-A +A

Europees aanhoudingsbevel minderjarige ouder dan 16 jaar uithandengeving controle art. 57bis§1 Jeugdwet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 11/05/2016
A.R.: 
P.16.0545.F

Het onderzoeksgerecht dat ingevolge een Europees aanhoudingsbevel uitspraak moet doen over de overlevering van een minderjarige die op het tijdstip van de feiten ouder was dan zestien jaar, moet nagaan of die persoon zich in een van de voorwaarden bevindt die bij artikel 57bis, § 1, Jeugdbeschermingswet zijn bepaald, waardoor de uithandengeving kan worden bevolen, zonder zich daarom uit te spreken over het passend karakter van een eventuele beschermende maatregel.

Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschrift voor Strafrecht
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/2
Pagina: 
128
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.16.0545.F
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BERGEN,
tegen
T. T.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 april 2016, op verwijzing gewezen in-gevolge het arrest van het Hof van 13 april 2016.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Het middel voert schending aan van de artikelen 4.3°, Wet Europees Aanhou-dingsbevel en 57bis, Jeugdbeschermingswet

Het arrest weigert de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel dat door de Duitse overheid is uitgevaardigd wegens "inbraken met braak", wat over-eenstemt met de feiten bedoeld onder nummer 18 van de lijst in artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel, welke bij de artikelen 461 en 467 van het Belgische Strafwetboek strafbaar zijn gesteld omdat de verweerder op het ogenblik van de feiten een minderjarige ouder dan zestien jaar was.

Krachtens artikel 4.3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel, wordt de tenuitvoerleg-ging van een Europees aanhoudingsbevel geweigerd ingeval de persoon op wie dat bevel betrekking heeft volgens het Belgische recht wegens zijn leeftijd nog niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de feiten die aan dat be-vel ten grondslag liggen.

Krachtens de artikelen 36.4° en 37, § 1, Jeugdbeschermingswet, is de jeugdrecht-bank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van het openbaar ministerie ten aanzien van personen die vervolgd worden wegens een als misdrijf om-schreven feit, gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar, en kan ze hen maatregelen van bewaring, behoeding en opvoeding opleggen.

Met toepassing van artikel 57bis, § 1, eerste zin, Jeugdbeschermingswet, kan de jeugdrechtbank, indien de persoon die wegens een als misdrijf omschreven feit voor haar is gebracht, op het tijdstip van het feit zestien jaar of ouder was en ze een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding niet geschikt acht, de zaak bij een met redenen omklede beslissing uit handen geven en ze naar het openbaar ministerie verwijzen, met het oog op vervolging.

Luidens artikel 57bis, § 1, tweede zin, kan de jeugdrechtbank slechts beslissen tot uithandengeving indien bovendien aan een van de volgende voorwaarden is vol-daan:

- de betrokkene is reeds het voorwerp geweest van een of meerdere van de in ar-tikel 37, § 2, § 2bis of § 2ter bedoelde maatregelen of van een herstelrechtelijk aanbod als bedoeld in de artikelen 37bis tot 37quinquies;
- het betreft een feit bedoeld in de artikelen 373, 375, 393 tot 397, 400, 401, 417ter, 417quater, 471 tot 475 Strafwetboek of een poging tot het plegen van een feit bedoeld in de artikelen 393 tot 397 Strafwetboek.

Het onderzoeksgerecht, dat uitspraak doet over de overlevering van een minderja-rige die op het tijdstip van de feiten ouder was dan zestien jaar, moet nagaan of die persoon zich in de voorwaarden bevindt die in het voormelde artikel 57bis zijn bepaald, waardoor de uithandengeving kan worden bevolen, zonder zich daarom uit te spreken over het passend karakter van een eventuele beschermende maatre-gel.

De door de bevoegde wetgevers genomen maatregelen inzake jeugdbescherming hebben zowel een politioneel als een veiligheidskarakter. De hulp- of bescher-mingsmaatregelen waarin ze voorzien, zijn van toepassing op de minderjarigen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden.

In zoverre het middel aanvoert dat krachtens artikel 7, § 1, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de minderjarige van vreemde nationaliteit die zijn hoofdverblijfplaats niet in België heeft, vóór zijn overlevering niet het voorwerp mag zijn geweest van een beschermende maatregel of van een herstelrechtelijk aanbod die tot zijn uithandengeving kunnen leiden, faalt dat middel naar recht.

Het arrest stelt eensdeels vast dat de feiten die de verweerder ten laste worden ge-legd geen deel uitmaken van de misdrijven bepaald in de artikelen van het Straf-wetboek waarnaar artikel 57bis, § 1, Jeugdbeschermingswet verwijst en, ander-deels, dat de betrokkene niet eerder het voorwerp is geweest van een of meerdere in dat artikel bedoelde maatregelen.

De appelrechters hebben aldus hun beslissing om de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel te weigeren, naar recht verantwoord.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep;
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel,
 

Noot: 

• Revue de droit pénal et de criminologie [Rev.dr.pén.crim.] ALIE, Maryse; Note 'Mineur délinquant de plus de 16 ans et mandat d'arrêt européen: le dessaisissement, un passage obligé? Revirement jurisprudentiel' 2017, n° 2-3, p. 151-166.
• Tijdschrift voor Strafrecht [T.Strafr.] VROMAN, Frederic; Noot 'Het Europees aanhoudingsbevel en de passieve overlevering door België van minderjarigen ouder dan zestien jaar: To be or not to be, that is the question' 2017, nr. 2, p. 128-131.
Wet / 2003-12-19 / Art. 4.3° / / 32 
Wet / 1965-04-06 / Art. 57bis, § 1 / / 03 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 06/08/2017 - 07:40
Laatst aangepast op: zo, 06/08/2017 - 07:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.