-A +A

Er is geen misdrijf van lasterlijke aangifte indien ook andere bronnen de feiten bevestigen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 24/11/2009
A.R.: 
P.09.1060.N

De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat:

- de eerste verweerder die opgetreden is als burgemeester, slechts klacht neerlegde nadat door andere bronnen de eerste meldingen van het sluikstorten en van het plaatsen van verkeersborden en belemmeringen op de openbare weg bij de politiediensten waren gedaan;

- de eerste verweerder niet het opzet had de rust van de eiser ernstig te verstoren of de bedoeling had dat de eiser voor de aangegeven feiten zou vervolgd worden;

- de tweede, derde en vierde verweerder daadwerkelijk geconfronteerd werden met een aantal door de eiser gestelde feitelijkheden;

- zij evenmin de bedoeling hadden de rust van de eiser op ernstige wijze te verstoren.

De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht.(vrijspraak lasterlijke aangifte)

Publicatie
tijdschrift: 
juridat

Nr. P.09.1060.N
J. P
burgerlijke partij,
eiser,
tegen
1. F. J. E. S
inverdenkinggestelde,
2. P. A. W. H. F
inverdenkinggestelde,
3. R. V. P
inverdenkinggestelde,
4. C. M. V
inverdenkinggestelde,
verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juni 2009.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 128, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: deze wetsbepaling laat enkel de mogelijkheid toe buiten vervolging te stellen indien generlei bezwaar bestaat; de appelrechters die vaststellen dat er geen voldoende bezwaren bestaan om de verweerders naar de correctionele rechtbank te verwijzen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

2. Het onderzoeksgerecht gaat na en beoordeelt of het onderzoek dat tegen één of meer personen werd gevoerd, voldoende bezwaren, dit zijn objectiveerbare aanwijzingen van schuld die een bepaalde graad van ernst vertonen, heeft opgeleverd om een verwijzing naar het vonnisgerecht te verantwoorden.
In zoverre het middel ervan uitgaat dat elk bezwaar, hoe onbeduidend ook, automatisch tot gevolg heeft dat het onderzoeksgerecht de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht dient te verwijzen, faalt het naar recht.

3. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het onderzoeksgerecht.
In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 445 Strafwetboek: dit wetsartikel bepaalt niet dat de spontaneïteit een constitutief bestanddeel van het misdrijf van lasterlijke aangifte is; om te spreken van een ‘spontane' lasterlijke aangifte is het niet vereist dat het om een eerste melding of een eerste aangifte gaat; bovendien blijkt uit de aangiftes dat de politie de aangever als ‘bron' aanduidt en er geen andere klachten in het dossier te vinden zijn.

5. Het misdrijf van lasterlijke aangifte vereist een spontane daad van de verdachte die op eigen initiatief vrijwillig en ongedwongen aangifte doet.
In zoverre het middel ervan uitgaat dat het misdrijf van lasterlijke aangifte niet vereist dat de verdachte op spontane wijze aangifte doet, faalt het naar recht.

6. De appelrechters stellen vast dat de eerste verweerder slechts aangifte heeft gedaan bij de politiediensten nadat hij van de feiten op de hoogte was gebracht door andere bronnen en dat de eerste meldingen bij de politiediensten van het sluikstorten en van het plaatsen van verkeersborden en belemmeringen op de openbare weg van vroeger dateren dan de klachten van de eerste verweerder.

Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de aangifte van de eerste verweerder niet spontaan was.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

7. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het onderzoeksgerecht of verplicht het het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Derde middel

8. Het middel voert schending aan van artikel 442bis Strafwetboek: het feit dat de eerste verweerder heeft gehandeld in zijn hoedanigheid van burgemeester, sluit niet uit dat hij het opzet had de rust van de eiser te verstoren; bovendien stelt het arrest nergens vast dat de verweerders niet hadden moeten weten dat zij door hun handelen de rust van de eiser ernstig verstoorden.

9. Artikel 442bis Strafwetboek stelt strafbaar hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren.

Het voormelde artikel bestraft aldus degene die door niet-aflatende of steeds terugkerende gedragingen iemands persoonlijke levenssfeer ernstig aantast door hem op irritante wijze lastig te vallen, daar waar hij dit gevolg van zijn gedrag kende of had moeten kennen.

Het staat aan de rechter om in feite te beoordelen of de rust van het slachtoffer door het gedrag van de dader effectief op ernstige wijze aangetast is alsook of de dader het besef had of diende te hebben van de gevolgen van zijn gedrag. Het staat evenwel aan het Hof te onderzoeken of de rechter uit de door hem gedane vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

10. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat:

- de eerste verweerder die opgetreden is als burgemeester, slechts klacht neerlegde nadat door andere bronnen de eerste meldingen van het sluikstorten en van het plaatsen van verkeersborden en belemmeringen op de openbare weg bij de politiediensten waren gedaan;

- de eerste verweerder niet het opzet had de rust van de eiser ernstig te verstoren of de bedoeling had dat de eiser voor de aangegeven feiten zou vervolgd worden;

- de tweede, derde en vierde verweerder daadwerkelijk geconfronteerd werden met een aantal door de eiser gestelde feitelijkheden;

- zij evenmin de bedoeling hadden de rust van de eiser op ernstige wijze te verstoren.

De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen.

Vierde middel

11. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters beantwoorden niet alle elementen die de eiser in zijn conclusie heeft aangevoerd; bovendien staat de motivering van de appelrechters haaks op de verklaring van de eerste verweerder.

12. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op argumenten die tot staving van een middel zijn aangevoerd, maar geen afzonderlijk middel vormen.

Met zijn in het middel aangehaalde verweer heeft de eiser enkel aangevoerd dat de eerste verweerder die de gerechtelijke vervolging van de eiser op het oog had, wel degelijk schuldig was aan belaging. Met zijn verscheidene argumenten heeft hij geen afzonderlijk middel beoogd. De appelrechters dienden niet elk argument afzonderlijk te beantwoorden.

Met de redenen, vermeld in het antwoord op het derde middel, beantwoorden de appelrechters eisers verweer.
In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

13. Voor het overige verplicht het middel het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Vijfde middel

14. Het middel voert schending aan van artikel 128, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters veroordelen de eiser aan elk van de verweerders een rechtsplegingsvergoeding van 75 euro te betalen; nochtans werd de vierde verweerster noch voor de raadkamer, noch voor de kamer van inbeschuldigingstelling bijgestaan of vertegenwoordigd door een raadsman.

15. Artikel 128 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de raadkamer, indien zij van oordeel is dat het feit noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding oplevert, of dat tegen de inverdenkinggestelde generlei bezwaar bestaat, verklaart dat er geen reden is tot vervolging en dat in dat geval en indien het onderzoek werd ingeleid door de burgerlijke partijstelling in handen van de onderzoeksrechter, de burgerlijke partij wordt veroordeeld tot het aan de inverdenkinggestelde betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek.

Artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.

Enkel een partij die tijdens een aanleg de bijstand van een advocaat genoten heeft of er door vertegenwoordigd werd, kan aanspraak maken op de voor die aanleg in die bepaling bedoelde rechtsplegingsvergoeding.

16. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de vierde verweerster niet ter rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling verschenen is, noch aldaar door een raadsman vertegenwoordigd werd.

Het bestreden arrest kon derhalve niet, zonder miskenning van voormelde wetsbepaling, aan de vierde verweerster een rechtsplegingsvergoeding toekennen voor de procedure in hoger beroep.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de vierde verweerster.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser in negen tiende van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de vierde verweerster.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Begroot de kosten op 405,75 euro, waarvan 61,74 euro verschuldigd is en 344,01 euro betaald.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 20/08/2016 - 12:43
Laatst aangepast op: di, 09/01/2018 - 19:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.