-A +A

Eigen vaststellingen door bevoegde overheidspersonen en vaststellingen door automatisch werkende toestellen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 07/12/2004
A.R.: 
P040791N

Artikel 62 Wegverkeerswet of enige andere wetsbepaling verbieden niet dat in eenzelfde proces-verbaal eigen vaststellingen van de bevoegde overheidspersonen als vaststellingen gesteund op automatisch werkende toestellen worden opgenomen of staan evenmin eraan in de weg dat zowel de eigen vaststellingen als de vaststellingen gesteund op automatisch werkende toestellen, opgenomen in eenzelfde proces-verbaal, de door artikel 62 Wegverkeerswet bepaalde bijzondere bewijswaarde hebben.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.04.0791.N
B. E. B. F.,
eiseres, beklaagde,
I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 22 april 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Leuven.

II. Rechtspleging voor het Hof

III. Cassatiemiddelen

Eiseres stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

IV. Beslissing van het Hof

A. Onderzoek van het middel

1. Eerste onderdeel

Overwegende dat artikel 62, eerste, tweede lid en derde lid, Wegverkeerswet bepaalt: "De overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, stellen de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen. De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vermeld in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Wanneer een overtreding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal";

Overwegende dat artikel 62 Wegverkeerswet of enige andere wetsbepaling niet verbieden dat in eenzelfde proces-verbaal eigen vaststellingen van de bevoegde overheidspersonen als vaststellingen gesteund op automatisch werkende toestellen worden opgenomen;

Dat die bepalingen evenmin eraan in de weg staan dat zowel de eigen vaststellingen als de vaststellingen gesteund op automatisch werkende toestellen, opgenomen in eenzelfde proces-verbaal, die bijzondere bewijswaarde hebben;

Dat het onderdeel dat berust op een verkeerde rechtsopvatting, faalt naar recht;

2. Tweede onderdeel

Overwegende dat het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het vonnis, mitsdien feitelijke grondslag mist;

B. Ambtshalve aangevoerde middel

Geschonden wettelijke bepalingen
- artikel 2, tweede lid, Strafwetboek;
- de artikelen 29 en 69bis Wegverkeerswet, zoals vervangen door de artikelen 6 en 33 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid;
- artikel 11.1, eerste lid, 3°, Wegverkeersreglement.

Overwegende dat, krachtens artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, indien de straf ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast;

Overwegende dat, krachtens artikel 29, eerste lid, Wegverkeerswet zoals het ten tijde van de op 16 september 2002 en 18 september 2002 bewezen verklaarde feiten A en B van toepassing was, de beide telastleggingen zijnde een overtreding van artikel 11.1, eerste lid, Wegverkeersreglement, door met meer dan 10 km/uur de maximaal toegelaten snelheid te hebben overschreden, strafbaar is met een gevangenisstraf van een dag tot een maand en met een geldboete van 50 euro tot 500 euro of met een van die straffen alleen; dat krachtens artikel 38, ,§ 1, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, de rechter het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig kan uitspreken gedurende ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar;

Overwegende dat die bewezen verklaarde telastleggingen A en B krachtens artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot aanwijzing van de zware overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie op het wegverkeer, thans een zware overtreding van de derde graad in de zin van artikel 29, ,§ 1, (nieuw) Wegverkeersreglement zijn;

Overwegende dat het voormelde artikel 29, zoals gewijzigd door artikel 6 van de wet van 7 februari 2003 houdende de verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, dat in werking is getreden op 1 maart 2004, thans in zijn paragraaf 1 de zware overtredingen van de derde graad strafbaar stelt met een geldboete van 100 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar;

Overwegende dat krachtens artikel 40 Strafwetboek, de geldboete, bij gebreke van betaling binnen de door dat artikel bepaalde termijn, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld kan vervangen worden door gevangenisstraf, waarvan de duur bij het vonnis van veroordeling wordt bepaald en die drie maanden niet zal te boven gaan;

Overwegende dat krachtens artikel 69bis Wegverkeerswet, ingevoegd door de voornoemde wet van 7 februari 2003, dat eveneens in werking is getreden op 1 maart 2004, voor de toepassing van deze wet en in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek, de boete, bij gebreke van betaling binnen de door dat artikel bepaalde termijn, voor hen die wegens een wanbedrijf worden veroordeeld kan vervangen worden door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis en dat niet langer dan een maand en korter dan acht dagen kan zijn;

Dat aldus de bewezen verklaarde telastleggingen thans strafbaar zijn met een geldboete van 100 euro tot 500 euro en een rijverbod van minstens acht dagen en hoogstens vijf jaar, alsmede, voor de geldboete, een vervangend rijverbod van minstens acht dagen en hoogstens een maand;

Overwegende dat de nieuwe wet niet meer voorziet in een gevangenisstraf; dat hieruit volgt dat de door de nieuwe wet bepaalde straffen als lichter zijn te beschouwen dan deze die ten tijde van het plegen der feiten van toepassing waren;

Overwegende dat het vonnis, met bevestiging van het beroepen vonnis, eiseres wegens de telastleggingen A en B samen veroordeelt tot een geldboete van 50 euro en een vervangende gevangenisstraf van acht dagen, alsmede tot een rijverbod van acht dagen;

Dat die beslissing, wat betreft de vervangende gevangenisstraf, onwettig is;

C. Ambtshalve onderzoek van het overige van de strafvordering

Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing geen onwettigheid bevat die eiseres kan schaden;

OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eiser tot vervangende gevangenisstraf veroordeelt;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis;
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige;
Veroordeelt eiseres in drie vierden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Brussel, zitting houdend in hoger beroep.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd en twaalf euro drieënveertig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel,  en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeven december tweeduizend en vier

Noot: 

M. Sterkens, “De opsporing en vaststelling van inbreuken” in Bestendig Handboek Verkeer, Mechelen, Kluwer, losbl., III.11-8, nr. 5109.

Combinatie van rode pijlvormige lichten en cirkelvormige (gewone) verkeerslichten

zie Corr. Rechtbank Leuven, 05.06.2014, T. Pol. december 2014, pagina 183.

Pijlvormige lichten die enkel boven een bepaalde rijstrook werden geplaatst zijn bindend overeenkomstig artikel 61.4.2 Wegcode. Indien deze lichten samen zijn opgesteld met cirkelvormige verkeerslichten rechts van de rijbaan, vervangen de pijlvormige lichten boven de rijstrook voor die rijstrook en voor de door de pijlen aangeduide rijrichting de cirkelvormige lichten, overeenkomstig artikel 61.1.1.4de Wegcode.

Het feit dat pijlvormige lichten boven een rijstrook voor die rijstrook de cirkelvormige lichten vervangen is niet in tegenspraak met artikel 61.4.1 Wegcode.

Artikel 61.1.4de Wegcode stelt dat cirkelvormige verkeerslichten links of boven de rijbaan mogen worden herhaald.

Hieruit kan enkel worden afgeleid dat cirkelvormige lichten boven de rijbaan niet bindend zijn indien geen zelfde cirkelvormige lichten rechts van de rijbaan werden geplaatst.

Dit artikel bepaalt echter geenszins dat deze lichten niet mogen worden vervangen door pijlvormige lichten. Dit blijkt tevens uit de woordkeuze in de test van artikel 61.4 Wegcode. Artikel 61.4.1 stelt dat cirkelvormige lichten mogen worden herhaald boven de rijbaan, terwijl artikel 61.4.2 stelt dat pijlvormige lichten bindend geplaatst worden boven de rijstrook.

Indien rechts van de rijbaan cirkelvormige verkeerslichten zijn aangebracht en boven een bepaalde rijstrook pijlvormige lichten, dan vervangen deze pijlvormige lichten voor die rijstrook en voor de aangegeven rijrichting de cirkelvormige lichten.

Indien beide lichten een verschillende kleur aangeven dienen voor die bepaalde rijstrook dan ook de pijlvormige lichten te worden gevolgd.

Een rode pijl voorbij rijden in de richting die door de pijl aangegeven wordt, stemt overeen met het voorbij rijden van een rood licht. Dit houdt in wanneer een rode pijl naar links is geplaatst samen met een cirkelvormig groen licht, dit voor gevolg heeft dat dit groene licht slechts van toepassing is voor de andere rijrichtingen dan deze aangegeven door de rode pijl.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 27/12/2017 - 11:47
Laatst aangepast op: wo, 27/12/2017 - 11:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.