-A +A

Eigendomsoverdracht door schenking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 26/02/2016
A.R.: 
C.15.0068.F

Door de schenking wordt de begiftigde eigenaar van het geschonken goed. De begiftigde treedt onmiddellijk in de eigendomsrechten die de schenker aan hem heeft afgestaan. Indien de levering nog niet heeft plaatsgevonden heeft de schenker een onmiddellijke leverinsplicht te vervullen aan de begiftigde. De gegiftigde kan de afgifte va het geschonke-ne voor de rechter vorderen.

De in artikel 894 Burgerlijk Wetboek bedoelde schenking onder de levenden is een overeenkomst die ertoe tot gevolg heeft dat de eigendom van de geschonken zaak aan de begiftigde wordt overgedragen en, indien er geen overdracht is, een leveringsverplichting doet ontstaan waarvan laatstgenoemde de uitvoering kan vorderen van de schenker of van diens erfgenamen.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1388
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.15.0068.F

O.d T.d’I. t/ C.-A.d T.d’I.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 22 september 2014.

...

III. Beslissing van het Hof

Derde middel

Tweede onderdeel

Luidens art. 894 BW is een schenking onder de levenden een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van de geschonken zaak ontdoet, ten voordele van de begiftigde, die ze aanneemt.

Die overeenkomst strekt ertoe de eigendom van de zaak aan de begiftigde over te dragen en, indien er geen overdracht is, een leveringsverplichting te doen ontstaan waarvan laatstgenoemde de uitvoering kan vorderen van de schenker of van diens erfgenamen.

Het arrest overweegt dat de schulderkenningen die op 13 mei 1997 en 8 juli 2002 alsook op 1 september 2006 ondertekend zijn door de moeder van de partijen, voor de eerste twee een indirecte schenking uitmaken en voor de derde een verdoken schenking ten gunste van de eiser.

Het arrest, dat overweegt dat het nodig zal zijn «rekening te houden [met die schenkingen] als zodanig en [dat] ze bijgevolg zullen moeten worden uitgevoerd voor zover ze het bedrag van beschikbare gedeelte niet overschrijden», maar met bevestiging van het beroepen vonnis beslist dat de litigieuze bedragen «niet aangerekend mogen worden op het passief van de nalatenschap» van de moeder van de partijen, schendt art. 894 BW.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Noot: 

• R. Barbaix, Het contractuele statuut van de schenking, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 317 e.v., nrs. 375 e.v.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 23/04/2018 - 16:56
Laatst aangepast op: ma, 23/04/2018 - 16:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.