, maar moet te goeder trouw worden uitgeoefend. Wie die exceptie inroept, kan dat zonder bijzondere formaliteit doen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 20/05/2018 - 10:55
Laatst aangepast op: ma, 28/05/2018 - 21:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.