-A +A

Enkel handelingen voortgezet na de bekrachtiging van een bevel tot staking kunnen voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 29/05/2015
A.R.: 
C.13.0489.N

Enkel de handelingen, werken of wijzigingen die worden voortgezet na de bekrachtiging van een bevel tot staking kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete (1). (1) Zie de andersluidende concl. van het OM.

Wanneer een onwettige daad gestopt is kan de stakingsrechter de staking bevelen indien er nog steeds risico op herhaling bestaat.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0489.N
VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president van de Vlaamse regering, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19,
eiser,

tegen
P. H.,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 31 januari 2013.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 6.1.49, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat een administratieve geldboete van 5.000 euro wordt opgelegd aan de persoon die han-delingen, werken of wijzigingen voortzet in strijd met een door de stedenbouw-kundige inspecteur bekrachtigd bevel tot staking, vermeld in artikel 6.1.47, vijfde lid.

De bekrachtigingsbeslissing vermeldt de bepalingen van het eerste lid.

2. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt deze bepaling ertoe om overtreders af te schrikken die, ondanks een bevel tot staking, en vaak ondanks herhaalde waar-schuwingen, weigeren om zich te houden aan het uitdrukkelijke en door de ste-denbouwkundige inspecteur bekrachtigde stakingsbevel.

Hieruit volgt dat enkel de handelingen, werken of wijzigingen die worden voort-gezet na de bekrachtiging van het bevel tot staking, het voorwerp kunnen uitma-ken van een administratieve geldboete.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat een administratieve geldboete ook kan worden opgelegd wegens handelingen, werken of wijzigingen die werden voort-gezet voordat het stakingsbevel werd bekrachtigd, faalt naar recht.

Tweede middel

4. Artikel 6.1.49, § 2, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.

Krachtens artikel 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2000 betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel, legt de rekenplichtige van het Herstelfonds de administratieve geldboete op.

5. Het middel dat ervan uitgaat dat de vordering tot terugbetaling van een ad-ministratieve geldboete wegens onwettigheid betrekking heeft op de bevoegdheid van de stedenbouwkundige inspecteur, faalt naar recht.

6. Het verzoek gericht aan het Hof om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof rust aldus op een verkeerde rechtsopvatting, zodat het Hof de prejudiciële vraag niet hoeft te stellen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 781,76 euro en voor de verweerder op 207,34 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kame


 

C.13.0489.N
Conclusie van de advocaat-generaal Vandewal:

Feiten en procedurevoorgaanden

1. Het geschil betreft de vraag of een administratieve geldboete kan worden opgelegd wegens de overtreding van een mondeling stakingsbevel op een ogenblik dat dit nog niet bekrachtigd is.

2. Blijkens de stukken waarop het Hof acht vermag te slaan werd door inspecteurs van de lokale politie bij proces-verbaal van 18 juni 2010 op een terrein, volgens het gewestplan gelegen in agrarisch gebied, een stedenbouwinbreuk vastgesteld, bestaande uit de wijziging van het reliëf zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning. De verbalisanten stelden vast dat vrachtwagens regelmatig grond aanbrachten. Ter plaatse werd mondeling bevel tot staking gegeven van alle werken, handelingen en wijzigingen.

Op 23 juni 2010 werd bij proces-verbaal door dezelfde inspecteurs van de lokale politie vastgesteld dat de werken, ondanks de bevolen staking, werden verdergezet door verdere aanvoer en opslag van grond, en werd gemeld dat ook reeds op 18 juni 2010, kort na de bevolen mondelinge staking, de werken gewoon waren verdergezet.

Op 28 juni 2010 bekrachtigde de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur het mondeling stakingsbevel van 18 juni 2010.

Op 5 juli 2010 besliste de rekenplichtige van het Herstelfonds tot het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000 EUR lastens verweerder, wegens doorbreking op 18 juni 2010 van het op 28 juni 2010 bekrachtigd mondeling stakingsbevel van 18 juni 2010, evenals het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000 EUR, eveneens lastens verweerder, wegens de doorbreking van het stakingsbevel op 23 juni 2010.

Na verzoek tot kwijtschelding van de dubbele administratieve geldboete werd de eerste geldboete wegens doorbreking van het stakingsbevel op 18 juni 2010 door de stedenbouwkundig inspecteur bij beslissing van 4 augustus 2010 herleid tot 1.000 EUR. Voor de tweede geldboete betreffende de doorbreking van het stakingsbevel op 23 juni 2010 werd het verzoek tot kwijtschelding verworpen.

3. Op 19 oktober 2010 dagvaardde verweerder eiser voor de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen teneinde voor recht te horen zeggen dat de administratieve geldboetes onwettig zijn, en teneinde de terugbetaling te horen bevelen van het bedrag van 6.000 EUR.

Bij vonnis van 12 september 2011 verklaarde de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen de vordering ontvankelijk en gegrond, zegde zij voor recht dat beide administratieve geldboetes onwettig zijn, en veroordeelde zij eiser tot terugbetaling van 6.000 EUR, meer gerechtelijke intresten vanaf 19 oktober 2010, evenals tot betaling van de kosten, waaronder een rechtsplegingsvergoeding van 1.320 EUR.

4. Op het hoger beroep van eiser bevestigde het hof van beroep te Antwerpen bij het bestreden arrest van 31 januari 2013 het beroepen vonnis en veroordeelde het bovendien eiser tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van 1.320 EUR.

4. Het cassatieberoep van eiser tegen dit arrest maakt het voorwerp uit van de huidige procedure.

Het eerste cassatiemiddel

5. In zijn eerste cassatiemiddel voert eiser schending aan van artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet en van de artikelen 6.1.1, eerste lid, 5°, 6.1.47 en 6.1.49, §1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

6. Eiser voert in essentie aan dat de bekrachtiging van het stakingsbevel terugwerkt met als gevolg dat een geldboete kan worden opgelegd ook voor een inbreuk op het stakingsbevel, die begaan werd vóór die bekrachtiging.

Nu, anders dan weerhouden door het bestreden arrest, na bekrachtiging van het stakingsbevel wel een administratieve boete kan worden opgelegd wegens een miskenning van het stakingsbevel die dateert van vóór de bekrachtiging, kon het bestreden arrest, op grond van de vaststellingen en overwegingen die het bevat, volgens eiser niet wettig oordelen dat te dezen de administratieve geldboete "zonder wettelijke grondslag" werd opgelegd.

Bespreking van het eerste cassatiemiddel

7. Artikel 6.1.47 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt:

"De in artikel 6.1.5 vermelde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie kunnen mondeling ter plaatse de onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik bevelen indien zij vaststellen dat het werk, de handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen, vermeld in artikel 6.1.1, of wanneer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 4.7.19, §4.

Als de in artikel 6.1.5 vermelde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie ter plaatse niemand aantreffen, dan brengen zij ter plaatse het schriftelijke bevel tot onmiddellijke staking op een zichtbare plaats aan.

Het proces-verbaal van de vaststelling wordt binnen acht dagen bij aangetekende brief met bericht van ontvangst of bij gerechtsdeurwaardersexploot ter kennis gebracht van de opdrachtgever, de architect en de persoon of aannemer die de werken of handelingen uitvoert. Betreft het bevel de staking van het gebruik van een goed, dan wordt het proces-verbaal op dezelfde manier ter kennis gebracht van de persoon die het goed gebruikt.

Tegelijkertijd wordt bij aangetekende brief een afschrift van het proces-verbaal overgemaakt aan de burgemeester van de gemeente op wier grondgebied deze werken of handelingen werden uitgevoerd en naar de stedenbouwkundige inspecteur.

Op straffe van verval moet het bevel tot staking binnen acht dagen na de kennisgeving van het proces-verbaal aan de bevoegde stedenbouwkundig inspecteur, door hem worden bekrachtigd. Die bekrachtiging wordt binnen twee werkdagen per aangetekende brief verzonden naar de personen, vermeld in het derde lid.

De betrokkene kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handelingen werden uitgevoerd. Boek II, Titel VI van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering."

8. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg beslist ten gronde over de vordering tot opheffing van het stakingsbevel(1). Zijn beoordelingsbevoegdheid gaat dus verder dan die van de gewone kortgedingrechter, die gegrond is op artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek; de vordering wordt immers behandeld zoals in kort geding, wat enkel slaat op de gevolgde procedure.

9. Volgens de vaste rechtspraak van Uw Hof komt het aan de rechter toe het bevel tot staking op zijn externe en interne wettigheid te toetsen, alsmede te onderzoeken of het strookt met de wet dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berust(2). Hij kan zich hierbij niet uitspreken over de opportuniteit ervan en dient dus niet te oordelen of de staking van het werk dient bevolen te worden, wel of de beslissing daartoe rechtmatig is genomen.

De controle van de externe wettigheid houdt in dat de formele regelmatigheid van het bekrachtigde stakingsbevel wordt onderzocht. De controle van de interne wettigheid betreft daarentegen de motieven, de inhoud en het doel van het bekrachtigde stakingsbevel.

Deze rechtmatigheidscontrole, waarin begrepen een marginale toetsing naar de kennelijke ofwel zeer manifeste onredelijkheid, vindt zijn oorsprong in artikel 159 van de Grondwet 1994.

10. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat artikel 6.1.47, §1, vijfde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ertoe strekt eenvormigheid in het handhavingsbeleid te verwezenlijken. Dit houdt in dat de stedenbouwkundig inspecteur die het bevel tot staking bekrachtigt ter zake een eigen beoordelingsbevoegdheid bezit en derhalve een vorm van administratief toezicht uitoefent, in zoverre het bevel tot staking niet van hemzelf uitgaat. Zijn tussenkomst als stedenbouwkundig inspecteur bij het geven van het bevel tot staking staat reeds borg voor de eenvormigheid in het handhavingsbeleid(3).

11. Uw Hof bevestigde diverse malen dat het bevel tot staking een preventieve maatregel is die niet alleen ertoe strekt de macht van de rechter om het herstel te bevelen veilig te stellen, maar ook bedoeld is om inbreuken op de wettelijke regels inzake ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in de artikelen 146 van het Stedenbouwdecreet 1999 en 6.1.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening te voorkomen(4).

In zoverre een stakingsbevel geen preventieve aard heeft, berust het op machtsoverschrijding(5), en kan de rechter het, met toepassing van artikel 159 van de Grondwet 1994, onwettig bevinden en buiten toepassing laten.

12. Het stakingsbevel heeft dus een dubbele finaliteit, met name:

- enerzijds de macht van de rechter om het herstel te bevelen veilig te stellen,

- anderzijds de geviseerde stedenbouwinbreuken te voorkomen en derhalve de verdere aantasting van de ruimtelijke ordening door die stedenbouwinbreuken te beletten.

13. In de optiek van die dubbele finaliteit besliste Uw Hof dan ook in zijn arrest van 1 maart 2010 dat de appelrechters, die de onmiddellijke opheffing bevelen van de stakingsbevelen op grond dat deze in niets bijdragen tot het vrijwaren van de mogelijkheid van de rechter om het herstel te bevelen, zonder na te gaan of de stakingsbevelen niet strekten tot de stopzetting van een vergunningsplichtig gewoonlijk gebruik van de grond zonder vergunning en derhalve tot het voorkomen van verdere aantasting van de ruimtelijke ordening door inbreuken zoals bedoeld in artikel 146 van het decreet, hun beslissing niet naar recht verantwoorden(6).

14. Dit preventief karakter sluit aan bij de wil van de decreetgever die de mogelijkheid voor de administratie om wederrechtelijk uitgevoerde werken, handelingen of het gebruik stil te leggen kaderde in een preventiebeleid dat de overheid wenst na te streven om aldus te vermijden dat het kwaad volledig is geschied en de rechter die over de herstelmaatregel moet oordelen, voor voldongen feiten wordt gesteld(7).

15. Het stakingsbevel, het weze mondeling dan wel schriftelijk, heeft onmiddellijke uitwerking. Het mondelinge bevel, waarvan uit het proces-verbaal zal moeten blijken dat het werd gegeven, is immers een wettelijk volwaardig bevel; het is vanaf dat ogenblik dat de werken moeten worden gestaakt(8). Het stakingsbevel moet dus onmiddellijk geëerbiedigd worden. Bekrachtiging is dus geen vereiste opdat de staking ab initio gebiedende en dus afdwingbare kracht zou hebben(9).

16. De bekrachtiging van het stakingsbevel door de stedenbouwkundig inspecteur bevestigt de legaliteit en de opportuniteit van de bevolen staking. Deze bekrachtiging werkt terug, in die zin dat ze vanaf de initieel bevolen staking, aan het stakingsbevel het kenmerk verleent van een bekrachtigd stakingsbevel.

17. Een niet bekrachtigd stakingsbevel houdt op uitwerking te hebben(10). De voortzetting van handelingen in strijd met het bevel, vóór het verstrijken van de termijn voor bekrachtiging van het bevel, is niettemin een strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuk, overeenkomstig artikel 6.1.1, eerste lid, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening(11).

18. Krachtens artikel 6.1.49, §1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt, onverminderd de voorziene strafsancties, een administratieve geldboete van 5.000 EUR opgelegd aan de persoon die handelingen, werken of wijzigingen voortzet in strijd met een door de stedenbouwkundige inspecteur bekrachtigd bevel tot staking, bedoeld in artikel 6.1.47 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Naar luid van artikel 6.1.49, §1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, vermeldt de bekrachtigingsbeslissing de bepalingen van het eerste lid.

19. De kennisgeving van de bekrachtigingsbeslissing aan de opdrachtgever van het werk is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid van de bekrachtigingsbeslissing of van het verval van het bevel tot staking(12).

20. De omstandigheid dat voornoemd voorschrift uitdrukkelijk bepaalt dat de administratieve geldboete wordt opgelegd wanneer handelingen, werken of wijzigingen worden voortgezet "in strijd met een door de stedenbouwkundige inspecteur bekrachtigd bevel tot staking", betekent naar mijn mening niet dat de geldboete slechts kan worden opgelegd voor inbreuken die dateren van na de bekrachtiging van het stakingsbevel, of na de kennisgeving van de bekrachtigingsbeslissing aan de betrokkenen.

21. De vereiste van een bekrachtigd stakingsbevel opdat de geldboete zou kunnen worden opgelegd, betekent alleen dat de inbreuk op een stakingsbevel dat uiteindelijk niet werd bekrachtigd door de stedenbouwkundig inspecteur, geen aanleiding kan geven tot een administratieve geldboete, en derhalve alleen strafrechtelijk gesanctioneerd wordt.

22. Wanneer het stakingsbevel wordt bekrachtigd, dient dit stakingsbevel, met terugwerkende kracht, te worden beschouwd als een "bekrachtigd stakingsbevel", derwijze dat ook een inbreuk die dateert van vóór het tijdstip van bekrachtiging, aanleiding geeft tot de administratieve geldboete, met dien verstande dat deze geldboete slechts zal kunnen worden opgelegd na de bekrachtiging(13).

23. De inbreuk op een stakingsbevel die werd vastgesteld nog vóór de bekrachtiging van het stakingsbevel door de stedenbouwkundig inspecteur, kan aldus aanleiding geven tot een administratieve geldboete op voorwaarde dat het stakingsbevel wordt bekrachtigd. Wordt het stakingsbevel niet bekrachtigd, dan gelden voor de inbreuk alleen de strafsancties, evenals de uitsluiting van de mogelijkheid van meerwaarde als herstelmaatregel(14).

24. Dit lijkt mij overeen te stemmen met de doelstelling van de decreetgever, namelijk om preventief op te treden, de misdrijven zo snel mogelijk te stoppen en te vermijden dat verdere misdrijven worden begaan. De decreetgever wilde dus zo snel mogelijk ingrijpen in een aan de gang zijnde bouwovertreding, en dit op een wijze die afdoende afschrikkend is voor de betrokkene, met name door niet alleen de miskenning van het stakingsbevel strafrechtelijk te sanctioneren, maar ook door de onmiddellijke eerbiediging van het stakingsbevel te waarborgen door de dreiging van een administratieve geldboete. Dit laatste geldt weliswaar alleen voor de stakingsbevelen die door de stedenbouwkundige inspecteur werden bekrachtigd.

De Memorie van Toelichting van het Stedenbouwdecreet 1999 vermeldt immers bij artikel 156 van het ontwerp, dat een administratieve geldboete instelde voor overtreding van een stakingsbevel: "Omwille van het belang om een aan de gang zijn misdrijf zo snel mogelijk te stoppen en te vermijden dat bouwwerken of andere handelingen worden verdergezet ondanks een uitdrukkelijk bevel tot staking, dient de geldboete voldoende hoog te zijn om een afschrikkend en dus preventief karakter te hebben."(15).

Het Verslag bij dit ontwerp van decreet preciseert in diezelfde in: "Het opleggen van een administratieve geldboete die voldoende hoog is om hardnekkige overtreders af te schrikken, is volgens de minister uitermate belangrijk om ervoor te zorgen dat een misdrijf effectief wordt stopgezet en niet verder voltooid wordt."(16).

25. Ik meen dan ook dat artikel 6.1.49, §1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geenszins belet dat na de bekrachtiging van het stakingsbevel, een administratieve geldboete wordt opgelegd wegens een miskenning van het stakingsbevel, vastgesteld vóór de bekrachtiging ervan.

26. De appelrechters die oordelen dat artikel 6.1.49, §1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening enkel "de voortzetting van handelingen/werken na de bekrachtiging van het stakingsbevel" sanctioneert, dat "het negeren/doorbreken van een stakingsbevel dat nog niet werd bekrachtigd wel een strafrechtelijk beteugelde daad (is) maar niet (kan) gesanctioneerd worden met het opleggen van een administratieve boete", en dat de administratieve geldboetes "zonder wettelijke grondslag (werden) opgelegd", schenden naar mijn mening aldus de in het middel als geschonden aangewezen bepalingen.

27. Het middel lijkt mij dan ook gegrond te zijn.

De overige grieven

28. De overige grieven lijken mij niet tot ruimere cassatie te kunnen leiden en aldus geen antwoord te behoeven.

Conclusie

29. Vernietiging.
____________________
(1) Cass. 8 november 2007, AR C.06.0624.N, AC 2007, nr. 536.
(2) Cass. 8 februari 2013, AR C.10.0585.N, AC 2013, nr. 93, met concl. OM; Cass. 8 februari 2013, AR C.10.0669.N, AC 2013, nr. 94, met concl. OM; Cass. 1 maart 2010, AR C.09.0392.N, AC 2010, nr. 140, met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; TROS 2011, 41, noot G. DEBERSAQUES en H. VANLANDEGHEM; Cass. 16 januari 2009, AR C.06.0480.N, AC 2009, nr. 38.
(3) Zie Cass. 27 mei 2010, AR C.09.0293.N, AC 2010, nr. 369.
(4) Cass. 8 februari 2013, AR C.11.0617.N, AC 2013, nr. 96, met concl. OM; Cass. 1 maart 2010, AR C.09.0392.N, AC 2010, nr. 140, met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; TROS 2011, 41, noot G. DEBERSAQUES en H. VANLANDEGHEM; Cass. 16 januari 2009, AR C.06.0180.N, AC 2009, nr. 38; zie Cass. 18 mei 2007, AR C.06.0567.N, AC 2007, nr. 260.
(5) Zie Cass. 16 januari 2009, AR C.06.0480.N, AC 2009, nr. 38.
(6) Cass. 1 maart 2010, AR C.09.0392.N, AC 2010, nr. 140, met concl. van advocaat-generaal R. MORTIER; TROS 2011, 41, noot G. DEBERSAQUES en H. VANLANDEGHEM
(7) Concl. van advocaat-generaal R. MORTIER bij Cass. 1 maart 2010, AR C.09.0392.N, AC 2010, nr. 140; concl. OM bij Cass. 8 februari 2013, AR C.11.0617.N, AC 2013, nr. 96.
(8) I. LEENDERS e.a., Zakboekje Ruimtelijke Ordening 2012, Mechelen, Kluwer 2011, 652.
(9) F. BRULOOT, "Vastgoedpubliciteit en staking in stedenbouw; onmogelijk huwelijk van onbetrouwbare partners?", TROS 2011, (121) 144, nr. 65.
(10) I. LEENDERS e.a., Zakboekje Ruimtelijke Ordening 2012, Mechelen, Kluwer 2011, 652.
(11) F. BRULOOT, "Vastgoedpubliciteit en staking in stedenbouw; onmogelijk huwelijk van onbetrouwbare partners?", TROS 2011, (121) 144, nr. 65.
(12) Cass. 10 september 1996, AR P.95.0429.N, AC 1996, nr. 298.
(13) J. VAN DEN BERGHE, "De handhaving van het nieuwe decreet ruimtelijke ordening", TMR 1999, (440) 446, voetnoot 48.
(14) F. VAN ACKER, "Staking van de werken en administratieve geldboete", in G. VAN HOORICK, P. VANSANT en F. VAN ACKER (eds.), Handhavingszakboekje Ruimtelijke ordening 2010, Mechelen, Kluwer 2009, (105) 111, noot 23; F. BRULOOT, "Vastgoedpubliciteit en staking in stedenbouw: onmogelijk huwelijk van onbetrouwbare partners?", TROS, 2011, (121), 144, nr. 65 en 148, nr. 73.
(15) Memorie van Toelichting bij het ontwerp van decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, Parl.St. Vl. Parl. 1998-99, nr. 1332/1, 73.
(16) Verslag over het ontwerp van decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, Parl.St. Vl. Parl. 1998-99, nr. 1332/8, 13.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 11/06/2016 - 11:19
Laatst aangepast op: za, 11/06/2016 - 11:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.