-A +A

Ereloon advocaat verplichting tot betaling geleverde werk

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Kruishoutem
Datum van de uitspraak: 
don, 28/06/2012
A.R.: 
11A42

De prestaties van een advocaat dienen betaald, zelfs indien er onvoldoende bij voorbaat werd geïnformeerd. Informatie op een website over de tarieven informeert de cliënt. Protest erelonen dient gemotiveerd. Erelonen kunnen hoger liggen dan het belang van een zaak.

Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

VREDEGERECHT van het kanton Oudenaarde - Kruishoutem zetel KRUISHOUTEM

Rolnummer

11A42

VONNIS

INZAKE :

ADVOCATENKANTOOR X eisende partij;

TEGEN :

M.H. verwerende partij;

Gelet op het exploot van dagvaarding betekend aan de verwerende partij door John MESURE, plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder loco, Vital JENNEN, gerechtsdeurwaarder te Ronse dd. 16 maart 2011.

Gelet op het tussenvonnis van deze rechtbank dd 16 november 2011.

1) De vordering

Bij dagvaardingsexploot dd. 16.3.2011 vordert de eisende partij de betaling van 1 250 EUR, méér de gerechtelijke rente uit hoofde van een onbetaalde kosten- en ereloonstaat dd. 22.7.2011.

De vordering van de eisende partij gaat terug naar door hem geleverde prestaties van bijstand en verdediging als advocaat ten behoeve van de verwerende partij.

Bij conclusies neergelegd ter griffie op 28.6.2011 merkt de verwerende partij op dat het bedrag van 1 250 EUR reeds werd gevorderd op 24. 7 .2007 uit hoofde van een ereloonnota als provisie zonder enige detaillering. In die optiek werpt de verwerende partij de exceptio obscuri libelli op en vraagt hij om een gedetailleerde afrekening.

In fine van zijn conclusies stelt de verwerende partij voor om advies te vragen aan de Orde van Advocaten.

Bij conclusies neergelegd ter griffie op 29.7.2011 erkent de eisende partij dat het gevorderde bedrag eigenlijk een provisionele staat was, die gedetailleerd werd en zo op 22.7.2011 een eindstaat van kosten en erelonen is geworden ten belope van 1 489,99 EUR en in die optiek zijn vordering uitbreidt.

De eisende partij wijst erop dat hij diverse prestaties heeft geleverd voor de verwerende partij en ronduit schitterende resultaten heeft behaald. De eisende partij is van oordeel dat het onpassend is om voorafgaandelijk advies te vragen aan de Raad van de Orde, nu er geen ereloonovereenkomst werd opgesteld en de rechtbank een toezicht kan uitoefenen op de staat in toepassing van art. 446 ter. Ger. W.

Trouwens, dergelijk advies is niet bindend voor de rechtbank en deze laatste beschikt over voldoende technische kennis om zelf te oordelen omtrent de kosten- en ereloonstaat, zij dat het een marginaal toetsingsrecht is.

De eisende partij wijst er•ook op dat sedert het jaar 2001 de beslissingen legio zijn dat een basisereloon van een advocaat wordt begroot op 100 EUR per uur. Dit laatste heeft een indicatieve waarde, nu de nationale aanbeveling van 1991 werd afgevoerd wegens de strijdigheid met het mededingingsrecht.

De eisende partij vordert dan ook de toekenning van zijn vordering.

De gedingvoerende partijen werden gehoord op de zitting van 19.10.2011, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Bij tussenvonnis dd. 16.11.2011 werd advies gevraagd aan de Taxatiecommissie van de Raad van Orde van Advocaten te

Op 14.11.2012 werd het advies van de Taxatiecormnissie neergelegd ter griffie dat luidde als volgt: •De staat van kosten en ereloon van eiseres ten bedrage van 1 498,99 EUR werd conform de bepaling van art. 446ter, lid 1 Ger. W. correct en met de gepaste bescheidenheid begroot".

Bij syntheseconclusies neergelegd ter griffie op haalt de verwerende partij een aantal opmerkingen volgens hem moeten leiden tot een herleiding vordering.

Zo zijn er onder de algemene bemerkingen het feit dat de kosten -en ereloonstaat tijdig en op geldige wij ze werd geprotesteerd, hetgeen blijkt uit de nota naar aanleiding van het telefonisch onderhoud met de eisende partijen en het feit dat het advies van de Taxatiecormnissie louter en alleen een advies blijft, waar de rechtbank niet aan gebonden is.

Tenslotte merkt de verwerende partij op dat het voordeel die hij haalde in de zaak, volledig wordt "opgesoupeerd" door de advocaat en nergens blijkt dat de eisende partij hem voorafgaandelijk heeft geïnformeerd aangaande diens ereloon en kosten. Een loutere verwijzing naar de website voldoet volgens de verwerende partij niet aan de informatieplicht.

Wat de specifieke bemerkingen betreft verwijst de verwerende partij naar de onkosten (tekstverwerking, kopieën e.d.) alsmede het ereloon (100 EUR: inzage bundel tegenpartij; 250 EUR: zitting doorhaling zaak).

Inzake de intresten kan de eisende partij volgens de verwerende partij enkel en alleen aanspraak maken op een moratoire rente nu er geen ereloonovereenkomst werd afgesloten.

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, vordert de verwerende partij deze te herleiden naar het minimumbedrag, nu hij toegelaten is tot het voordeel van de kosteloze tweedelijnsbijstand.

De verwerende partij stelt in fine van zijn conclusies dat er een gebrek is aan motivering waarom de voorlopige uitvoerbaarheid en de uitsluiting van het kantonnement wordt gevorderd.

Bij syntheseconclusies neergelegd ter griffie op 14. 3. 2013 verwijst de eisende partij uitvoerig naar het advies van de Taxatiecormnissie, waarbij de eisende partij zich volledig aansluit. De eisende partij benadrukt in conclusies wat de verwerende partij allemaal kon ontlopen aan betaling van bedragen door zijn tussenkomst, die uiteindelijk leidde tot een doorhaling van de zaak. De opmerking omtrent de kosten¬en batenanalyse vindt de eisende partij totaal misplaatst en totaal irrelevant. Het was aan de verwerende partij om vooraf te beslissen of hij al of niet een beroep ging doen op een advocaat en niet om achteraf zich daarover te beklagen.

Wat de opmerkingen betreft op de onkosten, merkt de eisende partij op dat dit een nieuw gegeven is, nu bij de behandeling voor de Taxatiecommissie duidelijk werd gesteld dat de discussie geen betrekking had op de onkosten. In feite komt het volgens de eisende partij hierop neer dat de verwerende partij zomaar een reductie vraagt van de eindstaat naar 750 EUR.

Inzake de gevorderde rentevoet gedraagt de zich naar de wijsheid van de rechtbank. De dringt sterk aan en motiveert waarom uitvoerbaarheid bij voorraad wordt gevorderd.

Na partijen te hebben aanhoord op de zitting van 5.6.2013, werden de debatten gesloten en de zaak in beraad genomen.

2) Bespreking

2 .1 Uit de verstrekte gegevens en de neergelegde stukken blijkt dat tussen de advocaat en zijn cliënt geen voorafgaand akkoord werd afgesloten nopens het te betalen ereloon, zodat ingevolge art. 1135 B.W., als toepasselijke regel art. 459, eerste en tweede lid Ger. W., geldt dat het aan de advocaat toekomt om zijn ereloon te bepalen , zij het onder toezicht van de orde van advocaten en van de rechtbank.

De rechtbank dient niet alleen rekening te houden met de

art. 446 Ger. w., maar met alle relevante specifieke omstandigheden waarin de is gebeurd. Het bekomen resultaat, de bekendheid van de advocaat en de vermogenstoestand van de daarbij een rol (zie art. 446ter, tweede lid

Daarnaast dient nogmaals te worden beklemtoond dat het advies van de raad van Orde van Advocaten enkel dient tot voorlichting en geenszins de rechter bindt.

2.2 De verwerende partij kan inderdaad voorhouden dat hij na de ontvangst van het aangetekend schrijven dd. 15. 6. 2010 duidelijk heeft laten blijken dat hij niet akkoord was met het gevorderde bedrag van 1 250 EUR. Wel gaat de verwerende partij voorbij aan het feit dat dit protest allerminst gemotiveerd was. Waarom en op basis van welke argumenten kon de verwerende partij zich niet vinden in het bedrag van 1 250 EUR?

Het volstaat niet alleen tijdig te protesteren, doch evenzeer aan te geven wat de inhoud is van het protest, zodat de verzender van de ereloonnota in de mogelijkheid is om de aangebrachte argumenten door de bestemmeling te ontmoeten. In casu, was dit inderdaad niet mogelijk. De verwerende partij heeft er zich toe beperkt te stellen dat hij daarmede niet akkoord was.

Anderzijds dient ook gesteld te worden dat de eisende partij allerminst transparant tewerk is gegaan door een provisienota op te vragen van 1 250 EUR, zonder enige nadere toelichting.

2.3 Inzake de omvang van de opgemaakte ereloonnota van 22. 7. 2011 werpt de verwerende partij op dat aanvankelijk sprake was een ereloonnota van 1 250 EUR (zie schrijven dd. 24.7.2007 van de eisende partij), terwijl dit thans het bedrag van 1 498,99 EUR behelst. De eisende partij kwam tot dit bedrag in conclusies van 29.7.2011.

Nochtans had de eisende partij in het inleidend dagvaardingsexploot van 16.3.2011 heel duidelijk gesteld dat op datum van dagvaarding de verwerende partij een totaalbedrag van 1 250 EUR verschuldigd was uit hoofde van kosten- en erelonen. Wanneer Wij vaststellen dat in conclusies van 29.7.2011 een uitbreiding wordt gevorderd met 248,99 EUR wordt gevorderd, dan dient de eisende partij te bewijzen vanwaar dit verschil komt.

Bij nazicht van de stukken van de eisende partij stellen Wij vast dat alle voorgelegde stukken dateren van voor de betekening van dagvaarding, met uitzondering van de kosten¬en ereloonstaat die werd opgemaakt na de dagvaarding van 16.3.2011.

Er dient te worden van uitgegaan dat de vordering in betaling van ereloon zoals die werd gesteld in het dagvaardingsexploot, geacht moet worden te steunen op een voorafbestaande kosten- en ereloonstaat. In casu, heeft de eisende partij haar basisdocument na de inleiding van de procedure opgemaakt. Wij merken bovendien op dat in het omvangrijke stukkenbundel van de eisende partij geen spoor is te bekennen van de ereloonnota ten belope van 1 250 EUR.

De voorliggende kosten- en ereloonstaat klopt wonderwel, doch bij betwisting stelt zich toch een bewijsprobleem omdat het inbrengen van het aantal uren éénzijdig gebeurt door de advocaat en men niet mag vergeten dat de advocaat zichzelf geen bewijs kan verschaffen, zodat er bij betwisting een bewijsprobleem ontstaat omtrent het aantal aangerekende werkuren. De ingebrachte gegevens gelden niet als schriftelijk bewijs, noch als getuige.

Ook wat het uurloonbedrag betreft is er niet onmiddellijk duidelijkheid terug te vinden.

e verwerende partij kan evenwel niet om de vaststelling heen dat er tal van prestaties werden geleverd door de eisende partij. Uit de neergelegde bundels van de gedingvoerende partijen blijkt dat:

er consultaties zijn geweest

er briefwisseling werd gevoerd met de vorige raadsman er tussenkomst is geweest in de huurzaak voor het Vredegerecht te Deinze met de doorhaling tot gevolg, waarbij de verwerende partij onder een aantal vorderingen uit kwam (drie maanden huurachterstand en drie maanden huur als verbrekingsvergoeding)

er ook tussenkomsten zijn geweest in andere geschillen inzake de inhoudingen door het RVJ en opzegging van een huur betreffende een woning te Aarsele

De opmerking van de verwerende partij dat hetgeen wat hij niet moest betalen, volledig "opgesoupeerd" wordt door zijn raadsman, maakt geen indruk naar de rechtbank toe. De verwerende partij kan niet ontkennen dat de tussenkomst van zijn raadsman wel tot een mooi resultaat heeft geleid. Dat de eisende partij voor dit resultaat wordt gehonoreerd is de logica zelve. Nu er duidelijk geen ereloonovereenkomst heeft bestaan tussen de gedingvoerende partij en, ontneemt zulks niet het recht aan de eisende partij om een honorarium te vragen, zelfs bij gebrek aan voorafgaand akkoord. Die begroting dient te gebeuren conform art. 466ter lid 1 Ger. W.

Al evenmin bewijst de verwerende partij dat de eisende partij haar stukkenbundel bewust zou hebben opgeklopt. Een opmerking die nooit werd gemaakt bij de behandeling voor de Taxatiecommissie, alwaar de verwerende partij het had over een te hoog ereloon. De opmerking van de verwerende partij als zou de eisende partij nalaten te bewijzen dat hem informatie werd verstrekt nopens diens ereloon en kosten, doet geen afbreuk aan het feit dat de eisende partij een ereloon mag aanrekenen, nu van de verwerende partij toch mag verwacht worden dat hij weet dat de eisende partij zijn prestaties niet zou verlenen uit vrijgevigheid.

De verwerende partij kon desgevallend de website raadplegen van de eisende partij alwaar de tarieven duidelijk staan vermeld en die als een bindend aanbod gelden in hoofde van de eisende partij. Er wordt geen enkel gegeven aangebracht door de verwerende partij waaruit blijkt dat de eisende partij onkosten en een uurloontarief zou hebben aangerekend in strijd met hetgeen staat vermeld op de website.

Uit het advies van de Raad van de Orde blijkt dat de kosten en erelonen correct en met de gepaste bescheidenheid werden begroot, waarbij Wij Ons ook aansluiten met dien verstande evenwel dat de kosten- en ereloonstaat gereduceerd wordt naar 1 250 EUR, nu de eisende partij niet kan terugkomen op een kosten- en ereloonstaat die hij in zijn dagvaarding definitief begroot had op 1 250 EUR, omdat er geen enkele vergelijking mogelijk is tussen de ereloonnota (niet gekend) waarop de vordering van 1 250 EUR was gesteund en de ereloonnota van 22.7.2011 (zie stuk 1) waarop de uitgebreide vordering was gesteund. Dit laatste document betreft een post-factum opgemaakt document.

In die omstandigheden komt de vordering van de eisende partij dan ook gegrond over ten belope van 1 250 EUR.

2.4 Inzake de rente

Nu duidelijk vaststaat dat er geen ereloonovereenkomst werd afgesloten, kan de eisende partij enkel en alleen aanspraak maken op een moratoire rente aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van de dagvaarding.

2.5 Inzake de rechtsplegingsvergoeding

De verwerende partij beroept zich op art. 1022, vierde lid Ger. W.: "indien de in het ongelijk gestelde partij aanspraak kan maken op de juridische tweedelijnsbij stand, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie".

Wij zijn van oordeel dat in casu geen sprake is van een kennelijk onredelijke situatie, zodat de verwerende partij aanspraak kan maken op de minimumrechtsplegingsvergoeding.

2.6 Inzake de voorlopige uitvoerbaarheid bij voorraad

Gezien de voorlopige tenuitvoerlegging een afwijking vormt op de schorsende werking van het hoger beroep vastgelegd in art. 1397 Ger. W., dienen Wij na te gaan het belang van diegene die de veroordeling verkreeg zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij het behoud van de bestaande toestand tot beslist is over een eventueel rechtsmiddel.

Wij zijn van oordeel dat er steeds een risico bestaat van insolvabiliteit in hoofde van de schuldenaar en gelet in de huidige economische tijden, de schuldeiser dient te kunnen beschikken over haar toekomende gelden.

De verwerende partij heeft steeds de mogelijkheid om gelden te kantonneren, nu de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt toegestaan, doch de mogelijkheid tot kantonnement niet wordt uitgesloten.

OM DEZE REDENEN

Wij, Vrederechter

Met inachtneming van de artikelen 2, 3, 30, 34, 36, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken.

Na akte te hebben genomen van de uitbreiding van de vordering van de eisende partij.

Rechtdoende op tegenspraak

Verklaart de hoofdvordering ontvankelijk en gegrond zoals hierna bepaald.

Veroordeelt de verwerende partij, H.M. om aan de eisende partij, BVBA ADVOCATENKANTOOR X, te betalen het bedrag van DUIZEND TWEEHONDERD VIJFTIG EURO, méér de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet.

Veroordeelt de verwerende partij tot de kosten van het geding.

Begroot de kosten van het geding als volgt:

aan de zijde van de eisende partij op 152, 73 EUR dag¬vaarding en rolrecht + 220,00 EUR rechtsplegingsvergoeding ;

aan de zijde van de verwerende partij op 220.00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaand borgstelling, zonder zekerheidsstelling noch kantonnement.

Uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van vrijdag, achtentwintig juni tweeduizend dertien

 

Noot: 

Wanneer in 2001 een uurloon van 100 euro algemeen aanvaard werd, geldt voor 2012 een uurloon van 125 euro tot 140 euro euro als meer dan aanvaardbaar zoals dit thans in de provincie voor gewone gemiddelde zaken wordt toegepast.

De advocaat begroot bij partijbeslissing zijn ereloon, behoudens andersluidende voorafgaande afspraken. De rechter kan bij een eventuele betwisting een kennelijk overdreven ereloon verminderen maar ter zake zijn er geen vaste tarieven of een vast tarievenboek aan de hand waarvan u een advocaat kan verplichten om te laten werken. Indien een voorafgaande ereloonovereenkomst werd opgesteld is deze niet onderworpen aan het marginale toetsingsrecht van de rechter.

Inkomende briefwisseling brengt kosten mee die bestaan uit de administratieve verwerking mede, die kan begroot worden op 2,5 tot 4 euro.

Wanneer een brief, fax  of een mailbericht binnen komt op een professioneel kantoor wordt zending  niet alleen geopend, maar wordt onmiddellijk de brief in het computersysteem ingebracht. Voor zover de brief niet voorzien is van een referentie, wordt op het secretariaat de referentie aangebracht aan het dossier. Het dossier wordt dan manueel uit het klassement gehaald. Er wordt nagezien wie de verantwoordelijke is voor het dossier. Hiertoe leest het secretariaat oppervlakkig de briefwisseling. Hierna volgt de lectuur van de brief door de behandelende advocaat waarbij de brief wordt opgeslagen in digitale systemen die eveneens gebackupped worden in een archiefsysteem. Het ICT-park voor de behandeling van een gemiddelde van 7.000 dossiers, waarvan 1.500 actieve dossiers, kost ongeveer alleen al een kleine 10.000 € per jaar. Hetgeen wij in rekening brengen is niets meer en niets minder dan de kostprijs hiervan.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 22/07/2013 - 16:59
Laatst aangepast op: ma, 22/07/2013 - 16:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.