-A +A

Ereloon van architect ook zonder schriftelijke overeenkomst verschuldigd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 16/11/2009

Art. 20 van het reglement van beroepsplichten, vastgesteld door de nationale raad van de orde van architecten, bepaalt dat de overeenkomst voor iedere opdracht schriftelijk dient te worden opgesteld, ten laatste op het ogenblik dat de opdracht bepaald werd.

De overeenkomst moet duidelijk de wederzijdse verplichtingen van de partijen bepalen.

De deontologische verplichtingen die op de architect rusten, doen geen afbreuk aan de geldigheid van de overeenkomst tussen de partijen.

De niet naleving van een deontologische regel heeft geen gevolgen op civielrechtelijk vlak.

Het gebrek van prijsaanduiding in een overeenkomst met een architect heeft niet de nietigheid van het contract met de architect tot gevolg. Het ereloon van een architect is civielrechtelijk een partijbeslissing.

Ereloon overdreven heten zonder bewijs van die stelling mieskent de bewijslast van de opdrachtgever.

Publicatie
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

n de zaak van:
J.S.,

TEGEN
K.S.,

verweerder,

vonnist de rechtbank als volgt:

1. RECHTSPLEGING

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die regelmatig werd betekend op 5 februari 2009.

De partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2009.

Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging en van de door de eiser neergelegde bundel.

II. FEITEN

De verweerder wilde zijn woning, gelegen te 9920 Lovendegem, Grote Baan 50 verbouwen en deed daarvoor een beroep op de eiser. Op 17 december 2007 vond een bespreking plaats tussen de eiser en de verweerder (bundel 1, stuk 1 van de eiser).

Bij brief van 4 februari 2008 deelde de eiser in navolging van die bespreking aan de verweerder een voorstel van architectenopdracht mee. De eiser liet de verweerder weten dat hij uitging van een volledige opdracht. Indien de verweerder met het voorstel akkoord zou gaan, dan kon de eiser de verweerder het contract opgesteld naar de regels van de Orde van Architecten ter goedkeuring en ondertekening voorleggen.

Het voorwerp van het voorstel was het verbouwen van een vrijstaande ééngezinswoning, omvattende: het herindelen en herinrichten van twee slaapkamers, badkamer, wc en bergingen, waarbij de circulatieruimte wordt geoptimaliseerd en zo mogelijk een extra bureelruimte wordt gecreëerd, het aanbouwen van een veranda of eetruimte aan de straatkant, toegankelijk vanuit de keuken, het herinrichten van de keuken, in de zijgevel van de woonkamer een raamopening vergroten, installeren van centrale verwarming op aardgas, het aanleggen van paden rondom het gebouw, het herinplanten van de vrijstaande garage.

De opdracht van de eiser werd in het voorstel onderverdeeld in vijf fasen: een voorbereidende fase, een ontwerpfase, de vergunningsaanvraag, een aanbestedingsfase en een uitvoeringsfase.

Voor de voorbereidende fase voorzag het voorstel in een forfaitair ereloon van 860 euro (+ 21 % BTW), voor de ontwerpfase een forfaitair ereloon van 1 500,00 euro (+ 21 % BTW) en voor de vergunningsaanvraag in een forfaitair ereloon van 1 500,00 euro (+ 21 % BTW).

Voor de aanbestedings- en uitvoeringsfase voorzag het voorstel in een procentueel ereloon van 6 % op de totale kostprijs van de aanbestede en uitgevoerde werken.

De verplaatsingskosten waren in de prijs inbegrepen. Voor kopjes van plannen en documenten werden verschillende eenheidsprijzen voorzien. Voor het kadastraal plan werd de door het kadaster aangerekende kostprijs aangerekend. Voor eventueel aanvullende opdrachten werd een uurloon van 62,00 euro per uur (exclusief BTW) gestipuleerd (bundel 1, stuk 1 van de eiser).

Bij brief van 30 april 2008 maakte de eiser zijn ereloonnota over aan de verweerder volgens het voorstel van 4 februari 2008 voor een bedrag van 1 040,60 euro (= 860,00 euro + 180,60 euro BTW) (bundel 1, stuk 2 van de eiser).

Het bedrag van 1 040,60 euro heeft de verweerder betaald op 14 mei 2008 (blz. 2 van de besluiten van de eiser en blz. 2 van de besluiten van de verweerder).

Bij brief van 11 juli 2008 maakte de eiser zijn ereloonnota nr. 08 11 over aan de verweerder volgens het voorstel van 4 februari 2008 voor een bedrag van 1 815,00 euro (= 1 500,00 euro + 315,00 euro BTW) (bundel 1, stuk 3 van de eiser).

Bij brief van 11 juli 2008 maakte de eiser eveneens zijn ereloon nota nr. 08 10 over aan de verweerder volgens het voorstel van 4 februari 2008 voor een bedrag van 894,14 euro (738,96 euro + 155,18 euro BTW) voor het opmaken van het aanvraagdossier tot wijziging van de verkavelingsvergunning en de prijsaanvraag voor centrale verwarming.

Als bijlage bij deze brief gaf de eiser detail van zijn prestaties (bundel 1, stuk 4 van de eiser).

De aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning werd door de verweerder ondertekend (bundel 2, stuk 2 van de eiser).

Bij brieven van 22 augustus 2008 stelde de eiser de verweerder in gebreke om de ereloonnota’s met nr. 08 11 en 08 10 ten bedrage van 1.815,00 euro en 894,14 euro te betalen (bundel 1, stukken 5 a en 5 b van de eiser).

Bij aangetekende brief van 19 september 2008 stelde de eiser de verweerder opnieuw in gebreke (stuk 6 van de eiser).

Bij aangetekende brief van 30 oktober 2008 stelde de raadsman van de eiser de verweerder nogmaals in gebreke (bundel 1, stuk 7 van de eiser).

Bij niet – vertrouwelijke brief van 20 november 2008 reageerde de raadsman van de verweerder. De verweerder is hierin van mening dat er slechts een beperkte (en niet eens een schriftelijke) overeenkomst was. Volgens de verweerder was de eiser reeds vergoed voor de door hem geleverde prestaties waarvoor opdracht was gegeven. Bovendien stelt de verweerder dat hij het bouwproject stilgelegd heeft toen hij werkloos werd en niet meer over voldoende financiële middelen beschikte. Verder wijst de verweerder erop dat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig is en niet begrijpt welke prestaties de eiser nog aanrekent (bundel 1, stuk 8 van de eiser).
De raadsman van de eiser maakte met een niet – vertrouwelijke brief van 18 december 2008 nog een aantal stukken over (bundel 1, stuk 9 van de eiser).

Op 5 februari 2009 ging de eiser over tot dagvaarding van de verweerder voor deze rechtbank.

III. VORDERING

De eiser vordert, in een voorlopig uitvoerbaar vonnis, de verweerder te veroordelen tot de som van 2 969,93 euro.

De verweerder vraagt de vordering van de eiser af te wijzen als ongegrond, minstens de vordering sterk te herleiden. In ondergeschikte orde vordert de verweerder het verschuldigde bedrag te mogen afbetalen aan 100 euro per maand.

IV. BEOORDELING

De eiser streeft de invordering van twee ereloonnota’s na met nr. 08 11 ten bedrage van 1.815,00 euro en nr. 08 10 ten bedrage van 894,14 euro.

Het bedrag van 1815,00 euro heeft betrekking op de ontwerpfase (stukken 1 en 3 van de eiser). Het bedrag van 894,14 euro heeft betrekking op het opmaken van het aanvraagdossier voor de wijziging van de verkavelingsvergunning en op de prijsaanvraag voor de centrale verwarming (stukken 1 en 4 van de eiser).

Vooreerst stelt de verweerder dat hij de Nederlandse taal niet machtig is en dat hij de eiser om een Engelse vertaling van het voorstel vroeg.

Volgens de verweerder heeft hij met de eiser geen overeenkomst gesloten voor een volledige architectenopdracht. De verweerder voert daartoe aan dat er geen schriftelijke overeenkomst werd opgesteld, hoewel dit voor de eiser een deontologische verplichting is.

De verweerder geeft wel toe dat hij opdracht heeft gegeven voor de eerste fase van de werken, waarvoor hij ook betaald heeft. Na de eerste voorbereidende fase heeft de verweerder de werken stilgelegd, omdat hij op het werk ontslagen werd. De verweerder beweert dat de prestaties van nota 08111 zijn uitgevoerd zonder opdracht.

In ondergeschikte orde stelt de verweerder dat de eiser in de tweede fase geen beschrijvende nota en kostenraming heeft opgemaakt.

Wat de nota 08110 betreft, stelt de verweerder dat hij in de veronderstelling was dat de aanvraag voor de wijziging van de verkavelingsvergunning begrepen was in de voorbereidende fase en niet afzonderlijk zou gefactureerd worden. Volgens de verweerder werd voor deze opdracht geen prijs overeengekomen.

De rechtbank is van oordeel dat er tussen de eiser en de verweerder een architectenovereenkomst tot stand kwam om de hierna volgende redenen.

Bij brief van 4 februari 2008 maakte de eiser aan de verweerder een voorstel van architectenopdracht over voor de verbouwing van de woning van de verweerder. Dit voorstel bepaalt nauwkeurig het voorwerp van de opdracht, de verschillende fasen van de opdracht en de zaken die geen deel uitmaken van de opdracht. Daarnaast wordt voor de voorbereidende fase, de ontwerpfase en de vergunningsaanvraag een forfaitair ereloon bepaald en voor de aanbestedings- en uitvoeringsfase een procentueel ereloon op de totale kostprijs van de werken. De verplaatsingskosten zijn in de prijs inbegrepen en voor kopies van plannen en documenten werd een eenheidsprijs voorgesteld. Voor het kadastraal plan zou de door het kadaster aangerekende prijs gevraagd worden en voor eventueel aanvullende opdrachten een uurloon van 62,00 euro per uur excl. BTW (stuk 1 van de eiser en supra).

Nadat de eiser in uitvoering van dit voorstel bij brief van 30 april 2008 aan de verweerder om betaling vroeg van 1 040,60 euro (860,00 euro + 180,60 euro BTW), ging de verweerder ook daadwerkelijk over tot betaling. In deze brief werd uitdrukkelijk verwezen naar het voorstel van 4 februari 2008. Dit toont aan dat het voorstel van 4 februari 2008 van de eiser aanvaard werd door de verweerder. Door wilsovereenstemming ontstond een overeenkomst tussen partijen voor een volledige opdracht. De verweerder kan bijgevolg niet voorhouden dat er slechts een overeenkomst was voor de voorbereidende fase.

Indien de verweerder werkelijk geen Nederlands begrijpt, dan had hij na ontvangst van het voorstel van de eiser een vertaling kunnen vragen.

De verweerder toont niet aan dat hij de eiser om een Engelse vertaling van het voorstel vroeg. Bij gebreke aan een vertaling had de verweerder het voorstel ook kunnen weigeren. Overeenkomstig art. 30 van de Handelspraktijkenwet moet de verkoper ten laatste op het ogenblik van het sluiten van de verkoop te goeder trouw aan de consument de behoorlijke en nuttige voorlichting geven betreffende de kenmerken van de dienst en betreffende de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan voorlichting.

Art. 20 van het reglement van beroepsplichten, vastgesteld door de nationale raad van de orde van architecten, bepaalt dat de overeenkomst voor iedere opdracht schriftelijk dient te worden opgesteld, ten laatste op het ogenblik dat de opdracht bepaald werd.

De overeenkomst moet duidelijk de wederzijdse verplichtingen van de partijen bepalen.

De deontologische verplichtingen die op de architect rusten, doen geen afbreuk aan de geldigheid van de overeenkomst tussen de partijen.

De eiser heeft recht op de prestaties die hij verricht heeft in opdracht van de verweerder. De verweerder erkent dat de prestaties met betrekking tot nota 08/11 verricht werden (blz. 7 van de besluiten van de verweerder), maar stelt ten onrechte dat dit gebeurde zonder opdracht (zie supra).

De verweerder betwist wel dat de eiser voor de tweede fase een beschrijvende nota en een kostenraming opmaakte. De overeenkomst tussen partijen voorziet dat de eiser in de ontwerpfase een definitief voorontwerp diende te maken en dat dit voorontwerp, naast de plannen, ook een beschrijvende nota en een beknopte benaderende kostenraming omvat (bundel 1, stuk 1 van de eiser).

De eiser bewijst dat hij het definitief voorontwerp opgesteld heeft (bundel 2, stuk 4 van de eiser). De rechtbank is van oordeel dat de eiser ook voldaan heeft aan de verplichting een beschrijvende nota en een kostenraming op te stellen. Op grond van de overeenkomst tussen de partijen (bundel 1, stuk 1 van de eiser) en de verrichte prestaties (bundel 2 van de eiser) was de verweerder goed geïnformeerd over de uit te voeren werken en de kostprijs daarvan.

Wat de nota 08110 betreft, dient vastgesteld te worden dat de verweerder de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning ondertekend heeft (bundel 2, stuk 2 van de eiser). De stelling van de verweerder dat deze prestatie inbegrepen was in de voorbereidende fase kan niet overtuigen. De overeenkomst tussen de partijen voorzag immers ook in een uurloon van 62,00 euro per uur (excl. BTW) voor aanvullende opdrachten (bundel 1, stuk 1 van de eiser).

De vordering van de eiser is gegrond.

De verweerder vraagt om het verschuldigde bedrag te mogen afbetalen aan 100,00 euro per maand. De eiser heeft hiertegen principieel geen bezwaar (blz. 5 van de besluiten van de eiser).

De verweerder mag afbetalingen doen van 100,00 euro per maand.

Kosten en intresten

De eiser vordert 20,00 euro voor de herinneringsbrieven van 20 augustus 2008, 35,00 euro voor de aangetekende aanmaning van 19 september 2008, 35,00 euro voor de aangetekende aanmaning van 30 oktober 2008, 90,00 voor kosten van administratie en achternageloop en 103,91 euro (in besluiten herleid naar 80,79 euro) intresten.

Inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom, bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke intrest (art. 1153 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

De eiser vordert de nakoming van de verbintenis van de verweerder om geldsommen te betalen, aangezien de verweerder laattijdig betaald heeft. De gevorderde aanmaningskosten en de kosten van administratie en achternageloop hebben betrekking op de vertraging in de uitvoering van de verbintenis van de verweerder om de verschuldigde bedragen te betalen. Ingevolge art. 1153 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders bestaan dan in de wettelijke intrest.

De gevorderde kosten voor aanmaning en de kosten van administratie en achternageloop worden dan ook als ongegrond afgewezen.

De verweerder werd voor het eerst in gebreke gesteld bij brieven van 22 augustus 2008 (stukken 5 a en 5 b van de eiser).

De wettelijke intrest is verschuldigd te rekenen van de dag van de aanmaning tot betaling (art. 1153 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek).

In casu begint de verschuldigde intrest te lopen vanaf 22 augustus

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De eiser vordert de uitvoerbaarheid bij voorraad. De verweerder vraagt om de uitvoerbaarheid bij voorraad af te wijzen.

De rechtbank staat de uitvoerbaarheid bij voorraad toe, aangezien aan de verweerder gemak van betaling werd verleend. Om dezelfde reden wordt het recht op kantonnement uitgesloten.

Nopens de rechtsplegingsvergoeding

Ieder eindvonnis verwijst de in het ongelijk gestelde partij in de kosten (art. 1017 lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek).

De kosten omvatten de rechtsplegingsvergoeding (art. 1018 6° juncto art. 1022 van het Gerechtelijk Wetboek).

De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij (art. 1022 lid 1 van het Gerechtelijk Wetboek).

De eiser vordert een rechtsplegingsvergoeding van 650,00 euro.

Het bedrag van de hoofdvordering bedraagt 2 969,93 euro, zodat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 650,00 euro bedraagt.

De eiser werd in het gelijk gesteld.

De verweerder vraagt een vermindering van de rechtsplegingsvergoeding tot het minimumbedrag, omdat hij van een vervangingsinkomen leeft.
Het minimumbedrag van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 375,00 euro wordt toegekend.

OP DEZE GRONDEN
DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak,

met inachtneming van de artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Veroordeelt de verweerder om aan de eiser te betalen de som van 2.709,14 euro, vermeerderd met de verwijlintresten vanaf 22 augustus 2008 tot datum dagvaarding en vermeerderd met de gerechtelijke intrest vanaf datum dagvaarding tot datum van algehele betaling.

Veroordeelt de verweerder om aan de eiser te betalen 208,02 euro dagvaardingskosten en de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 375,00 euro,

Laat toe de schuld af te betalen, zowel in hoofdsom, intresten als kosten, mits maandelijkse betalingen van 100,00 euro met ingang van 1 februari 2010. Zegt dat de maandelijkse betalingen dienen te gebeuren telkens de eerste dag van de maand.

Zegt dat bij het in gebreke blijven van de stipte naleving van dit betalingsschema en mits niet-betaling van één der mensualiteiten binnen de tien dagen na de vervaldag, het nog openstaande saldo onmiddellijk en integraal opeisbaar wordt gesteld.

Wijst het meer en / of anders gevorderde af als ongegrond.

Zegt voor recht dat dit vonnis uitvoerbaar is bij voorraad.

Sluit het recht op kantonnement uit.

Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de vijftiende burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 16 december 2009.

Noot: 

Wanneer in 2001 een uurloon van 100 euro algemeen aanvaard werd, geldt voor 2012 een uurloon van 125 euro tot 140 euro euro als meer dan aanvaardbaar zoals dit thans in de provincie voor gewone gemiddelde zaken wordt toegepast.

De advocaat begroot bij partijbeslissing zijn ereloon, behoudens andersluidende voorafgaande afspraken. De rechter kan bij een eventuele betwisting een kennelijk overdreven ereloon verminderen maar ter zake zijn er geen vaste tarieven of een vast tarievenboek aan de hand waarvan u een advocaat kan verplichten om te laten werken. Indien een voorafgaande ereloonovereenkomst werd opgesteld is deze niet onderworpen aan het marginale toetsingsrecht van de rechter.

Inkomende briefwisseling brengt kosten mee die bestaan uit de administratieve verwerking mede, die kan begroot worden op 2,5 tot 4 euro.

Wanneer een brief, fax  of een mailbericht binnen komt op een professioneel kantoor wordt zending  niet alleen geopend, maar wordt onmiddellijk de brief in het computersysteem ingebracht. Voor zover de brief niet voorzien is van een referentie, wordt op het secretariaat de referentie aangebracht aan het dossier. Het dossier wordt dan manueel uit het klassement gehaald. Er wordt nagezien wie de verantwoordelijke is voor het dossier. Hiertoe leest het secretariaat oppervlakkig de briefwisseling. Hierna volgt de lectuur van de brief door de behandelende advocaat waarbij de brief wordt opgeslagen in digitale systemen die eveneens gebackupped worden in een archiefsysteem. Het ICT-park voor de behandeling van een gemiddelde van 7.000 dossiers, waarvan 1.500 actieve dossiers, kost ongeveer alleen al een kleine 10.000 € per jaar. Hetgeen wij in rekening brengen is niets meer en niets minder dan de kostprijs hiervan.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 03/02/2018 - 13:59
Laatst aangepast op: za, 03/02/2018 - 13:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.